Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Diabetes mellitus
Omvang van het probleem

Prevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

Toelichting bij de gepresenteerde cijfers

De schattingen van de incidentie en prevalentie zijn gebaseerd op de analyse van vijf huisartsenregistraties. In onderstaande tabellen worden ook betrouwbaarheidsintervallen gepresenteerd.

Voor meer informatie over de verschillende huisartsenregistraties, zie: detailsAchtergrond bij keuze van huisartsenregistraties voor incidentie- en prevalentieschatting.

Voor meer informatie over de schattingen en de betrouwbaarheidsintervallen, zie: detailsSchattingsmethode incidentie en prevalentie 2007.

Tabel 1: Puntprevalentie van diabetes mellitus (per 1.000 en absoluut) naar leeftijd en geslacht in 2007.

Puntprevalentie per 1.000

Puntprevalentie absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0-4

0,15

0,20

76

96

5-9

0,69

0,81

356

400

10-14

1,46

1,53

738

737

15-19

2,10

1,99

1.070

971

20-24

2,73

2,38

1.333

1.136

25-29

3,75

3,05

1.856

1.509

30-34

5,79

4,48

3.091

2.394

35-39

9,69

7,26

6.334

4.660

40-44

17,21

12,75

11.419

8.238

45-49

30,35

22,60

18.890

13.863

50-54

51,14

38,97

29.140

21.914

55-59

79,48

63,13

44.557

34.750

60-64

109,76

91,92

50.960

42.307

65-69

140,94

126,42

48.744

45.719

70-74

163,90

158,65

44.388

49.836

75-79

171,71

180,69

34.434

49.602

80-84

154,70

179,04

19.035

38.694

85+

111,24

143,44

7.987

27.236

Totaal alle leeftijden

40,11

41,61

324.407

344.064

Ondergrens 95%-betrouwbaarheid

35,34

36,71

285.884

303.572

Bovengrens 95%-betrouwbaarheid

45,45

47,08

367.598

389.351

Totaal 0-14

0,77

0,85

1.170

1.233

Totaal 15-64

30,32

24,09

168.649

131.744

Totaal 65+

152,75

155,64

154.589

211.087

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

Tabel 2: Incidentie van diabetes mellitus (per 1.000 en absoluut) naar leeftijd en geslacht in 2007.

Incidentie per 1.000

Incidentie absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0-4

0,43

0,35

208

161

5-9

0,26

0,21

134

104

10-14

0,23

0,18

114

88

15-19

0,26

0,21

131

102

20-24

0,35

0,29

174

138

25-29

0,56

0,45

275

223

30-34

0,94

0,77

494

401

35-39

1,62

1,31

1.048

837

40-44

2,74

2,23

1.815

1.435

45-49

4,43

3,60

2.774

2.221

50-54

6,71

5,45

3.837

3.080

55-59

9,40

7,63

5.216

4.162

60-64

11,88

9,66

5.726

4.616

65-69

14,01

11,38

4.916

4.161

70-74

15,22

12,36

4.149

3.886

75-79

15,59

12,66

3.174

3.500

80-84

15,47

12,56

1.924

2.715

85+

15,34

12,46

1.134

2.413

Totaal alle leeftijden

4,60

4,14

37.242

34.245

Ondergrens 95%-betrouwbaarheid

3,68

3,30

29.845

27.350

Bovengrens 95%-betrouwbaarheid

5,75

5,19

46.594

42.978

Totaal 0-14

0,30

0,25

456

353

Totaal 15-64

3,86

3,14

21.490

17.216

Totaal 65+

14,92

12,21

15.297

16.676

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

Tabel 3: Sterfte met diabetes mellitus als primaire doodsoorzaak (per 100.000 en absoluut) naar leeftijd en geslacht in 2010 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Sterfte per 100.000

Sterfte absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0

0,00

0,00

0

0

1-4

0,00

0,00

0

0

5-9

0,00

0,00

0

0

10-14

0,20

0,00

1

0

15-19

0,00

0,00

0

0

20-24

0,00

0,20

0

1

25-29

0,40

0,00

2

0

30-34

0,60

0,60

3

3

35-39

1,04

0,35

6

2

40-44

1,68

0,78

11

5

45-49

4,90

1,56

32

10

50-54

10,57

3,22

63

19

55-59

12,83

7,39

70

40

60-64

23,30

12,55

127

68

65-69

36,96

20,94

143

83

70-74

53,16

35,67

158

118

75-79

106,77

79,56

232

223

80-84

156,13

148,88

213

327

85+

369,55

335,60

321

721

Totaal alle leeftijden

16,81

19,30

1.382

1.620

Totaal 0-14

0,07

0,00

1

0

Totaal 15-64

5,60

2,68

314

148

Totaal 65+

94,87

102,08

1.067

1.472

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

Naar boven

.

Begrippen en afkortingen

Definities

Primaire doodsoorzaak
De ziekte of de gebeurtenis waarmee de aaneenschakeling van gebeurtenissen die tot de dood leidde, startte. Men spreekt hierbij wel van de onderliggende ziekte of het grondlijden (Bron: CBS).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.