Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Chronische ziekten en multimorbiditeit
Omvang van het probleem

Hoeveel mensen hebben één of meer chronische ziekten?

Prevalentie Invloed van methode en bron Combinaties van ziekten Psychische stoornissen

Prevalentie

Nederland telt 5,3 miljoen mensen met een chronische ziekte

In Nederland heeft bijna een derde van de bevolking een of meer chronische ziekten. Dit komt neer op 5,3 miljoen mensen (zie tabel 1). Deze schatting is gebaseerd op een selectie van 28 chronische ziekten, gemeten in de huisartspraktijk (zie Icoon: detaildocumentSelectie van chronische ziekten).

Zeventig procent van de ouderen heeft een chronische ziekte

Chronische ziekten komen op alle leeftijden voor, maar vooral onder ouderen. Van de mensen van 65 jaar en ouder heeft 70% een chronische ziekte. Onder de 65 jaar hebben meer vrouwen dan mannen een chronische ziekte, daarboven is er relatief gezien nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen. In totaal zijn er meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte, onder andere omdat er meer oudere vrouwen zijn dan oudere mannen. 

Informatie over de berekening van de prevalentiecijfers is beschreven in Icoon: detaildocumentMethode berekening van prevalentie van multimorbiditeit.

Bijna 2 miljoen mensen hebben meer dan één chronische ziekte

Vijfendertig procent van de mensen met een chronische ziekte heeft meer dan één chronische ziekte (op basis van dezelfde selectie van 28 ziekten). Dit komt neer op 1,9 miljoen mensen ofwel 11% van de totale Nederlandse bevolking (zie figuur 1 en tabel 1). Er zijn meer vrouwen met multimorbiditeit dan mannen. Bij mensen die jonger zijn dan 55 jaar komt multimorbiditeit niet zo vaak voor, maar daarboven neemt de prevalentie flink toe met de leeftijd. Van de mensen van 75 jaar en ouder heeft de helft meer dan één chronische ziekte. Tot 74 jaar komt multimorbiditeit relatief gezien iets vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, boven 75 jaar is er nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen.

Tabel 1: Aantal en percentage mensen met een chronische ziekte en multimorbiditeit naar leeftijd en geslacht op 1 januari 2011; absoluut aantal en percentages in de Nederlandse bevolking (Bron: LINH, berekend door het NIVEL, 2013).

Geslacht, Leeftijd

Aantal mensen met een chronische ziekte

Aantal mensen met multimorbiditeit

Absoluut

Relatief (%)

Absoluut

Relatief (%)

Mannen

2.366.000

28,7

777.000

9,4

Vrouwen

2.922.000

34,7

1.086.000

12,9

0-24 jaar

522.000

10,5

37.000

0,7

25-54 jaar

1.890.000

27,3

431.000

6,2

55-64 jaar

1.055.000

48,1

390.000

17,8

65-74 jaar

898.000

62,9

427.000

29,9

75 jaar en ouder

923.000

79,1

579.000

49,6

Totaal

5.288.000

31,7

1.863.000

11,2

Regionale verschillen

Zie voor regionale verschillen in chronische ziekten:

Icoon: ZorgatlasEén of meer chronische ziekten

Icoon: ZorgatlasMultimorbiditeit

Bij 63% van de ouderen met een chronische ziekte is sprake van multimorbiditeit

Van de mensen met een chronische ziekte, heeft 65% één chronische ziekte, 22% twee chronische ziekten, 8% drie en 5% vier of meer. Deze verdeling varieert sterk tussen leeftijdsgroepen. Van de mensen van 75 jaar en ouder met een chronische ziekte, heeft 63% twee of meer chronische ziekten en 32% drie of meer (zie figuur 2).

Figuur 1: Percentage mensen met een chronische ziekte en multimorbiditeit naar leeftijd op 1 januari 2011 (Bron: LINH, berekend door het NIVEL, 2013).

Aantal en percentage mensen met een chronische ziekte naar leeftijd op 1 januari 2011 LINH

Figuur 2: Verdeling van het aantal chronische ziekten onder patiënten met een chronische ziekte, op 1 januari 2011 (Bron: LINH, berekend door het NIVEL, 2013).

