Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Heupfractuur
Geografische verschillen

Heupfractuur: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Aantal heupfracturen in Nederland gemiddeld

Binnen Europa is de incidentie van heupfracturen in Nederland gemiddeld (zie figuur 1) (IOF, 2005). De leeftijdsgestandaardiseerde prevalentie van heupfracturen is in Noord-Europa hoger dan in Zuid-Europa (Johnell & Kanis, 2005). Omdat na een heupfractuur bijna altijd ziekenhuisopname noodzakelijk is, kan het aantal heupfracturen tussen landen vergeleken worden met behulp van ontslagdiagnoses van ziekenhuizen. Er zijn echter wel beperkingen bij zo'n vergelijking (bijvoorbeeld heropnames en overplaatsing naar andere ziekenhuizen), maar verschillen tussen landen en regio’s lijken te groot om hierdoor te worden verklaard (Schwartz et al., 1999, Bacon et al., 1996).

De cijfers in figuur 1 zijn voor de totale bevolking. In Nederland komt echter circa 80% van alle heupfracturen voor bij personen van 55 jaar en ouder. Dit komt jaarlijks neer op 19 heupfracturen per 10.000 mannen van 55 jaar en ouder en 52 heupfracturen per 10.000 vrouwen van 55 jaar en ouder.

Zie ook: Hoe vaak komen heupfracturen voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Heupfracturen komen het meest voor onder de blanke westerse bevolking

Mondiaal gezien is de incidentie van heupfracturen het hoogst onder de blanke westerse bevolking (Maggi et al., 1991; Johnell & Kanis, 2004). Ook de toename met de leeftijd is onder blanke populaties hoger dan bij zwarte en Latijns-Amerikaanse populaties (Maggi et al., 1991).

In een studie gebaseerd op gegevens uit ziekenhuisregistraties werden de incidenties uit verschillende landen met elkaar vergeleken (Bacon et al., 1996). Nederland maakt geen deel uit van deze studie, maar als de Nederlandse gegevens van de LMR ermee worden vergeleken, blijkt Nederland voor mannen en vrouwen een middenpositie in te nemen onder de westerse landen. De incidentie in Nederland is iets lager dan in de VS (blanke bevolking), Canada, het Verenigd Koninkrijk en sommige verwesterde Aziatische landen (Singapore, Taiwan). In Nederland komen heupfracturen echter veel meer voor dan in Zuid-Amerika (Chili), Afrika of in minder ontwikkelde Aziatische landen zoals China (De Laet & Pols, 2000).

Oorzaken van de verschillen tussen landen zijn vooralsnog speculatief

Er bestaan veel hypothesen over de oorzaken van verschillen tussen landen. De belangrijkste achterliggende verklaring is het voorkomen van een lage botmineraaldichtheid (osteopenie of osteoporose). Hiermee samenhangend worden factoren als lage blootstelling aan zonlicht, gebrek aan vitamine D en calcium, gebruik van medicijnen en genetische factoren in verband gebracht met internationale verschillen in heupfractuur. In de literatuur blijken veel van deze factoren echter omstreden (Johnell et al., 1992; Johnell et al., 1995).

zie ook: Letsels: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen? (Accidentele val)

zie ook: Osteoporose: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Figuur 1: Aantal heupfracturen per 10.000 (gebaseerd op meest recente jaarlijkse cijfers, in de periode 2000-2003) (IOF, 2005).

Aantal heupfracturen per 10.000 (gebaseerd op meest recente jaarlijkse cijfers, in de periode 2000-2003)

Stijging van heupfracturen grotendeels verklaard door vergrijzing

Absoluut gezien vertoont de incidentie van heupfracturen een stijging in veel westerse landen. Voor de meeste landen van de EU waaronder Nederland wordt deze stijging verklaard door de vergrijzing van de bevolking en het ouder worden van de naoorlogse baby-boom generatie. Er zijn echter ook aanwijzingen voor leeftijdspecifieke stijgingen in Europese landen (Gullberg et al., 1997). In Finland is in de periode 1970-1997 bijvoorbeeld een opvallende toename van heupfracturen gesignaleerd die, na correctie voor leeftijd en geslacht, nog steeds 50% blijkt te bedragen (Kannus et al., 1999). Ook een Amerikaanse studie vond dat het risico op heupfracturen toeneemt bij volgende geboortecohorten (Samelson et al., 2002). Voor Nederland wordt een dergelijke leeftijdspecifieke trend niet waargenomen.

