Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Beroerte
Omvang van het probleem

Hoe vaak komt een beroerte voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Prevalentie en incidentie Ziekenhuisopnamen en sterfte

Prevalentie en incidentie

Naar schatting 191.000 mensen met een beroerte op 1 januari 2007

Op 1 januari 2007 waren er naar schatting 191.000 mensen met een beroerte (exclusief TIA): 96.100 mannen en 94.900 vrouwen (puntprevalentie). Dat is 11,9 per 1.000 mannen en 11,5 per 1.000 vrouwen. In 2007 kwamen er ongeveer 35.600 nieuwe patiënten met een beroerte bij (incidentie). Dit brengt het totaal aantal mensen met een gediagnosticeerde beroerte in 2007 op 226.600 (jaarprevalentie). De schattingen van de prevalentie en incidentie zijn gebaseerd op vijf huisartsenregistraties. De huisarts herkent een beroerte over het algemeen goed (zie: Preventie, diagnostiek, behandeling en zorg).

Per jaar krijgen ruim 29.000 mensen een TIA

In 2007 werden 29.100 gevallen van TIA gediagnosticeerd: 13.200 mannen en 15.900 vrouwen (1,6 per 1.000 mannen en 1,9 per 1.000 vrouwen). Dit kunnen meerdere TIA’s per persoon zijn. De incidentie neemt bij zowel mannen als vrouwen toe met de leeftijd. Voor personen van 65-74 jaar bedraagt de incidentie 5,8 per 1.000 mannen en 5,2 per 1.000 vrouwen. Voor personen van 75 jaar en ouder is dat opgelopen tot 13,1 per 1.000 mannen en 12,5 per 1.000 vrouwen. Deze schattingen zijn gebaseerd op gegevens uit vijf huisartsenregistraties.

Beroerte vaker bij mannen en bij ouderen

Per leeftijdsklasse krijgen relatief meer mannen dan vrouwen een beroerte. De prevalentie en incidentie nemen sterk toe met de leeftijd (zie figuur 1 en 2). Bij personen jonger dan 60 jaar komen beroertes nauwelijks voor. Voor mannen en voor vrouwen van 65 jaar en ouder bedroeg de prevalentie in 2007 respectievelijk 62 en 52 per 1.000.

Mensen in een verpleeghuis zijn niet in deze schattingen meegenomen.

In verpleeghuis ruim 11.000 personen met een beroerte

Het aantal personen met een doorgemaakte beroerte in een verpleeghuis werd in 2007 geschat op 11.300 (4.200 mannen en 7.100 vrouwen). Patiënten met een beroerte die langdurig zijn opgenomen in een verpleeghuis, worden niet in de huisartsenregistraties meegeteld. Daarom is het aantal mensen met een beroerte in verpleeghuizen geschat op basis van gegevens uit de Landelijke Zorgregistratie Verpleeghuizen (LZV) en van het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten (CAK).

Beroerte veroorzaakt veel ziektelast

De totale ziektelast veroorzaakt door beroerte bedroeg 211.100 DALY’s in 2007. In de top tien van ziekten die de grootste ziektelast veroorzaken neemt beroerte hiermee de tweede plaats in. De DALY is een samengestelde maat voor gezondheidsverlies en is opgebouwd uit twee componenten: de jaren verloren door vroegtijdige sterfte en de jaren geleefd met de ziekte, rekening houdend met de ernst van de ziekte. Het grootste deel (58%) van de door beroerte veroorzaakte ziektelast wordt gevormd door de jaren geleefd met beroerte (ziektejaarequivalenten).

Zie ook:

kompasWelke ziekten veroorzaken de grootste ziektelast?

detailsPrevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

detailsBeschrijving van gebruikte gegevensbronnen

Gezondheidsenquête: iets hogere prevalentie van beroerte

In de POLS-enquête in 2009 zegt 2,0% van de mensen van 12 jaar en ouder in Nederland ooit een beroerte te hebben gehad. Vergeleken met de huisartsencijfers (voor de bevolking van 12 jaar en ouder is de prevalentie uit de huisartsenregistraties 16,0 per 1.000) liggen de cijfers uit de POLS iets hoger.

