Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Artrose
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat is artrose en wat is het beloop?

Wat is artrose? Wat is het beloop van artrose?

Wat is artrose?

Kraakbeenverlies en botwoekeringen kenmerkend voor artrose

Artrose of gewrichtsslijtage (ICD-10 code M15-M19) is een van de meest voorkomende gewrichtsaandoeningen van het bewegingsapparaat en komt met name voor bij ouderen. De belangrijkste, objectief waarneembare kenmerken zijn structuurverandering en verlies van kraakbeen en reactieve botwoekeringen (osteofyten) in het gewricht. Dit leidt tot verlies van de normale verhoudingen in het gewricht, met als gevolg (pijn)klachten, ochtend- en startstijfheid en beperkingen in het bewegen.

Indeling naar locatie en aantal aangedane gewrichten

Artrose wordt ingedeeld naar het gewricht dat is aangedaan (knie, heup, overig) en het aantal gewrichten dat is aangedaan (gelokaliseerd of gegeneraliseerd).

Binnen dit onderwerp artrose wordt alleen perifere artrose (artrose in gewrichten van ledematen: heup, knie, handen, voeten) besproken. Dit is conform de ICD-indeling. Artrose van de nek en rug worden in de ICD-10 onder code M47-48 (spondylose en verwante aandoeningen) geclassificeerd. Informatie hierover vindt u bij Nek- en rugklachten.

Hoe groter de afwijkingen op de röntgenfoto, hoe meer kans op pijn

De artrose is vaak goed zichtbaar op een röntgenfoto. Toch is de samenhang tussen radiologische verschijnselen, pijn, stijfheid, lichamelijke afwijkingen en bewegingsbeperkingen niet perfect. Zo kunnen er symptomen van artrose zijn zonder radiologische verschijnselen, hoeft er bij radiologische verschijnselen niet altijd pijn te zijn, en hoeven er bij lichamelijke afwijkingen niet altijd radiologische afwijkingen of beperkingen in het bewegen te zijn. Wel is de kans op pijn bij ernstige radiologische afwijkingen groter, en is de kans op bewegingsbeperkingen bij pijn groter.

Artrose kan leiden tot ernstige beperkingen

Het dagelijks functioneren wordt door artrose aanzienlijk beïnvloed. De patiënt kan afhankelijk worden van zijn omgeving en van gezondheidszorgvoorzieningen. De mate waarin de patiënt klachten en beperkingen heeft, hangt vaak af van de leeftijd, lokatie van het aangedane gewricht, (radiologische) ernst, aanwezige comorbiditeit (combinatie van ziekten), pijn, ongunstige psychosociale factoren, depressie, spierzwakte, slechte algehele conditie, overgewicht, gebrek aan beweging, lage inschatting van eigen mogelijkheden (‘self-efficacy’), lage sociaaleconomische status en combinaties daarvan (Sharma & Fries, 2000).

Zie ook de onderwerpen: Lichamelijk functioneren, Multimorbiditeit, Depressie, Lichaamsgewicht en Lichamelijke activiteit.

Naar boven


Wat is het beloop van artrose?

Vier ziekte-stadia volgens Kellgren-score

Op basis van een röntgenfoto kan een zogenoemde Kellgren-score toegekend worden. Deze score loopt van 1 (geen radiologisch aantoonbare artrose; ROA) tot 4. De röntgenfoto geeft de mate van kraakbeenverlies weer. Dit is samen met reactieve botwoekeringen het belangrijkste objectief waarneembare kenmerk bij de indeling in stadia. Met het voortschrijden van de artrose treedt meer kraakbeenverlies op. Een Kellgren-score van 2 of meer betekent de aanwezigheid van reactieve botwoekeringen met mogelijk kraakbeenverlies. Bij graad 3 is er duidelijk kraakbeenverlies en bij graad 4 zijn de botuiteinden vervormd en is het kraakbeen bijna verdwenen. Graad 2 van de Kellgren-score gaat niet altijd over in graad 3 of graad 4, wat betekent dat niet alle artrosepatiënten met een Kellgren score 2 een progressie naar meer ernstige artrose kennen (Kellgren-score 3 of 4). In tabel 1 is de verdeling van de Kellgren-stadia over de patiëntenpopulatie van het ERGO-onderzoek weergegeven.

