Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Diabetes mellitus
Omvang van het probleem

Achtergrondgegevens bij trends in sociaaleconomische verschillen

Tabel 1: Prevalentie en OR-trend a van diabetes in de periode 1990-2007, naar hoogst voltooid opleidingsniveau; gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 1990-2007).

Lagere school (%)

Lbo, mavo, vmbo (%)

Mbo, havo, vwo (%)

Hbo, universiteit (%)

Totaal (%)

1990

5,4

3,1

1,6

1,3

2,9

1991

4,3

2,8

2,0

1,5

2,7

1992

5,5

2,1

1,6

1,5

2,7

1993

5,3

1,9

2,0

2,1

2,8

1994

5,8

2,2

1,6

1,5

2,8

1995

7,1

3,1

1,0

1,1

3,1

1996

5,5

2,7

2,0

1,0

2,8

1997

5,9

3,2

1,7

1,8

3,2

1998

6,0

4,6

1,7

0,8

3,3

1999

7,3

2,5

1,5

2,3

3,4

2000

8,3

2,8

1,9

2,2

3,8

2001

8,6

3,8

3,3

1,6

4,3

2002

8,1

4,0

2,8

1,7

4,2

2003

8,2

4,4

3,0

2,5

4,5

2004

10,5

4,7

3,6

2,8

5,4

2005

12,2

4,9

2,8

2,7

5,6

2006

11,4

6,1

3,4

1,7

5,7

2007

11,4

6,4

3,5

3,0

6,0

OR-trend a

1,06

1,04

1,06

1,05

95% BI b

(1,05-1,07)

(1,03-1,06)

(1,04-1,07)

(1,02-1,07)

a OR-trend > 1: toename van percentage mensen met diabetes in de periode 1990-2007; OR-trend < 1: afname van percentage mensen met diabetes.

b Betrouwbaarheidsinterval.

Tabel 2: Rate difference a en RII van diabetes in de periode 1990-2007; gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 1990-2007).

Rate diff a

RII b

95% BI c

1990

4,1

2,77

(1,41-5,47)

1991

2,8

1,58

(0,79-3,18)

1992

4,0

2,36

(1,23-4,54)

1993

3,2

1,18

(0,64-2,15)

1994

4,3

2,36

(1,20-4,63)

1995

6,0

6,59

(3,35-12,98)

1996

4,5

2,15

(1,11-4,19)

1997

4,1

2,15

(1,11-4,19)

1998

5,2

3,63

(1,77-7,43)

1999

5,0

2,11

(1,08-4,12)

2000

6,0

2,38

(1,26-4,52)

2001

7,0

3,61

(2,07-6,30)

2002

6,4

2,57

(1,42-4,65)

2003

5,7

1,79

(1,07-2,99)

2004

7,7

1,72

(1,09-2,71)

2005

9,4

3,68

(2,30-5,89)

2006

9,7

4,43

(2,72-7,24)

2007

8,4

2,81

(1,75-4,52)

RII-trend d

1,01

95% BI c

(0,98-1,03)

a Rate difference: het verschil in het percentage mensen met diabetes tussen de laagste en de hoogste opleidingscategorie.

b Relative index of inequality.

c Betrouwbaarheidsinterval.

d Trend in RII > 1: toename in opleidingsverschillen in diabetes in de periode 1990-2007; trend in RII < 1: afname in opleidingsverschillen.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

OR
Odds ratio
De verhouding (quotiënt) tussen twee odds.
RII
Relative index of inequality
De RII is een maat voor de relatie tussen sociaaleconomische positie en gezondheid en geeft de grootte van sociaaleconomische gezondheidsverschillen weer. De index geeft het verschil aan in niveau tussen de laagste en hoogste ses-klasse, waarbij rekening gehouden wordt met de tussenliggende klassen.

Definities

Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Standaardisatie
Het vergelijkbaar maken van cijfers (bijvoorbeeld sterftecijfers) die betrekking hebben op verschillende jaren of populaties, door rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld leeftijdsverdeling. Een veel gebruikte methode is zogenaamde 'directe standaardisatie', die de leeftijdsspecifieke cijfers van een populatie (de 'indexpopulatie') toepast op de leeftijdsverdeling van een gekozen 'standaardpopulatie'.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.