Op 27 november 2014 wordt de nieuwe site VolksgezondheidEnZorg.info gelanceerd. In deze site worden Nationaal Kompas Volksgezondheid, Nationale Atlas Volksgezondheid, Zorgbalans, Kosten van Ziekten en Zorggegevens geleidelijk samengebracht tot een compleet en overzichtelijk geheel. Op termijn zullen de oude sites verdwijnen.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Diabetes mellitus
Omvang van het probleem

Hoe vaak komt diabetes mellitus voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Prevalentie Incidentie Sterfte Etniciteit Sociaaleconomische status

Prevalentie

Huisartsenregistratie: ruim 830.000 Nederlanders met diabetes mellitus op 1 januari 2011

Op 1 januari 2011 waren er 834.100 mensen met diabetes gediagnosticeerd bij de huisarts (puntprevalentie). Dat waren 415.900 mannen en 418.200 vrouwen (50,5 per 1.000 mannen en 49,7 per 1.000 vrouwen). In de leeftijdsgroep 40 tot 75 jaar komt diabetes meer bij mannen voor dan bij vrouwen. In de groep 75 jaar en ouder komt diabetes meer bij vrouwen voor (zie figuur 1). De prevalentie is het hoogst bij mannen en vrouwen tussen de 75 en 85 jaar.

Deze schattingen zijn gebaseerd op het aantal gediagnosticeerde patiënten door de huisarts in één landelijk representatieve huisartsenregistratie (LINH).

Zie: Icoon: detaildocumentBeschrijving van gebruikte bronnen

Van alle bekende patiënten met diabetes heeft 90% type 2 diabetes

Op basis van een andere bron blijkt dat ongeveer 90% van de diabetespatiënten type 2 diabetes heeft (Icoon: urlCMR Nijmegen). Alle overige diabetespatiënten hebben type 1 diabetes. Op jonge leeftijd bestaat de prevalentie van diabetes bijna volledig uit type 1 diabetes. Hoewel ook de prevalentie van type 1 diabetes stijgt met de leeftijd, wordt het aandeel van type 1 diabetes steeds kleiner.

In bevolkingsonderzoek bijna 600.000 mensen van 30-70 jaar met diabetes

In het bevolkingsonderzoek 'Nederland de Maat genomen' (NL de Maat) hadden 582.600 mensen van 30-70 jaar diabetes (333.100 mannen en 249.500 vrouwen). Dat was 73,6 per 1000 mannen en 55,4 per 1000 vrouwen. In dit bevolkingsonderzoek zijn in 2009/2010 bij een steekproef van de bevolking bloedglucosewaarden bepaald en is gevraagd of mensen bekend waren met het hebben van diabetes. Een kwart van de mensen bij wie diabetes werd vastgesteld, wist nog niet dat ze dat hadden (zie tabel 1). Het vóórkomen van diabetes nam toe met de leeftijd, van de 60-70-jarigen had veertien procent van de mannen en elf procent van de vrouwen diabetes (Blokstra et al., 2011). Het aantal gediagnosticeerde (bekende) diabeten van 30-70 jaar op grond van de huisarstenregistratie komt redelijk overeen met het aantal personen met bekende diabetes uit het bevolkingsonderzoek (zie tabel 1).

Deel mensen met diabetes niet bij huisarts bekend

De schattingen uit de huisartsregistraties zijn gebaseerd op het aantal mensen dat met diabetes bij de huisarts bekend is. Een deel van de mensen met diabetes is echter niet bij de huisarts bekend. Het totale aantal mensen met diabetes ligt dus hoger. In de jaren negentig bleek dat ongeveer 50% van de mensen met diabetes niet gediagnosticeerd was. Uit het meest recente bevolkingsonderzoek NL de Maat (2009/2010) lijkt dit percentage nu op 25% te liggen (Blokstra et al., 2011).

Daarnaast komen de meeste bewoners van verpleeghuizen niet in de huisartsenregistraties voor (Baan et al., 2009a). Doordat de prevalentie van diabetes in verpleeghuizen hoger is dan onder ouderen in de huisartspopulatie, wordt de prevalentie voor deze leeftijdsgroep enigszins onderschat. Omdat het aantal mensen in verpleeghuizen niet heel groot is, blijft het effect op de schattingen beperkt.