In Zweden lijkt er een einde te zijn gekomen aan de stijging van de incidentie. Zo is de incidentie in Malmö in de periode 1992-1995 gestabiliseerd (Rogmark et al., 1999). Mogelijk neemt het aantal heupfracturen in Zweden tussen 1996 en 2010 zelfs met 11% af. Die afname komt voornamelijk door de afname van 19% onder vrouwen, bij mannen wordt een stijging van 7% voorspeld (Löfman et al., 2002).

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Bacon WE, Maggi S, Looker A, Harris T, Nair CR, Giaconi J, et al.International comparison of hip fracture rates in 1988-89. Osteoporos Int 1996; 6: 69-75.
  • Gullberg B, Johnell O, Kanis JA.World-wide projections for hip fracture. Osteoporos Int 1997; 7: 407-413.
  • IOF, International Osteoporosis Foundation.Osteoporosis in Europe: Indicators of progress (and outcomes from the European Parliament Osteoporosis Interest Group and European Union Osteoporosis Consultation Panel Meeting, Wednesday, November 10, 2004). Nyon: IOF, 2005.
  • Johnell O, Gullberg B, Kanis JA, Allander E, Elffors L, Dequeker J, et al.Risk factors for hip fracture in European women: the MEDOS Study. Mediterranean Osteoporosis Study. J Bone Miner Res, 1995; 10(11): 1802-15.
  • Johnell O, Kanis J.Epidemiology of osteoporotic fractures. Osteoporos Int, 2005 ; 16: Suppl 2: S3-7.
  • Johnell O, Kanis JA.An estimate of the worldwide prevalence, mortality and disability associated with hip fracture. Osteoporos Int, 2004; 15: 897-902.
  • Johnell O, Gullberg B, Allander E, Kanis JA.The apparent incidence of hip fracture in Europe: a study of national register sources. Osteoporos Int 1992; 2: 298-302.
  • Kannus P, Niemi S, Parkkari J, Palvanen M, Vuori I, Järvinen M.Hip fractures in Finland between 1970 and 1997 an predictions for the future. Lancet 1999; 35: 802-805.
  • Laet CEDH de, Pols HAP.Fractures in the elderly: epidemiology and demography. Baillieres Best Pract Res Clin Endocrinol Metab, 2000; 14: 171-9.
  • Löfman O, Berglund K, Larsson L, Toss G.Changes in hip fracture epidemiology: redistribution between ages, genders and fracture types. Osteoporos Int, 2002; 13(1): 18-25.
  • Maggi S, Kelsey JL, Litvak J, Heyse SP.Incidence of hip fractures in the elderly: a cross-national analysis. Osteoporos Int 1991; 1: 232-241.
  • Rogmark C, Sernbo I, Johnell O, Nilsson JA.Incidence of hip fractures in Malmö, Sweden, 1992-1995. A trend-break. Acta Orthop Scand, 1999; 70(1): 19-22.
  • Samelson EJ, Zhang Y, Kiel DP, Hannan MT, Felson DT.Effect of birth cohort on risk of hip fracture: age-specific incidence rates in the Framingham Study. Am J Public Health, 2002; 92(5): 858-62.
  • Schwartz AV, Kelsey JL, Maggi S, Tuttleman M, Ho SC, Jonsson PV, et al.International variation in the incidence of hip fractures: cross-national project on osteoporosis for the World Health Organization Program for Research on Aging. Osteoporos Int, 1999; 9(3): 242-53.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU
Europese unie
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.