U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Bewegingsstelsel en bindweefsel›Artrose›Artrose: Hoeveel zorg gebruiken patiënten en wat zijn de kosten?
Artrose wordt over het algemeen gediagnosticeerd en behandeld door de huisarts. In het beginstadium kan consultatie van de reumatoloog (of internist) nodig zijn. In latere stadia, als de patiënt veel klachten heeft, wordt de patiënt vaak door de reumatoloog behandeld. Een orthopeed voert een arthroscopie of gewrichtsvervangende operatie uit.
Aanvullende zorgvormen zijn fysiotherapie, oefentherapie en ergotherapie. In vergevorderde stadia kan thuiszorg of zelfs verpleeghuiszorg nodig zijn. Verder kan ook informele zorg van belang zijn voor artrosepatiënten.
In het kader van de Wet Voorzieningen Gehandicapten kunnen artrosepatiënten gebruikmaken van speciale vervoersvoorzieningen en kunnen aanpassingen voor de woning gerealiseerd worden.
In 2005 waren er ruim 40.000 ziekenhuisopnamen voor artrose. Het aantal vrouwen dat wordt opgenomen is ruim twee keer zo hoog als het aantal mannen. De gemiddelde opnameduur was acht dagen. In 2005 werden 8.179 dagbehandelingen geteld (zie tabel 1).
In de periode 1995-2005 is het aantal klinische opnamen voor artrose voor mannen met 60% en voor vrouwen met 46% toegenomen. Het aantal klinische opnamedagen daalde voor mannen met 10% en voor vrouwen met bijna een kwart (zie figuur 1). Dit is een gevolg van de daling van de gemiddelde duur van een ziekenhuisopname met ruim 40% in de periode 1995-2005.
Het aantal dagopnamen is in verhouding met het aantal klinische opnamen laag (zie tabel 1) maar in de periode 1995-2005 wel sterk gestegen (zie figuur 1). De ziekenhuisprevalentie is in de periode 1995-2005 voor zowel mannen als vrouwen met ongeveer de helft toegenomen. De ziekenhuisprevalentie betreft het aantal personen dat één of meer keren per jaar in het ziekenhuis is opgenomen voor artrose (zowel klinische opnamen als dagopnamen tellen mee).
Bovenstaande trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking in Nederland.
Tabel 1: Aantal klinische opnamen en opnamedagen, gemiddelde opnameduur (in dagen) en aantal dagopnamen in 2005 voor artrose (ICD-9 code 715; Bron: LMR).
Mannen
Vrouwen
Totaal
Klinische opnamen
12.841
29.103
41.944
Klinische opnamedagen
92.900
241.805
334.705
Gemiddelde opnameduur
7,2
8,3
8,0
Dagopnamen
3.270
4.909
8.179
Figuur 1: Ziekenhuisprevalentie, klinische opnamen, klinische opnamedagen en dagopnamen met artrose als hoofdontslagdiagnose in de periode 1995-2005; gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100) (Bron: CBS-Statline en LMR).
De kosten van de zorg voor artrose bedroegen 540,2 miljoen euro in 2005. Dat was 0,8% van de totale kosten voor de gezondheidszorg in Nederland en 12,8% van de totale zorgkosten die gemaakt werden voor ziekten van het bewegingsstelsel en bindweefsel (Poos et al., 2008). Van de totale kosten voor artrose wordt 25% door mannen gemaakt en 75% door vrouwen. De kosten zijn het hoogst in de leeftijdsgroep 65-84 jaar (zie figuur 2).
Het grootste deel (66,3%) van de zorgkosten voor artrose was in 2005 toe te schrijven aan ziekenhuiszorg en medisch-specialistische zorg. Verder was 17,2% van de zorgkosten toe te schrijven aan ouderenzorg, 5,7% aan eerstelijnszorg en 5,2% aan genees- en hulpmiddelen.
Figuur 2: Kosten van de zorg voor artrose in 2005 uitgesplitst naar leeftijd en geslacht (Bron: Kosten van Ziektenstudie).
Naar boven