Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Beroerte
Omvang van het probleem

Beschrijving van gebruikte gegevensbronnen

Zorgregistraties

Huisartsenregistraties

Voor bepaling van de prevalentie en incidentie van beroerte (inclusief TIA) in de huisartspraktijk zijn de volgende vijf huisartsenregistraties gebruikt:

  • CMR-Nijmegen e.o.
  • LINH
  • RNH-Limburg
  • RNUH-LEO 
  • Transitieproject

De prevalentie- en incidentiecijfers op basis van verschillende huisartsenregistraties variëren vaak aanzienlijk. De oorzaak kan zijn dat het voorkomen van ziekten in de praktijkpopulaties verschilt, maar het kan ook het gevolg zijn van verschillen in de algemene werkwijze van de registraties en de wijze waarop prevalentie- en incidentiecijfers worden berekend. Bovendien kunnen registraties voor bepaalde ziekten specifieke (al dan niet vastgelegde) regels hanteren. Daarom is de betekenis van de cijfers uit de vijf registraties niet altijd gelijk en wordt een keuze gemaakt uit de registraties voor het schatten van incidentie en prevalentie. Zie hiervoor: Achtergrond bij keuze van huisartsenregistraties voor incidentie- en prevalentieschatting.

Trends in het vóórkomen van beroerte in de huisartsenpraktijk zijn afkomstig van de CMR-Nijmegen en RNH-Limburg.

Landelijke Medische Registratie (LMR)

Een deel van de personen die een beroerte krijgen en die niet in de acute fase overlijden, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Informatie over ziekenhuisontslagen uit de LMR kan dus gebruikt worden als indicatie van de incidentie van beroerte.

Sterftestatistiek

CBS Doodsoorzakenstatistiek

De sterfte aan beroerte en TIA is afkomstig uit de doodsoorzakenstatistiek van het CBS. Het betreft hier alleen sterftegevallen met beroerte en TIA als primaire doodsoorzaak.

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
TIA
Transient Ischemic Attack
Transiënte Ischemische Aanval. Een tijdelijke vermindering van de doorbloeding van een meestal klein gebied in de hersenen. De klinische verschijnselen zijn binnen 24 uur volledig verdwenen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.