Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Nek- en rugklachten
Omvang van het probleem

Nek- en rugklachten: Welke zorg gebruiken patiënten en wat zijn de kosten?

Zorggebruik Kosten

Zorggebruik

Nek- en rugklachten leiden vaak niet tot zorggebruik

Eén derde van de mensen met lage-rugklachten doet een beroep op de huisarts vanwege deze klachten (Picavet & Schouten, 2003). Het merendeel van de mensen met acute lage-rugpijn doet echter geen beroep op medische of paramedische hulp (zie ook Wat zijn nek- en rugklachten en wat is het beloop?).

Nek- en rugklachten komen veel voor in huisartsenpraktijk

Nek- en rugklachten staan in de topdrie van klachten waarmee patiënten naar de huisarts gaan (zie ook Hoe groot is het gebruik van huisartsenzorg en waaruit bestaat het?). Jaarlijks bezoekt ruim 10% van de ingeschreven patiënten in de huisartsenpraktijk de huisarts in verband met nek- en rugklachten (Van der Linden et al., 2004). Conform de NHG-standaard is in het eerste huisartsencontact de anamnese en het lichamelijk onderzoek gericht op het uitsluiten van specifieke klachten (Baan et al., 2003, Chavannes et al., 2005). Afhankelijk hiervan kan de huisarts nog aanvullende diagnostiek aanvragen. Als de patiënt aspecifieke nek- en rugklachten heeft, begeleidt de huisarts de patiënten vaak zelf. Over het algemeen houden de huisartsen zich aan de aanbevelingen in de NHG-standaard aspecifieke lagerugpijn (Schers et al., 2000; Engers et al., 2005).

16% wordt doorverwezen naar fysio- en oefentherapie

De huisarts verwijst in 16% van zijn contacten met patiënten met nek- en rugklachten in één jaar door naar een fysio- of oefentherapeut (Cardol et al., 2004). Dit betreft echter niet uitsluitend doorverwijzingen vanwege nek- en rugklachten. Nek- en rugklachten vormen een van de belangrijkste diagnosen waarmee patiënten bij de fysiotherapeut komen (LiPZ) (zie ook Door wie wordt de fysiotherapeut vooral bezocht?).

Verwijzing naar medisch specialist bij specifieke rugklachten

Bij specifieke nek- en rugklachten (met diagnose; ongeveer 2% van alle gevallen) verwijst de huisarts de patiënt door naar een medisch specialist, die vervolgens de verantwoordelijkheid voor de behandeling overneemt (Baan et al., 2003). Ook kan de neuroloog, neuro- of orthopedisch chirurg worden ingeschakeld wanneer nadere diagnostiek of een operatie gewenst is, bijvoorbeeld bij HNP.

Aantal ziekenhuisopnamen stijgt weer

Het aantal personen dat in één jaar in het ziekenhuis is opgenomen voor nek- en rugklachten stijgt sinds 2002 weer nadat het vanaf 1995 eerst was afgenomen. Het gaat echter om minder dan 2% van alle personen met nek- en rugklachten.

De stijging van de ziekenhuisprevalentie sinds 2002 komt vooral doordat meer mensen een dagopname ondergaan: het aantal dagopnamen is sinds 2001 met ruim 40% toegenomen, nadat het de jaren daarvoor redelijk stabiel was gebleven (zie figuur 1).

Mensen met nek- en rugklachten lagen in 2004 gemiddeld drie dagen korter in het ziekenhuis dan in 1995. Bij vrouwen is de gemiddelde opnameduur sterker afgenomen dan bij mannen (mannen van 9,5 naar 6,9 dagen en vrouwen van 11,0 naar 7,6 dagen) (zie tabel 1 en figuur 1).

Bij al deze trends is gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking in Nederland.

Tabel 1: Zorggebruik van mensen met nek- en rugklachten in 2004 in absolute aantallen (bron: LMR).

mannen

vrouwen

totaal

Klinische opnamen

12.277

12.009

24.286

Klinische opnamedagen

84.508

91.118

175.626

Gemiddelde opnameduur in dagen

6,9

7,6

7,2

Dagbehandelingen

14.843

28.002

42.845

Helft van patiënten krijgt geneesmiddel voorgeschreven

De huisarts schrijft in ruim de helft van zijn contacten met patiënten met nek- en rugklachten een geneesmiddel voor, in 30% van de gevallen betreft dit NSAID's (pijnstillers als diclofenac en ibuprofen) (Cardol et al., 2004). Huisartsen schrijven in een vervolgcontact relatief vaker medicijnen voor dan in het eerste contact. In 37% van de eerste contacten krijgen patiënten een geneesmiddel voorgeschreven, terwijl dit in vervolgcontacten bij 56% van de patiënten gebeurt. Verder verwijzen huisartsen in het eerste contact relatief vaker door naar de fysiotherapeut of oefentherapeut dan in de vervolgcontacten. Bij verwijzingen naar een neuroloog of orthopeed is dit juist andersom.

Zorg voor werknemer met rug- en nekklachten

Nek- en rugklachten komen het meest voor in de leeftijdsgroep van 45- tot 65-jarigen (zie Hoe vaak komen nek- en rugklachten voor en hoeveel mensen sterven er aan?). Dit betekent dat relatief veel mensen in de arbeidszame leeftijd met rug- en nekklachten geconfronteerd worden. Aangezien deze klachten vaak met verminderd lichamelijk functioneren gepaard gaan, kunnen ze leiden tot ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Daarom hebben werknemers met nek- en rugklachten ook te maken met bedrijfsartsen en mogelijk verzekeringsartsen. Soms worden ze door de bedrijfsarts of andere arts doorverwezen naar rugscholing of naar multidisciplinaire reïntegratieprogramma's. Deze programma's, waarin verschillende disciplines samen met de werknemer werken aan een terugkeer op de werkvloer, lijken vooralsnog redelijk effectief in het verminderen van pijn en het verbeteren van het functioneren (Guzmán et al., 2001, Heymans et al., 2005). Er zijn evenwel nog te weinig gegevens over de resultaten van deze programma's op langere termijn of over de kosteneffectiviteit ervan.

