Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Diabetes mellitus
Omvang van het probleem

Hoe vaak komt diabetes mellitus voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Prevalentie Incidentie Sterfte Etniciteit Sociaaleconomische status

Prevalentie

Huisartsenregistraties: 740.000 Nederlanders hebben diabetes mellitus

Op 1 januari 2007 waren er 668.000 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 589.000 - 757.000) mensen met diabetes (puntprevalentie). Dat was 40,1 per 1.000 mannen en 41,6 per 1.000 vrouwen. In 2007 kwamen er ongeveer 71.000 nieuwe patiënten met diabetes bij (incidentie). Dit brengt het totaal aantal mensen met gediagnosticeerde diabetes op 740.000 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 665.000 - 824.000) in 2007 (jaarprevalentie).

In de leeftijdsgroep 40 tot 70 jaar komt diabetes meer bij mannen voor dan bij vrouwen. In de groep 75 jaar en ouder komt diabetes meer bij vrouwen voor (zie figuur 1). De gemiddelde leeftijd van alle diabetespatiënten was in 2007 64 jaar voor mannen en 68 jaar voor vrouwen.

De schattingen van de prevalentie zijn gebaseerd op het aantal gediagnosticeerde patiënten door de huisarts in vijf huisartsenregistraties (zie: detailsBeschrijving van gebruikte bronnen).

Van alle bekende patiënten met diabetes heeft ongeveer 90% type 2

Eén van de huisartsenregistraties, namelijk de CMR-Nijmegen e.o. maakt onderscheid tussen de twee vormen van diabetes mellitus, type 1 en type 2. In de periode 2003-2007 had ongeveer 90% van de diabetespatiënten type 2 diabetes. Alle overige diabetespatiënten hadden type 1 diabetes. Op jonge leeftijd bestaat de prevalentie van diabetes bijna volledig uit type 1 diabetes. Hoewel ook de prevalentie van type 1 diabetes stijgt met de leeftijd, wordt het aandeel van type 1 diabetes steeds minder (zie tabel 1).

Bevolkingsonderzoeken: geen recente cijfers

In de jaren negentig is een aantal epidemiologische bevolkingsonderzoeken naar type 2 diabetes uitgevoerd (Hoorn Studie, Zutphen Ouderen Studie, ERGO-onderzoek en MORGEN-project). De cijfers uit deze onderzoeken zijn relatief oud en door de trends in diabetes niet meer bruikbaar (zie ook: Interne link naar documentTrends in vóórkomen van diabetes mellitus en gerelateerde sterfte).

Deel mensen met diabetes niet bij huisarts bekend

De schattingen hierboven zijn gebaseerd op het aantal mensen dat met diabetes bij de huisarts bekend is. Het totale aantal mensen met diabetes ligt hoger. In de jaren negentig bleek namelijk dat ongeveer 50% van de mensen met diabetes niet gediagnosticeerd was. Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze situatie nu nog van toepassing is, gezien de inspanningen die zijn geleverd op het terrein van de vroegtijdige opsporing.

Daarnaast komen de meeste bewoners van verpleeghuizen niet in de huisartsenregistraties voor (Baan et al., 2009c). Doordat de prevalentie van diabetes in verpleeghuizen hoger is dan onder ouderen in de huisartspopulatie, wordt de prevalentie voor deze leeftijdsgroep enigszin onderschat. Omdat het aantal mensen in verpleeghuizen niet heel groot is, blijft het effect op de schattingen beperkt.

Huisarts diagnosticeert meer 'onbekende' diabetespatiënten

Sinds de jaren negentig is de huisarts alerter geworden op ongediagnosticeerde dabetespatiënten en heeft door middel van case-finding een deel van deze onbekende patiënten opgespoord. Mede hierdoor is de prevalentie van gediagnosticeerde patiënten in de periode 1996-2004 sterk gestegen (zie: Interne link naar documentTrends in vóórkomen van diabetes mellitus en gerelateerde sterfte). Daardoor is ook het deel van de diabetespatiënten dat bekend is, groter geworden. Omdat er geen recent bevolkingsonderzoek heeft plaatsgevonden naar ongediagnosticeerde diabetes in Nederland, is onduidelijk welk deel van de mensen met diabetes tegenwoordig onbekend is (Poortvliet et al., 2007).

