Ziektebeeld
Coronaire hartziekten veroorzaakt door afwijkingen in kransslagaders
Coronaire hartziekten zijn aandoeningen die worden veroorzaakt door afwijkingen in de kransslagaders (coronairarterieën). De twee bekendste diagnosen zijn het acuut hartinfarct en angina pectoris. Pijn op de borst is een kenmerk van beide diagnosen. Bij een hartinfarct is er sprake van plotselinge, hevige pijn in de borst die lang aanhoudt. Bij angina pectoris zijn de klachten over het algemeen minder hevig en korterdurend.
Coronaire hartziekten onderverdeeld in acute en chronische vormen
Coronaire hartziekten, ook wel ischemische hartziekten genoemd, zijn ziekten van het hart die het gevolg zijn van aderverkalking (). Door de vernauwing of blokkade van het bloedvat die daarvan het gevolg is ontstaat zuurstoftekort (ischemie) in de hartspier. Coronaire hartziekten worden onderverdeeld in de acute (hartinfarct of myocardinfarct) en chronische (angina pectoris) vormen. Andere uitingen van ischemische hartziekten kunnen zijn: verminderde hartfunctie (hartfalen) en ritmestoornissen.
Hartinfarct door plotselinge totale afsluiting van kransslagader
Een hartinfarct of hartaanval ontstaat wanneer een bloedstolsel of een stuk atherosclerotische plaque een kransslagader plotseling afsluit. Door die afsluiting krijgt het bijbehorende gedeelte van de hartspier geen zuurstof meer en sterft af. De afsluiting van de kransslagader gaat gepaard met een plotselinge, hevige en lang aanhoudende pijn in de borststreek, vaak uitstralend (naar de hals, armen, kaken of mond). Misselijkheid en zweten treden ook dikwijls op. Deze symptomen kunnen ook minder uitgesproken zijn. De pijn gaat niet over in rust en reageert onvoldoende op medicijnen.
Ernst hartinfarct hangt af van grootte en plaats beschadiging
Het hart ontwikkelt op de plaats van het infarct een litteken (bindweefsel). Dat deel van de hartspier werkt dan niet meer. Als gevolg van het hartinfarct treedt verlies van hartspierweefsel op. Ook kan de electrische geleiding beïnvloed worden, waardoor de kans op hartritmestoornissen toeneemt. De ernst van een hartinfarct hangt af van de grootte en de plaats van de beschadiging van het hart. Bij grote schade werkt de hartspier en/of de hartkleppen onvoldoende en treedt hartfalen op (zie: Wat is hartfalen?). Een hartinfarct is een gevaarlijke aandoening die met ernstige ritmestoornissen (en soms met de dood) gepaard kan gaan.
Angina pectoris door tijdelijk tekort in bloedtoevoer
Angina pectoris, letterlijk 'pijn op de borst', wordt veroorzaakt door een tijdelijk tekort in de bloedtoevoer van het hart. Dit komt vrijwel altijd door een (of meer) vernauwing(en) in een van de kransslagaders, waardoor een deel van de hartspier te weinig zuurstof krijgt. Meestal ontstaat dit gebrek aan zuurstof bij inspanning, dus als het hart harder moet werken en de hartspier meer zuurstof nodig heeft dan het vernauwde bloedvat kan aanvoeren. In tegenstelling tot een hartinfarct verdwijnen de symptomen bij angina pectoris kort nadat de inspanning is beëindigd. Angina pectoris geeft een typische beklemmende, drukkende pijn achter het borstbeen.
Angina pectoris in rust en hartinfarct moeilijk te onderscheiden
Als angina pectoris optreedt in rust (dus niet bij inspanning), dan spreekt men van angina pectoris in rust. Het onderscheid tussen angina pectoris in rust en een hartinfarct kan moeilijk zijn. Daarom wordt deze instabiele vorm van angina pectoris, samen met het hartinfarct ook ingedeeld onder het 'Acute Coronaire Syndroom'.
