Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ziekten en aandoeningen

Achtergrondcijfers bij rangordetabellen VTV-2010

In tabel 1 zijn de geschatte incidentie, puntprevalentie en/of jaarprevalentie in 2007 weergegeven voor de voor de VTV 2010 geselecteerde aandoeningen. De gegevens waarop deze schattingen zijn gebaseerd, zijn afkomstig van zorgregistraties. Waar mogelijk is gebruikgemaakt van gegevens uit 2007 of het gemiddelde van meerdere jaren. Indien geen gegevens voor 2007 beschikbaar waren, zijn minder recente cijfers gebruikt (zie bronnen en noten onder de tabel). De incidentie en jaarprevalentie zijn geschat met de gemiddelde bevolking in Nederland in 2007. De puntprevalentie is geschat met de bevolking in Nederland op 1 januari 2007.

De incidentie van acute ziekten betreft gevallen (één persoon kan in één jaar een ziekte meerdere keren krijgen). De incidentie van subacute en chronische ziekten betreft personen. Prevalentie- en incidentiecijfers groter dan 2.500 zijn afgerond op honderdtallen, cijfers kleiner dan 2.500 op tientallen.

De op basis van huisartsenregistraties geschatte incidentie en prevalentie zijn niet – als in de VTV 2006 – geschat door het gemiddelde te nemen van enkele registraties. De huidige schattingen op basis van huisartsenregistraties zijn het resultaat van het fitten van een functie op de cijfers uit registraties die een ziekte op een vergelijkbare manier registreren. Met de huidige methode was het ook mogelijk betrouwbaarheidsintervallen bij de gemaakte schattingen te berekenen (zie ook Schatting incidentie en prevalentie 2007). Deze betrouwbaarheidsintervallen zijn niet in tabel 1 opgenomen, maar worden wel bij de afzonderlijke ziekten in het Kompas gepresenteerd. Jaarprevalentie is gedefinieerd als de som van de puntprevalentie en de incidentie.

Naast de geschatte incidentie en prevalentie is de sterfte naar doodsoorzaak in de tabel weergegeven. De bron voor sterfte door verkeers-, arbeids- en privé-ongevallen en door suïcide en geweld is de Statistiek voor niet-natuurlijke doodsoorzaken van het CBS. Voor alle overige doodsoorzaken is de bron de CBS Doodsoorzakenstatistiek.

Voor trends in de tijd wordt verwezen naar de informatie over de betreffende ziekte in het Kompas en naar trends in incidentie, trends in prevalentie en trends in sterfte.

Tabel 1: Jaarincidentie, puntprevalentie en jaarprevalentie (op basis van zorgregistraties) en sterfte; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2007 (absolute aantallen). Bronnen staan onder de tabel.

Ziekte/aandoening (volgorde ICD-9/ICD-10)