Aantal diabetespatiënten op basis van zelfrapportage iets lager

Gemiddeld 4,3% (gemeten over de periode 2008-2011) van de bevolking in Nederland zegt diabetes te hebben, dat wil zeggen ongeveer 716.000 mensen. Dit blijkt uit schattingen van de puntprevalentie van diabetes in Nederland gepresenteerd door het CBS, op basis van zelfrapportage (Icoon: urlCBS Gezondheidsenquête; CBS StatLine). De schatting op basis van zelfrapportage van het CBS (716.000) is iets lager dan de schatting van het aantal diabetespatiënten op 1 januari 2011 (834.100) op basis van huisartsenregistratie.

Meer achtergrondcijfers en figuren

Diabetes mellitus: Incidentie, prevalentie en sterfte naar leeftijd en geslacht (Excel; 145 Kb)

Zie voor meer informatie:

 

Figuur 1: Puntprevalentie (per 1.000) van diabetes op 1 januari 2011, naar leeftijd en geslacht (Bron: LINH).

Prevalentie van diabetes in 2011 naar leeftijd en geslacht

Tabel 1: Aantal mannen en vrouwen van 30-70 jaar met (bekende) diabetes in bevolkingsonderzoek versus huisartsenregistratie (Bron: Nederland de Maat Genomen; LINH).

NL de Maat

LINH

Onbekende diabetes

Bekende diabetes

Totaal diabetes

Bekende diabetes

Mannen

86.000

247.100

333.100

275.000

Vrouwen

51.300

198.200

249.500

217.700

Totaal

137.300

445.200

582.600

492.700

Per 1.000 inwoners

Mannen

19

54,6

73,6

60,8

Vrouwen

11,4

44,0

55,4

48,3

Totaal

15,2

49,3

64,5

54,6

Gegevens over diabetes bij kinderen zijn schaars

Het overgrote deel (ongeveer 98%) van de kinderen met diabetes lijdt aan diabetes mellitus type 1. Het is naast astma de meest voorkomende chronische ziekte bij kinderen. Landelijk incidentie-onderzoek (Van Wouwe et al., 2004) vertoont geen verschil in aantallen jongens en meisjes.

Op dit moment wordt er door een werkgroep LWKD (Landelijke Werkgroep Kinder Diabetes) die valt onder de NVK (Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde) gewerkt aan een registratie voor kinderen met type 1. Tot die tijd zijn er geen goede recente gegevens over het aantal kinderen met type 1 of type 2 diabetes beschikbaar.

Aantal kinderen en adolescenten met type 2 diabetes neemt toe

Tot in de jaren negentig kwam type 2 diabetes vrijwel uitsluitend voor bij volwassenen, maar begin eenentwintigste eeuw werd een toenemend aantal kinderen en adolescenten met type 2 gerapporteerd (Blokstra & Baan, 2008). Precieze aantallen zijn lastig vast te stellen. Uit een landelijke enquête 'Inventarisatie type 2 diabetes bij kinderen' bleek dat in 2003/2004 bij Nederlandse kinderartsen ongeveer 60 kinderen en jongeren met type 2 diabetes bekend waren. Bijna al deze 60 kinderen hadden (ernstig) overgewicht en het betrof voornamelijk meisjes. In een ander onderzoek (Rotteveel et al., 2007) bleek dat kinderartsen in twee jaar tijd (2003-2004) bij 1.062 adolescenten diabetes diagnosticeerden. Van hen hadden er 22 (2%) type 2 diabetes. De aantallen zijn volgens de literatuur in Europa en ook in Nederland nog niet zo hoog als in de VS (Blokstra & Baan, 2008).

Naar boven


Incidentie

Huisartsenregistraties: 52.700 nieuwe patiënten in 2011

In 2011 werden 52.700 nieuwe patiënten met diabetes gediagnosticeerd. Het betrof 28.900 mannen en 23.800 vrouwen (3,5 per 1.000 mannen en 2,8 per 1.000 vrouwen). De incidentie nam zowel bij mannen als vrouwen toe met de leeftijd tot ongeveer 75 jaar en nam op hogere leeftijd weer iets af. Op alle leeftijden is de incidentie voor mannen hoger dan voor vrouwen (zie figuur 2).

