Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Constitutioneel eczeem
Determinanten

Welke factoren beïnvloeden de kans op constitutioneel eczeem?

Aanleg belangrijkste risicofactor voor constitutioneel eczeem

De belangrijkste risicofactor voor het krijgen van constitutioneel eczeem is een atopische aanleg. Iemand heeft meer kans op een atopische aanleg, wanneer er bij een of beide ouders sprake is van astma, hooikoorts, constitutioneel eczeem of een combinatie van deze atopische ziekten.

Bij circa 40 tot 60% van de patiënten die vóór het vierde levensjaar eczeemklachten krijgen, is tegelijkertijd sprake van sensibilisatie of van een allergie voor voedselallergenen en luchtwegallergenen. Het betreft onder andere sensibilisatie of allergie voor voedselallergenen, zoals dierlijk eiwit (koemelk, kip, eieren) en pinda eiwit. Na het eerste levensjaar betreft het ook sensibilisatie of allergie voor allergenen die een rol spelen bij allergische aandoeningen aan de luchtwegen (astma en hooikoorts), zoals huisstofmijt, graspollen, boompollen en dierlijke huidschilfers. Bij circa 30% van de patiënten met constitutioneel eczeem is geen sprake van sensibilisatie.

Mogelijk reageren patiënten door genetische afwijkingen sterker op stoffen uit omgeving

De veronderstelling is dat er bij patiënten met constitutioneel eczeem sprake is van genetisch bepaalde afwijkingen in zowel de huidbarrière als de ontstekingsreactie, waardoor zij sterker reageren op stoffen uit de omgeving en dus eczeemklachten kunnen krijgen. Bij 40% van de patiënten met constitutioneel eczeem heeft men onder andere een mutatie aangetroffen in het gen dat codeert voor een eiwit dat van belang is bij de opbouw van de huidbarrière (het filaggrine gen) (Palmer et al., 2006). Hierdoor zouden er gemakkelijker stoffen uit de omgeving (zoals water en zeep) en bacteriën de huid binnendringen.

Het vermoeden dat deze en andere omgevingsfactoren een rol spelen bij het tot uiting komen van eczeemklachten is ook gebaseerd op de wereldwijd waargenomen trends in constitutioneel eczeem over een periode van vijf tot tien jaar. Deze trends moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden, omdat ze ook beïnvloed worden door veranderingen in diagnostische criteria en de wijze van registreren. Voor zover de trend de daadwerkelijke verandering weergeeft in het vóórkomen van constitutioneel eczeem, kunnen de trends nooit alleen door veranderingen in genetische factoren verklaard worden (Williams et al., 2007a). Het is echter nog onduidelijk om welke stoffen of andere omgevingsfactoren het gaat.

Geen aanwijzingen dat allergenen het ontstaan en verergeren van eczeem beïnvloeden

Dat er bij 40 tot 60% van de constitutioneel eczeempatiënten tegelijkertijd sprake is van sensibilisatie of allergie voor luchtweg- of voedselallergenen, hoeft naast de gezamenlijke oorzaak van de atopische aanleg verder niets te betekenen. De veronderstelling dat allergene stoffen een rol zouden spelen bij het ontstaan en verergeren van constitutioneel eczeem wordt steeds vaker verworpen. De eerdere bevinding dat eliminatie van huisstofmijt-allergenen leidde tot een klinisch waarneembare verbetering in het eczeem (Tan et al., 1996) wordt door steeds meer onderzoeken weerlegd (Holm et al., 2001; Gutgesell et al., 2001; Oosting et al., 2002). Diverse recente onderzoeken laten zien dat ook de eliminatie van voedselallergenen het ontstaan van constitutioneel eczeem niet voorkomt en niet voor langere tijd leidt tot een klinische verbetering van een bestaand eczeem (CBO, 2006b). Wel bestaat er nog discussie over de mogelijke verklaring voor de bevinding dat constitutioneel eczeem minder vaak lijkt voor te komen bij kinderen die (uitsluitend) borstvoeding krijgen (Büchner et al., 2007). Eén van de mogelijke verklaringen is dat er bij deze kinderen sprake is van een kleinere kans op eczeem dankzij gunstige effecten van borstvoeding op de darmflora en het immuunsysteem van zuigelingen.

Enkele omgevingsfactoren lijken de ernst van het constitutioneel eczeem te beïnvloeden

Hoewel onduidelijk is of en welke omgevingsfactoren (anders dan allergenen) een rol spelen bij het ontstaan van constitutioneel eczeem, zijn er wel aanwijzingen dat enkele factoren een bestaand eczeem verergeren. Voorbeelden van dergelijke factoren zijn warmte en zweten, irritatie door textiel, ziek zijn, stress en mogelijk ook graspollen en de lagere luchtvochtigheid in verwarmde ruimtes (CBO, 2006b).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Büchner FL, Hoekstra J, Rossum CTM van. Health gain and economic evaluation of breastfeeding policies. RIVM-report no. 350040002. Bilthoven: RIVM,2007.
  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg.Richtlijn Constitutioneel eczeem van het CBO en Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Utrecht: CBO, 2006b.
  • Gutgesell C, Heise S, Seubert S, Seubert A, Domhof S, Brunner E.Double-blind placebo-controlled house dust mite control measures in adult patients with atopic dermatitis. Br J Dermatol, 2001; 145(1): 70-4.
  • Holm L, Bengtsson A, Hage-Hamsten M van, Ohman S, Scheynius A.Effectiveness of occlusive bedding in the treatment of atopic dermatitis--a placebo-controlled trial of 12 months' duration. Allergy, 2001; 56(2): 152-8.
  • Oosting AJ, Bruin-Weller MS de, Terreehorst I, Tempels-Pavlica Z, Aalberse RC, Monchy JG de.Effect of mattress encasings on atopic dermatitis outcome measures in a double-blind, placebo-controlled study: the Dutch mite avoidance study. J Allergy Clin Immunol, 2002; 110(3): 500-6.
  • Palmer CN, Irvine AD, Terron-Kwiatkowski A, Zhao Y, Liao H, Lee SP, et al.Common loss-of-function variants of the epidermal barrier protein filaggrin are a major predisposing factor for atopic dermatitis. Nat Genet, 2006; 38(4): 441-6.
  • Tan BB, Weald D, Strickland I, Friedmann PS.Double-blind controlled trial of effect of housedust-mite allergen avoidance on atopic dermatitis. Lancet 1996; 347: 15-18.
  • Williams H, Stewart A, Von Mutius E, Cookson B, Anderson HR, et al.The International Study of Asthma and Allergies in Childhood (ISAAC) Phase One and Three Study groups. Is eczema really on the increase worldwide? J Allergy Clin Immunol, 2007a; 121(4): 947-54.

Begrippen en afkortingen

Definities

Allergie
Er is sprake van allergie wanneer iemand zowel allergeen specifieke antistoffen ofwel Immunoglobuline E heeft (gesensibiliseerd is) als objectieve allergische symptomen vertoont na blootstelling aan het betreffende allergeen.
Atopische aanleg
De erfelijke aanleg voor het krijgen van astma, hooikoorts en constitutioneel eczeem.
Sensibilisatie
Het aanmaken van allergeen specifieke antistoffen (Immunoglobuline E, IgE).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.