Geslacht

Incidentie

Puntprevalentie

Jaarprevalentie

Sterfte

Infectieziekten

mannen

870

vrouwen

978

infectieziekten van het maagdarmkanaal

mannen

178.100

a

a

57

vrouwen

226.200

a

a

74

tuberculose

mannen

550

a

a

27

vrouwen

410

a

a

27

hersenvliesontsteking 1

mannen

240

a

a

31

vrouwen

210

a

a

37

sepsis 2

mannen

1.800

a

a

465

vrouwen

1.500

a

a

490

aids 3

mannen

200

m+v: 2.900

m+v: 3.100

52

vrouwen

60

14

bacteriële soa 4

mannen

6.000

a

a

2

vrouwen

4.400

a

a

0

virale soa 5

mannen

1.750

a

a

8

vrouwen

1.200

a

a

5

Nieuwvormingen 6

mannen

22.174

vrouwen

18.720

slokdarmkanker

mannen

1.190

1.890

1.076

vrouwen

460

790

398

maagkanker

mannen

1.270

2.700

840

vrouwen

720

1.430

573

dikkedarmkanker

mannen

6.100

25.200

2.484

vrouwen

5.400

23.700

2.370

longkanker

mannen

6.800

10.500

6.389

vrouwen

3.800

7.500

3.384

huidkanker

- melanoom

mannen

1.560

10.700

376

vrouwen

1.970

15.300

285

- overige huidkanker

mannen

3.100

14.100

42

vrouwen

2.410

11.400

30

borstkanker

mannen

vrouwen

12.600

92.100

3.180

baarmoederhalskanker

mannen

vrouwen

690

5.600

204

prostaatkanker

mannen

9.800

55.900

2.425

vrouwen

non-Hodgkin lymfomen

mannen

1.480

9.700

585

vrouwen

1.280

8.100

476

Endocriene, voedings- en stofwisselingsziekten

mannen

1.673

vrouwen

2.378

diabetes mellitus

mannen

37.200

324.400

361.600

1.439

vrouwen

34.200

344.100

378.300

1.827

Ziekten van bloed en bloedvormende organen

mannen

194

vrouwen

291

Psychische stoornissen

mannen

1.902

vrouwen

4.575

dementie 7

mannen

6.400

15.300

21.700

1.974

vrouwen

12.600

35.200

47.800

5.297

dementie (verpleeghuizen)

mannen

7.300

vrouwen

21.600

schizofrenie 8

mannen

1.520

18.300

19.800

12

vrouwen

890

13.600

14.500

8

schizofrenie (psychiatrische ziekenhuizen)

mannen

2.900

vrouwen

1.370

depressie

mannen

38.600

84.900

123.500

5

vrouwen

69.300

189.500

258.800

6

angststoornissen

mannen

19.000

38.600

57.600

0

vrouwen

33.100

81.200

114.200

3

afhankelijkheid van alcohol of drugs 9

- afhankelijkheid van alcohol

mannen

m+v: 6.600

22.700

534

vrouwen

7.600

204

- afhankelijkheid van drugs

mannen

m+v: 5.100

24.800

60

vrouwen

6.000

17

verstandelijke handicap

mannen

b

59.600

19

vrouwen

b

42.900

12

Zenuwstelsel en zintuigen

mannen

1.679

vrouwen

2.128

ziekte van Parkinson 7, 10

mannen

2.490

11.400

13.900

545

vrouwen

1.970

10.400

12.400

468

ziekte van Parkinson (verpleeghuizen)

mannen

990

vrouwen

1.060

multiple sclerose 7

mannen

300

4.200

4.500

73

vrouwen

1.470

10.200

11.700

113

multiple sclerose (verpleeghuizen)

mannen

200

vrouwen

270

epilepsie

mannen

4.200

56.600

60.800

121

vrouwen

3.800

56.400

60.200

106

gezichtsstoornissen

- leeftijdsgebonden maculadegeneratie

mannen

3.700

15.000

18.700

c

vrouwen

6.800

29.000

35.800

c

- glaucoom

mannen

4.000

45.900

49.900

c

vrouwen

6.300

52.000

58.300

c

- staar

mannen

32.700

152.500

185.200

c

vrouwen

48.200

253.800

302.000

c

lawaai- en ouderdomsslechthorendheid

mannen

32.100

341.000

373.000

c

vrouwen

29.800

282.400

312.300

c

Hart- en vaatziekten

mannen

19.333

vrouwen

21.516

coronaire hartziekten 11

mannen

49.700

405.200

454.900

6.759

vrouwen

32.400

243.200

275.500

5.117

hartfalen

mannen

17.800

49.900

67.700

2.461

vrouwen

21.500

70.300

91.900

4.100

beroerte 7

mannen

17.100

96.100

113.300

3.734

vrouwen

18.400

94.900

113.300

5.784

beroerte (verpleeghuizen)

