Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Beroerte
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op een beroerte?

Leeftijd belangrijkste risicofactor

Veruit de belangrijkste risicofactor voor het optreden van een beroerte is leeftijd: hoe ouder des te hoger de kans op een beroerte. Andere belangrijke risicofactoren zijn: een verhoogde bloeddruk, een gestoorde glucosetolerantie, roken en overmatig alcoholgebruik. Ook het eerder hebben doorgemaakt van een TIA, een beroerte, coronaire hartziekte en het hebben van een vernauwing in de halsslagader zijn belangrijke risicofactoren voor een (nieuwe) beroerte (zie tabel 1).

Genetische factoren spelen ook een rol

Daarnaast spelen ook genetische factoren een rol. Genetische factoren als enige oorzaak voor een beroerte komen echter niet veel voor. Het zijn vaak meerdere genetische factoren in combinatie met roken, overgewicht en dergelijke die het risico op een beroerte bepalen.

Geen beroertespecifieke risicofactoren aan te wijzen

Gegevens over risicofactoren voor beroerte komen vooral uit bevolkingsonderzoek. Het is in deze onderzoeken niet altijd goed mogelijk is om onderscheid te maken tussen hersenbloeding en herseninfarct. Beroertespecifieke risicofactoren kunnen dus niet goed gegeven worden (Jager-Geurts & Bots, 2006).

Een derde van sterfte aan beroerte toe te schrijven aan verhoogde bloeddruk

Van de totale sterfte aan beroerte is ongeveer een derde toe te schrijven aan een verhoogde bloeddruk en ongeveer 15% aan roken. Bij mannen van 60 jaar en ouder is een derde van de sterfte aan beroerte te wijten aan overmatig alcoholgebruik (ERGO, 1993-1995).

Tabel 1: De belangrijkste tot nu toe bekende onafhankelijke risicofactoren die de kans op een beroerte vergroten.

Risicofactoren

Herseninfarct

Hersenbloeding

Subarachnoïdale bloeding

hogere leeftijd

+

+

+

mannelijk geslacht

+

+

nb

beroerte in de familie

+ / =

+ / =

+

Persoonsgebonden en pathofysiologische factoren

verhoogde systolische bloeddruk

+

+

+

verhoogde diastolische bloeddruk

+

+

+

verhoogd totaal cholesterol

+ / =

=

=

verlaagd totaal cholesterol

- / =

+

=

gestoorde glucosetolerantie

+

+

nb

overgewicht (zie lichaamsgewicht)

=

nb

-

verhoogd fibrinogeen

+ a

nb

nb

verlaagde APC-gevoeligheid

+ a

nb

nb

verlaagde fibrinolyse

+ a

nb

nb

verhoogde homocysteïne

+ a

nb

nb

verhoogd CRP

+

nb

nb

Leefstijlfactoren

roken

+

+

+

overmatig alcoholgebruik

J-vormig b

+

+

lichamelijke inactiviteit

+

+

+

verhoogde natriuminname

+ a

nb

nb

verlaagde kaliuminname

+ a

nb

nb

Uitingen van al aanwezige schade aan hart en vaten

doorgemaakte beroerte

+ a

nb

nb

doorgemaakte TIA

+

=

nb

doorgemaakt hartinfarct

+ a

nb

nb

artriumfibrilleren

+

=

nb

ernstige vernauwing arteria carotis interna

+

nb

nb

+ verhoogt de kans op ziekte

- verlaagt de kans op ziekte

= geen verband met de ziekte

nb= niet bekend

a geen onderscheid tussen herseninfarct, hersenbloeding of subarachnoïdale bloeding, maar gezien de proportionele verdeling in de groep van beroerte wel waarschijnlijk.

b matig alcoholgebruik geeft een lager risico op beroerte dan geheelonthouding of hoog alcoholgebruik.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Jager-Geurts MH, Bots ML.Epidemiologie van beroerte. In: Franke CL, Limburg M (eds.). Handboek Cerebrovasculaire aandoeningen. Utrecht: De Tijdstroom, 2006: 13-22.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.