Verdeling van het aantal chronische ziekten onder patiënten met een chronische ziekte, op 1 januari 2011 LINH

Naar boven


Invloed van methode en bron

Gemeten omvang afhankelijk van bron, methode en selectie van ziekten

De gemeten prevalentie van chronische ziekten en multimorbiditeit is afhankelijk van het type bron, de gebruikte methoden en de gebruikte selectie van chronische ziekten (aantal en typen ziekten) (Schram et al., 2008; Fortin et al., 2012).

Meer multimorbiditeit in huisartsenpraktijk bij meer en andere ziekten

In de analyse zoals hier gepresenteerd, met een selectie van 28 ziekten, is de prevalentie van multimorbiditeit 11%. In een onderzoek met gegevens uit een ander huisartsenregistratienetwerk, waarbij een langere lijst van chronische ziekten werd gehanteerd, had bijna 30% van de bevolking multimorbiditeit (Van den Akker et al., 1998). Analyses van gegevens van twee andere huisartsenregistratienetwerken, met eveneens een grotere selectie van chronische ziekten, kwamen voor personen van 55 jaar en ouder tot schattingen van respectievelijk 56 en 66% (Schram et al., 2008). Anders dan in onze selectie van 28 ziekten, namen deze twee onderzoeken ook verhoogde bloeddruk en ongunstig serumcholesterolgehalte mee als chronische ziekte. Deze risicofactoren komen veel voor, vooral onder ouderen.

Vragenlijstonderzoek niet zomaar vergelijkbaar met cijfers uit de huisartspraktijk

Schattingen van het voorkomen van multimorbiditeit kunnen ook gebaseerd worden op vragenlijstonderzoek in de algemene bevolking. Daarbij wordt een steekproef uit de bevolking telefonisch, schriftelijk of via internet geënquêteerd. De prevalentiecijfers op basis van zelfrapportage van ziekten zijn niet zomaar te vergelijken met de cijfers afkomstig uit huisartsenregistraties (Schram et al., 2008):

  • Aan de ene kant wordt bij de gegevens uit huisartspraktijken het hele spectrum aan ziekten in de analyses betrokken, terwijl in een enquête onder de algemene bevolking de lijst van ziekten noodzakelijkerwijs beperkter is.
  • Aan de andere kant tellen in een enquête onder de algemene bevolking ook ziekten mee waarvoor mensen niet naar de huisarts gaan. Aandoeningen van het bewegingsapparaat worden bijvoorbeeld door mensen zelf vaker gerapporteerd dan dat ze in het dossier in de huisartspraktijk zijn vastgelegd. Andersom komt echter ook voor: mensen die weliswaar gediagnosticeerd zijn met een chronische ziekte, maar die zichzelf niet als chronisch ziek beschouwen of bij enquêtering niet aangeven dat zij een chronische ziekte hebben (Mohangoo et al., 2006).

In vragenlijstonderzoek rapporteert 56-72% van de ouderen multimorbiditeit

Om een indruk te geven van prevalentiecijfers van multimorbiditeit op basis van vragenlijstonderzoek: metingen in drie verschillende studies onder ouderen kwamen op basis van een lijst van tien tot zestien ziekten tot een prevalentie van 56 tot 72% (Schram et al., 2008). De Gezondheidsmonitor kwam tot een prevalentie van 32% onder personen van 19 jaar en ouder (op basis van een lijst van 19 ziekten) (Bruggink, 2013).

Schattingen op basis van gegevens van verzekerden komen lager uit

Op basis van declaratiegegevens van verzekeraars kunnen ook schattingen gemaakt worden van het voorkomen van chronische ziekten en multimorbiditeit. Deze schattingen, gebaseerd op het gebruik van geneesmiddelen en tweedelijnszorg van vrijwel de gehele Nederlandse bevolking, komen lager uit. Op basis van deze gegevens heeft ruim 14% van de bevolking een chronische aandoening en 3% multimorbiditeit (Van Gorp et al., 2013). Hierbij zijn 25 groepen van chronische aandoeningen onderscheiden. 

Naar boven


Combinaties van ziekten

Diabetes mellitus komt vaak voor samen met een andere ziekte

Naast multimorbiditeit bestaat ook comorbiditeit. Ook mensen met comorbiditeit hebben meer dan één ziekte tegelijkertijd. Het verschil met multimorbiditeit is dat comorbiditeit uitgaat van een extra ziekte bij aanwezigheid van een andere ziekte. Voor de tien meest voorkomende ziekten is gekeken welke ziekten hierbij relatief vaak als comorbiditeit voorkomen (zie tabel 2). Zo heeft 14% van de patiënten met diabetes mellitus tegelijkertijd een coronaire hartziekte. En 12% van patiënten met een coronaire hartziekte heeft ook COPD. Uit de tabel blijkt dat diabetes mellitus als comorbide ziekte vaak voorkomt. Van de mensen met coronaire hartziekten, gezichtsstoornissen en beroerte heeft zelfs meer dan 20% diabetes mellitus.

