Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Infecties van de onderste luchtwegen
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op infecties van de onderste luchtwegen?

Longontsteking Acute bronchitis en bronchiolitis

Longontsteking

Longontsteking veroorzaakt door diverse bacteriën en virussen

Er zijn diverse bacteriële en virale verwekkers van buiten het ziekenhuis opgelopen longontsteking (community-aquired pneumonia; CAP) bekend; zie tabel 1. De belangrijkste verwekker is Streptococcus pneumoniae (pneumokok), vooral bij jonge kinderen en ouderen (zie ook: Pneumokokkeninfectie).

Aspiratie-pneumonie (die ontstaat doordat braaksel of voedsel in de longen komt) wordt vaak veroorzaakt door anaërobe bacteriën (McCracken, 2004; Gutierrez et al., 2005; Hale & Isaacs, 2006a).

Ook is een aantal nieuwe ziekteverwekkers ontdekt die CAP kunnen veroorzaken, maar waarvoor nog geen routinematige diagnostiek beschikbaar is (Fouchier et al., 2005; Allander et al., 2001; Woo et al., 2005):

  • Humaan metapneumovirus (hMPV).
  • Humane coronavirussen (HCoV-NL63 en HCoV-HKU1).
  • humaan bocavirus (HBoV).

In de praktijk blijft bij gemiddeld 30% van de in het ziekenhuis opgenomen patiënten met CAP de verwekker onbekend (File, 2003).

Onderliggende ziektes, roken en alcholgebruik van grote invloed

Voorgaande virale infecties, zoals bijvoorbeeld verkoudheid en influenza, zijn van grote invloed op het ontstaan van longontsteking, evenals onderliggende ziektes zoals diabetes mellitus, cystic fibrose (taaislijmziekte), nierinsufficiëntie, hartfalen en (andere) weerstandverminderende aandoeningen. Roken en het gebruik van alcohol verhogen eveneens de kans op longontsteking (Luna et al., 2000; Gutierrez et al., 2005).

Andere determinanten van longontsteking zijn chronisch zuurstofgebrek en gebruik van immunosuppressiva.

De kans op aspiratie-pneumonie (of verslik-pneumonie) is verhoogd na een beroerte, en in geval van dementie, een epileptische aanval of intoxicatie.

Reizen is een belangrijke determinant voor Legionella-infecties

Legionella-pneumonie (veteranenziekte) is het gevolg van infectie met de bacterie Legionella pneumoniae. In Nederland zijn veel van de Legionella-infecties die tot longontsteking leiden, opgelopen tijdens een buitenlandse reis. Bij ongeveer de helft van het totaal aantal meldingen van een Legionella-infectie is sprake van een verblijf in het buitenland ten tijde van de besmetting. In 2005/2006 liep 47% van de geïnfecteerden de infectie waarschijnlijk op in het buitenland. Het hoogste aantal reisgerelateerde infecties werd gevonden voor reizen naar Turkije, Frankrijk en Italië (RIVM-Cib, 2006).

Zie ook: Interne link naar documentZijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Tabel 1: Een aantal belangrijke bacteriële en virale verwekkers van buiten het ziekenhuis opgelopen longontsteking (McCracken, 2004; Gutierrez et al., 2005; Hale & Isaacs, 2006a).

Bacteriën

Virussen

Streptococcus pneumoniae

Influenzavirus

Mycoplasma pneumoniae

Adenovirus

Chlamydophila pneumoniae

Respiratoir syncytieel virus (RSV)

Legionella pneumoniae

Para-influenzavirus

Haemophilus influenzae

Coronavirus

Moraxella catarrhalis

Chlamydophila psittaci

Coxiella burnetii

Pseudomonas aeruginosa

Staphylococcus aureus

Mycobacterium tuberculosis

Enterobacteriaceae

Vaccinatie tegen pneumokokken in het Rijksvaccinatieprogramma

Kinderen geboren vanaf 1 april 2006 worden, als onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma, tegen pneumokokkeninfecties gevaccineerd. De Gezondheidsraad verwacht dat deze nieuwe vaccinatie aanzienlijke gezondheidswinst op zal leveren. Jaarlijks zouden hiermee 1.800 gevallen van longontsteking voorkomen kunnen worden (Gezondheidsraad, 2005e).

Zie ook: Rijksvaccinatieprogramma: Pneumokokkeninfectie

Naar boven


Acute bronchitis en bronchiolitis

Twee virussen veroorzaken merendeel gevallen van acute bronchi(oli)tis

Verschillende virussen en de bacterie Mycoplasma pneumoniae zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van bronchitis en/of bronchiolitis (zie tabel 2 ). Twee virussen zijn verantwoordelijk voor het merendeel van de gevallen: Respiratoir syncytieel virus (RSV) en het para-influenzavirus (met subtypen).

Erkende determinanten voor acute bronchiolitis zijn een leeftijd jonger dan twee jaar in combinatie met veel contact met anderen (bijvoorbeeld in crèches en kinderdagverblijven).

