Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Osteoporose
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat is osteoporose en wat is het beloop?

Wat is osteoporose? Wat is het beloop?

Wat is osteoporose?

Osteoporose is een aandoening van het skelet

Osteoporose (ICD-10 codes M80-M81) is een skeletaandoening die zich kenmerkt door een lage botmineraaldichtheid (botmassa) en een verstoorde samenhang van het botweefsel. Hierdoor is het bot brozer en is de kans op een botbreuk (fractuur) groter. Bij inzakking van de ruggewervels spreekt men van een wervelfractuur, een compressiefractuur in de wervels, of werveldeformatie.

De meest voorkomende osteoporotische fracturen zijn fracturen van wervel, pols en heup (zie Heupfractuur). Van de wervelfracturen treedt ongeveer tweederde spontaan op, dat wil zeggen door slechts een geringe aanleiding.

Diagnose osteoporose gebaseerd op botmineraaldichtheid

De daadwerkelijke diagnose osteoporose is gebaseerd op de botmineraaldichtheid. Deze wordt bepaald door na te gaan in welke mate mineralen in het bot (met name calcium) röntgenstraling absorberen. Vervolgens wordt de botmineraaldichtheid berekend als de botmassa (in grammen) gedeeld door de oppervlakte van het doorstraalde bot.

Door een lage botmineraaldichtheid is het risico op het ontstaan van fracturen verhoogd (Cummings et al., 1993; De Laet et al., 1997). Bij een botmineraaldichtheid van één standaardafwijking lager dan het gemiddelde van jongvolwassenen is de kans op een fractuur gemiddeld tweemaal zo groot (Marshall et al., 1996).

Osteoporose kent verschillende gradaties

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) onderscheidt verschillende gradaties van osteoporose (Kanis, 1994). De indeling is gebaseerd op de botmineraaldichtheidsmeting en het al dan niet optreden van osteoporotische fracturen. Dit impliceert dat de diagnose osteoporose alleen gesteld kan worden als er een botmineraaldichtheidsmeting is verricht. De indeling is als volgt:

  • normaal; de botmineraaldichtheid is niet meer dan 1 standaarddeviatie (SD) lager dan de gemiddelde dichtheid bij jongvolwassen vrouwen (‘piekbotdichtheid’ of 'piekbotmassa');
  • osteopenie; de botmineraaldichtheid is verminderd, maar er is nog geen sprake van osteoporose. De botmineraaldichtheid ligt tussen 1 en 2,5 SD onder de gemiddelde dichtheid bij jong volwassen vrouwen;
  • osteoporose; de botmineraaldichtheid ligt meer dan 2,5 SD onder het gemiddelde van jong volwassen vrouwen;
  • ernstige osteoporose; osteoporose gaat gepaard met osteoporotische fracturen.

Deze WHO-definitie is een veel gebruikte definitie in de klinische praktijk. Er is echter nog veel onduidelijkheid over de referentiewaarden die gebruikt zouden moeten worden, vooral bij mannen, maar ook bij vrouwen.

Osteoporose leidt niet altijd tot klachten

Osteoporose is een aandoening die op zichzelf niet gepaard gaat met symptomen. Wervelinzakkingen, hoewel vaak asymptomatisch, kunnen gepaard gaan met chronische rugklachten en een algemene verslechtering van de kwaliteit van leven (Gold, 1996; Burger et al., 1997; Ross, 1997; Nevitt et al., 1998; Oleksik et al., 2000). Juist omdat er meestal geen of alleen aspecifieke klachten zijn, komen wervelfracturen vaak niet onder de aandacht van de (huis)arts (Cooper et al., 1992b; Melton 3rd et al., 1989). Bij sommige mensen is een verkromming en het korter worden van de wervelkolom het enige teken van wervelfracturen. Pols- en heupfracturen ontstaan met name als gevolg van een val. Deze zijn pijnlijk en patiënten gaan hiermee dan ook vrijwel altijd naar de huisarts of SEH.

Vooral wervelfracturen wijzen op osteoporose

Voornamelijk wervelfracturen vormen één van de belangrijkste aanwijzingen voor de aanwezigheid van osteoporose. Dit komt omdat osteoporose de hoofdoorzaak is van deze fracturen. Fracturen van heup en pols zijn niet altijd het gevolg van osteoporose en kunnen ook bij jonge mensen optreden.

Ook zijn wervelfracturen een belangrijke indicatie voor een verhoogd risico op toekomstige fracturen, niet alleen in de wervelkolom, maar ook elders in het skelet, bijvoorbeeld in de heup (Ross et al., 1991; Ross et al., 1993; Burger et al., 1994b; Black et al., 1999; Van der Klift et al., 2002).

Naar boven


Wat is het beloop?

Volledig herstel van eerdere botdichtheid is niet mogelijk

Genezing van osteoporose, in de zin van totaal herstel van de vroegere botmineraaldichtheid, is niet mogelijk. Wel kan behandeling ertoe bijdragen dat de botmassa toeneemt (zie ook: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?). Het is ook niet mogelijk een ingezakte wervel met medicatie te herstellen.

Gevolgen van wervelfracturen geven aanleiding tot slechtere kwaliteit van leven

De wervelfracturen hebben diverse gevolgen die de kwaliteit van leven sterk verminderen (Burger et al., 1997; Nevitt et al., 1998). Door de wervelfracturen en de daarmee gepaard gaande chronische rugpijn zijn patiënten beperkt in hun dagelijks functioneren. Er zijn vooral problemen bij het lopen, buigen, opstaan en het dragen of tillen van dingen. Deze problemen beïnvloeden de kwaliteit van leven negatief.