Hartinfarct en angina pectoris in rust onderdeel Acute Coronaire Syndroom
Het Acute Coronaire Syndroom bestaat uit drie klinische ziektebeelden:
- hartinfarct (STEMI): er is sprake van een afsluitend stolsel niet ver van de oorsprong van een coronairvat, met relatief grote uitval tot gevolg. Deze patiënten zijn relatief jong en het infarct is bij hen vaak de eerste klinische uiting van de coronaire hartziekte.
- Non ST-elevatie hartinfarct (non-STEMI): de vaatafsluiting is niet compleet of meer perifeer gelegen dan bij een hartinfarct met ST-elevatie. Deze patiënten zijn vaak ouder en vaak al langer bekend met een coronaire hartziekte.
- Instabiele angina pectoris: de angineuze klachten zijn recent ontstaan of nemen in een periode van weken sterk toe in duur en/of ernst. Pijnklachten treden dan op zonder provocerende momenten, en kunnen dus ook in rust ontstaan. Pathofysiologisch is er sprake van een zogenaamde onstabiele atherosclerotische plaque of coronaire lesie. Hierbij kan stolselvorming optreden, waardoor het onderscheid met een hartinfarct moeilijk kan zijn. Als bij bloedonderzoek toch sprake blijkt te zijn van celdood met uitstoot van enzymen uit spieren van het hart, wordt er formeel toch gesproken van een (klein) hartinfarct.
ECG geeft belangrijke informatie over plaats en ernst bij hartinfarct
Het elektrocardiogram (ECG) geeft belangrijke informatie over de plaats en de ernst van de vaatafsluiting bij patiënten met een acuut hartinfarct. Op grond hiervan kan bepaald worden of het gaat om een hartinfarct met ST-elevatie of een hartinfarct zonder ST-elevatie. Deze indeling is van belang, omdat het consequenties heeft voor de behandeling (zie ook: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?).
Stabiel klachtenpatroon bij stabiele angina pectoris
Bij stabiele angina pectoris is er sprake van een stabiel klachtenpatroon met geen of weinig veranderingen in de tijdsduur en intensiteit van de klachten. De klachten treden meestal op bij provocerende momenten (bijvoorbeeld inspanning, overgang tussen warmte en koude). De pathofysiologie berust op een atherosclerotische vernauwing in de kransslagaderen.
ECG levert weinig informatie bij stabiele angina pectoris
Bij stabiele angina pectoris levert het ECG doorgaans weinig informatie op. Er zijn alleen afwijkingen op het ECG zichtbaar op het moment dat er klachten zijn, dus op het moment dat angina pectoris optreedt. Om deze reden vindt bij patiënten met (vermoedelijk) angina pectoris onderzoek plaats waarbij het hart wordt belast, zoals bijvoorbeeld bij een loop- of fietstest. Dan kan een eventueel optredend zuurstoftekort bij inspanning worden vastgesteld.
Indeling van coronaire hartziekten volgens ICD en ICPC
De (zie tabel 1) kent extra categorieën, veelal zonder symptomen. De indelingen volgens de ICD-9 en ICD-10 verschillen nogal van elkaar. Zo werd een deel van de ICD-10 categorie 'bepaalde actuele complicaties na acuut myocardinfarct' (code I23) in de ICD-9 geclassificeerd onder 'niet scherp omschreven ziektebeelden en complicaties van hartziekten' (code 429), en dus niet onder de coronaire hartziekten gerangschikt.
In huisartsregistraties wordt gebruik gemaakt van een indeling op grond van -code. Hierbij staat ICPC-code K75 voor 'acuut hartinfarct', K74 voor 'angina pectoris' en K76 voor 'andere/chronische ischemische hartziekten'.
Tabel 1: Onderverdeling van coronaire hartziekten volgens de -9 en -10.
