U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Hartvaatstelsel›Coronaire hartziekten›
De schattingen van de incidentie en prevalentie zijn gebaseerd op de analyse van vijf huisartsenregistraties. In onderstaande tabellen worden ook betrouwbaarheidsintervallen gepresenteerd.
Voor meer informatie over de verschillende huisartsenregistraties, zie: Achtergrond bij keuze van huisartsenregistraties voor incidentie- en prevalentieschatting.
Voor meer informatie over de schattingen en de betrouwbaarheidsintervallen, zie: Schattingsmethode incidentie en prevalentie 2007.
Tabel 1: Incidentie van coronaire hartziekten (absoluut en per 1.000) naar leeftijd en geslacht in 2007.
Incidentie per 1.000
Incidentie absoluut
Leeftijdsklasse
mannen
vrouwen
0-4
0,00
0,05
1
24
5-9
0,06
2
28
10-14
0,01
0,07
7
33
15-19
0,04
0,09
21
45
20-24
0,11
0,13
53
64
25-29
0,27
0,21
131
102
30-34
0,61
0,34
319
178
35-39
1,27
0,57
822
366
40-44
2,46
0,99
1.627
637
45-49
4,39
1,70
2.751
1.049
50-54
7,30
2,89
4.174
1.633
55-59
11,27
4,79
6.254
2.611
60-64
15,77
7,38
7.599
3.527
65-69
20,90
11,00
7.335
4.019
70-74
25,42
14,95
6.931
4.700
75-79
28,58
18,44
5.818
5.096
80-84
29,79
20,35
3.705
4.400
85+
28,97
20,01
2.142
3.875
Totaal alle leeftijden
6,13
3,91
49.691
32.386
Ondergrens 95%-betrouwbaarheid
4,83
3,02
39.139
25.027
Bovengrens 95%-betrouwbaarheid
7,80
5,09
63.153
42.182
Totaal 0-14
10
85
Totaal 15-64
4,27
1,86
23.750
10.212
Totaal 65+
25,29
16,17
25.932
22.089
De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.
Tabel 3: Sterfte aan coronaire hartziekten (absoluut en per 100.000) naar leeftijd en geslacht in 2010 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).
Sterfte per 100.000
Sterfte absoluut
0
1-4
0,79
0,20
4
2,39
1,20
12
6
5,90
1,04
34
11,61
2,34
76
15
17,01
6,71
111
43
35,23
13,03
210
77
56,08
16,45
306
89
98,87
27,88
539
151
145,00
54,24
561
215
235,53
104,89
700
347
466,66
188,02
1.014
527
791,66
405,65
1.080
891
1.562,24
935,58
1.357
2.010
73,01
52,17
6.004
4.378
23,03
7,02
1.292
388
418,97
276,71
4.712
3.990
Tabel 2: Puntprevalentie van coronaire hartziekten (absoluut en per 1.000) naar leeftijd en geslacht op 1 januari 2007.
Puntprevalentie per 1.000
Puntprevalentie absoluut
3
0,02
8
22
0,15
75
0,50
0,35
249
171
1,52
0,85
813
455
4,04
1,91
2.645
1.225
9,92
4,11
6.582
2.657
21,91
8,28
13.635
5.080
44,01
15,81
25.081
8.890
79,80
28,52
44.739
15.697
125,91
46,71
58.456
21.497
184,46
74,19
63.795
26.832
242,64
108,99
65.714
34.239
292,01
149,22
58.558
40.963
326,77
192,19
40.205
41.535
342,74
230,72
24.610
43.811
50,09
29,40
405.186
243.151
42,13
24,31
340.779
201.042
59,21
35,41
478.930
292.811
27,38
10,20
152.297
55.760
249,87
138,16
252.883
187.379