Zelfrapportage geeft hetzelfde beeld

Recentelijk heeft het CBS schattingen gepresenteerd van de puntprevalentie van diabetes in Nederland, op basis van zelfrapportage (POLS, gezondheid en welzijn; CBS, 2009a). Volgens het CBS waren er in 2007/2008 ongeveer 639.000 mensen met diabetes in Nederland, dat wil zeggen 3,9% van de bevolking. Dit is vergelijkbaar met de schatting van het aantal diabetespatiënten op 1 januari 2007 (670.000), in die zin dat het cijfer binnen het 95%-betrouwbaarheidsinterval van eerder genoemde schatting valt.

Figuur 1: Puntprevalentie (per 1.000) van diabetes in 2007, naar leeftijd en geslacht (Bron: detailsHuisartsenregistraties).

Puntprevalentie van diabetes naar leeftijd en geslacht in 2007

Tabel 1: Jaarprevalentie (per 1.000) van type 1 en type 2 diabetes mellitus ; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2007 (Bron: CMR-Nijmegen e.o., 2003-2007).

Type 1 diabetes mellitus

Type 2 diabetes mellitus

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0-14

0,6

1,6

0,0

0,3

15-24

2,0

4,5

0,7

0,0

25-44

2,6

4,4

6,4

6,0

45-64

8,2

4,8

68,0

47,6

65-74

11,9

8,8

171,4

140,4

75+

2,9

16,4

170,7

165,3

totaal

4,4

5,4

42,4

39,6

Bijna alle kinderen met diabetes hebben diabetes type 1

Het overgrote deel (ongeveer 98%) van de kinderen met diabetes lijdt aan diabetes mellitus type 1. Het is naast astma de meest voorkomende chronische ziekte bij kinderen. De prevalentie van diabetes bij kinderen van 0-14 jaar is volgens de huisartsenregistratie CMR-Nijmegen e.o. 0,6 per 1.000 jongens en 1,6 per 1.000 meisjes (zie tabel 1). Deze aantallen zijn afkomstig uit relatief kleine steekproeven bij kinderen. Landelijk incidentie-onderzoek (Van Wouwe et al., 2004) vertoont geen verschil in aantallen jongens en meisjes. Het verschil tussen jongens en meisjes dat we hier zien, berust waarschijnlijk op toeval vanwege deze kleine aantallen.

Toenemend aantal kinderen met diabetes type 2

Tot in de jaren negentig kwam type 2 diabetes vrijwel uitsluitend voor bij volwassenen, maar de laatste jaren wordt een toenemend aantal kinderen en adolescenten met type 2 gerapporteerd (Blokstra & Baan, 2008). Precieze aantallen zijn lastig vast te stellen.

Uit een landelijke enquête 'Inventarisatie type 2 diabetes bij kinderen' bleek dat in 2003/2004 bij Nederlandse kinderartsen ongeveer 60 kinderen en jongeren met type 2 diabetes bekend zijn. Bijna al deze 60 kinderen hebben (ernstig) overgewicht en het betreft voornamelijk meisjes. In een ander onderzoek (Rotteveel et al., 2007) bleek dat kinderartsen in twee jaar tijd (2003-2004) bij 1.062 adolescenten diabetes diagnosticeerden. Van hen hadden er 22 (2%) type 2 diabetes. Het is onbekend hoeveel jongeren ongediagnosticeerde diabetes hebben. De aantallen zijn volgens de recente literatuur in Europa en ook in Nederland nog niet zo hoog als in de VS (Blokstra & Baan, 2008).

