Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Chronische ziekten en multimorbiditeit
Omvang van het probleem

Hoeveel mensen hebben één of meer chronische ziekten?

Nederland telt minimaal 4,5 miljoen chronisch zieken

In Nederland heeft ruim een kwart van de mensen een of meer chronische ziekten. Dit komt neer op bijna 4,5 miljoen chronisch zieken (zie tabel 1). Deze schatting is gebaseerd op een selectie van 30 chronische ziekten, gemeten in de huisartspraktijk. Chronische ziekten komen op alle leeftijden voor, maar vooral onder ouderen zijn relatief veel chronisch zieken. Van de 65-plussers heeft meer dan de helft een chronische ziekte (Hoeymans et al., 2008). Absoluut gezien zijn de meeste chronisch zieken echter tussen de 25 en 64 jaar oud. Vrouwen hebben gemiddeld vaker een chronische aandoening dan mannen.

Ongeveer 1,3 miljoen mensen hebben meer dan één chronische ziekte

Bijna een derde van de chronisch zieken heeft meer dan één chronische ziekte (op basis van de selectie van 30 ziekten). Dit komt neer op 1,3 miljoen mensen ofwel 8% van de totale bevolking (zie tabel 1). Er zijn meer vrouwen met multimorbiditeit dan mannen. Tot ongeveer 55 jaar is multimorbiditeit nog relatief zeldzaam, maar onder ouderen komt het veelvuldig voor. Zo heeft bijna één op de drie 75-plussers meer dan één chronische ziekte onder de leden.

Eén op de vijf ouderen heeft meer dan één chronische ziekte

Tot de leeftijd van ongeveer 55 jaar heeft minder dan 5% van de mensen meerdere chronische ziekten tegelijkertijd (multimorbiditeit), maar onder 65-plussers komt multimorbiditeit veelvuldig voor. Van de 65-74-jarigen heeft één op de vijf meer dan één chronische ziekte, onder de 75-plussers is dat één op de drie. Er zijn meer vrouwen met multimorbiditeit dan mannen. Daarnaast is een lage sociaaleconomische status geassocieerd met een hogere prevalentie van multimorbiditeit (Uijen & Van de Lisdonk, 2008). Chronische ziekten die het vaakst voorkomen onder ouderen, komen ook het vaakst terug in combinatie met andere chronische ziekten (Marengoni et al., 2008; Van den Akker et al., 1998; Gezondheidsraad, 2008b).

Tabel 1: Aantal chronisch zieken naar leeftijd (Bron: LINH, 2003-2007).

Aantal chronisch zieken

Aantal mensen met multimorbiditeit

Absoluut

Relatief (%)

Absoluut

Relatief (%)

Totaal

4.486.000

27,5

1.310.000

8,0

Mannen

1.958.000

24,3

535.000

6,6

Vrouwen

2.536.000

30,8

778.000

9,5

0-14 jaar

566.000

18,8

56.000

1,9

15-24 jaar

329.000

16,9

39.000

2,0

25-54 jaar

1.629.000

22,9

351.000

4,9

55-64 jaar

739.000

38,1

247.000

12,7

65-74 jaar

628.000

50,0

279.000

22,2

75 jaar en ouder

594.000

57,5

328.000

31,7

Resultaat afhankelijk van selectie van ziekten

De hier gepresenteerde getallen zijn afhankelijk van de gemaakte selectie van dertig chronische ziekten. Een onderzoek in de huisartspraktijk, waarbij een veel langere lijst van chronische ziekten geselecteerd was, telde bijna 30% van de bevolking met multimorbiditeit (Van den Akker et al., 1998). En een onderzoek onder ouderen kwam tot schattingen van rond de 60% mensen met twee of meer aandoeningen (Schram et al., 2008). Deze twee onderzoeken nemen echter ook hypertensie en hypercholesterolemie mee als chronische ziekte. Hypertensie en hypercholesterolemie komen veel voor, vooral onder ouderen. Deze worden niet meegenomen in de selectie voor het Nationaal Kompas Volksgezondheid (zie Selectie van chronische ziekten).