mannen

4.200

vrouwen

7.100

aneurysma van de buikaorta 2, 12

mannen

3.700

b

b

595

vrouwen

680

b

b

209

Ziekten van de ademhalingswegen

mannen

7.098

vrouwen

6.438

infecties van de bovenste luchtwegen

- verkoudheid

mannen

528.800

a

a

c

vrouwen

642.900

a

a

c

- ontsteking neusbijholten

mannen

166.900

a

a

c

vrouwen

311.500

a

a

c

- ontsteking amandelen

mannen

114.600

a

a

c

vrouwen

163.800

a

a

c

infecties van de onderste luchtwegen

- longontsteking

mannen

83.100

a

a

2.632

vrouwen

89.300

a

a

2.881

- acute bronchi(oli)tis

mannen

162.200

a

a

8

vrouwen

198.200

a

a

24

influenza 13

mannen

115.100

a

a

24

vrouwen

118.400

a

a

59

astma

mannen

45.500

202.900

248.400

20

vrouwen

52.200

241.400

293.600

40

COPD

mannen

22.600

147.600

170.200

3.679

vrouwen

25.000

128.400

153.400

2.674

Ziekten van het spijsverteringsstelsel

mannen

2.377

vrouwen

3.019

zweren van maag en twaalfvingerige darm

mannen

114

vrouwen

120

zweren van de maag

mannen

2.070

5.600

7.700

70

vrouwen

3.000

4.200

7.300

90

zweren van de twaalfvingerige darm

mannen

2.700

6.500

9.200

38

vrouwen

1.610

6.500

8.100

26

inflammatoire darmziekten 14

mannen

3.700

23.700

27.400

29

vrouwen

3.500

26.200

29.700

54

Ziekten van de urinewegen en geslachtsorganen

mannen

1.325

vrouwen

1.769

acute urineweginfecties

mannen

140.700

a

a

6

vrouwen

893.700

a

a

27

Ziekten van huid en subcutis

mannen

99

vrouwen

282

constitutioneel eczeem

mannen

59.100

77.400

136.500

c

vrouwen

71.700

94.800

166.500

c

contacteczeem 15

mannen

205.300

137.200

342.600

c

vrouwen

294.300

196.000

490.400

c

decubitus

mannen

b

b

b

42

vrouwen

b

b

b

173

Ziekten van bewegingsstelsel en bindweefsel

mannen

255

vrouwen

542

reumatoïde artritis

mannen

6.000

57.200

63.200

32

vrouwen

9.800

91.100

100.900

79

artrose 16

mannen

35.100

240.400

275.400

25

vrouwen

69.800

417.000

486.800

87

nek- en rugklachten

mannen

493.100

280.400

773.500

26

vrouwen

644.200

366.400

1.010.600

27

osteoporose

mannen

3.300

15.200

18.500

15

vrouwen

24.600

133.100

157.800

81

heupfractuur 2

mannen

5.100

a

a

e

vrouwen

12.800

a

a

e

Aangeboren afwijkingen 17

mannen

237

vrouwen

215

aangeboren afwijkingen van het centrale zenuwstelsel

mannen

m+v: 650

19.100

29

vrouwen

15.800

22

aangeboren afwijkingen van het hartvaatstelsel

mannen

m+v: 1.060

34.800

73

vrouwen

29.100

66

Downsyndroom

mannen

m+v: 270

b

b

47

vrouwen

b

b

59

Aandoeningen perinatale periode

mannen

252

vrouwen

177

vroeggeboorten 18

mannen

m+v: 13.100

d

d

45

vrouwen

d

d

29

gezondheidsproblemen bij op tijd geborenen

mannen

b

d

d

71

vrouwen

b

d

d

52

Symptomen en onvolledig omschreven ziektebeelden

2.396

2.914

Ongevalsletsels en vergiftigingen

mannen

2.933

vrouwen

2.274

letsels door:

