Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Coronaire hartziekten
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat zijn coronaire hartziekten en wat is het beloop?

Ziektebeeld Beloop Kwaliteit van leven

Ziektebeeld

Coronaire hartziekten veroorzaakt door afwijkingen in kransslagaders

Coronaire hartziekten zijn aandoeningen die worden veroorzaakt door afwijkingen in de kransslagaders (coronairarterieën). De twee bekendste diagnosen zijn het acuut hartinfarct en angina pectoris. Pijn op de borst is een kenmerk van beide diagnosen. Bij een hartinfarct is er sprake van plotselinge, hevige pijn in de borst die lang aanhoudt. Bij angina pectoris zijn de klachten over het algemeen minder hevig en korterdurend.

Coronaire hartziekten onderverdeeld in acute en chronische vormen

Coronaire hartziekten, ook wel ischemische hartziekten genoemd, zijn ziekten van het hart die het gevolg zijn van aderverkalking (atherosclerose). Door de vernauwing of blokkade van het bloedvat die daarvan het gevolg is ontstaat zuurstoftekort (ischemie) in de hartspier. Coronaire hartziekten worden onderverdeeld in de acute (hartinfarct of myocardinfarct) en chronische (angina pectoris) vormen. Andere uitingen van ischemische hartziekten kunnen zijn: verminderde hartfunctie (hartfalen) en ritmestoornissen.

Hartinfarct door plotselinge totale afsluiting van kransslagader

Een hartinfarct of hartaanval ontstaat wanneer een bloedstolsel of een stuk atherosclerotische plaque een kransslagader plotseling afsluit. Door die afsluiting krijgt het bijbehorende gedeelte van de hartspier geen zuurstof meer en sterft af. De afsluiting van de kransslagader gaat gepaard met een plotselinge, hevige en lang aanhoudende pijn in de borststreek, vaak uitstralend (naar de hals, armen, kaken of mond). Misselijkheid en zweten treden ook dikwijls op. Deze symptomen kunnen ook minder uitgesproken zijn. De pijn gaat niet over in rust en reageert onvoldoende op medicijnen.

Ernst hartinfarct hangt af van grootte en plaats beschadiging

Het hart ontwikkelt op de plaats van het infarct een litteken (bindweefsel). Dat deel van de hartspier werkt dan niet meer. Als gevolg van het hartinfarct treedt verlies van hartspierweefsel op. Ook kan de electrische geleiding beïnvloed worden, waardoor de kans op hartritmestoornissen toeneemt. De ernst van een hartinfarct hangt af van de grootte en de plaats van de beschadiging van het hart. Bij grote schade werkt de hartspier en/of de hartkleppen onvoldoende en treedt hartfalen op (zie: Wat is hartfalen?). Een hartinfarct is een gevaarlijke aandoening die met ernstige ritmestoornissen (en soms met de dood) gepaard kan gaan.

Angina pectoris door tijdelijk tekort in bloedtoevoer

Angina pectoris, letterlijk 'pijn op de borst', wordt veroorzaakt door een tijdelijk tekort in de bloedtoevoer van het hart. Dit komt vrijwel altijd door een (of meer) vernauwing(en) in een van de kransslagaders, waardoor een deel van de hartspier te weinig zuurstof krijgt. Meestal ontstaat dit gebrek aan zuurstof bij inspanning, dus als het hart harder moet werken en de hartspier meer zuurstof nodig heeft dan het vernauwde bloedvat kan aanvoeren. In tegenstelling tot een hartinfarct verdwijnen de symptomen bij angina pectoris kort nadat de inspanning is beëindigd. Angina pectoris geeft een typische beklemmende, drukkende pijn achter het borstbeen.

Angina pectoris in rust en hartinfarct moeilijk te onderscheiden

Als angina pectoris optreedt in rust (dus niet bij inspanning), dan spreekt men van angina pectoris in rust. Het onderscheid tussen angina pectoris in rust en een hartinfarct kan moeilijk zijn. Daarom wordt deze instabiele vorm van angina pectoris, samen met het hartinfarct ook ingedeeld onder het 'Acute Coronaire Syndroom'.