Zie:

detailsPrevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

detailsBeschrijving van gebruikte bronnen

Naar boven


Incidentie

Huisartsenregistraties: 71.000 nieuwe patiënten in 2007

In 2007 werden 71.000 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 57.000 - 90.000) nieuwe patiënten met diabetes gediagnosticeerd. Het betreft 37.000 mannen en 34.000 vrouwen (4,6 per 1.000 mannen en 4,1 per 1.000 vrouwen). De incidentie nam toe met de leeftijd en is voor mannen groter dan voor vrouwen (zie figuur 2).

De schattingen van de incidentie zijn gebaseerd op het aantal nieuw gediagnosticeerde patiënten door de huisarts in vijf huisartsenregistraties (Baan et al., 2009c).

Zie voor meer informatie:

detailsPrevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

detailsBeschrijving van gebruikte bronnen

Figuur 2: Incidentie (per 1.000) van diabetes in 2007, naar leeftijd en geslacht (Bron: detailsHuisartsenregistraties).

Incidentie van diabetes naar leeftijd en geslacht in 2007

Naar boven


Sterfte

Sterftecijfers diabetes mellitus onvolledig

Veel sterfgevallen zijn het gevolg van complicaties van diabetes, waarbij diabetes in het verleden vaak niet als doodsoorzaak werd geregistreerd (Mackenbach et al., 1991). De laatste jaren dringt het besef door dat diabetes een belangrijke rol speelt bij andere ziekten (zoals hart- en vaatziekten) en de sterfte als gevolg van deze ziekten. Hierdoor is de kwaliteit van de statistiek verbeterd (Van der Meulen, 2005b). Toch zal er waarschijnlijk altijd sprake blijven van onderrapportage, omdat de arts die de overlijdensverklaring invult niet altijd weet dat de overledene diabetes had (Van der Meulen, 2005b). In 2010 bedroeg het aantal sterfgevallen waarvoor diabetes als primaire doodsoorzaak werd geregistreerd 3.002 (1.382 mannen en 1.620 vrouwen) (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Zie voor meer informatie over sterftekansen bij personen met diabetes: Interne link naar documentZiektebeeld en beloop van diabetes mellitus

Zie voor meer informatie:

detailsPrevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

detailsBeschrijving van gebruikte bronnen

Naar boven


Etniciteit

Diabetes mellitus komt bij allochtonen vaker voor

Uit diverse Nederlandse studies blijkt dat de prevalentie van diabetes mellitus hoger is bij allochtonen dan bij autochtonen (Weijers et al., 1998; Dijkshoorn et al., 2003; Kriegsman et al., 2003; Middelkoop et al., 1999). Hoewel de onderzoeksmethoden verschillen tussen de studies (rapportage van de huisartsen, dossieronderzoek of zelfrapportage) zijn de resultaten redelijk consistent. De prevalentie is het hoogst onder personen van Hindoestaans-Surinaamse afkomst, met name in de hogere leeftijdsgroep (37% bij personen ouder dan 60 jaar). De prevalentie van diabetes mellitus bij personen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst is ongeveer gelijk en ligt rond de drie tot zes keer hoger dan onder de autochtone bevolking. De prevalentie is hoger onder allochtone vrouwen dan onder allochtone mannen. In deze studies is geen onderscheid gemaakt in type 1 diabetes mellitus en type 2 diabetes mellitus.

Marokkaanse kinderen hebben hoger risico op type 1 diabetes mellitus

Een studie naar de incidentie van type 1 diabetes mellitus onder allochtonen (Van Wouwe et al., 2002) laat zien dat vergeleken met Nederlandse kinderen het risico op het krijgen van type 1 diabetes hoger is bij kinderen van Marokkaanse afkomst en lager bij kinderen van Surinaamse en Turkse afkomst.

Verklaringen worden gezocht in emigratie en leefstijl

De verklaring voor de verhoogde prevalentie van diabetes mellitus onder de allochtonen is niet eenvoudig te geven. De plotselinge overgang van een niet-geïndustrialiseerde samenleving in het land van herkomst naar een westers, geïndustrialiseerd land is een mogelijke oorzaak. Ook is de leefstijl van allochtone groepen op sommige punten ongezonder (bewegen, overgewicht), maar op andere juist gezonder (voeding). Daarnaast komt onder allochtone jongeren vaker overgewicht en ernstig overgewicht voor dan onder de autochtone bevolking (Brussaard et al., 2001). Zie verder onder Icoon interne verwijzing naar onderwerpLeefstijl.