De schattingen van de incidentie zijn gebaseerd op het aantal nieuw gediagnosticeerde patiënten door de huisarts in één landelijk representatieve huisartsenregistratie (LINH) waarin ruim 80 huisartspraktijken zijn geïncludeerd.

Meer achtergrondcijfers en figuren

Diabetes mellitus: Incidentie, prevalentie en sterfte naar leeftijd en geslacht (Excel; 145 Kb)

Zie voor meer informatie:

 

Figuur 2: Incidentie (per 1.000) van diabetes in 2011, naar leeftijd en geslacht (Bron: LINH).

Incidentie van diabetes in 2011 naar leeftijd en geslacht

Naar boven


Sterfte

Sterftecijfers diabetes mellitus onvolledig

Veel sterfgevallen zijn het gevolg van complicaties van diabetes, waarbij diabetes in het verleden vaak niet als doodsoorzaak werd geregistreerd (Mackenbach et al., 1991). De laatste jaren dringt het besef door dat diabetes een belangrijke rol speelt bij andere ziekten (zoals hart- en vaatziekten) en de sterfte als gevolg van deze ziekten. Hierdoor is de kwaliteit van de statistiek verbeterd (Van der Meulen, 2005b). Toch zal er waarschijnlijk altijd sprake blijven van onderrapportage, omdat de arts die de overlijdensverklaring invult niet altijd weet dat de overledene diabetes had (Van der Meulen, 2005b).

Zie voor meer informatie over sterftekansen bij personen met diabetes:

Icoon: Interne link naar documentZiektebeeld en beloop van diabetes mellitus

In 2011 bijna 2.800 mensen overleden met diabetes als primaire doodsoorzaak

In 2011 bedroeg het aantal sterfgevallen waarvoor diabetes als primaire doodsoorzaak werd geregistreerd 2.756 (1.216 mannen en 1.540 vrouwen) (Bron: Icoon: urlCBS Doodsoorzakenstatistiek).

Meer achtergrondcijfers en figuren

Diabetes mellitus: Incidentie, prevalentie en sterfte naar leeftijd en geslacht (Excel; 145 Kb)

Naar boven


Etniciteit

Diabetes mellitus komt bij allochtonen vaker voor

De prevalentie van diabetes mellitus is hoger bij allochtonen dan bij autochtonen (Weijers et al., 1998; Dijkshoorn et al., 2003; Kriegsman et al., 2003; Middelkoop et al., 1999; Ujcic-Voortman et al., 2009; Bindraban et al., 2008). Hoewel de onderzoeksmethoden verschillen tussen de studies (rapportage van de huisartsen, dossieronderzoek of zelfrapportage) zijn de resultaten redelijk consistent. De prevalentie is het hoogst onder personen van Hindoestaans-Surinaamse afkomst, met name in de hogere leeftijdsgroep (37% bij personen ouder dan 60 jaar). De prevalentie van diabetes mellitus bij personen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst is twee tot drie keer hoger dan onder de autochtone bevolking. De prevalentie is hoger onder allochtone vrouwen dan onder allochtone mannen en diabetes ontstaat bij de allochtone bevolking op jongere leeftijd dan bij de autochtone bevolking. In deze studies was geen onderscheid gemaakt in type 1 diabetes mellitus en type 2 diabetes mellitus.

Marokkaanse kinderen hebben hoger risico op type 1 diabetes mellitus

Een studie naar de incidentie van type 1 diabetes mellitus onder allochtonen (Van Wouwe et al., 2002) laat zien dat vergeleken met Nederlandse kinderen het risico op het krijgen van type 1 diabetes hoger is bij kinderen van Marokkaanse afkomst en lager bij kinderen van Surinaamse en Turkse afkomst.