Pijn bij artrose heeft vaak geleidelijk beloop

Pijn bij artrose heeft vaak een geleidelijk beloop. Aanvankelijk treedt de pijn met tussenpozen op, vervolgens vooral na bewegen en tot slot heeft de patiënt altijd pijn, soms ook ’s nachts. In het geval van knieartrose zijn de aanwezigheid van klachten in drie of meer verschillende gewrichten), een verhoogd hyaluronzuurgehalte in het bloed en een afwijkende stand van de gewrichtsvlakken voorspellers van snellere progressie van artrose (Belo et al., 2007). Bij heupartrose zijn een verschoven heupkop (superolaterale migratie) en afbraak van de heupkop (atrofische botrespons) voorspellers van een snellere progressie van de artrose (Lievense et al., 2002). Op basis van met name de ernst van de klachten en de functionele beperkingen worden klinische beslissingen genomen, zoals het plaatsen van een gewrichtsprothese.

Tabel 1: Procentuele verdeling van de patiëntenpopulatie (55 jaar en ouder) uit het ERGO-onderzoek met radiologisch aantoonbare heup- en knieartrose (ROA), op basis van de classificatie van Kellgren (Bron: Odding, 1994).

Heupartrose

Knieartrose

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

ROA graad 1a

85,9

84,1

83,7

70,9

ROA graad 2

11,6

9,8

13,7

24,4

ROA graad 3-4

2,5

6,1

2,6

4,7

Totaal

100,0

100,0

100,0

100,0

a Geen artrose

Pijnklachten verslechteren de kwaliteit van leven

De kwaliteit van leven van patiënten met artrose wordt slechter naarmate er vaker pijnklachten zijn. De duur van de pijn bepaalt in hoge mate het psychosociaal functioneren, zoals deelname aan het sociale leven en het emotioneel gedrag van patiënten. Het lichamelijk functioneren wordt meer bepaald door andere factoren (bijvoorbeeld overgewicht) dan door pijn (Hopman-Rock et al., 1996, Hopman-Rock et al., 1997).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Belo JN, Berger MY, Reijman M, Koes BW, Bierma-Zeinstra SM.Prognostic factors of progression of osteo-arthritis of the knee: a systematic review of observational studies. Arthritis & Rheumatism, 2007; 57(1): 13-26.
  • Hopman-Rock M, Kraaimaat FW, Bijlsma JWJ.Quality of life in elderly subjects with pain in the hip or knee. Qual Life Res 1997; 6: 67-76.
  • Hopman-Rock M, Odding E, Hofman A, Kraaimaat FW, Bijlsma JWJ.Physical and psychosocial disability in elderly subjects in relation to pain in the hip and/or knee. J Rheumatol 1996; 23: 1037-44.
  • Lievense AM, Bierma-Zeinstra SM, Verhagen AP, Verhaar JA, Koes BW.Prognostic factors of progress of hip osteoarthritis: a systematic review. Arthritis & Rheumatism, 2002; 47(5): 556-562.
  • Odding E.Locomotor disability in the elderly. An epidemiological study of its occurrence and determinants in a general population of 55 years and over [thesis]. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam, 1994.
  • Sharma L, Fries J.Osteoarthritis and physical disability. In: Felson DT, Lawrence RC, Dieppe PA, Hirsch R, Helmich CG, Jordan JM et al. Osteoarthritis: new insights. Part 1: The disease and its risk factors. Ann Intern Med, 2000: 637-639.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
ROA
Radiological osteoarthritis
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.