Op 1 januari 2007 hadden naar schatting 240.000 mannen (95%-betrouwbaarheidsinterval: 157.000 - 362.000) en 417.000 vrouwen (95%-betrouwbaarheidsinterval: 283.000 - 597.000) artrose. Dit komt overeen met 29,7 per 1.000 mannen en 50,4 per 1.000 vrouwen. Alle soorten (heupartrose, knieartrose en overige perifere artrose) komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Knieartrose komt het vaakst voor (zie tabel 1). Het aantal mensen met artrose neemt toe met de leeftijd (zie figuur 1).
Het aantal nieuwe patiënten met artrose in 2007 wordt geschat op 35.100 mannen (95%-betrouwbaarheidsinterval: 28.200 - 43.600) en 70.000 vrouwen (95%-betrouwbaarheidsinterval: 57.000 - 86.000). Dit komt overeen met 4,3 per 1.000 mannen en 8,4 per 1.000 vrouwen (zie tabel 1). Het risico op artrose neemt toe met de leeftijd, met een piek rond 78 tot 79 jaar, waarna het risico weer afneemt (zie figuur 2).
De prevalentie en incidentie van artrose zijn geschat op basis van gegevens afkomstig van huisartsenregistraties. Het aantal personen met heup- of knieartrose in de bevolking is 2-3,5 maal hoger dan het aantal patiënten dat bij de huisarts bekend is. Dit blijkt uit een vergelijking van de groep 2+ totaal (radiologische artrose graad 2 of hoger) uit een bevolkingsonderzoek (het -onderzoek) en de gegevens uit huisartsenregistraties (zie ook: Wat is artrose en wat is het beloop?).
Opmerkelijk is dat voor mannen de schatting van het aantal personen met artrose op basis van de huisartsenregistraties ongeveer op het niveau van ROA 2 met pijn of ROA 3+ uit het bevolkingsonderzoek ligt, en dat voor vrouwen de schatting op basis van de huisartsenregistraties wat lager dan deze categorie ligt. Dit heeft mogelijk te maken met de diagnostische criteria, de meting van de pijn en het verschil in geografische onderzoekslokatie tussen het -onderzoek en de huisartsenregistraties.
De directe sterfte aan artrose is laag. In 2007 stierven 112 personen aan artrose (25 mannen en 87 vrouwen), allen ouder dan 65 jaar (Bron: ). De meesten overlijden tijdens of kort na een operatie, of op langere termijn aan de gevolgen van complicaties, zoals een infectie van een gewrichtsprothese (persoonlijke mededeling Medisch Ambtenaar ).
Prevalentie en incidentie naar leeftijd en geslacht
Achtergronden en details bij cijfers uit huisartsenregistraties
Schattingsmethode incidentie en prevalentie 2007
Tabel 1: Punt en in 2007 van artrose, naar geslacht a; prevalentie naar de bevolking van Nederland op 1 januari 2007; incidentie gestandaardiseerd naar de gemiddelde bevolking in 2007 (Bronnen: zie Achtergronden en details bij huisartsenregistraties).
| Prevalentie (per 1.000) | Incidentie (per 1.000 per jaar) |
|---|
| mannen | vrouwen | mannen | vrouwen |
|---|
Artrose totaal | 29,7 | 50,4 | 4,3 | 8,4 |
Artrose van heup | 10,2 | 18,9 | 1,2 | 2,1 |
Artrose van knie | 14,3 | 23,8 | 1,6 | 3,1 |
Overige perifere artrose | 8,2 | 15,1 | 1,5 | 3,4 |
| Prevalentie (absoluut) | Incidentie (absoluut) |
|---|
Artrose totaal | 240.000 | 417.000 | 35.100 | 70.000 |
Artrose van heup | 82.000 | 156.000 | 9.800 | 17.200 |
Artrose van knie | 115.000 | 197.000 | 13.300 | 25.700 |
Overige perifere artrose | 67.000 | 125.000 | 12.200 | 27.900 |
a Absolute aantallen kleiner dan 50.000 zijn afgerond op honderdtallen en groter dan 50.000 op duizendtallen.
Figuur 1: Punt van artrose (totaal) naar leeftijd en geslacht; naar de bevolking van Nederland op 1 januari 2007 (Bronnen: zie Achtergronden en details bij huisartsenregistraties).

Figuur 2: van artrose (totaal) naar leeftijd en geslacht; naar de gemiddelde bevolking van Nederland in 2007 (Bronnen: zie Achtergronden en details bij huisartsenregistraties).