Verklaringen gezocht in emigratie en leefstijl

Een verklaring voor de verhoogde prevalentie van diabetes mellitus onder allochtonen is niet eenvoudig te geven. Naast de mogelijkheid van een erfelijke aanleg is de overgang van een niet-geïndustrialiseerde samenleving in het land van herkomst naar een westers, geïndustrialiseerd land een mogelijke oorzaak. Ook is de leefstijl van allochtone groepen op sommige punten ongezonder (bewegen), maar op andere juist gezonder (voeding). Daarnaast komt onder allochtone jongeren vaker overgewicht en ernstig overgewicht voor dan onder de autochtone bevolking (Brussaard et al., 2001). Zie verder onder Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpLeefstijl.

Naar boven


Sociaaleconomische status

Vaker diabetes bij laagopgeleiden

Het percentage mensen dat zelf aangeeft diabetes te hebben is op basis van CBS gezondheidsenquêtegegevens duidelijk hoger bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden (zie figuur 3). Bij mensen in de laagste opleidingscategorie heeft 11,4% van de mensen boven de 25 jaar diabetes. In de hoogste opleidingscategorie is dat 3,1%. Vanwege het gebruik van verschillende bronnen kunnen de prevalenties van diabetes in dit document van het Kompas afwijken van de prevalenties in andere documenten bij het onderwerp diabetes. Het opleidingsniveau is hier als indicator gebruikt voor de sociaaleconomische status van mensen (zie ook: Icoon: Interne link naar documentWat is sociaaleconomische status? en Icoon: Interne link naar documentBeschrijving opleidingscategorieën).

Ook vaker ongediagnosticeerde diabetes bij laagopgeleiden

Ook op basis van het bevolkingsonderzoek Nederland de Maat Genomen (NL de Maat) blijkt dat diabetes vaker voorkomt bij de lager opgeleiden (zie tabel 2). Niet alleen het aantal diabeten dat gediagnosticeerd is met diabetes is hoger onder mensen met alleen een lagere schooldiploma, maar ook het aantal mensen dat ongediagnosticeerd (en dus niet weet dat hij/zij diabetes heeft) is, ligt hoger onder de lager opgeleiden (zie tabel 2).

Opleidingsverschillen zowel bij mannen als vrouwen

De verschillen in het voorkomen van diabetes tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden zien we terug bij zowel mannen als vrouwen (zie figuur 3 en 4). Ook komt diabetes boven de 50 jaar vaker voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden.

Geen verandering in verschil tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden

De verschillen in het voorkomen van diabetes tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden zijn tussen 1990 en 2007 niet veranderd (zie figuur 6 en: Icoon: detaildocumentAchtergrondgegevens bij trends in sociaaleconomische verschillen).

Tabel 2: Prevalentie van diabetes bij mannen en vrouwen van 30-70 jaar, naar hoogst voltooid opleidingsniveau (Bron: Nederland de Maat Genomen 2009/2010); voor leeftijd gestandaardiseerd naar de bevolking in Nederland in 2010.

Opleidingsniveau

Totaal diabetes (%)

Onbekende diabetes (%)

Bekende diabetes (%)

Lagere school

13,2

3,6

9,5

Mavo, lbo

5,6

1,4

4,3

Havo, vwo, mbo

5,1

1,2

3,9

Hbo, WO

4,5

1,1

3,4

Figuur 3: Prevalentie in 2012 van diabetes onder Nederlanders van 25 jaar en ouder, naar hoogst voltooid opleidingsniveau en gestandaardiseerd naar de bevolking van 2012 (Bron: Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM, 2012)a.

Prevalentie Diabetes naar opleidingsniveau

a RII = 6,99 (95% BI: 6,67 - 7,32). Na correctie voor factoren die het resultaat kunnen vertekenen, dat zijn hier leeftijd en geslacht, is de RII 3,29 (95% BI: 3,14 - 3,45). Een RII > 1 betekent dat van de laagstopgeleiden meer mensen diabetes hebben dan van de hoogstopgeleiden.

Figuur 4: Prevalentie in 2012 van diabetes onder Nederlandse mannen en vrouwen van 25 jaar en ouder, naar hoogst voltooid opleidingsniveau en gestandaardiseerd naar de bevolking van 2012 (Bron: Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM, 2012).a

Prevalentie Diabetes naar geslacht en opleidingsniveau

a RII= 4,57 (95% BI: 4,29 -4,87) voor mannen en 13,83 (95% BI: 12,89 - 14,85) voor vrouwen. Na correctie voor leeftijd is de RII 2,66 (95% BI: 2,50 - 2,84) voor mannen en 4,56 (95% BI: 4,22 - 4,92) voor vrouwen. Een RII > 1 betekent dat onder de laagstopgeleiden meer mensen diabetes hebben dan onder de hoogstopgeleiden.