Naar boven


Sociaaleconomische status

Vaker diabetes bij laagopgeleiden

Het percentage mensen dat zelf aangeeft diabetes te hebben is duidelijk hoger bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden (zie figuur 3). Bij mensen in de laagste opleidingscategorie heeft 11,4% van de mensen boven de 25 jaar diabetes. In de hoogste opleidingscategorie is dat 3,1%. Vanwege het gebruik van verschillende bronnen kunnen de prevalenties van diabetes in dit document van het Kompas afwijken van de prevalenties in andere documenten bij het onderwerp diabetes. Het opleidingsniveau is hier als indicator gebruikt voor de sociaaleconomische status van mensen (zie ook: Interne link naar documentWat is sociaaleconomische status? en Interne link naar documentBeschrijving opleidingscategorieën).

Opleidingsverschillen zowel bij mannen als vrouwen

De verschillen in het voorkomen van diabetes tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden zien we terug bij zowel mannen als vrouwen (zie: detailsSociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd). Ook komt diabetes boven de 50 jaar vaker voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden.

De verschillen in het voorkomen van diabetes tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden zijn tussen 1990 en 2007 niet veranderd (zie figuur 4 en: detailsAchtergrondgegevens bij trends in sociaaleconomische verschillen).

Figuur 3: Prevalentie van diabetes in de Nederlandse populatie van 25 jaar en ouder, naar hoogst voltooid opleidingsniveau; gestandaardiseerd naar de bevolking van 2007 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2007) a.

Prevalentie Diabetes naar opleidingsniveau

a Relative index of inequality (RII), gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht: 2,83 (95%-bi: 1,76-4,57). Betekenis RII > 1: laagopgeleiden meer diabetes dan hoogopgeleiden; RII < 1: hoogopgeleiden meer diabetes dan laagopgeleiden.

Figuur 4: Jaarprevalentie van diabetes in de periode 1990-2007, naar hoogst voltooid opleidingsniveau (3-jaar voortschrijdend gemiddelde)a; gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2007) b.

Trend diabetes naar opleidingsniveau, 1990-2007

a De prevalentiecijfers in figuur 4 zijn 3-jaar voortschrijdende gemiddelden. Het prevalentiecijfer van 2007 uit figuur 2 wijkt daardoor af van het prevalentiecijfer in figuur 3.