Sommige combinaties van ziekten komen vaker voor dan verwacht

Bij sommige ziekten lijken bepaalde ziekten vaker voor te komen dan andere ziekten. Zo komt diabetes mellitus vaak voor als comorbide ziekte bij hartziekten, gezichtsstoornissen en beroerte, nek- en rugklachten komen vaak voor bij artrose, coronaire hartziekten vaak bij COPD, beroerte bij hartritmestoornissen en astma bij COPD (zie tabel 2).

Drie verklaringen voor het optreden van bepaalde combinaties van ziekten

Er zijn drie verklaringen te geven voor het feit dat sommige combinaties van ziekten vaker optreden dan verwacht:

  • Overeenkomstige leeftijdsverdeling van twee ziekten. Zo komen coronaire hartziekten en COPD beide frequent voor bij ouderen, waardoor het voor de hand ligt dat deze ziekten vaak samen voorkomen (Marengoni et al., 2008; Van den Akker et al., 1998; Gezondheidsraad, 2008b). Astma en beroerte, respectievelijk een ziekte die bij jongeren en ouderen veel voorkomt, komen daardoor juist minder vaak in combinatie voor.
  • De aanwezigheid van de ene ziekte vergroot de kans op het optreden van de andere ziekte.
  • De ziekten hebben gemeenschappelijke risicofactoren.

Zie verder: object_document_1Wat zijn de oorzaken van multimorbiditeit?

Comorbiditeit is zeer divers

Het aantal verschillende comorbide ziekten dat voorkomt bij een specifieke chronische ziekte is groot. In tabel 2 is per (index-)ziekte de comorbiditeit van negen andere chronische ziekten weergegeven. Naast deze negen kunnen nog talrijke andere ziekten voorkomen. Uit eerder onderzoek blijkt dat van de mensen met diabetes en comorbiditeit slechts een derde één of meer van de vijf meest voorkomende comorbide ziekten heeft. Twee derde van de mensen met diabetes mellitus en comorbiditeit heeft één of meer andere ziekten. Dit voorbeeld laat zien dat comorbiditeit bij diabetes mellitus zeer divers is en dit geldt ook voor andere ziekten (Van Oostrom et al., 2011; Van Oostrom et al., 2012).

Tabel 2: Prevalentie (in percentages) in 2011 van tien veelvoorkomende chronische aandoeningen (indexziekten) in de huisartspraktijk en prevalentie van onderlinge comorbiditeit (Bron: LINH).

Index ziekte (kolom)

Co-morbiditeit (rij)

Prevalentie van index-ziekte

Diabetes

CHZa

Kankerb

Artrose

COPD

Gezichts-stoornissen

Nek- en rugklachten

Hartritme-stoornis

Beroerte

Astma

Diabetes

11,8

14,0

9,2

9,6

8,4

10,4

8,7

6,3

6,2

6,3

CHZa

7,2

25,0

11,7

10,7

12,2

10,4

10,5

8,5

7,4

6,0

Kankerb

7,1

15,2

10,8

9,6

8,7

8,4

8,5

6,3

5,9

4,9

Artrose

6,8

17,1

10,7

10,4

7,7

9,4

12,8

7,0

5,6

6,5

COPD

5,8

17,9

14,5

11,3

9,1

8,7

10,1

7,6

6,9

14,9

Gezichtsstoornissen

5,5

25,6

14,3

12,6

12,9

10,0

9,5

8,2

8,5

6,0

Nek- en rugklachten

6,4

10,6

7,3

6,3

8,8

5,8

4,8

3,7

3,3

7,1

Hartritmestoornis

4,1

19,1

14,5

11,6

11,9

10,7

10,1

9,1

8,1

6,1

Beroerte

3,9

20,7

13,7

11,8

10,4

10,7

11,6

8,9

8,9

5,0

Astma

5,4

6,9

3,6

3,2

3,9

7,6

2,7

6,3

2,2

1,6

a CHZ=coronaire hartziekten.

b Kanker= alle vormen van kanker.