Hartinfarct en angina pectoris in rust onderdeel Acute Coronaire Syndroom

Het Acute Coronaire Syndroom bestaat uit drie klinische ziektebeelden:

  • ST-elevatie hartinfarct (STEMI): er is sprake van een afsluitend stolsel niet ver van de oorsprong van een coronairvat, met relatief grote uitval tot gevolg. Deze patiënten zijn relatief jong en het infarct is bij hen vaak de eerste klinische uiting van de coronaire hartziekte.
  • Non ST-elevatie hartinfarct (non-STEMI): de vaatafsluiting is niet compleet of meer perifeer gelegen dan bij een hartinfarct met ST-elevatie. Deze patiënten zijn vaak ouder en vaak al langer bekend met een coronaire hartziekte.
  • Instabiele angina pectoris: de angineuze klachten zijn recent ontstaan of nemen in een periode van weken sterk toe in duur en/of ernst. Pijnklachten treden dan op zonder provocerende momenten, en kunnen dus ook in rust ontstaan. Pathofysiologisch is er sprake van een zogenaamde onstabiele atherosclerotische plaque of coronaire lesie. Hierbij kan stolselvorming optreden, waardoor het onderscheid met een hartinfarct moeilijk kan zijn. Als bij bloedonderzoek toch sprake blijkt te zijn van celdood met uitstoot van enzymen uit spieren van het hart, wordt er formeel toch gesproken van een (klein) hartinfarct.

ECG geeft belangrijke informatie over plaats en ernst bij hartinfarct

Het elektrocardiogram (ECG) geeft belangrijke informatie over de plaats en de ernst van de vaatafsluiting bij patiënten met een acuut hartinfarct. Op grond hiervan kan bepaald worden of het gaat om een hartinfarct met ST-elevatie of een hartinfarct zonder ST-elevatie. Deze indeling is van belang, omdat het consequenties heeft voor de behandeling (zie ook: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?).

Stabiel klachtenpatroon bij stabiele angina pectoris

Bij stabiele angina pectoris is er sprake van een stabiel klachtenpatroon met geen of weinig veranderingen in de tijdsduur en intensiteit van de klachten. De klachten treden meestal op bij provocerende momenten (bijvoorbeeld inspanning, overgang tussen warmte en koude). De pathofysiologie berust op een atherosclerotische vernauwing in de kransslagaderen.

ECG levert weinig informatie bij stabiele angina pectoris

Bij stabiele angina pectoris levert het ECG doorgaans weinig informatie op. Er zijn alleen afwijkingen op het ECG zichtbaar op het moment dat er klachten zijn, dus op het moment dat angina pectoris optreedt. Om deze reden vindt bij patiënten met (vermoedelijk) angina pectoris onderzoek plaats waarbij het hart wordt belast, zoals bijvoorbeeld bij een loop- of fietstest. Dan kan een eventueel optredend zuurstoftekort bij inspanning worden vastgesteld.

Indeling van coronaire hartziekten volgens ICD en ICPC

De ICD (zie tabel 1) kent extra categorieën, veelal zonder symptomen. De indelingen volgens de ICD-9 en ICD-10 verschillen nogal van elkaar. Zo werd een deel van de ICD-10 categorie 'bepaalde actuele complicaties na acuut myocardinfarct' (code I23) in de ICD-9 geclassificeerd onder 'niet scherp omschreven ziektebeelden en complicaties van hartziekten' (code 429), en dus niet onder de coronaire hartziekten gerangschikt.

In huisartsregistraties wordt gebruik gemaakt van een indeling op grond van ICPC-code. Hierbij staat ICPC-code K75 voor 'acuut hartinfarct', K74 voor 'angina pectoris' en K76 voor 'andere/chronische ischemische hartziekten'.

Tabel 1: Onderverdeling van coronaire hartziekten volgens de ICD-9 en ICD-10.

