Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Coronaire hartziekten
Omvang van het probleem

Hoe vaak komen coronaire hartziekten voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Prevalentie en incidentie Ziekenhuisopnamen en sterfte

Prevalentie en incidentie

648.300 personen met coronaire hartziekten op 1 januari 2007

Op 1 januari 2007 waren er naar schatting 648.300 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 541.800 - 771.700) mensen met een coronaire hartziekte: 405.200 mannen en 243.200 vrouwen (puntprevalentie). Dat is 50,1 per 1.000 mannen en 29,4 per 1.000 vrouwen. In 2007 kwamen er ongeveer 82.100 nieuwe patiënten met een coronaire hartziekte bij (incidentie). Dit brengt het totaal aantal mensen met gediagnosticeerde coronaire hartziekten op 730.400 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 629.400 - 854.000) in 2007 (jaarprevalentie). Hierbij is nog geen rekening gehouden met de sterfte aan coronaire hartziekten in dat jaar. Van deze mensen hadden (op 1 januari 2007) 298.100 mensen angina pectoris: 168.200 mannen (20,8 per 1.000) en 129.900 vrouwen (15,7 per 1.000 vrouwen). De cijfers zijn geschat op basis van vijf huisartsenregistraties en zijn gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2007.

Prevalentie en incidentie stijgen met leeftijd

Voor zowel mannen als vrouwen stijgen de prevalentie en incidentie van coronaire hartziekten met de leeftijd (zie figuur 1 en figuur 2).

Jaarprevalentie van acuut hartinfarct niet gepresenteerd

We presenteren hier geen jaarprevalentie van het acute hartinfarct omdat dit een kortdurende aandoening is. Na het doormaken van een hartinfarct wordt de ziekte chronisch en komt dan in de categorie coronaire hartziekten (en later eventueel hartfalen) terecht. Onder 'incidentie' presenteren we wel de cijfers van het aantal nieuwe gevallen met een acuut hartinfarct.

3,2% van mannen en 1,5% van vrouwen ooit hartinfarct gehad

In 2009 gaf 3,2% van de mannen en 1,5% van de vrouwen aan ooit een hartinfarct te hebben gehad (POLS, gezondheid en welzijn, 2009). Dit blijkt uit de jaarlijkse gezondheidsenquête van het CBS (POLS), waarin onder andere wordt gevraagd of de respondent ooit een hartinfarct heeft gehad (de zogenaamde levensprevalentie van een hartinfarct).

26.500 acute hartinfarcten in 2007

De incidentie (het aantal nieuwe gevallen) van het acute hartinfarct werd in 2007 geschat op 26.500: 15.700 mannen (1,9 per 1.000) en 10.800 vrouwen (1,3 per 1.000). Hierbij moet men bedenken dat het gaat om het totaal aantal infarcten als zodanig; een patiënt kan in de loop van het jaar meerdere infarcten krijgen.

De incidentie van angina pectoris was 36.900: 21.100 mannen (2,6 per 1.000) en 15.800 vrouwen (1,9 per 1.000).

De incidenties zijn geschat op basis van huisartsenregistraties en zijn gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2007.

Niet alle hartinfarcten worden opgemerkt

Vooral bij oudere personen kan het voorkomen dat een hartinfarct niet als zodanig wordt opgemerkt. Dit noemen we 'stille infarcten'. Achteraf zijn deze infarcten wel op het electrocardiogram (ECG) zichtbaar. Personen met een stil infarct hebben een verhoogde kans op sterfte aan coronaire hartziekten (De Torbal et al., 2006). Bij de cijfers uit de huisartsenregistraties worden deze stille infarcten niet meegeteld, omdat de huisarts ze (ook) niet heeft opgemerkt.

Zie:

detailsPrevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

detailsBeschrijving van gebruikte bronnen

Figuur 1: Incidentie (per 1.000) van coronaire hartziekten in 2007 naar leeftijd en geslacht (Bron: Huisartsenregistraties).

Incidentie CHZ naar leeftijd en geslacht (2007)

Figuur 2: Puntprevalentie (per 1.000) van coronaire hartziekten op 1 januari 2007 naar leeftijd en geslacht (Bron: Huisartsenregistraties).