b Trend in RII (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht): 1,01 (95%-bi: 0,98-1,03). Betekenis: RII > 1: toename in opleidingsverschillen in de periode 1990-2007, RII < 1: afname in opleidingsverschillen.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Baan CA, van Baal PH, Jacobs-van der Bruggen MA, Verkley H, Poos MJ, Hoogenveen RT, Schoemaker CG. Diabetes mellitus in Nederland: schatting van de huidige ziektelast en prognose voor 2025. [Diabetes mellitus in the Netherlands: estimate of the current disease burden and prognosis for 2025]. Ned Tijdschr Geneeskd2009c; 153(22): 1052-8
  • Blokstra A, Baan CA.Type 2 diabetes mellitus bij Europese jongeren. RIVM-rapport nr. 260401005. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2008.
  • Brussaard JH, Erp-Baart MA van, Brants HA, Hulshof KF, Lowik MR.Nutrition and health among migrants in The Netherlands. Public Health Nutr, 2001; 4(2B): 659-64.
  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/gezondheid-welzijn/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-2718-wm.htm. 2009a.
  • Dijkshoorn H, Uitenbroek DG, Middelkoop BJC.Prevalentie van diabetes mellitus en hart- en vaatziekten onder Turkse, Marokkaanse en autochtone Nederlanders. Ned Tijdschr Geneeskd 2003; 147 (28): 1362-6.
  • Kriegsman D, van Langen J, Valk G, Stalman W, Boeke J.Hoge prevalentie van diabetes mellitus type 2 bij Turken en Marokkanen. Huisarts Wet 2003; 46: 363-368.
  • Mackenbach JP, Snels IAK, Friden-Kill LM.Diabetes mellitus als doodsoorzaak. Ned Tijdschr Geneeskd 1991; 135: 1492-1496.
  • Middelkoop BJC, Kesarlal-Sadhoeram SM, Ramsaransing GN, Struben HWA.Diabetes mellitus among South Asian inhabitants of The Hague: high prevalence and a age-specific socioeconomic gradient. Int J Epidemiol 1999; 28: 1119-1123.
  • Poortvliet MC, Schrijvers CTM, Baan CA. Diabetes in Nederland. Omvang, risicofactoren en gevolgen, nu en in de toekomst. Bilthoven: RIVM,2007.
  • Rotteveel J, Belksma EJ, Renders CM, Hirasing RA, Delemarre-Van de Waal HA.Type 2 diabetes in children in the Netherlands: the need for diagnostic protocols. Eur J Endocrinol, 2007; 157(2): 175-80.
  • Van der Meulen A.Sterfte aan diabetes. Bevolkingstrends, 2005b; 53(1): 64-68.
  • Weijers RN, Bekedam DJ, Oosting H.The prevalence of type 2 diabetes and gestational diabetes mellitus in an inner city multi-ethnic population. Eur J Epidemiol 1998; 14: 693-9.
  • Wouwe JP van, Mattiazzo GF, Mokadem N el, Reeser HM, Hirasing RA.De incidentie en de eerste symptomen van diabetes mellitus type 1 bij 0-14-jarigen in Nederland, 1996-1999. Ned Tijdschr Geneeskd, 2004; 148(37): 1824-9.
  • Wouwe JP van, Verkerk PH, Mattiazzo GF, Mokadem N el, HiraSing RA.Variation by ethnicity in incidence of diabetes type 1 and clinical condition at onset in the Netherlands. Eur J Pediatr 2002; 161: 559-560.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

bi
Betrouwbaarheidsinterval
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
RII
Relative index of inequality
De RII is een maat voor de relatie tussen sociaaleconomische positie en gezondheid en geeft de grootte van sociaaleconomische gezondheidsverschillen weer. De index geeft het verschil aan in niveau tussen de laagste en hoogste ses-klasse, waarbij rekening gehouden wordt met de tussenliggende klassen.

Definities

Case-finding
Opsporing van een ziekte bij een persoon met een verhoogd risico daarop, tijdens een contact in gezondheidszorg, waarbij de reden voor het contact a priori een andere is dan de op te sporen ziekte.
Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.
Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Primaire doodsoorzaak
De ziekte of de gebeurtenis waarmee de aaneenschakeling van gebeurtenissen die tot de dood leidde, startte. Men spreekt hierbij wel van de onderliggende ziekte of het grondlijden (Bron: CBS).
Standaardisatie
Het vergelijkbaar maken van cijfers (bijvoorbeeld sterftecijfers) die betrekking hebben op verschillende jaren of populaties, door rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld leeftijdsverdeling. Een veel gebruikte methode is zogenaamde 'directe standaardisatie', die de leeftijdsspecifieke cijfers van een populatie (de 'indexpopulatie') toepast op de leeftijdsverdeling van een gekozen 'standaardpopulatie'.
Type 1 diabetes mellitus
Diabetes mellitus als gevolg van de afbraak van insulineproducerende cellen (beta-cellen) van de alvleesklier (pancreas), waardoor een absoluut insulinetekort ontstaat. Zonder toediening van insuline treedt een levensbedreigende situatie op. Bij westerlingen is er meestal sprake van een autoimmuunproces.
Type 2 diabetes mellitus
Diabetes mellitus als gevolg van stoornissen in de insulinesecretie en/of het niet optimaal benutten van de aanwezige insuline door weefsels (insulineresistentie).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.