Zie ook Preventie gericht op klachten en aandoeningen aan het bewegingsapparaat.

Figuur 1: Ziekenhuisprevalentie, klinische opnamen, klinische opnamedagen en dagopnamen met nek- en rugklachten als hoofdontslagdiagnose in de periode 1995-2004; gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100) (Bronnen: CBS StatLine; LMR).

Trends in gegevens over ziekenhuisopnamen voor nek- en rugklachten (mannen, 1995-2004) Trends in gegevens over ziekenhuisopnamen voor nek- en rugklachten (vrouwen, 1995-2004)

Kosten

Nek- en rugklachten één van de duurdere ziekten

Nek- en rugklachten gaan gepaard met hoge kosten (zie ook Welke ziekten zijn het duurst?). In 2005 kostte de zorg voor nek- en rugklachten 867,2 miljoen euro (Poos et al., 2008). In totaal maakten de kosten voor nek- en rugklachten 1,3% uit van de totale kosten voor gezondheidszorg en 20,5% van de kosten voor ziekten aan het bewegingsstelsel. In de zorg voor nek- en rugklachten wordt 42% uitgegeven aan ziekenhuiszorg en 39% aan eerstelijnszorg (zie figuur 2).

Van alle kosten voor nek- en rugklachten ging in 2005 bijna 60% naar de zorg voor vrouwen en ruim 40% naar de zorg voor mannen. De meeste kosten voor rug- en nekklachten worden gemaakt in de leeftijdsgroep 40- tot 59-jarigen, terwijl per persoon juist personen van 75 jaar en ouder het duurst zijn (bron: Kosten van Ziektenstudie).

Bovenstaande directe medische kosten vormen slechts een klein deel van de totale kosten vanwege nek- en rugklachten. Kosten die bijvoorbeeld met ziekteverzuim gepaard gaan, zijn hierin niet opgenomen. Uit eerder onderzoek is evenwel bekend dat de verhouding tussen directe medische kosten vanwege rugklachten en de indirecte kosten vanwege rugklachten, zoals arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim, ongeveer 1:9 bedraagt (Van Tulder et al., 1995).

Figuur 2: Kosten voor nek- en rugklachten in 2005 naar sector (bron: Kosten van Ziektenstudie).

Kosten van de zorg van nek- en rugklachten naar sector in 2005
.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Baan CA, Hutten JH, Rijken PM. Afstemming in de zorg. Een achtergrondstudie naar de zorg voor mensen met een chronische aandoening. RIVM-rapport nr. 282701005. Bilthoven: RIVM/NIVEL,2003.
  • Cardol M, Dijk L van, Jong JD de, Bakker DH de, Westert GP.Tweede Nationale Studie naar Ziekten en Verrichtingen in de huisartspraktijk. Huisartsenzorg: wat doet de poortwachter? Utrecht: NIVEL, 2004.
  • Chavannes AW, Mens JMA, Koes BW, Lubbers WJ, Ostelo RWJG, Spinnewijn WEM, et al.NHG-Standaard Aspecifieke lagerugpijn. Huisarts Wet, 2005; 48(3): 113-23.
  • Engers AJ, Wensing M, Tulder MW van, Timmermans A, Oostendorp RAB, Koes BW, et al.Implementation of the Dutch low back pain guideline for general practitioners. Spine, 2005; 30(6): 595-600.
  • Guzmán J, Esmail R, Karjalainen K, Malmivaara A, Irvin E, Bombardier C.Multidisciplinary rehabilitation for chronic low back pain: systematic review. BMJ, 2001 ; 322(7301): 1511-6.
  • Heymans MW, Tulder MW van, Esmail R, Bombardier C, Koes BW.Back schools for nonspecific low back pain: a systematic review within the framework of the Cochrane Collaboration Back Review Group. Spine, 2005; 30(19): 2153-63.
  • Linden MW van der, Westert GP, Bakker DH de, Schellevis FG.De Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. Klachten en aandoeningen in de bevolking en in de huisartspraktijk. Utrecht/Bilthoven: NIVEL/RIVM, 2004.
  • Picavet HSJ, Schouten JSAG.Musculoskeletal pain in the Netherlands: prevalences, consequences and risk groups, the DMC3-study. Pain, 2003; 102: 167-78.
  • Poos MJJC, Smit JM, Groen J, Kommer GJ, Slobbe LCJ. Kosten van ziekten in Nederland 2005. RIVM-rapport nr. 270751019. Bilthoven: RIVM,2008.
  • Schers H, Braspenning J, Drijver R, Wensing M, Grol R.Low back pain in general practice: reported management and reasons for not adhering to the guidelines in the Netherlands. Brit J Gen Pract, 2000; 50: 640-644.
  • Tulder MW van, Koes BW, Bouter LM.A cost-of-illness study of back pain in The Netherlands. Pain, 1995; 62(2): 233-40.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

HNP
Hernia nuclei pulposi
NHG
Nederlands huisartsengenootschap
URL: http://www.nhg.org
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.