Prevalentie CHZ naar leeftijd en geslacht (2007)

Naar boven


Ziekenhuisopnamen en sterfte

In 2007 bijna 87.000 ziekenhuisopnamen voor coronaire hartziekten

In 2007 waren er 86.815 ziekenhuisopnamen met hoofdontslagdiagnose coronaire hartziekte: 58.400 voor mannen en 28.415 voor vrouwen. Deze getallen geven het aantal opnamen, niet het aantal opgenomen personen. Dit getal kan hoger zijn dan het aantal personen met een opname omdat een persoon per jaar vaker opgenomen kan zijn. Het aantal ziekenhuisopnamen had betrekking op 511.894 opnamedagen. De hoofdontslagdiagnose was bij 26% een hartinfarct (ICD-9 code 410), bij 22% een 'overige acute of subacute vorm van coronaire hartziekten' (instabiele angina, ICD-9 code 411) en bij 52% een chronische vorm van coronaire hartziekten (ICD-9 codes 412-414).

In 2010 bijna 7.000 doden door acuut hartinfarct

In 2010 stierven 6.823 personen door een acuut hartinfarct (ICD-10 code I21 en I22): 3.840 mannen en 2.983 vrouwen (dat is 46,7 per 100.000 mannen en 35,5 per 100.000 vrouwen). De sterfte aan de overige coronaire hartziekten (ICD-10 codes I20,I23-I25) was een stuk lager: 26,3 per 100.000 mannen en 16,6 per 100.000 vrouwen (absoluut: 2.164 mannen en 1.395 vrouwen). Coronaire hartziekten (acuut hartinfarct + overige coronaire hartziekten) zijn daarmee sinds 2009 voor mannen de tweede doodsoorzaak (na longkanker), voor vrouwen komen ze sinds 2007 op de derde plaats (na dementie en beroerte) (zie: Sterfte naar doodsoorzaak).

69% van sterfte aan coronaire hartziekten door acuut hartinfarct

In 2007 maakte het acute hartinfarct 69% van de sterfte aan coronaire hartziekten uit, terwijl het slechts 26% van de ziekenhuisopnamen voor coronaire hartziekten voor rekening neemt.

Zie:

detailsBeschrijving van gebruikte bronnen

detailsIncidentie, prevalentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

Ziekenhuissterfte acuut hartinfarct onder vrouwen hoger

In 2007 overleed 6,1% van de mannen en 10,5% van de vrouwen die met een acuut hartinfact waren opgenomen in het ziekenhuis. Als er wordt gecorrigeerd voor verschillen in leeftijd van de mannelijke en vrouwelijke bevolking blijkt de ziekenhuissterfte onder vrouwen een factor 1,4 hoger dan bij mannen. Vrouwen hebben dus een hogere kans om in het ziekenhuis te overlijden na een hartinfarct dan mannen.

Onderschatting risico op coronaire hartziekten bij vrouwen heeft meerdere oorzaken

Mogelijke verklaringen die door de European Society of Cardiology worden genoemd voor een onderschatting van de risico's op en het optreden van coronaire hartziekten bij vrouwen zijn (Stramba-Badiale et al., 2006):

  • Onderdiagnostiek bij vrouwen:
    • Vrouwen hebben vaker atypische klachten en daardoor is het lastiger de diagnose te stellen.
    • Sommige diagnostische tests zijn minder gevoelig bij vrouwen dan bij mannen.
  • Onderbehandeling: sommige medicijnen worden minder vaak voorgeschreven.
  • Een hartinfarct treedt bij vrouwen gemiddeld op latere leeftijd op dan bij mannen.
  • Comorbiditeit: juist omdat een hartinfarct bij vrouwen vaak op latere leeftijd optreedt, zijn ook vaak andere ziekten en klachten aanwezig. De prognose is daardoor dan minder goed.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Stramba-Badiale M, Fox KM, Priori SG, Collins P, Daly C, Graham I, et al.Cardiovascular diseases in women: a statement from the policy conference of the European Society of Cardiology. Eur Heart J, 2006; 27: 994-1005.
  • Torbal A de, Boersma E, Kors JA, Herpen G van, Deckers JW, Kuip DA van der, et al.Incidence of recognized and unrecognized myocardial infarction in men and women aged 55 and older: the Rotterdam Study. Eur Heart J, 2006; 27(6): 729-736.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ECG
Elektrocardiogram
ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
POLS
Permanent Onderzoek Leefsituatie (CBS)
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.