Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Nek- en rugklachten
Omvang van het probleem

Nek- en rugklachten: prevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

646.800 personen met nek- en rugklachten op 1 januari 2007

Op 1 januari 2007 waren er 646.800 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 514.800 - 810.700) mensen met nek- en rugklachten (puntprevalentie). Dit waren 34,7 per 1.000 mannen en 44,3 per 1.000 vrouwen. In 2007 waren er ongeveer 1.137.300 nieuwe patiënten met nek- en rugklachten (incidentie). Dit brengt het totaal aantal mensen met gediagnosticeerde nek- en rugklachten op 1.784.100 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 1.539.100 - 2.079.400) in 2007 (jaarprevalentie).

In 2010 overleden 83 personen aan nek- en rugklachten

In 2010 overleden 83 personen (0,5 per 100.000 mannen en 0,5 per 100.000 vrouwen) met nek- en rugklachten als primaire doodsoorzaak.

In de figuren hiernaast en in de tabellen hieronder zijn de cijfers naar leeftijd en geslacht gepresenteerd.

Toelichting bij de gepresenteerde cijfers

De schattingen van de incidentie en prevalentie zijn gebaseerd op de analyse van vijf huisartsenregistraties. In onderstaande tabellen worden ook betrouwbaarheidsintervallen gepresenteerd.

Voor meer informatie over de verschillende huisartsenregistraties, zie: detailsAchtergrond bij keuze van huisartsenregistraties voor incidentie- en prevalentieschatting.

Voor meer informatie over de schattingen en de betrouwbaarheidsintervallen, zie detailsSchattingsmethode incidentie en prevalentie 2007.

Figuur 1: Incidentie (per 1.000) van nek- en rugklachten in 2007 naar leeftijd en geslacht.

nek_rugklachten_incidentie_2007

Figuur 2: Prevalentie (per 1.000) van nek- en rugklachten op 1 januari 2007 naar leeftijd en geslacht.

nek_rugklachten_prevalentie_2007

Incidentie en prevalentie in 2007 en sterfte in 2010 naar leeftijd en geslacht

Tabel 1: Incidentie van nek- en rugklachten (absoluut en per 1.000) naar leeftijd en geslacht in 2007.

Incidentie per 1.000

Incidentie absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0-4

5,35

6,71

2.618

3.133

5-9

11,19

14,03

5.771

6.917

10-14

24,09

30,20

12.109

14.483

15-19

39,00

48,90

19.964

23.942

20-24

50,09

62,81

24.617

30.172

25-29

57,38

71,94

28.430

35.552

30-34

64,32

80,65

33.657

42.203

35-39

72,23

90,53

46.771

57.715

40-44

79,88

100,14

52.872

64.533

45-49

84,24

105,61

52.796

65.231

50-54

83,79

105,05

47.918

59.370

55-59

80,18

100,51

44.509

54.819

60-64

77,37

96,99

37.278

46.372

65-69

78,09

97,93

27.408

35.793

70-74

82,77

103,84

22.569

32.639

75-79

87,14

109,28

17.738

30.204

80-84

84,37

105,53

10.493

22.813

85+

75,69

94,60

5.596

18.320

Totaal alle leeftijden

60,88

77,79

493.114

644.211

Ondergrens 95%-betrouwbaarheid

49,23

62,90

398.804

520.878

Bovengrens 95%-betrouwbaarheid

75,29

96,24

609.895

796.962

Totaal 0-14

13,60

17,04

20.498

24.532

Totaal 15-64

69,84

87,64

388.812

479.909

Totaal 65+

81,72

102,31

83.804

139.770

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

Tabel 3: Sterfte aan nek- en rugklachten (absoluut en per 100.000) naar leeftijd en geslacht in 2010 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Sterfte per 100.000

Sterfte absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0

0,00

0,00

0

0

1-4

0,00

0,00

0

0

5-9

0,00

0,00

0

0

10-14

0,00

0,00

0

0

15-19

0,00

0,00

0

0

20-24

0,00

0,00

0

0

25-29

0,00

0,20

0

1

30-34

0,00

0,00

0

0

35-39

0,00

0,00

0

0

40-44

0,00

0,16

0

1

45-49

0,15

0,00

1

0

50-54

0,34

0,00

2

0

55-59

0,18

0,18

1

1

60-64

0,18

0,37

1

2

65-69

1,03

0,00

4

0

70-74

2,02

1,51

6

5

75-79

1,84

2,50

4

7

80-84

10,26

3,64

14

8

85+

9,21

7,91

8

17

Totaal alle leeftijden

0,50

0,50

41

42

Totaal 0-14

0,00

0,00

0

0

Totaal 15-64

0,09

0,09

5

5

Totaal 65+

3,20

2,57

36

37

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

Tabel 2: Puntprevalentie van nek- en rugklachten (absoluut en per 1.000) naar leeftijd en geslacht op 1 januari 2007.

Puntprevalentie per 1.000

Puntprevalentie absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0-4

1,41

2,47

699

1.167

5-9

2,41

4,64

1.239

2.281

10-14

6,20

11,81

3.130

5.678

15-19

12,75

22,61

6.508

11.033

20-24

20,31

32,48

9.919

15.512

25-29

27,51

39,21

13.623

19.380

30-34

34,95

44,59

18.667

23.819

35-39

42,61

49,81

27.866

31.952

40-44

49,68

54,70

32.970

35.343

45-49

53,77

57,65

33.468

35.362

50-54

53,81

58,12

30.661

32.684

55-59

51,13

57,45

28.664

31.624

60-64

48,80

58,26

22.657

26.813

65-69

48,62

62,80

16.816

22.712

70-74

50,75

70,62

13.745

22.183

75-79

52,21

76,50

10.469

21.001

80-84

49,30

73,04

6.065

15.785

85+

44,87

63,65

3.222

12.086

Totaal alle leeftijden

34,67

44,31

280.389

366.415

Ondergrens 95%-betrouwbaarheid

27,55

35,30

222.828

291.931

Bovengrens 95%-betrouwbaarheid

43,52

55,46

352.050

458.666

Totaal 0-14

3,35

6,32

5.068

9.126

Totaal 15-64

40,45

48,19

225.004

263.522

Totaal 65+

49,72

69,13

50.317

93.767

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

.

Begrippen en afkortingen

Definities

Primaire doodsoorzaak
De ziekte of de gebeurtenis waarmee de aaneenschakeling van gebeurtenissen die tot de dood leidde, startte. Men spreekt hierbij wel van de onderliggende ziekte of het grondlijden (Bron: CBS).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.