De informatie uit de POLS is via zelfrapportage verkregen; het gaat hier om het percentage mensen dat 'ja' heeft geantwoord op de vraag of iemand ooit een beroerte, herseninfarct of hersenbloeding heeft gehad. De (huis)arts heeft de diagnose dus niet per se geverifieerd. In huisartsenregistraties worden alleen beroertes meegeteld waarbij de patiënt wordt gezien door de huisarts of waarover de huisarts van de neuroloog een bericht heeft ontvangen.

Hartstichting: ruim 45.000 mensen met een eerste beroerte

De Nederlandse Hartstichting schat dat 45.000 - 46.000 mensen in Nederland in 2009 een eerste beroerte hebben gehad: ca. 23.500 mannen en 23.000 vrouwen (Vaartjes et al., 2010). Voor deze ruwe schatting is gebruik gemaakt van cijfers van verschillende registraties en onderzoeken uit verschillende periodes. Bij het doorrekenen naar het aantal nieuwe gevallen in 2009 is aangenomen dat de incidentie vanaf het moment van registratie tot 2009 gelijk is gebleven (alleen verandering van de bevolkingsaantallen). Het is echter zeer waarschijnlijk dat de incidentie over de tijd is veranderd (Vaartjes et al., 2010).

Figuur 1: Incidentie (per 1.000) van beroerte in 2007 naar leeftijd en geslacht (Bron: Huisartsenregistraties).

incidentie beroerte 2007 naar leeftijd en geslacht

Figuur 2: Puntprevalentie (per 1.000) van beroerte op 1 januari 2007 naar leeftijd en geslacht (Bron: Huisartsenregistraties).

Prevalentie beroerte 2007 naar leeftijd en geslacht

Naar boven


Ziekenhuisopnamen

Ruim 42.500 ziekenhuisopnamen in 2010 voor beroerte 

Naast cijfers uit huisartsenregistraties en bevolkingsonderzoek, geeft het aantal ziekenhuisopnamen inzicht in het voorkomen van beroerte. In 2010 hebben er in Nederland 42.628 ziekenhuisopnamen vanwege een beroerte plaatsgevonden (mannen: 21.831, vrouwen: 20.797) (Vaartjes et al., 2011). 

Daarnaast vonden 8.869 dagbehandelingen wegens beroerte plaats in 2010 (bron: LMR).

Ruim helft van patiënten met een beroerte opgenomen in ziekenhuis

Uit diverse onderzoeken blijkt dat 50-70% van alle patiënten die een beroerte krijgen hiervoor wordt opgenomen in het ziekenhuis (Van der Meer & Smith, 1990a; Schuling & Greidanus, 1992; Limburg et al., 1992; Bots et al., 1996a; Loor et al., 1999). Boven de 45 jaar is de kans om in een ziekenhuis opgenomen te worden hoger voor mannen dan voor vrouwen (Reitsma et al., 1998).

Sterfte

In 2010 overleden 8.913 personen aan een beroerte

In 2010 overleden 8.913 personen als gevolg van een beroerte (ICD-10 I60-I69, G45): 3.488 mannen en 5.425 vrouwen (42,4 per 100.000 mannen en 64,7 per 100.000 vrouwen) (zie tabel 1 ). Voor de meeste leeftijdscategorieën geldt dat er meer mannen dan vrouwen per 100.000 sterven. De totale sterfte voor vrouwen is echter groter dan voor mannen omdat de sterfte toeneemt met de leeftijd en er meer oude vrouwen dan oude mannen zijn. Beroerte is voor vrouwen de tweede doodsoorzaak, voor mannen komt het op de derde plaats van doodsoorzaken (zie: Sterfte naar doodsoorzaak en Wat zijn de belangrijkste doodsoorzaken). Bijna 46% van alle mensen die overlijden als gevolg van een beroerte, overlijdt in het ziekenhuis: in 2007 overleden 4.345 personen in het ziekenhuis tijdens een opname met beroerte als hoofdontslagdiagnose.