Ook veroorzaken de wervelinzakkingen een lengteverlies dat kan oplopen tot zo’n tien tot twintig centimeter waarbij de vorm van de wervelkolom verandert. Hierdoor kan ook druk ontstaan op interne organen, wat weer een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van leven.

Ook bij mensen zonder pijn kunnen wervelfracturen leiden tot een verminderde kwaliteit van leven. Dit kan behalve door rugklachten ook komen door bijkomende aandoeningen zoals depressie (Gold, 1996; Ross, 1997; Oleksik et al., 2000).

Plaats van fractuur bepalend voor mate waarin kwaliteit van leven afneemt

De plaats van fracturen bepaalt het effect op de kwaliteit van leven. Fracturen van de pols geven relatief kortdurend (meestal niet meer dan vier tot twaalf weken) enige beperkingen in het uitoefenen van bepaalde activiteiten. Heupfracturen gaan echter vaak gepaard met grotere gevolgen, zoals invaliditeit, verlies van kwaliteit van leven en zelfs sterfte.

Op heuphoogte heeft wervelbreuk grotere gevolgen dan op borsthoogte

Wervelbreuken ter hoogte van de heup of lendenen (lumbale fracturen) hebben een relatief groter effect op de mobiliteit van de wervelkolom, omdat de wervelkolom daar minder stijf is dan ter hoogte van de borst (thoracale fracturen). Daardoor is de kwaliteit van leven sterker verminderd voor lumbale breuken dan voor thoracale breuken. Ook gaan lumbale wervelbreuken gepaard met meer pijn en hebben ze een grotere invloed op de houdingsstabiliteit van de patiënt (Oleksik et al., 2000).

U kunt algemene informatie over kwaliteit van leven vinden bij het onderwerp gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Algemene informatie over lichamelijk functioneren vindt u bij het onderwerp lichamelijk functioneren.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Black DM, Arden NK, Palermo L, Pearson J, Cummings SR.Prevalent vertebral deformities predict hip fractures and new vertebral deformities but not wrist fractures. Study of Osteoporotic Fractures Research Group. J Bone Miner Res 1999; 14: 821-8.
  • Burger H, Daele PLA van, Algra D, Hofman A, Grobbee DE, Schütte HE, et al.Vertebral deformities as predictors of non-vertebral fractures. BMJ 1994b; 309: 991-2.
  • Burger H, Daele PLA van, Grashuis K, Hofman A, Grobbee DE, Schütte HE, et al.Vertebral deformities and functional impairment in men and woman. J Bone Miner Res 1997; 12: 152-7.
  • Cooper C, Atkinson EJ, O'Fallon WM, Melton LJ III.Incidence of clinically diagnosed vertebral fractures: a population-based study in Rochester, Minnesota, 1985-1989. J Bone Miner Res 1992b; 7: 221-7.
  • Cummings SR, Black DM, Nevitt MC, et al.Bone density at various sites for prediction of hip fractures. The Study of Osteoporotic Fractures Research Group. Lancet 1993; 341: 72-5.
  • Gold DT.The clinical impact of vertebral fractures: quality of life in women with osteoporosis. Bone 1996; 18: 185S-189S.
  • Kanis JA.Assessment of fracture risk and its application to screening for postmenopausal osteoporosis: synopsis of a WHO report. WHO Study Group. Osteoporos Int 1994; 4: 368-81.
  • Klift M van der, Laet CEDH de, McCloskey EV, Hofman A, Pols HAP.The incidence of vertebral fractures in men and women: The Rotterdam Study. J Bone Miner Res, 2002; 17: 1051-6.
  • Laet CEDH de, Hout BA van, Burger H, Hofman A, Pols HAP.Bone density and risk of hip fracture in men and women: cross sectional analysis. BMJ 1997; 315: 221-225.
  • Marshall D, Johnell O, Wedel H.Meta-analysis of how well measures of bone mineral density predict occurrence of osteoporotic fractures. BMJ 1996; 312: 1254-59.
  • Melton LJ 3rd, Kan SH, Frye MA, Wahner HW, O'Fallon WM, Riggs BL.Epidemiology of vertebral fractures in women. Am J Epidemiol 1989; 129: 1000-11.
  • Nevitt MC, Ettinger B, Black DM, Stone K, Jamal SA, Ensrud K, et al.The association of radiographically detected vertebral fractures with back pain and function: a prospective study. Ann Intern Med, 1998; 128: 793-800.
  • Oleksik A, Lips P, Dawson A, Minshall ME, Shen W, Cooper C.Health-related quality of life in postmenopausal women with low BMD with or without prevalent vertebral fractures. J Bone Miner Res 2000; 15: 1384-92.
  • Ross PD, Davis JW, Epstein RE, et al.Pre-existing fractures and bone mass predict vertebral fracture incidence in women. Ann Intern Med 1991; 114: 919-923.
  • Ross PD, Genant HK, Davis JW, Miller PD, Wasnich RD.Predicting vertebral fracture incidence from prevalent fractures and bone density among non-black, osteoporotic women. Osteoporos Int 1993; 3: 120-6.
  • Ross PD.Clinical consequences of vertebral fractures. Am J Med 1997; 103: 30S-42S; discussion 42S-43S.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
SD
Standaarddeviatie
SEH
Spoedeisende hulp
WHO
World Health Organization
Wereldgezondheidsorganisatie. URL: http://www.who.int
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.