Metingen in algemene bevolking komen op ongeveer zelfde schatting

Er zijn ook onderzoeken naar het voorkomen van multimorbiditeit die gebaseerd zijn op metingen in de algemene bevolking. Deze schattingen komen redelijk overeen met schattingen op basis van gediagnosticeerde ziekten in de huisartspraktijk (Schram et al., 2008), ondanks verschillen in onderzoek. Aan de ene kant wordt in de huisartspraktijk het hele spectrum aan ziekten meegenomen, terwijl in de algemene bevolking de vragenlijst naar ziekten noodzakelijkerwijs beperkter is. Aan de andere kant tellen in de algemene bevolking ook ziekten mee waarvoor mensen niet naar de huisarts gaan. Aandoeningen aan het bewegingsapparaat komen bijvoorbeeld in de algemene bevolking vaker voor dan in de registratie van de huisartspraktijk. Andersom komt echter ook voor: mensen die weliswaar door de huisarts gediagnosticeerd zijn met een chronische ziekte, maar die zichzelf niet als chronisch zieke beschouwen (Mohangoo et al., 2006).

Multimorbiditeit van lichamelijke en psychische ziekten

Volgens registraties bij de huisarts heeft in Nederland 25,2% van de mensen één of meer lichamelijke chronische ziekten, 4,3% één of meer psychische chronische ziekten en 2% procent heeft zowel lichamelijke als psychische ziekten. Dit betekent dus dat de helft van de mensen met een psychische aandoening ook een lichamelijke ziekte heeft. Overigens zijn huisartsregistraties een onderschatting van de psychische problematiek. Cijfers van epidemiologische bevolkingsonderzoeken komen op veel hogere schattingen. Dit komt doordat niet alle patiënten met een psychische stoornis professionele hulp zoeken. Verder herkennen huisartsen de (veelal lichamelijke) klachten niet altijd als uiting van depressie of andere psychische stoornis. Epidemiologisch onderzoek naar comorbiditeit laat eveneens zien dat psychische stoornissen vaak voorkomen bij lichamelijke aandoeningen (Verdurmen et al., 2006).

Comorbiditeit bij de belangrijkste ziekten

Naast de term multimorbiditeit bestaat ook comorbiditeit. Ook mensen met comorbiditeit hebben meer dan één ziekte tegelijkertijd. Het verschil met multimorbiditeit is dat comorbiditeit uitgaat van een extra aandoening bij aanwezigheid van een andere ziekte (een zogenoemde indexziekte). Voor de meest voorkomende 15 aandoeningen is gekeken welke ziekten hierbij relatief vaak als comorbiditeit voorkomen (zie Comorbiditeit bij 15 veelvoorkomende aandoeningen in de huisartspraktijk). Zo heeft 26% van astmapatiënten eczeem. En 18% van de mensen met diabetes heeft tegelijkertijd een coronaire hartziekte (zie ook Diabetes mellitus). Bij mensen met COPD is hartfalen een veelvoorkomende comorbide ziekte (zie ook Hartfalen). Een laatste voorbeeld is dat bij mensen met een depressie ook vaak een angststoornis voorkomt (zie ook Depressie).

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Akker M van den, Buntinx F, Metsemakers JFM, Roos S, Knottnerus JA.Multimorbidity in general practice: Prevalence, incidence, and determinants of co-occuring chronic and recurrent diseases. J Clin Epidemiol, 1998; 51: 367-375.
  • Gezondheidsraad.Ouderdom komt met gebreken. Den Haag: Gezondheidsraad, 2008b; publicatienr. 2008/01.
  • Hoeymans N, Schellevis FC, Wolters I.Chronische ziekten en multimorbiditeit: Hoeveel mensen hebben één of meer chronische ziekten? Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 2008; 2008
  • Marengoni A, Winblad B, Karp A, Fratiglioni L.Prevalence of chronic diseases and multimorbidity among the elderly population in Sweden. Am J Public Health 2008; 98(7): 1198-200
  • Mohangoo AD, Linden MW van der, Schellevis FG, Raat H.Prevalence estimates of asthma or COPD from a health interview survey and from general practitioner registration: what's the difference? Eur J Public Health, 2006; 16: 101-5.
  • Schram MT, Frijters D, Lisdonk EH van de, Ploemacher J, Craen AJM de, Waal MWM de, et al.Setting and registry characteristics affect the prevalence and nature of multimorbidity in the elderly. J Clin Epidemiol, 2008; 61: 1104-1112.
  • Uijen AA, Van de Lisdonk EH. Multimorbidity in primary care: prevalence and trend over the last 20 years. Eur J Gen Pract2008; 14 (Suppl 1): 28-32
  • Verdurmen J, Have M ten, Dorsselaer S, Land H van 't, Vollebergh WAM, Graaf R de.Pyschische stoornissen bij mensen met een lichamelijke aandoening. Resultaten van de ‘Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study’ (NEMESIS). Utrecht: Trimbos Instituut, 2006.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.