Huisartsen zien 1,6 miljoen mensen met nek- of rugklachten in 2003
De jaarprevalentie van nek- en rugklachten is 85,5 per 1.000 mannen en 113,0 per 1.000 vrouwen. Dit komt overeen met 687.000 mannen en 925.800 vrouwen (zie tabel 1).
De jaarprevalentie van lage-rugpijn met uitstraling is 13,4 per 1.000 mannen en 16,6 per 1.000 vrouwen) en de jaarprevalentie van is 3,7 per 1.000 mannen en 2,2 per 1.000 vrouwen.
Het gaat hier om het aantal mensen dat gedurende een jaar met een nek- of rugklacht bij de huisarts komt of waarbij een nek- of rugaandoening anderszins in dat jaar een probleem vormde (specialistenbezoek, herhaalreceptuur). Patiënten met meerdere klachten van nek of rug zijn slechts één maal geteld.
Nek- en rugklachten komen tot op hoge leeftijd veel voor
De leeftijdspecifieke jaarprevalentie van nek- en rugklachten neemt tot 55 jaar toe met de leeftijd. Daarboven blijft de prevalentie vrijwel gelijk (zie figuur 1). Voor nek- en rugklachten met uitstraling zien we hetzelfde patroon; zie daarvoor de 5-jaarscijfers in Prevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht.
Jaarlijks 1 miljoen nieuwe gevallen van nek- of rugklachten bij huisarts
Het aantal nieuwe gevallen van nek- en rugklachten (incidentie) is bij mannen 55,5 per 1.000 per jaar en bij vrouwen 72,5 per 1.000 per jaar. Dit komt overeen met 445.700 mannen en 594.300 vrouwen (zie tabel 1). Hierbij wordt een patiënt met meerdere van rugproblemen gedurende één jaar slechts één maal geteld. De incidentie van lage-rugpijn met uitstraling bedraagt op basis van huisartsenregistraties bij mannen 7,7 en bij vrouwen 10,1 per 1.000. De incidentie van bedraagt 2,3 en 1,4 per 1.000 mannen respectievelijk vrouwen per jaar.
Ruim 29% heeft nek- of rugklachten
Ruim 29% van de mensen van 25 jaar en ouder heeft nek- of rugklachten van 3 maanden of langer. Als onderscheid gemaakt wordt in chronische klachten van nek, hoog in de rug en laag in de rug, blijkt dat klachten laag in de rug het vaakst voorkomen (zie tabel 2). Dit blijkt uit de uit 2000 op basis waarvan geschat wordt dat er 1.427.300 mannen en 1.831.800 vrouwen van 25 jaar en ouder zijn met langdurige nek- of rugklachten.
Directe sterfte aan nek- en rugklachten is laag
In 2005 stierven 19 mannen en 25 vrouwen ten gevolge van nek- en rugklachten (). Het is niet duidelijk of dit patiënten zijn die tijdens of kort na een operatie overleden of op langere termijn aan de gevolgen van complicaties van een operatie, of dat dit aantal te wijten is aan meetfouten.
Figuur 1: Jaarprevalentie (per 1.000) van nek- en rugklachten in 2004, naar leeftijd en geslacht (Bron: ).
Tabel 1: Jaarprevalentie en incidentie van nek- en rugklachten in huisartsenregistraties, naar geslacht; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2003 (Bronnen: (nek- en rugklachten en lage-rugpijn met uitstraling) en ().
|
Nek- en rugklachten
|
85,54
|
112,98
|
55,50
|
72,53
|
|
Lage-rugpijn met uitstraling
|
13,40
|
16,63
|
7,68
|
10,13
|
|
|
3,73
|
2,20
|
2,30
|
1,40
|
|
Nek- en rugklachten
|
687.000
|
925.800
|
445.700
|
594.300
|
|
Lage-rugpijn met uitstraling
|
107.600
|
136.200
|
61.700
|
83.000
|
|
|
30.000
|
18.000
|
18.500
|
11.500
|
Tabel 2: Prevalentie van chronische nek- en rugklachten (langer dan 3 maanden) in de bevolking van 25 jaar en ouder, naar geslacht; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2000 (Bron: ).
|
Nek- en rugklachten
|
264,2
|
322,9
|
|
Chronische nekklachten
|
110,0
|
178,7
|
|
Chronische klachten hoog in de rug
|
40,6
|
85,2
|
|
Chronische klachten laag in de rug
|
211,4
|
216,4
|
|
Nek- en rugklachten
|
1.427.300
|
1.831.800
|
|
Chronische nekklachten
|
594.200
|
1.013.700
|
|
Chronische klachten hoog in de rug
|
219.400
|
483.300
|
|
Chronische klachten laag in de rug
|
1.142.000
|
1.227.400
|
Achtergronden en details bij cijfers uit huisartsenregistraties
Prevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht (periode 2003-2005)
Beschrijving van gebruikte gegevensbronnen
Meer recente gegevens beschikbaar
Recentere gegevens naar leeftijd en geslacht zijn te vinden in:
Incidentie, prevalentie en sterfte.