U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Bewegingsstelsel en bindweefsel›Osteoporose›Osteoporose samengevat
Osteoporose is een ziekte van het skelet waarbij sprake is van een lage botmassa en een verstoorde opbouw van het botweefsel. Hierdoor is het bot brozer en breekt het sneller.
Op 1 januari 2007 waren naar schatting 15.200 mannen en 133.000 vrouwen bij de huisarts bekend met de diagnose osteoporose. In dat jaar zag de huisarts ongeveer 27.900 nieuwe gevallen met osteoporose. Veel mensen met osteoporose hebben echter geen klachten en komen niet bij de huisarts. Het werkelijke aantal mensen met osteoporose in de bevolking ligt daarom veel hoger dan het aantal mensen met osteoporose die bij de huisarts bekend zijn.
In 2007 werd bij 15 mannen en 81 vrouwen de sterfte toegeschreven aan osteoporose. Niet osteoporose op zichzelf, maar fracturen ten gevolge van osteoporose kunnen tot de dood leiden. De belangrijkste fractuur in dit opzicht is de heupfractuur.
Het aantal mannen en vrouwen met osteoporose is over de hele periode 1990-2007 gestegen. Ook het aantal nieuwe gevallen is in deze periode sterk gestegen.
Vooral door toenemende vergrijzing van de bevolking zal osteoporose steeds meer voorkomen. Op basis van alleen demografische ontwikkelingen is de verwachting dat het absoluut aantal mensen met osteoporose tussen 2007 en 2040 met 60% zal stijgen.
Er zijn tamelijk grote internationale verschillen in het voorkomen van osteoporose wanneer dit gedefinieerd wordt als matige of ernstige werveldeformaties. Deze komen het vaakst voor in Scandinavische landen en het minst in Oost-Europa. Nederland neemt hierin een middenpositie in ten opzichte van andere West-Europese landen.