Indeling volgens ICD-9

Indeling volgens ICD-10

acuut myocard infarct (410)

acuut myocardinfarct (I21) en recidief myocardinfarct (I22)

overige acute en subacute vormen van ischemische hartziekten (411) en angina pectoris (413)

angina pectoris (I20) en overige acute ischemische hartziekten (I24)

oud myocard hartinfarct (412) en overige vormen van ischemische hartaandoeningen (414)

bepaalde actuele complicaties na acuut myocardinfarct (I23) en chronische ischemische hartziekte (I25)

Ziektebeeld coronaire hartziekten bij vrouwen anders dan bij mannen

De laatste tijd is er toenemende aandacht voor verschillen tussen mannen en vrouwen in diagnostiek en behandeling van hart- en vaatziekten, waaronder coronaire hartziekten. Lang is gedacht dat hart- en vaatziekten vooral mannenziekten zijn en onderzoek is vooral uitgevoerd bij mannen. Hart- en vaatziekten komen echter ook veel voor bij vrouwen, met name op oudere leeftijd. Ook weten we inmiddels uit (internationaal) onderzoek dat de symptomen bij vrouwen anders (kunnen) zijn dan bij mannen (NHS, mei 2010). Enkele belangrijke verschillen tussen mannen en vrouwen zijn:

  • Vrouwen krijgen vaak op latere leeftijd hart- en vaatziekten dan mannen: na de overgang neemt het risico op hart- en vaatziekten bij vrouwen toe, onder andere door een hogere bloeddruk en/of een hoger cholesterolgehalte.
  • Slagaderverkalking ontwikkelt zich vaak anders bij vrouwen dan bij mannen: bij vrouwen kunnen de kransslagaders over de hele lengte, ook in de kleine takken, vernauwd zijn.
  • Vrouwen kunnen bij een hartinfarct of angina pectoris, naast pijn op de borst, ook andere verschijnselen hebben, zoals kortademigheid, ongewone moeheid of slecht slapen.

Door bovengenoemde verschillen zullen artsen soms andere onderzoeksmethoden nodig hebben dan bij mannen om vast te stellen of vrouwen hart- en vaatziekten hebben (NHS, mei 2010).

Naar boven


Beloop

Beloop afhankelijk van diverse factoren

De prognose van patiënten met coronaire hartziekten is afhankelijk van de ernst van de atherosclerotische afwijkingen van het hart en eventuele andere aangedane organen (hersenen, nier, grote slagaders), de resterende functie van het hart en de aanwezigheid en het niveau van de bekende risicofactoren voor atherosclerose, zoals roken, verhoogd serumcholesterolgehalte en verhoogde bloeddruk (zie ook: Welke factoren beïnvloeden de kans op een coronaire hartziekte?).

Hoge sterfte na acuut hartinfarct

De kans op overlijden na een acuut hartinfarct is 7-10% binnen 30 dagen, waarbij met name de sterfte binnen 30 dagen voor patiënten met een hartinfarct zonder ST-elevatie in de afgelopen jaren is gedaald (Yeh et al., 2010b). Dit blijkt ook uit de voorlopige resultaten van de Euro Heart Survey 2009, waaraan ook Nederland deelneemt (European Society of Cardiology).

Patiënten met stabiele angina pectoris hebben ongeveer 2% kans per jaar op nieuwe ernstige complicaties, zoals sterfte of een nieuw hartinfarct (Daly et al., 2006).

Coronaire hartziekten hebben ingrijpende gevolgen

Een doorgemaakt hartinfarct kan verschillende gevolgen hebben, waaronder een tekortschietende 'pompfunctie' van het hart: hartfalen. Ook komt angina pectoris voor. Bij ernstige klachten kan een operatie aan de kransslagaders worden uitgevoerd (coronairchirurgie) of een percutane interventie (behandeling met een katheter met verwijden van het vat en plaatsen van een stent). Aanhoudende klachten kunnen tot gevolg hebben dat patiënten nog maar beperkte lichamelijke inspanning kunnen verrichten en om deze reden uit het arbeidsproces moeten stappen. Bij sommige patiënten ontstaan depressies of angsten, stoornissen die niet altijd herkend worden.

