Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Coronaire hartziekten
Preventie en zorg

Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling van coronaire hartziekten?

Diagnostiek Behandeling

Diagnostiek

Diagnose vaak pas na verloop van tijd duidelijk

De klachten bij een hartinfarct of angina pectoris kunnen soms aspecifiek zijn (ritmestoornis, moeheid, pijn in de bovenbuik of op de borst). Vaak kristalliseert de diagnose pas na verloop van tijd uit.

Meerdere diagnostische hulpmiddelen beschikbaar voor coronaire hartziekten

Bij het stellen van de diagnose coronaire hartziekten heeft de arts de volgende diagnostische hulpmiddelen tot zijn/haar beschikking:

  • Anamnese.
  • Inspanningsonderzoek met elektrocardiografie (ECG).
  • Echocardiografie of ander beeldvormend onderzoek.
  • Hartkatheterisatie en coronaire angiografie: om de plaats van de afsluiting vast te stellen.
  • Computer Tomografie (CT): toediening van contrast via een infuusnaald, waarna met behulp van geavanceerde röntgentechniek bij veel mensen een goede indruk van de doorbloeding van het hart (de coronairvaten) kan worden verkregen.
  • MRI angiografie (MRA).
  • Bloedonderzoek bij verdenking op hartinfarct.
  • Risicostratificatie met behulp van scores.

Aanwezigheid van hartenzymen in serum bewijs voor acuut hartinfarct

Bloedonderzoek kan worden uitgevoerd bij verdenking op een hartinfarct. De uitstoot/aanwezigheid van hartenzymen in het serum is het bewijs voor een acuut hartinfarct. Op dit moment is bepaling van het eiwit troponine in het serum de standaardbepaling om afsterven (necrose) van het hartspierweefsel vast te stellen. Daarom wordt deze bepaling standaard uitgevoerd bij verdenking op een hartinfarct.

Risicostratificatie met behulp van scores

Met behulp van zogenaamde scores kunnen patiënten worden gestratificeerd naar risico's en kansen. Vooral de kansen op succesvolle revascularisatie worden hiermee bepaald (PCI of chirurgie (CABG)). Criteria bij deze scores zijn details van de verschijnselen op het moment van onderzoek, ernst van pijn op de borst, mate van ischemie (zuurstoftekort), aanwezigheid van andere ziekten (comorbiditeit), laboratoriumuitslagen, reactie op therapie en bevindingen bij angiografie (ernst van de vernauwingen en aantal aangedane vaten). 

Naar boven


Behandeling

Behandeling coronaire hartziekte afhankelijk van uitingsvorm

De behandeling van een hartinfarct of angina pectoris is afhankelijk van de uitingsvorm: hartinfarct met ST-elevatie (STEMI), hartinfarct zonder ST-elevatie (non-STEMI), instabiele angina pectoris of stabiele angina pectoris. De meest gebruikte behandelingsmethoden en beoogde effecten staan weergegeven in tabel 1.

Reperfusietherapie aanbevolen bij hartinfarct met ST-elevatie

Bij een hartinfarct met ST-segment-elevatie (hartinfarct waarbij een coronairvat volledig is afgesloten) is de aanbevolen behandeling reperfusietherapie. Deze bestaat in Nederland nog uitsluitend uit Percutane Coronaire Interventie (PCI): techniek waarbij een opblaasbare ballon het bloedvat oprekt op (bijna) dichtgeslibde plaatsen in de hartslagaders (kransslagaders). De katheter wordt in de kransslagader geschoven tot het ballonnetje bij de vernauwing zit. Het ballonnetje wordt opgeblazen en de plaque die de vernauwing veroorzaakt, wordt platgedrukt zodat het bloed weer normaal kan stromen. Vervolgens wordt dan meestal een veertje (stent) geplaatst ter plaatse van de oorspronkelijke vernauwing om het verwijde bloedvat open te houden. Het doel van deze techniek is de doorbloeding van de hartspier te normaliseren.

Daarnaast krijgt de patiënt medicijnen, zoals plaatjesremmers, om de bloedstolling te verminderen, ß-blokkers, ACE-remmers en cholesterolverlagende medicatie (vooral statines).

Risicostratificatie van belang bij hartinfarct zonder ST-elevatie of instabiele angina pectoris

Het hartinfarct zonder ST-elevatie en instabiele angina pectoris vormen een erg heterogene groep, waarvoor risicostratificatie erg belangrijk is voor het vaststellen van de behandeling. Er kan gekozen worden voor OMT (Optimal Medical Therapy: optimale behandeling met medicatie), PCI of chirurgie: bypass- of omleidingsoperatie (coronary artery bypass grafting, CABG of coronairchirurgie): hierbij wordt een bloedvat van elders uit het lichaam gebruikt om het bloed voorbij de vernauwing te leiden, de vernauwing zelf wordt dus ongemoeid gelaten.

Stabiele angina pectoris behandeling afhankelijk van plaats en grootte van vernauwingen

De behandeling van stabiele angina pectoris is afhankelijk van de resultaten van onderzoek, plaats en grootte van de vernauwingen en bestaan uit ofwel alleen OMT (medicatie) ofwel OMT in combinatie met dotteren (PCI) of chirurgie (CABG).

