Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Chronische obstructieve longziekten (COPD)
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op COPD?

Roken is de belangrijkste risicofactor

COPD ontstaat in de meeste gevallen na jarenlang roken (zie tabel 1). Hoe meer en hoe langer iemand heeft gerookt, des te groter de kans dat hij of zij COPD krijgt. Onderzoek laat zien dat vrouwen gevoeliger zijn voor de nadelige effecten van roken dan mannen (Watson et al., 2003).

Niet alle mensen die jarenlang roken krijgen COPD. Het is daarom waarschijnlijk dat erfelijke aanleg een rol speelt bij het ontstaan van COPD. Een bekende genetische afwijking die leidt tot COPD is α-1-antitrypsine deficiëntie. Deze afwijking komt echter maar weinig voor en kan dus ook maar een klein deel van de gevallen van COPD verklaren. Afwijkingen in de genen die ervoor zorgen dat beschadigd longweefsel weer wordt gerepareerd of afwijkingen in genen die de long moeten beschermen tegen schadelijke stoffen van buitenaf, kunnen ook leiden tot COPD. Zo bleken bijvoorbeeld genetische variaties in het ADAM33 gen voorspellend te zijn voor versnelde achteruitgang in de longfunctie in de algemene bevolking en de kans op het krijgen van COPD te vergroten (Van Diemen et al., 2005).

Verder speelt luchtverontreiniging in het buitenmilieu, in woningen (met name passief roken) en op de werkplek door veelvuldige blootstelling aan kleine stofdeeltjes, chloor, astbest of ammoniak mogelijk een rol bij het ontstaan van COPD (Samet, 1988; Heederik et al., 1989).

Tabel 1: Risicofactoren voor het optreden van COPD.

Risicofactoren

Zie voor meer gegevens over risicofactoren

roken

roken

erfelijke eigenschappen

passief roken

roken

luchtverontreiniging in het binnenmilieu

binnenmilieu

luchtverontreiniging (met name diesel en ultra fijne partikels)

grootschalige luchtverontreiniging

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Diemen CC van, Postma DS, Vonk JM, Bruinenberg M, Schouten JP, Boezen HM.A disintegrin and metalloprotease 33 polymorphisms and lung function decline in the general population. Am J Respir Crit Care Med, 2005; 172: 329-333.
  • Heederik D, Pouwels H, Kromhout H, Kromhout D.Chronic non-specific lung disease and occupational exposures estimated by means of a job exposure matrix: the Zutphen Study. Int J Epidemiol 1989; 18: 382-389.
  • Samet JM.Involuntary exposure to tabacco smoke: special review. Annals of Sports Medicine 1988; 4(1); 1-15.
  • Watson L, Boezen HM, Postma DS.Differences between males and females in the natural history of asthma and COPD. Eur Respir Mon, 2003; 25: 50-73.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.