15.000 ziekenhuisopnamen na een heupfractuur bij ouderen
In de periode 2000-2004 zijn er gemiddeld 17.000 ziekenhuisopnamen geregistreerd met als hoofddiagnose heupfractuur (ICD-9 code 820) Het grootste deel (15.000) van deze heupfracturen was het gevolg van een privé-ongeval, sportblessure of arbeidsongeval bij personen van 55 jaar en ouder. Bijna alle heupfracturen worden klinisch behandeld en daarmee geven de ziekenhuisopnamen in verband met heupfracturen een goed beeld van het optreden van heupfracturen in Nederland.
Van de heupfracturen komt een kwart voor bij mannen en driekwart bij vrouwen (3.400 opnamen van mannen en 11.000 van vrouwen). Dat komt neer op 19 opnamen in verband met heupfracturen per 10.000 mannen en 52 per 10.000 vrouwen (zie figuur 1).
Boven de 55 jaar neemt het aantal heupfracturen sterk toe met de leeftijd (zie figuur 1). In de leeftijdsklasse 85 jaar en ouder is het aantal heupfracturen anderhalf keer zo hoog als onder 80 tot 85 jarigen. Het aantal heupfracturen bij mannen loopt ongeveer 5 leeftijdsjaren achter op die bij vrouwen. Onder mannen in bijvoorbeeld de leeftijdsgroep 75 tot 80 jaar zijn er ongeveer evenveel heupfracturen als onder vrouwen in de leeftijdsgroep 70 tot 75 jaar.
Sterftecijfers in werkelijkheid hoger door onderrapportage
Officiële sterftecijfers van heupfracturen zijn onbetrouwbaar omdat bij sterfte als gevolg van een heupfractuur, de heupfractuur vaak niet op de doodsoorzakenverklaring genoteerd wordt. Juist bij overlijdensgevallen waarbij een relatie bestaat met heupfracturen worden door behandelende artsen vaker niet dan wel een niet-natuurlijke doodsoorzaak opgegeven. Het betreft veelal hoogbejaarde mensen, die na een val waarbij zij een heupfractuur oplopen, binnen een maand overlijden, waarna een verklaring voor een natuurlijke dood wordt afgegeven ().
Jaarlijks overlijden gemiddeld 1.000 senioren van 55 jaar of ouder aan de gevolgen van een heupfractuur. Met het oog op de onbetrouwbare sterftecijfers voor heupfracturen is dit een onderschatting van de werkelijke aantallen. Meer vrouwen (69%, 700) dan mannen (31%, 320) overlijden na een heupfractuur. Hoe ouder men is, hoe groter het risico om te overlijden na een heupfractuur (zie figuur 2). In de leeftijdsgroep 55-74 jaar overlijden jaarlijks 0,17 per 10.000 senioren na een heupfractuur en 9,7 per 10.000 senioren vanaf 75 jaar of ouder.
Vallen de belangrijkste oorzaak van heupfractuur
Verreweg de belangrijkste oorzaak van een heupfractuur is een val (97%, 14.000). Van de 14.000 is vijftien procent (2.100) gestruikeld of uitgegleden en vier procent (600) is van een hoogte gevallen, bijvoorbeeld uit stoel of bed. De belangrijkste activiteit ten tijde van het ongeval is een noodzakelijke activiteit, zoals lopen in en om huis.
Bijna kwart overlijdt binnen jaar na heupfractuur en kwart blijft invalide
Van de senioren (55 jaar en ouder) die een heup breken, overlijdt bijna 25% binnen een jaar na het oplopen van de heupfractuur en nog eens 25% blijft permanent invalide (). Een heupfractuur is een van de belangrijkste oorzaken van verminderd functioneren en van verhoogde mortaliteit.