U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Endocriene, voedings- en stofwisselingsziekten en immuniteitsstoornissen›Diabetes mellitus›Diabetes mellitus samengevat
In 2007 hadden ruim 740.000 mensen diabetes mellitus (95%-betrouwbaarheidsinterval: 665.000 - 824.000) (jaarprevalentie op basis van huisartsenregistraties). Op 1 januari 2007 waren er 668.000 mensen met diabetes; in de loop van 2007 kwamen daar ongeveer 71.000 nieuwe patiënten met diabetes bij (95%-betrouwbaarheidsinterval: 57.000 - 90.000). Hoewel internationaal vergelijkbare cijfers over het aantal mensen met diabetes schaars zijn, lijkt de prevalentie in Nederland niet af te wijken van die in andere EU-landen.
Van de personen met diabetes heeft ongeveer 90% type 2 diabetes. Het voorkomen van type 2 diabetes neemt toe met de leeftijd. Type 1 diabetes is een vorm van diabetes die vaak al op jonge leeftijd wordt gediagnosticeerd.
Het aantal patiënten met diabetes is sinds de tweede helft van de jaren negentig sterk gestegen, dit geldt zowel voor type 1 als voor type 2 diabetes. De stijging was het grootst in de periode 2000-2007. Tot in de jaren 90 kwam type 2 diabetes vrijwel uitsluitend voor bij volwassenen, maar de laatste jaren neemt ook het aantal adolescenten met type 2 toe. Precieze aantallen zijn lastig vast te stellen.
De werkelijke prevalentie ligt hoger dan het aantal dat hierboven genoemd is. In het begin van de jaren negentig was een groot deel van de patiënten met diabetes niet bekend bij de huisarts. Door de toegenomen aandacht voor deze ‘onbekende’ diabetespatiënten, doen steeds meer huisartsen aan gerichte vroege opsporing van diabetes. Daardoor is het aantal gediagnosticeerde diabetespatiënten gestegen.
Belangrijke risicofactoren voor het ontwikkelen van type 2 diabetes zijn ernstig overgewicht, een abdominale vetverdeling, gebrek aan lichamelijke activiteit en voedingsfactoren. Ook genetische aanleg speelt een rol. De toename van het aantal patiënten met type 2 diabetes is het gevolg van vergrijzing, de sterke toename van het aantal mensen met ernstig overgewicht en een gerichte vroege opsporing van onbekende diabetespatiënten.
Risicofactoren voor het ontwikkelen van type 1 diabetes zijn naast een genetische aanleg niet bekend, maar waarschijnlijk spelen virussen en voeding ook een rol. Het is dan ook onduidelijk waarom type 1 diabetes is toegenomen.
Preventie van diabetes richt zich vooral op leefstijlfactoren. Er bestaan vele initiatieven die zich richten op een gezonde leefstijl. Het aanbod van interventies expliciet gericht op het voorkómen van diabetes is zeer beperkt. Deze initiatieven zijn voornamelijk op hoogrisicogroepen toegespitst zoals mensen met prediabetes, mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten of mensen met overgewicht.
In Nederland vindt geen systematische screening op diabetes plaats. In 2004 bracht de Gezondheidsraad een advies uit waarin zij zich, vanwege gebrek aan wetenschappelijk bewijs, uitspreekt tegen structurele populatiescreening op diabetes. In Nederland vinden wel allerlei (niet-structurele) screeningsinitiatieven plaats, zowel binnen de zorgsetting als daarbuiten. Het advies van de Gezondheidsraad over screening wijkt niet af van internationale standpunten.
De kosten voor zorg aan diabetespatiënten bedroegen 1,0 miljard euro in 2007. Dat komt neer op 1,4% van de totale kosten voor de gezondheidszorg in Nederland. Het grootste aandeel van de kosten (58%) wordt besteed aan genees- en hulpmiddelen. Van alle kosten voor diabetes in 2007 ging 53% naar de zorg voor vrouwen en 47% naar de zorg voor mannen.
Rekening houdend met de groei en vergrijzing van de Nederlandse bevolking, de effecten van de huidige (hoge) kansen op diabetes en de verwachte verdere toename van overgewicht in de toekomst, verwachten we dat er in 2025 ruim 1,3 miljoen mensen met gediagnosticeerde diabetes zullen zijn. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van de 740.000 mensen met diabetes in 2007.
Er is in Europa een brede consensus dat preventie gericht op leefstijlfactoren als voeding en beweging essentieel is om de groei in aantal diabetespatiënten terug te dringen. Het belang van deze vorm van preventie wordt dan ook in veel nationale actieplannen onderschreven en er is een verscheidenheid aan interventies op dit gebied ontwikkeld. Echter, in de meeste gevallen ontbreken effectieve strategieën die daadwerkelijk de relevante doelgroepen bereiken. Tevens is er vaak sprake van onvoldoende coördinatie en evaluatie van de bestaande maatregelen.