Wijze waarop de tabel gelezen moet worden: in 2011 is de prevalentie van de indexziekte diabetes mellitus 11,8%. Van alle patiënten met diabetes mellitus heeft 14,0% ook een coronaire hartaandoening en 9,2% heeft ook kanker. Van de patiënten met een coronaire hartziekte heeft 25,0% ook diabetes mellitus en 11,7% heeft ook kanker.

Zie ook: Icoon: detaildocumentSelectie van chronische ziekten

Naar boven


Psychische stoornissen

Een derde van mensen met psychische stoornis heeft psychische comorbiditeit

Van de 18- tot 65-jarigen in de algemene bevolking heeft 18% ten minste één psychische stoornis en 6% heeft twee of meer psychische stoornissen (NEMESIS-2 studie, zie tabel 2). Bij een derde van de mensen met een psychische stoornis was er dus sprake van psychische comorbiditeit. De prevalentie van psychische comorbiditeit verschilt nauwelijks tussen mannen en vrouwen.

Huisartsengegevens onderschatten psychische problematiek in de bevolking

Gegevens uit huisartspraktijken geven een onderschatting van de psychische problematiek in de bevolking. Dit komt omdat niet alle patiënten met een psychische stoornis professionele hulp zoeken, of - als ze hulp zoeken - dit niet altijd bekend is bij de huisarts. Verder herkennen huisartsen de (veelal lichamelijke) klachten van een psychische stoornis niet altijd als uiting van een psychische stoornis. Cijfers van epidemiologische bevolkingsonderzoeken komen daarom op veel hogere schattingen van de prevalentie van psychische stoornissen dan cijfers op basis van gegevens uit huisartspraktijken.

Vaak lichamelijke comorbiditeit bij mensen met psychische stoornis

De combinatie van psychische stoornissen en lichamelijke aandoeningen komt ook vaak voor. Zo werd in de oudere NEMESIS-1 studie (meetgegevens 1996) vastgesteld dat 50% van de mensen die een psychische stoornis hadden ook een comorbide lichamelijke aandoening had (Van der Feltz-Cornelis et al., 2010). In deze studie is gebruik gemaakt van een lijst van 31 lichamelijke ziekten.

Psychische comorbiditeit bij mensen met lichamelijke aandoening komt ook vaak voor

Omgekeerd is in de NEMESIS-1 studie ook nagegaan hoe vaak psychische stoornissen bij mensen met een lichamelijke aandoening voorkomen (Buist-Bouwman et al., 2005; Verdurmen et al., 2006). Van de mensen zonder lichamelijke aandoening had 20% een psychische stoornis. Van de mensen met chronische rugpijn had 29% een psychische stoornis, 28% van de mensen met reumatoïde artritis of artrose had een psychische stoornis, 31% van de mensen met astma of COPD, 35% van de mensen met migraine en 35% van de mensen met spijsverteringsproblemen.

Tabel 3: Percentage personena van 18 tot 65 jaar met één, twee en drie of meer psychische stoornissenb, naar geslacht (N=6.646), meetgegevens over 2007-2009 (De Graaf et al., 2012d).

Aantal psychische stoornissen

Mannen

Vrouwen

Totaal

0

82,3

81,6

82,0

1

12,3

12,1

12,2

2

3,4

3,3

3,4

3 of meer

2,2

3,0

2,6

a Gebaseerd op 12-maandsprevalenties.

b Onderscheiden werden: stemmingsstoornissen, angststoornissen, middelenstoornissen en ADHD (18 tot 45 jaar).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ADHD
Attention Deficit Hyperactivity Disorder
Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit.
COPD
Chronic obstructive pulmonary disease
Chronische obstructieve longziekten.
LINH
Landelijk informatienetwerk huisartsenzorg
URL: http://www.linh.nl
NEMESIS
Netherlands Mental health Survey and Incidence Study (Trimbos-instituut)
In NEMESIS is een grote hoeveelheid informatie verzameld over psychiatrische aandoeningen en het beloop daarvan.
NIVEL
Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
URL: http://www.nivel.nl

Definities

Comorbiditeit
Iedere combinatie van twee of meer aandoeningen bij één persoon.
Multimorbiditeit
Iedere combinatie van twee of meer aandoeningen bij één persoon.
Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.17, 23 juni 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.