U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Hartvaatstelsel›Coronaire hartziekten›Coronaire hartziekten samengevat
Coronaire hartziekten zijn aandoeningen die worden veroorzaakt door vernauwingen in de kransslagaders, die zijn veroorzaakt door aderverkalking (atherosclerose). Deze kunnen aanleiding zijn tot verschillende klachten, waaronder pijn op de borst. Belangrijke ziektebeelden zijn het acute hartinfarct en angina pectoris.
Coronaire hartziekten zijn de meest voorkomende hart- en vaatziekten in Nederland. Op 1 januari 2007 hadden 648.300 mensen een coronaire hartziekte: 405.200 mannen en 243.200 vrouwen (schattingen op basis van vijf huisartsenregistraties). In 2007 kwamen er ongeveer 82.100 patiënten met een coronaire hartziekte bij. Het aantal mensen met een coronaire hartziekte stijgt met de leeftijd.
Van de mensen met een coronaire hartziekte hadden er 298.100 angina pectoris. In 2007 kwamen er 36.900 mensen met angina pectoris bij. Het aantal acute hartinfarcten in 2007 werd geschat op 26.500: 15.700 bij mannen en 10.800 bij vrouwen.
In 2010 overleden 3.840 mannen en 2.983 vrouwen door een acuut hartinfarct. De sterfte aan overige coronaire hartziekten was lager: 2.164 mannen en 1.395 vrouwen. Coronaire hartziekten zijn daarmee voor mannen sinds 2009 de tweede doodsoorzaak (na longkanker), voor vrouwen komen ze sinds 2007 op de derde plaats. De sterfte aan coronaire hartziekten is in Nederland relatief laag vergeleken met andere West-Europese landen.
In 2007 waren er 86.815 ziekenhuisopnamen met coronaire hartziekte als hoofdontslagdiagnose. Van de mannen die met een acuut hartinfarct waren opgenomen, overleed 6,3% tijdens de opname, van de vrouwen 10,7%. Na correctie voor verschillen in leeftijd, hebben vrouwen nog steeds een hogere kans om in het ziekenhuis te overlijden na een acuut hartinfarct dan mannen. Als mogelijke verklaringen hiervoor worden genoemd: onderbehandeling en onderdiagnostiek bij vrouwen en het vaker vóórkomen van bijkomende ziekten (comorbiditeit), omdat vrouwen vaak op hogere leeftijd een hartinfarct krijgen.
De sterfte coronaire hartziekten is in de periode 1980-2009 sterk gedaald. Dit geldt zowel voor sterfte aan het acute hartinfarct als aan overige coronaire hartziekten. Doordat de sterfte is gedaald, is het aantal mensen dat ooit een hartinfarct heeft gehad (prevalentie) gestegen. Bij vrouwen trad de stijging vooral op in de periodes 1972-1977 en 1996-1998, bij mannen vond de stijging vooral in de jaren zeventig en tachtig plaats.
Het is onzeker in welke mate verbetering in risicofactoren (minder rokers, gezondere voeding), verbetering van de behandeling (zowel betere preventieve behandeling als intensievere behandeling van het acute hartinfarct, onder andere door dotteren) of toegenomen gebruik van medicatie (ß-blokkers, aspirine, ACE-remmers, statines) hebben bijgedragen aan de daling in de sterfte aan coronaire hartziekten. Vermoedelijk hebben al deze factoren in min of meer gelijke mate hieraan een bijdrage geleverd.
Leefstijlfactoren spelen een belangrijke rol bij het optreden van coronaire hartziekten, met name voeding (te weinig groente en fruit, te veel verzadigd vet), roken en te weinig bewegen. Onder andere via interactie met genetische factoren beïnvloeden deze factoren belangrijke biologische risicofactoren voor coronaire hartziekten, zoals een verhoogd serum cholesterolgehalte, verhoogde bloeddruk en overgewicht.
Uitgaande van alleen demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal personen met een coronaire hartziekte tussen 2007 en 2025 met 45% stijgen. Als de trends uit het verleden zich doorzetten, zal de toename vermoedelijk minder zijn. De uiteindelijke uitkomst hangt af van ontwikkelingen in de risicofactoren in de bevolking, de diagnostiek en de behandeling van patiënten.