|
acuut myocard infarct (410)
|
acuut myocardinfarct (I21) en recidief myocardinfarct (I22)
|
|
overige acute en subacute vormen van ischemische hartziekten (411) en angina pectoris (413)
|
angina pectoris (I20) en overige acute ischemische hartziekten (I24)
|
|
oud myocard hartinfarct (412) en overige vormen van ischemische hartaandoeningen (414)
|
bepaalde actuele complicaties na acuut myocardinfarct (I23) en chronische ischemische hartziekte (I25)
|
Ziektebeeld coronaire hartziekten bij vrouwen anders dan bij mannen
De laatste tijd is er toenemende aandacht voor verschillen tussen mannen en vrouwen in diagnostiek en behandeling van hart- en vaatziekten, waaronder coronaire hartziekten. Lang is gedacht dat hart- en vaatziekten vooral mannenziekten zijn en onderzoek is vooral uitgevoerd bij mannen. Hart- en vaatziekten komen echter ook veel voor bij vrouwen, met name op oudere leeftijd. Ook weten we inmiddels uit (internationaal) onderzoek dat de symptomen bij vrouwen anders (kunnen) zijn dan bij mannen (). Enkele belangrijke verschillen tussen mannen en vrouwen zijn:
- Vrouwen krijgen vaak op latere leeftijd hart- en vaatziekten dan mannen: na de overgang neemt het risico op hart- en vaatziekten bij vrouwen toe, onder andere door een hogere bloeddruk en/of een hoger cholesterolgehalte.
- Slagaderverkalking ontwikkelt zich vaak anders bij vrouwen dan bij mannen: bij vrouwen kunnen de kransslagaders over de hele lengte, ook in de kleine takken, vernauwd zijn.
- Vrouwen kunnen bij een hartinfarct of angina pectoris, naast pijn op de borst, ook andere verschijnselen hebben, zoals kortademigheid, ongewone moeheid of slecht slapen.
Door bovengenoemde verschillen zullen artsen soms andere onderzoeksmethoden nodig hebben dan bij mannen om vast te stellen of vrouwen hart- en vaatziekten hebben ().
Naar boven
Beloop
Naar boven
Kwaliteit van leven
Naar boven
.
Literatuur
- Daly CA, Stavola B De, Fox KM.Predicting prognosis in stable angina-results from the Euro heart survey of stable angina: prospective observational study. On behalf of the Euro Heart Survey Investigators. BMJ, 2006; 332: 262-5.
- Haes JCJM de, Sprangers MAG, Regt HB de, et al.Adaptieve opgaven bij chronische ziekte. Den Haag: NWO, Gebied Medische Wetenschappen, 1997.
- NHS, Nederlandse Hartstichting.Vrouwen en hart- en vaatziekten. Den Haag: NHS, mei 2010.
- Plevier CM, Mooy JM, Marang-van de Mheen PJ, Stouthard MEA, Visser MC, Grobbee DE.Persistent impaired emotional functioning in survivors of a myocardial infarction? Quality of Life Research, 2001; 10: 123-32.
- Rijken PM, Foets M, Peters L, Bruin AF de, Dekkers J.Patiëntenpanel chronisch zieken: kerngegevens 1998. Utrecht: NIVEL, 1999.
- Visser MC.Measurement of quality of life in patients with ischemic disease of the heart or brain (thesis). Rotterdam: EUR, 1996.
- Yeh RW, Sidney S, Chandra M, Sorel M, Selby JV, Go AS.Population Trends in the Incidence and Outcomes of Acute Myocardial Infarction. N Engl J Med, 2010b; 362(23): 2155-2165.
Afkortingen
- ICD
- International Classification of Diseases
- Internationale classificatie van ziekten.
- ICPC
- International classification of primary care
Definities
- Atherosclerose
- Een vernauwing van de slagaders als gevolg van plaquevorming en trombusvorming. Een plaque is een verdikking van de bloedvatwand, bestaande uit een brij van witte-bloedcellen, gladde spiercellen, bloedplaatjes, bindweefsel, calcium (kalk) en vetten zoals cholesterol. Bij beschadiging van de plaque kunnen bloedplaatjes aanhechten en kunnen stolsels ontstaan (trombi). Deze kunnen het bloedvat ter plekke afsluiten. De gevolgen van deze bloedvatvernauwing (herseninfarct, hartinfarct, angina pectoris, perifeer vaatlijden) worden ook vaak tot het begrip atherosclerose gerekend.
- ST-elevatie
- Toestand na een acuut coronair incident waarbij een bepaald segment (ST-segment) van de grafische weergave van de electrische activiteit van het hart (het electrocardiogram) hoger ligt dan bij gezonde personen
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven /
Disclaimer.