Binnen 6 uur medicijnen toedienen voor minder groot hartinfarct

Als een bloedvat afgesloten raakt, kan schade aan het hart worden beperkt door binnen zes uur een behandeling in te stellen. Medicijnen kunnen soms al thuis of in de ambulance worden toegediend. Vroege diagnostiek met behulp van een ECG is hiervoor nodig. Als het stolsel is opgelost, kan het zuurstofrijke bloed de hartspier weer bereiken en zal het infarct minder groot zijn. Tijdens het verblijf in het ziekenhuis past men de geneesmiddelen van dag tot dag aan.

Bijna 80% van patiënten met hartinfarct krijgt invasieve ingreep

Naar schatting krijgt bijna 80% van de patiënten met een acuut hartinfarct een invasieve ingreep. Percutane coronaire interventies (PCI) en coronaire bypassoperatie (CABG) zijn de meest gebruikte invasieve ingrepen (Boersma et al., 2002). Van de patiënten met een acuut hartinfarct krijgt (cijfers voor West-Europa in 2002):

  • 57% een dotterbehandeling (PCI)
  • 21% een bypassoperatie (CABG)
  • 21% alleen een medicamenteuze behandeling

Bij 54% van de patiënten met een acuut hartinfarct vindt, volgens recente Europese cijfers, een percutane coronaire interventie plaats, meteen bij opname of kort daarna (eerste week van opname) (European Society of Cardiology).

Veelgebruikte medicijnen voor herstel zijn β-blokkers, ACE-remmers, aspirine en statines

Om nieuwe infarcten te voorkomen, ontvangen vrijwel alle in het ziekenhuis opgenomen patiënten tijdens hun opname en bij ontslag uit het ziekenhuis bloedplaatjesremmers (waaronder aspirine) of andere bloedverdunners. Ook zijn cholesterolverlagers vrijwel altijd geïndiceerd. Daarnaast schrijft de arts vaak β-blokkers en ACE-remmers voor. Vergeleken met tien jaar geleden is het gebruik van medicatie sterk toegenomen. In 2006/2007 gebruikte 96% van de patiënten met een coronaire hartziekte plaatjesremmers, kreeg 94% bloeddrukverlagende medicatie en 92% cholesterolverlagende medicatie, vooral statines. In 1995/1996 waren deze percentages respectievelijk 78%, 71% en 36% (Deckers et al., 2010).

Coronaire hartziekte vraagt vaak langdurige aandacht

Een coronaire hartziekte is een ziekte die over het algemeen langdurige aandacht vraagt. Soms kunnen de klachten of de medische zorg echter van beperkte duur zijn. Enige tijd na een hartinfarct of na een dotterprocedure of bypassoperatie kunnen klachten sterk verminderen of zelfs verdwijnen. Bij chronisch coronairlijden (angina pectoris of beperkingen na een hartinfarct) is de patiënt wel vaak onder behandeling van de cardioloog (bijvoorbeeld voor een jaarlijkse controle). De specialist brengt vervolgens de huisarts op de hoogte van de diagnose bij een patiënt die een acuut hartinfarct heeft doorgemaakt.

Daling in sterfte aan coronaire hartziekten door verbeterde behandeling

De toegenomen mogelijkheden in medische behandeling en de verbeterde toepassing van de beschikbare behandelingsmethoden hebben bijgedragen aan een daling in de sterfte aan coronaire hartziekten. Door deze verbeterde overleving, zowel op korte als op langere termijn, neemt het aantal personen met een hartziekte (de prevalentie) toe (zie ook: Interne link naar documentNeemt het het aantal mensen met een coronaire hartziekten toe of af?).

Tabel 1: Overzicht van belangrijke vormen van behandeling.

Behandeling

(Beoogd) effect

PCI in acute fase

oplossen van stolsel en opheffen van vernauwing in coronairarterie in acute fase van hartinfarct

Plaatjesremmers en anticoagulantia

preventie van stolselvorming

β-blokkers

verlagen zuurstofbehoefte hart, verminderen belasting van hartspier

ACE-remmers

vaatverwijding, preventie en behandeling van hartfalen

PCI of bypass operatie (CABG)

indien doorbloeding van de hartspier onvoldoende blijft

Verbetering risicoprofiel (bijvoorbeeld cholesterol- of bloeddrukverlagende medicatie)

stabiliseren van atherosclerotisch proces

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Boersma E, Manini M, Wood DA, Bassand J-P, Simoons ML.Cardiovascular diseases in Europe. Euro Heart Survey and National Registries of Cardiovascular Diseases and Patient Management. Sophia Antipolis: European Society of Cardiology, 2002.
  • Deckers JW, Veerhoek RJ, Smits PC, Jansen CG.Trends in prevalentie en behandeling van risicofactoren van coronaire hartziekte: het Euroaspire-project. Ned Tijdschr Geneeskd, 2010; 154: A1229.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ACE
Angiotensine converting enzyme
CABG
Coronary artery bypass grafting
Bypass operatie.
ECG
Elektrocardiogram
PCI
Percutane coronaire interventie
Ook wel dotteren of ballondilatatie genoemd. Techniek waarbij een opblaasbare ballon op (bijna) dichtgeslibde plaatsen in de hartslagaders (kransslagaders) het bloedvat wat kan oprekken. Het doel van deze techniek is de doorbloeding van de hartspier weer beter op gang te brengen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.