Moeilijk vast te stellen welk type beroerte tot sterfte heeft geleid

Van de patiënten die opgenomen worden in het ziekenhuis vanwege een beroerte, overleed 12% in het ziekenhuis in 2007. Van deze opgenomen patiënten overleden de meeste aan een hersenbloeding (41%), 33% overleed aan een herseninfarct en 17% overleed aan het type 'slecht omschreven'.

In 2010 was 58% van de beroertes die tot sterfte leidden van het type 'slecht omschreven' (zie tabel 1). Dit geldt vooral voor de sterfte die buiten het ziekenhuis plaatsvindt. Het is moeilijk om op basis van klinische symptomen een onderscheid te maken tussen een hersenbloeding en een herseninfarct. Voor alle typen beroerte was de gemiddelde leeftijd voor vrouwen hoger dan voor mannen.

Voor gegevens over sterftekansen bij mensen die een beroerte hebben gehad, zie Wat is een beroerte en wat is het beloop?

detailsPrevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

detailsBeschrijving van gebruikte gegevensbronnen

Naar boven

Tabel 1: Aantal overledenen (%) naar type beroerte en geslacht in Nederland in 2010 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Type beroerte

Mannen

Vrouwen

Subarachnoïdale bloeding

140 (4,0)

266 (4,0)

Hersenbloeding

901 (25,8)

968 (17,8)

Herseninfarct

615 (17,6)

813 (15,0)

Slecht omschreven beroerte

1.806 (51,8)

3.330 (61,4)

TIA

26 (0,7)

48 (0,9)

Totaal

3.488 (100)

5.425 (100)

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Bots ML, Looman SJ, Koudstaal PJ, Hofman A, Hoes AW, Grobbee DE.Prevalence of stroke in the general population. The Rotterdam Study. Stroke 1996a; 27: 1499-1501.
  • Limburg M, Meer K van der, Schadé E, Crevel H van.Moet een patiënt met een beroerte worden opgenomen? Ned Tijdschr Geneeskd 1992; 136: 415-420.
  • Loor HI, Groenier KH, Limburg M, Schuling J, Meyboom-de Jong B.Risks and causes of death in a community-based stroke population: 1 month and 3 years after stroke. Neuroepidemiology 1999; 18: 75-84.
  • Meer K van der, Smith RJA.CVA-patiënten in de huisartspraktijk. Een onderzoek onder 1 procent van de Nederlandse bevolking. Huisarts Wet 1990a; 33: 141-144.
  • Reitsma JB, Limburg M, Kleijnen J, Bonsel GJ, Tijssen JGP.Epidemiology of stroke in the Netherlands form 1972 to 1994: the end of the decline in stroke mortality. Neuroepidemiology 1998; 17: 121-131.
  • Schuling J, Greidanus J.De acute fase van het cerebrovasculaire accident; kenmerken en beleid. Ned Tijdschr Geneeskd 1992; 136: 420-425.
  • Vaartjes I, Dis I van, Visseren FLJ, Bots ML.Incidentie en prevalentie van hart- en vaatziekten in Nederland. In: Vaartjes I, van Dis I, Visseren FLJ, Bots ML. Hart- en vaatziekten in Nederland 2010, cijfers over leefstijl- en risicofactoren, ziekte en sterfte. Den Haag: Nederlandse Hartstichting, 2010;: 29-52.
  • Vaartjes I, Dis I van, Visseren FLJ, Bots ML.Hart- en vaatziekten in Nederland bij vrouwen en mannen. In: Vaartjes I, van Dis I, Visseren FLJ, Bots ML. Hart- en vaatziekten in Nederland 2011. Cijfers over leefstijl- en risicofactoren, ziekte en sterfte. Den Haag: Nederlandse Hartstichting, 2011;: 7-22.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
POLS
Permanent Onderzoek Leefsituatie (CBS)
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.