Prognose van coronaire hartziekten verbeterd in de tijd

De prognose van coronaire hartziekten verbeterde de afgelopen decennia. Onderzoek uit de Verenigde Staten laat zien dat het hartinfarct nu vaak minder ernstig verloopt dan vroeger. Ook is er een verschuiving van diagnosen: minder ST-elevatie en meer non-ST elevatie infarcten (Yeh et al., 2010b).

Naar boven


Kwaliteit van leven

Lichamelijk functioneren en ervaren gezondheid sterkst aangetast

Patiënten kunnen lichamelijke beperkingen blijven ondervinden na een hartinfarct. Jongvolwassenen en personen van middelbare leeftijd ervaren hun gezondheid als sterk verminderd en geven aan relatief veel pijn te ondervinden (De Haes et al., 1997; Rijken et al., 1999). Oudere patiënten hebben daarnaast ook geestelijke problemen (Visser, 1996). Patiënten kunnen angstig worden door het idee dat er opnieuw een hartinfarct zou kunnen optreden.

Tijd sinds hartinfarct weinig effect op kwaliteit van leven

Patiënten bij wie het hartinfarct 6-12 maanden geleden optrad, rapporteren ook na die periode nog steeds een slechtere kwaliteit van leven dan leeftijdsgenoten (Plevier et al., 2001). De kwaliteit van leven is slechter indien de ziekte ernstiger is.

U kunt algemene informatie over kwaliteit van leven vinden op de pagina over gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.

Zie ook:

detailsSF-36 en EQ-5D scores en achtergrondinformatie bij de bronnen

detailsMethode van gegevensverzameling en selectie van literatuur

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Daly CA, Stavola B De, Fox KM.Predicting prognosis in stable angina-results from the Euro heart survey of stable angina: prospective observational study. On behalf of the Euro Heart Survey Investigators. BMJ, 2006; 332: 262-5.
  • Haes JCJM de, Sprangers MAG, Regt HB de, et al.Adaptieve opgaven bij chronische ziekte. Den Haag: NWO, Gebied Medische Wetenschappen, 1997.
  • NHS, Nederlandse Hartstichting.Vrouwen en hart- en vaatziekten. Den Haag: NHS, mei 2010.
  • Plevier CM, Mooy JM, Marang-van de Mheen PJ, Stouthard MEA, Visser MC, Grobbee DE.Persistent impaired emotional functioning in survivors of a myocardial infarction? Quality of Life Research, 2001; 10: 123-32.
  • Rijken PM, Foets M, Peters L, Bruin AF de, Dekkers J.Patiëntenpanel chronisch zieken: kerngegevens 1998. Utrecht: NIVEL, 1999.
  • Visser MC.Measurement of quality of life in patients with ischemic disease of the heart or brain (thesis). Rotterdam: EUR, 1996.
  • Yeh RW, Sidney S, Chandra M, Sorel M, Selby JV, Go AS.Population Trends in the Incidence and Outcomes of Acute Myocardial Infarction. N Engl J Med, 2010b; 362(23): 2155-2165.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
ICPC
International classification of primary care

Definities

Atherosclerose
Een vernauwing van de slagaders als gevolg van plaquevorming en trombusvorming. Een plaque is een verdikking van de bloedvatwand, bestaande uit een brij van witte-bloedcellen, gladde spiercellen, bloedplaatjes, bindweefsel, calcium (kalk) en vetten zoals cholesterol. Bij beschadiging van de plaque kunnen bloedplaatjes aanhechten en kunnen stolsels ontstaan (trombi). Deze kunnen het bloedvat ter plekke afsluiten. De gevolgen van deze bloedvatvernauwing (herseninfarct, hartinfarct, angina pectoris, perifeer vaatlijden) worden ook vaak tot het begrip atherosclerose gerekend.
ST-elevatie
Toestand na een acuut coronair incident waarbij een bepaald segment (ST-segment) van de grafische weergave van de electrische activiteit van het hart (het electrocardiogram) hoger ligt dan bij gezonde personen
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.