Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Artrose
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op artrose?

Belangrijke rol voor erfelijke factoren bij etiologie van artrose

Slechts bij een kleine groep patiënten is een duidelijke oorzaak van de artrose aan te wijzen, zoals ongevalletsel met gewrichtsbeschadiging of een (zeldzame) aangeboren afwijking. Verder spelen erfelijke factoren een belangrijke rol (MacGregor & Spector, 1999; Felson & Zhang, 1998). Familiestudies leverden tot op heden geen hoog-risico genen op (Meulenbelt et al., 2006). Slechts voor variaties in een tweetal genen (DIO2 en GDF5) is het mogelijk gebleken om associaties met artrose in meerdere populaties te reproduceren. Recent zijn vanuit genoom-brede studies (GWAS) nog een drietal genen geïdentificeerd die met artrose geassocieerd blijken te zijn (LRCH1, PTGS2, DVWA). Drie van deze in totaal vijf kandidaat-genen (GDF5, LRCH1 en DVWA) lijken bot en/of kraakbeen specifiek te zijn, en van de overige twee is PTGS2 bij ontstekingsprocessen betrokken en verzorgt DIO2 de omzetting van een prohormoon in de schildklier (T4) naar het actieve hormoon (T3) (Meulenbelt et al., 2008; Miyamoto et al., 2007; Valdes et al., 2008; Spector et al., 2006). Naar verwachting worden in de nabije toekomst nog meer genen ontdekt die een rol spelen in de etiologie van artrose.

Ook overgewicht, etniciteit en lichamelijke belasting determinant van artrose

Overgewicht is een belangrijke determinant voor knieartrose (zie ook Lichaamsgewicht). Vrouwen bij wie het gewicht is gedaald hebben een minder groot risico op knieartrose. Etnische achtergrond lijkt volgens onderzoek uit de VS ook een determinant van artrose te zijn. Afro-Amerikanen lijken namelijk vaker en ernstigere artrose te hebben dan mensen met een andere etnische achtergrond. De oorzaak hiervan zou gelegen kunnen zijn in subtiele etnische verschillen in de genetische opmaak van gewrichtsstructuren (Jordan et al., 2003; Jordan et al., 2007). Bij sommige zware beroepen, beroepen met heup- of kniebelasting, en bij sommige sporten, vooral als er sprake is van acute hoge en/of herhaalde gewrichtsbelasting, komt artrose vaker voor (Lievense et al., 2003; Schouten et al., 2002; Lievense et al., 2001; Felson et al., 1991; Maetzel et al., 1997).

Ook andere gewrichtsaandoeningen en lokale gewrichtsfactoren risicofactor

Artrose kan ook ontstaan door andere gewrichtsaandoeningen, zoals een meniscusbeschadiging of reumatoïde artritis. Een aandoening als een aangeboren heupafwijking kan op latere leeftijd leiden tot artrose (Reijman et al., 2005). Het wordt steeds duidelijker dat ook lokale gewrichtsfactoren een rol spelen bij het ontstaan van artrose. Factoren die hierbij genoemd worden zijn: overmatige beweeglijkheid in het gewricht (laxiteit), abnormale stand van de gewrichtsuiteinden, abnormale onbewuste positiewaarneming van de stand van het gewricht (proprioceptie) en spierzwakte rond het gewricht (Felson et al., 2000).

Onder personen met osteoporose minder artrose

Bij personen met osteoporose komt artrose minder vaak voor. Anderzijds is een hoge botmineraaldichtheid juist geassocieerd met een verhoogde incidentie en een ongunstiger beloop van artrose (Bergink et al., 2005). Het is onduidelijk of hier sprake is van een causale relatie, of een samenhang met een derde, onbekende variabele. Bij beide aandoeningen spelen veranderingen in de hormoonhuishouding namelijk een rol (De Klerk et al., 2009).

Invloed van ontwikkelingen in determinanten op voorkomen artrose onbekend

De volgende ontwikkelingen hebben mogelijk invloed gehad op het vóórkomen van artrose:

  • de toename van het aantal mensen met overgewicht;
  • de afname van het aantal mensen met gewrichtsbelastend werk;
  • veranderingen in het aantal ongevallen waarbij beschadigingen aan gewrichten zijn opgetreden.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat door de toename van het aantal personen met overgewicht (zie ook Lichaamsgewicht) de incidentie van artrose is toegenomen, terwijl door de afname van het aantal mensen met gewrichtsbelastend werk de incidentie van artrose juist is afgenomen. In welke mate deze veranderingen invloed hebben gehad is niet bekend. Dat komt doordat gegevens over de samenhang tussen de determinanten en het optreden van artrose over de tijd ontbreken, en er ook geen inzicht bestaat in de tijd die verloopt tussen veranderingen in de determinanten en het optreden van artrose.

Toename verwacht door vergrijzing en toename overgewicht

In de toekomst wordt een toename van de prevalentie van artrose verwacht, gezien de verdere vergrijzing van de bevolking en de verwachte toename van (ernstig) overgewicht. Echter, de werkgebonden belasting van gewrichten zal naar verwachting ook verder afnemen. Dit kan de verwachte toename in prevalentie enigszins temperen.

