U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Bewegingsstelsel en bindweefsel›Osteoporose›
De prevalentie is geschat op basis van gegevens afkomstig van CMR-Nijmegen e.o., RNUH-LEO (probleemlijst) en Transitieproject. De incidentie is geschat op basis van gegevens afkomstig van CMR-Nijmegen e.o., RNUH-LEO (contactregistratie), Transitieproject en LINH.
Gebruikte code uit de CMR-Nijmegen: E-code 4154. Uit de andere registraties: ICPC-code L95.
De prevalentie- en incidentiecijfers op basis van verschillende huisartsenregistraties variëren vaak aanzienlijk. De oorzaak kan zijn dat het voorkomen van ziekten in de praktijkpopulaties verschilt, maar het kan ook het gevolg zijn van verschillen in de algemene werkwijze van de registraties en de wijze waarop prevalentie- en incidentiecijfers worden berekend. Bovendien kunnen registraties voor bepaalde ziekten specifieke (al dan niet vastgelegde) regels hanteren. Daarom zijn hieronder allereerst de kenmerken van osteoporose beschreven en de kenmerken van de gebruikte huisartsenregistraties. Daarbij gaat het om kenmerken die van invloed zijn op de wijze waarop huisartsen osteoporose registreren.
Osteoporose is een chronische aandoening die niet altijd gepaard gaat met klachten. Het ontstaan van klachten (fracturen, rugpijn, verkromming van de wervelkolom) is soms een aanleiding de botdichtheid te meten. Sommige ouderen laten preventief de botdichtheid bepalen. Nadat de diagnose is gesteld, volgt vaak voorlichting door de huisarts, zonder verdere behandeling. Als wel een behandeling wordt ingesteld, is dat fysiotherapie of het voorschrijven van paracetamol, een NSAID, of andere medicijnen.
Schattingsmethode incidentie en prevalentie 2007
Prevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht
Hieronder worden enkele specifieke regels vermeld die de registraties hanteren bij het vastleggen van osteoporose.