Behandeling coronaire hartziekte afhankelijk van uitingsvorm
De behandeling van een hartinfarct of angina pectoris is afhankelijk van de uitingsvorm: hartinfarct met ST-elevatie (STEMI), hartinfarct zonder ST-elevatie (non-STEMI), instabiele angina pectoris of stabiele angina pectoris. De meest gebruikte behandelingsmethoden en beoogde effecten staan weergegeven in tabel 1.
Reperfusietherapie aanbevolen bij hartinfarct met ST-elevatie
Bij een hartinfarct met ST-segment-elevatie (hartinfarct waarbij een coronairvat volledig is afgesloten) is de aanbevolen behandeling reperfusietherapie. Deze bestaat in Nederland nog uitsluitend uit Percutane Coronaire Interventie (PCI): techniek waarbij een opblaasbare ballon het bloedvat oprekt op (bijna) dichtgeslibde plaatsen in de hartslagaders (kransslagaders). De katheter wordt in de kransslagader geschoven tot het ballonnetje bij de vernauwing zit. Het ballonnetje wordt opgeblazen en de plaque die de vernauwing veroorzaakt, wordt platgedrukt zodat het bloed weer normaal kan stromen. Vervolgens wordt dan meestal een veertje (stent) geplaatst ter plaatse van de oorspronkelijke vernauwing om het verwijde bloedvat open te houden. Het doel van deze techniek is de doorbloeding van de hartspier te normaliseren.
Daarnaast krijgt de patiënt medicijnen, zoals plaatjesremmers, om de bloedstolling te verminderen, ß-blokkers, -remmers en cholesterolverlagende medicatie (vooral statines).
Risicostratificatie van belang bij hartinfarct zonder ST-elevatie of instabiele angina pectoris
Het hartinfarct zonder ST-elevatie en instabiele angina pectoris vormen een erg heterogene groep, waarvoor risicostratificatie erg belangrijk is voor het vaststellen van de behandeling. Er kan gekozen worden voor OMT (Optimal Medical Therapy: optimale behandeling met medicatie), of chirurgie: bypass- of omleidingsoperatie (coronary artery bypass grafting, CABG of coronairchirurgie): hierbij wordt een bloedvat van elders uit het lichaam gebruikt om het bloed voorbij de vernauwing te leiden, de vernauwing zelf wordt dus ongemoeid gelaten.
Stabiele angina pectoris behandeling afhankelijk van plaats en grootte van vernauwingen
De behandeling van stabiele angina pectoris is afhankelijk van de resultaten van onderzoek, plaats en grootte van de vernauwingen en bestaan uit ofwel alleen OMT (medicatie) ofwel OMT in combinatie met dotteren () of chirurgie ().
Binnen 6 uur medicijnen toedienen voor minder groot hartinfarct
Als een bloedvat afgesloten raakt, kan schade aan het hart worden beperkt door binnen zes uur een behandeling in te stellen. Medicijnen kunnen soms al thuis of in de ambulance worden toegediend. Vroege diagnostiek met behulp van een is hiervoor nodig. Als het stolsel is opgelost, kan het zuurstofrijke bloed de hartspier weer bereiken en zal het infarct minder groot zijn. Tijdens het verblijf in het ziekenhuis past men de geneesmiddelen van dag tot dag aan.
Bijna 80% van patiënten met hartinfarct krijgt invasieve ingreep
Naar schatting krijgt bijna 80% van de patiënten met een acuut hartinfarct een invasieve ingreep. Percutane coronaire interventies () en coronaire bypassoperatie () zijn de meest gebruikte invasieve ingrepen (). Van de patiënten met een acuut hartinfarct krijgt (cijfers voor West-Europa in 2002):
- 57% een dotterbehandeling (PCI)
- 21% een bypassoperatie (CABG)
- 21% alleen een medicamenteuze behandeling
Bij 54% van de patiënten met een acuut hartinfarct vindt, volgens recente Europese cijfers, een percutane coronaire interventie plaats, meteen bij opname of kort daarna (eerste week van opname) (European Society of Cardiology).
Veelgebruikte medicijnen voor herstel zijn β-blokkers, ACE-remmers, aspirine en statines
Om nieuwe infarcten te voorkomen, ontvangen vrijwel alle in het ziekenhuis opgenomen patiënten tijdens hun opname en bij ontslag uit het ziekenhuis bloedplaatjesremmers (waaronder aspirine) of andere bloedverdunners. Ook zijn cholesterolverlagers vrijwel altijd geïndiceerd. Daarnaast schrijft de arts vaak β-blokkers en -remmers voor. Vergeleken met tien jaar geleden is het gebruik van medicatie sterk toegenomen. In 2006/2007 gebruikte 96% van de patiënten met een coronaire hartziekte plaatjesremmers, kreeg 94% bloeddrukverlagende medicatie en 92% cholesterolverlagende medicatie, vooral statines. In 1995/1996 waren deze percentages respectievelijk 78%, 71% en 36% ().
Coronaire hartziekte vraagt vaak langdurige aandacht
Een coronaire hartziekte is een ziekte die over het algemeen langdurige aandacht vraagt. Soms kunnen de klachten of de medische zorg echter van beperkte duur zijn. Enige tijd na een hartinfarct of na een dotterprocedure of bypassoperatie kunnen klachten sterk verminderen of zelfs verdwijnen. Bij chronisch coronairlijden (angina pectoris of beperkingen na een hartinfarct) is de patiënt wel vaak onder behandeling van de cardioloog (bijvoorbeeld voor een jaarlijkse controle). De specialist brengt vervolgens de huisarts op de hoogte van de diagnose bij een patiënt die een acuut hartinfarct heeft doorgemaakt.
Daling in sterfte aan coronaire hartziekten door verbeterde behandeling
De toegenomen mogelijkheden in medische behandeling en de verbeterde toepassing van de beschikbare behandelingsmethoden hebben bijgedragen aan een daling in de sterfte aan coronaire hartziekten. Door deze verbeterde overleving, zowel op korte als op langere termijn, neemt het aantal personen met een hartziekte (de prevalentie) toe (zie ook:
Neemt het het aantal mensen met een coronaire hartziekten toe of af?).
Tabel 1: Overzicht van belangrijke vormen van behandeling.
|
in acute fase
|
oplossen van stolsel en opheffen van vernauwing in coronairarterie in acute fase van hartinfarct
|
|
Plaatjesremmers en anticoagulantia
|
preventie van stolselvorming
|
|
β-blokkers
|
verlagen zuurstofbehoefte hart, verminderen belasting van hartspier
|
|
-remmers
|
vaatverwijding, preventie en behandeling van hartfalen
|
|
of bypass operatie ()
|
indien doorbloeding van de hartspier onvoldoende blijft
|
|
Verbetering risicoprofiel (bijvoorbeeld cholesterol- of bloeddrukverlagende medicatie)
|
stabiliseren van atherosclerotisch proces
|