Figuur 5: Prevalentie in 2012 van diabetes, per leeftijdscategorie naar hoogst voltooid opleidingsniveau en gestandaardiseerd naar de bevolking van 2012 (Bron: Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM, 2012).a

Prevalentie Diabetes naar leeftijd en opleidingsniveau

a RII voor 25-34 jarigen is 4,49 (95% BI: 2,74 - 7,36), voor 35-49 jarigen 7,27 (95% BI: 5,98 - 8,83), voor 50-64 jarigen 4,43 (95% BI: 3,99 - 4,90) en voor 65-plussers 2,63 (95% BI: 2,49 - 2,78). Na correctie voor geslacht is de RII voor 25-34 jarigen 4,55 (95% BI: 2,77 - 7,48), voor 35-49 jarigen 7,24 (95% BI: 5,96 - 8,79), voor 50-64 jarigen 4,76 (95% BI: 4,29 - 5,27) en voor 65-plussers 2,86 (95% BI: 2,71 - 3,03). Een RII > 1 betekent dat onder de laagstopgeleiden meer mensen diabetes hebben dan onder de hoogstopgeleiden.

Figuur 6: Jaarprevalentie van diabetes in de periode 1990-2007, naar hoogst voltooid opleidingsniveau (3-jaar voortschrijdend gemiddelde); gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2007).

Trend diabetes naar opleidingsniveau, 1990-2007

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • . Monitoringstudie naar de prevalentie van (abdominaal) overgewicht/obesitas, (onderdelen) van het metabool syndroom en ongediagnosticeerde diabetes in de algemene bevolking van 18-70 jaar. Uitgevoerd door het RIVM in 2009-2010. .
  • Baan CA, Schoemaker CG, Jacobs-van der Bruggen MAM, Hamberg-van Rheenen HH, Verkleij H, Heus S, et al. Diabetes tot 2025, preventie en zorg in samenhang. RIVM-rapport nr. 260322004. RIVM: Bilthoven,2009a.
  • Bindraban NR, van Valkengoed IG, Mairuhu G, Holleman F, Hoekstra JB, Michels BP, Koopmans RP, Stronks K.Prevalence of diabetes mellitus and the performance of a risk score among Hindustani Surinamese, African Surinamese and ethnic Dutch: a cross-sectional population-based study. BMC Public Health 2008; 8: 271
  • Blokstra A, Baan CA.Type 2 diabetes mellitus bij Europese jongeren. RIVM-rapport nr. 260401005. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2008.
  • Blokstra A, Vissink P, Venmans LMAJ, Holleman P, Schouw YT van der, Smit HA, et al.Nederland de Maat Genomen, 2009-2010. Monitoring van risicofactoren in de algemene bevolking. RIVM-rapport nr. 260152001/2011. Bilthoven, 2011.
  • Brussaard JH, Erp-Baart MA van, Brants HA, Hulshof KF, Lowik MR.Nutrition and health among migrants in The Netherlands. Public Health Nutr, 2001; 4(2B): 659-64.
  • Dijkshoorn H, Uitenbroek DG, Middelkoop BJC.Prevalentie van diabetes mellitus en hart- en vaatziekten onder Turkse, Marokkaanse en autochtone Nederlanders. Ned Tijdschr Geneeskd 2003; 147 (28): 1362-6.
  • Kriegsman D, van Langen J, Valk G, Stalman W, Boeke J.Hoge prevalentie van diabetes mellitus type 2 bij Turken en Marokkanen. Huisarts Wet 2003; 46: 363-368.
  • Mackenbach JP, Snels IAK, Friden-Kill LM.Diabetes mellitus als doodsoorzaak. Ned Tijdschr Geneeskd 1991; 135: 1492-1496.
  • Middelkoop BJC, Kesarlal-Sadhoeram SM, Ramsaransing GN, Struben HWA.Diabetes mellitus among South Asian inhabitants of The Hague: high prevalence and a age-specific socioeconomic gradient. Int J Epidemiol 1999; 28: 1119-1123.
  • Rotteveel J, Belksma EJ, Renders CM, Hirasing RA, Delemarre-Van de Waal HA.Type 2 diabetes in children in the Netherlands: the need for diagnostic protocols. Eur J Endocrinol, 2007; 157(2): 175-80.
  • Ujcic-Voortman JK, Schram MT, Jacobs-van der Bruggen MA, Verhoeff AP, Baan CA.Diabetes prevalence and risk factors among ethnic minorities. The European Journal of Public Health, 2009; 19: 511-515.
  • Van der Meulen A.Sterfte aan diabetes. Bevolkingstrends, 2005b; 53(1): 64-68.
  • Weijers RN, Bekedam DJ, Oosting H.The prevalence of type 2 diabetes and gestational diabetes mellitus in an inner city multi-ethnic population. Eur J Epidemiol 1998; 14: 693-9.
  • Wouwe JP van, Mattiazzo GF, Mokadem N el, Reeser HM, Hirasing RA.De incidentie en de eerste symptomen van diabetes mellitus type 1 bij 0-14-jarigen in Nederland, 1996-1999. Ned Tijdschr Geneeskd, 2004; 148(37): 1824-9.
  • Wouwe JP van, Verkerk PH, Mattiazzo GF, Mokadem N el, HiraSing RA.Variation by ethnicity in incidence of diabetes type 1 and clinical condition at onset in the Netherlands. Eur J Pediatr 2002; 161: 559-560.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