Er zijn mogelijkheden voor preventie

Screening op aangeboren heupafwijkingen kan artrose op latere leeftijd voorkomen. Deze vorm van screening wordt standaard toegepast. Preventie van ongevallen en preventie van overgewicht bieden ook mogelijkheden. Hoe groot het effect van intensivering van deze vormen van preventie is op het vóórkomen van artrose, is niet bekend. Zie ook Preventie gericht op van artrose.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bergink AP, Uitterlinden AG, Leeuwen JP van, Hofman A, Verhaar JA, Pols HA.Bone mineral density and vertebral fracture history are associated with incident and progressive radiographic knee osteoarthritis in elderly men and women: the Rotterdam Study. Bone, 2005; 37(4): 446-456.
  • Felson DT, Hannan MT, Naimark A, Berkeley J, Gordon G, Wilson PW, et al.Occupational physical demands, knee bending, and knee osteoarthritis: results from the Framingham Study. J Rheumatol 1991; 18: 1587-92.
  • Felson DT, Yanovski SZ, Ateshian G, et al.Local biomechanical factors. In: Felson DT. Conference chair. Osteoarthritis: new insights. Part 1: The disease and its risk factors. Ann Intern Med, 2000; 133: 637-9.
  • Felson DT, Zhang Y.An update on the epidemiology of knee and hip osteoarthritis with a view to prevention. Arthritis & Rheumatism, 1998; 41(8): 1343–1355.
  • Jordan JM, Helmick CG, Renner JB, Luta G, Dragomir AD, Woodard J, et al.Prevalence of knee symptoms and radiographic and symptomatic knee osteoarthritis in African Americans and Caucasians: the Johnston County Osteoarthritis Project. J Rheumatol, 2007 ; 34(1): 172-180.
  • Jordan JM, Luta G, Stabler T, Renner JB, Dragomir AD, Vilim V, et al.Ethnic and sex differences in serum levels of cartilage oligomeric matrix protein: the Johnston County Osteoarthritis Project. Arthritis Rheum, 2003 ; 48(3): 675-681.
  • Klerk BM de, Schiphof D, Groeneveld FP, Koes BW, Osch GJ van, Meurs JB van, et al.Limited evidence for a protective effect of unopposed oestrogen therapy for osteoarthritis of the hip: a systematic review. Rheumatology (Oxford), 2009; 48(2): 104-112.
  • Lievense A, Bierma-Zeinstra S, Verhagen A, Verhaar J, Koes B.Influence of work on the development of osteoarthritis of the hip: a systematic review. Journal of Rheumatology, 2001; 28(11): 2520-2528.
  • Lievense AM, Bierma-Zeinstra SM, Verhagen AP, Bernsen RM, Verhaar JA, Koes BW.Influence of sporting activities on the development of osteoarthritis of the hip: a systematic review. Arthritis & Rheumatism, 2003; 49(2): 228-236.
  • MacGregor AJ, Spector TD.Twins and the genetic architecture of osteoarthritis. Rheumatology, 1999; 38: 583-588.
  • Maetzel A, Makela M, Hawker G, et al.Osteoarthritis of the hip and knee and mechanical occupational exposure: a systematic overview of the evidence. J Rheumatol 1997; 24: 1599-1607.
  • Meulenbelt I, Min JL, Bos S, Riyazi N, Houwing-Duistermaat JJ, Van der Wijk HJ, et al.Identification of DIO2 as a new susceptibility locus for symptomatic osteoarthritis. Human Molecular Genetics, 2008; 17(12): 1867-75.
  • Meulenbelt I, Min JL, Van Duijn CM, Kloppenburg M, Breedveld FC, Slagboom PE.Strong linkage on 2q33.3 to familial early-onset generalized osteoarthritis and a consideration of two positional candidate genes. European Journal of Humun Genetics, 2006; 14(12): 1280-1287.
  • Miyamoto Y, Mabuchi A, Shi D, Kubo T, Takatori Y, Saito S, et al.A functional polymorphism in the 5' UTR of GDF5 is associated with susceptibility to osteoarthritis. Nature Genetics, 2007; 39(4): 529-533.
  • Reijman M, Hazes JM, Pols HA, Koes BW, Bierma-Zeinstra SM.Acetabular dysplasia predicts incident osteoarthritis of the hip: the Rotterdam study. Arthritis & Rheumatology, 2005 ; 52(3): 787-793.
  • Schouten JSAG, Bie RA de, Swaen G.An update on the relationship between occupational factors and osteoarthritis of the hip and knee. Curr Opin Rheumatol, 2002; 14: 89-92.
  • Spector TD, Reneland RH, Mah S, Valdes AM, Hart DJ, Kammerer S, et al.Association between a variation in LRCH1 and knee osteoarthritis: a genome-wide single-nucleotide polymorphism association study using DNA pooling. Arthritis & Rheumatism, 2006 ; 54(2): 524-532.
  • Valdes AM, Loughlin J, Timms KM, Van Meurs JBJ, Southam L, Wilson SG, et al.Genome-wide Association Scan Identifies a Prostaglandin-Endoperoxide Synthase 2 Variant Involved in Risk of Knee Osteoarthritis. American Journal of Human Genetics, 2008; 82(6): 1231-1240.

Begrippen en afkortingen

Definities

Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.