Influenzavirussen veroorzaken meeste ziektelast bij acute bronchitis

Acute bronchitis wordt beschouwd als een complicatie van acute infecties van de bovenste luchtwegen. Beide aandoeningen hebben dezelfde virale verwekkers. Vanuit het oogpunt van ziektelast door bronchitis zijn influenzavirussen het belangrijkst. Dit komt doordat infecties met influenzavirussen – in tegenstelling tot andere virale verwekkers – vaak met zeer hinderlijke en langdurige bronchitisklachten gepaard gaan. De rol van bacteriële verwekkers zoals Streptococcus pneumoniae en Haemophilus influenzae in het ontstaan, het beloop en het voortduren van bronchitisklachten is vooralsnog onduidelijk (Wenzel & Fowler, 2006).

RSV-infectie leidt met name bij jonge kinderen tot lage luchtweginfectie

Meer dan 90% van alle kinderen heeft voor de tweede verjaardag, minimaal één RSV-infectie doorgemaakt. Kinderen van vier jaar hebben bijna allemaal één of meer RSV-infecties doorgemaakt. De immuniteit tegen RSV is onvolledig en van korte duur waardoor herinfectie gedurende het hele leven voorkomt.

Een RSV-infectie verloopt meestal mild, maar soms ontstaat een lage luchtweginfectie. Bijna altijd gaat het hier om kinderen jonger dan twee jaar. Onderliggende aandoeningen van hart en longen en vroeggeboorte maken de vatbaarheid voor acute bronchiolitis groter en het beloop vaak ernstiger. Bij ongeveer 30% van de met RSV geïnfecteerde kinderen is een lage luchtweginfectie (meestal acute bronchiolitis) het gevolg. In het algemeen wordt 0,5 - 2% van de kinderen met een RSV-infectie opgenomen in het ziekenhuis. Bij oudere kinderen en volwassenen leidt RSV-infectie doorgaans tot een verkoudheid. Wel zijn er steeds meer aanwijzigen dat RSV bij ouderen een sterk onderschatte verwekker van luchtweginfecties is die tot ziekenhuisopname en zelfs tot de dood kan leiden. Waarschijnlijk zijn leeftijdsgerelateerde veranderingen in longfunctie, onderliggende ziekten en verslechtering van het afweersysteem risicofactoren voor een ernstige RSV-infectie.

Tabel 2: Micro-organismen als oorzaak van acute bronchi(oli)tis (%) (Garibaldi, 1985; Donowitz & Mandell, 1990; Winter, 1991).

Acute bronchi(oli)tis

Rhinovirussen

3-8

Para-influenzavirussen

14-32

RSV

45-75

Influenzavirussen

5-8

Adenovirussen

3-10

overige virussen

1-5

Mycoplasma pneumoniae

1-7

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Allander T, Emerson SU, Engle RE, Purcell RH, Bukh J.A virus discovery method incorporating DNase treatment and its application to the identification of two bovine parvovirus species. Proc Natl Acad Sci USA, 2001; 98(20): 11609-11614.
  • Dijkstra F, Gageldonk-Lafeber AB van, Brandsema P, Du Ry van Beest Holle M, Meijer A, Lubben IM van der. Jaarrapportage respiratoire infectieziekten 2005/2006. RIVM-rapport nr. 210231001. Bilthoven: RIVM/CIB.2006.
  • Donowitz GR, Mandell GL.Acute pneumonia. In: Mandel GL, Douglas RG, Bennett JE (eds.). Principles and practice of infectious diseases. London: Churchill Livingstone, 1990: 540-555.
  • File TM.Community-acquired pneumonia. Lancet, 2003; 362(9400): 1991-2001.
  • Fouchier RA, Rimmelzwaan GF, Kuiken T, Osterhaus AD.Newer respiratory virus infections: human metapneumovirus, avian influenza virus, and human coronaviruses. Curr Opin Infect Dis, 2005; 18(2): 141-146.
  • Garibaldi RA.Epidemiology of community-acquired respiratory tract infections in adults. Incidence, etiology, and impact. Am J Med, 1985; 78 (6B): 32-37.
  • Gezondheidsraad.Vaccinatie van zuigelingen tegen pneumokokkeninfecties. Den Haag: Gezondheidsraad, 2005e.
  • Gutierrez F, Masia M, Rodriguez JC, Mirete C, Soldan B, Padilla S, et al.Epidemiology of community-acquired pneumonia in adult patients at the dawn of the 21st century: a prospective study on the Mediterranean coast of Spain. Clin Microbiol Infect, 2005; 11(10): 788-800.
  • Hale KA, Isaacs D.Antibiotics in childhood pneumonia. Paediatr Respir Rev, 2006a; 7(2): 145-151.
  • Luna CM, Famiglietti A, Absi R, Videla AJ, Nogueira FJ, Fuenzalida AD, et al.Community-acquired pneumonia: etiology, epidemiology, and outcome at a teaching hospital in Argentina. Chest, 2000; 118(5): 1344-1354.
  • McCracken GH JR.Diagnosis and management of pneumonia in children. Pediatr Infect Dis J, 2004; 36(4): 269-273.
  • Wenzel RP, Fowler AA.Clinical practice. Acute bronchitis. N Eng J Med, 2006; 355(20): 2125-30.
  • Winter JH.The scope of lower respiratory tract infection. Infection 1991; 19: S359-S364.
  • Woo PC, Lau SK, Chu CM.Characterization and complete genome sequence of a novel coronavirus, coronavirus HKU1, from patients with pneumonia. J Virol, 2005; 79(2): 884-895.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CAP
Community-acquired pneumonia
Longontsteking die buiten het ziekenhuis is opgelopen.
RSV
Respiratoir syncytieel virus
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.