95% BI
Het 95% betrouwbaarheidsinterval
Geeft de onder- en bovengrens aan waartussen de werkelijke waarde zich zeer waarschijnlijk (voor 95% zeker) bevindt.
LINH
Landelijk informatienetwerk huisartsenzorg
URL: http://www.linh.nl
RII
Relative index of inequality
De RII is een maat voor de relatie tussen sociaaleconomische positie en gezondheid en geeft de grootte van sociaaleconomische gezondheidsverschillen weer. De index geeft het verschil aan in niveau tussen de laagste en hoogste ses-klasse, waarbij rekening gehouden wordt met de tussenliggende klassen.

Definities

Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
RII
De RII (relative index of inequality) is een maat die de grootte van het verschil in een gezondheidsprobleem, het zorggebruik of een leefstijl aangeeft tussen de laagst- en de hoogstopgeleiden en daarbij rekening houdt met de verdeling van de mensen over de verschillende opleidingsniveaus. Een RII<1 betekent dat het gezondheidsprobleem, het zorggebruik of de leefstijl meer voorkomt onder de hoogstopgeleiden dan onder de laagstopgeleiden. Een RII>1 betekent dat het gezondheidsprobleem, het zorggebruik of de leefstijl meer voorkomt onder de laagstopgeleiden dan onder de hoogstopgeleiden.
Standaardisatie
Het vergelijkbaar maken van cijfers (bijvoorbeeld sterftecijfers) die betrekking hebben op verschillende jaren of populaties, door rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld leeftijdsverdeling. Een veel gebruikte methode is zogenaamde 'directe standaardisatie', die de leeftijdsspecifieke cijfers van een populatie (de 'indexpopulatie') toepast op de leeftijdsverdeling van een gekozen 'standaardpopulatie'.
Standaardiseren
Standaardiseren vindt plaats om aantallen die over een groep onderzochte Nederlanders gaan representatief te maken voor de gehele Nederlandse bevolking.
Type 1 diabetes mellitus
Diabetes mellitus als gevolg van de afbraak van insulineproducerende cellen (beta-cellen) van de alvleesklier (pancreas), waardoor een absoluut insulinetekort ontstaat. Zonder toediening van insuline treedt een levensbedreigende situatie op. Bij westerlingen is er meestal sprake van een autoimmuunproces.
Type 2 diabetes mellitus
Diabetes mellitus als gevolg van stoornissen in de insulinesecretie en/of het niet optimaal benutten van de aanwezige insuline door weefsels (insulineresistentie).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.17, 23 juni 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.