Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Reumatoïde artritis (RA)
Determinanten

Welke factoren beïnvloeden de kans op RA?

Weinig bekend over risicofactoren voor reumatoïde artritis

Er zijn geen of weinig risicofactoren voor reumatoïde artritis (RA) bekend. Er zijn aanwijzingen dat genetische en hormonale factoren een rol spelen bij het ontstaan van RA. Ook komen er steeds meer aanwijzingen dat er mogelijk een verband bestaat tussen roken en RA.

Mogelijke rol van erfelijkheid bij immunologische reactie

Er zijn sterke aanwijzingen dat genetische factoren een rol spelen bij het falen van een belangrijk regulatiemechanisme van het immuunsysteem (afweersysteem). Wanneer dit regulatiemechanisme de immunologische reactie niet meer onderdrukt, reageren cellen van het afweersysteem (T-cellen) voortdurend tegen lichaamseigen bestanddelen en veroorzaken daarmee de chronische gewrichtsontsteking (Winchester & Gregersen, 1988; Deighton & Walker, 1991).

Deze immunologische reactie wordt mogelijk in gang gezet door structuren in onder andere virussen en bacteriën (Inman, 1991; Rook & McCulloch, 1992). Maar deze reactie zal gewoonlijk - bij mensen waar de betreffende genetische factoren afwezig zijn - onderdrukt worden door regulatiemechanismen van het immuunsysteem (zie ook het immuunsysteem).

Mogelijke rol van hormonale factoren

RA komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Dit zou kunnen betekenen dat hormonale factoren een rol spelen, hoewel het biologische mechanisme nog niet duidelijk is. Het gebruik van orale anticonceptiva (de pil) zou een preventief effect kunnen hebben op het ontstaan van RA of een verzachtend effect op het beloop ervan. Hetzelfde zou kunnen gelden voor factoren die samenhangen met de voortplanting. Zo zijn er aanwijzingen dat het langer dan een jaar borstvoeding geven het risico op RA vermindert, waarbij het beschermende effect groter wordt naarmate de duur van de borstvoedingsperiode toeneemt (Karlson et al., 2004).

Aanwijzingen voor mogelijk verband tussen roken en reumatoïde artritis

Er komen steeds meer aanwijzingen dat er mogelijk een verband bestaat tussen roken en RA. Zowel de duur als de intensiteit van het roken hangen samen met een hoger risico op (met name seropositieve) RA. Dit verhoogde risico blijft ook na het stoppen met roken nog lang aanwezig (zeker tien tot twintig jaar) (Costenbader et al., 2006; Stolt et al., 2003; Criswell et al., 2002; Karlson et al., 1999).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Costenbader KH, Feskanich D, Mandl LA, Karlson EW.Smoking Intensity, Duration, and Cessation, and the Risk of Rheumatoid Arthritis in Women. Am J Epidemiol, 2006; 119: 503-11.
  • Criswell LA, Merlino LA, Cerhan JR, Mikuls TR, Mudano AS, Burma M, et al.Cigarette Smoking and the Risk of Rheumatoid Arthritis among Postmenopausal Women: Results from the Iowa Women’s Health Study. Am J Med, 2002; 112(6): 465-71.
  • Deighton CM, Walker DJ.The familial nature of rheumatoid arthritis. Ann Rheum Dis 1991; 50: 62-65.
  • Inman RD.Infectious etiology of rheumatoid arthritis. Pediatric Rheum 1991; 17: 859-870.
  • Karlson EW, Mandl LA, Hankinson SE, Grodstein F.Do breast-feeding and other reproductive factors influence future risk of rheumatoid arthritis? Results from the Nurses' Health Study. Arthritis Rheum., 2004; 50(11): 3458-67.
  • Karlson W, Lee IM, Cook NR, Manson JE, Buring JE, Hennekens CH.A reprospective cohort study of cigarette smoking and risk of rheumatoïd arthritis in female health professionals. Arthritis Rheum, 1999; 42(5): 910-7.
  • Rook G, McCulloch J.HLA-Dr4, Mycobacteria, heat-shock proteins, and rheumatoid arthritis. Arthritis Rheum 1992; 35: 1409-1412.
  • Stolt P, Bengtsson C, Nordmark B, Lindblad S, Lundberg I, Klareskog L, et al.Quantification of the influence of cigarette smoking on rheumatoid arthritis: results from a population based case-control study, using incident cases. Ann Rheum Dis, 2003; 62: 835-841.
  • Winchester RJ, Gregersen PK.The molecular basis of susceptibility to rheumatoid arthritis: the conformational equivalence hypothesis. Springer Semin Immunopathol, 1988; 10: 119-139.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.