- verkeersongevallen 19

mannen

119.600

a

a

555

vrouwen

92.200

a

a

215

- arbeidsongevallen 19

mannen

124.300

a

a

64

vrouwen

23.300

a

a

2

- privé-ongevallen 19

mannen

387.100

a

a

1.089

vrouwen

386.400

a

a

1.331

- sportblessures 19

mannen

268.800

a

a

c

vrouwen

139.900

a

a

c

- zelftoegebracht letsel 20

mannen

5.000

a

a

943

vrouwen

9.900

a

a

410

- geweld 20

mannen

22.800

a

a

96

vrouwen

8.100

a

a

47

Bronnen

  • tuberculose: NTR van het KNCV.
  • hersenvliesontsteking: NRBM.
  • sepsis, aneurysma van de buikaorta en heupfractuur: LMR.
  • bacteriële en virale soa: landelijke soa-centra.
  • aids: SHM.
  • nieuwvormingen: incidentie in 2006 van de NKR en de 10-jaarsprevalentie op 1 januari 2008 van het IKA.
  • afhankelijkheid van alcohol en drugs: incidentie en jaarprevalentie geschat op basis van cijfers uit 2006 afkomstig van LADIS.
  • verstandelijke handicap: bewerking door SCP van de gegevens uit een artikel van Maas JMAG, Serail S, Janssen AJM, 1988.
  • influenza: CMR-Peilstations.
  • aangeboren afwijkingen van het centrale zenuwstelsel en van het hart- en vaatstelsel en Downsyndroom: LNR en LVR van de Stichting PRN.
  • vroeggeboorten: Stichting PRN.
  • letsels als gevolg van verkeers-, arbeids-, privé- en sportblessures: incidentie is het aantal behandelingen op spoedeisende hulpafdelingen en ziekenhuisopnamen uit het LIS van Consument en Veiligheid, aangevuld met cijfers uit de huisartsenregistratie LINH.
  • zelftoegebracht letsel en geweld: incidentie is het aantal behandelingen op spoedeisende hulpafdelingen en ziekenhuisopnamen uit het LIS van Consument en Veiligheid.
  • geweld: incidentie is het aantal behandelingen op spoedeisende hulpafdelingen uit het LIS van Consument en Veiligheid.
  • overige aandoeningen: huisartsenregistraties. Gebruikt zijn het LINH, de CMR-Nijmegen e.o., het Transitieproject, het RNH en het RNUH-LEO. Per ziekte zijn alleen registraties meegenomen die een ziekte vergelijkbaar registreren.
  • sterftecijfers en verloren levensjaren: de bron voor sterfte door verkeers-, arbeids-, en privé-ongevallen en door zelftoegebracht letsel (zelfdoding) en geweld is de Statistiek voor niet-natuurlijke doodsoorzaken van het CBS; voor alle overige doodsoorzaken is de bron de CBS Doodsoorzakenstatistiek.

Noten

  1. kortdurende aandoening of acuut letsel waarvoor geen prevalentiecijfer wordt gegeven.
  2. geen (eenduidig) cijfer beschikbaar.
  3. sterftecijfer en aantal verloren levensjaren zijn zeer laag of zelfs nul.
  4. cijfer niet relevant.
  5. sterftecijfer onbetrouwbaar.
  1. de incidentie betreft uitsluitend de bacteriële vorm.
  2. de incidentie betreft het aantal ziekenhuisopnamen met de betreffende aandoening als hoofdontslagdiagnose.
  3. de puntprevalentie is het aantal gemelde gevallen sinds de aanvang van de aidsepidemie in 1983 tot en met 2007, minus het aantal overledenen tot en met 2007; de jaarprevalentie is het aantal gemelde gevallen sinds de aanvang van de aidsepidemie in 1983 tot en met 2007, minus het aantal overledenen tot en met 2006.
  4. het betreft Chlamydia trachomatis, lymphogranuloma venereum (LGV), syfilis en gonorroe.
  5. het betreft herpes genitalis, hepatitis B en condylomata acuminata (genitale wratten).
  6. de geschatte prevalentie op basis van de gegevens van het IKA is de 10-jaarsprevalentie en heeft betrekking op alle personen die nog in leven zijn op 01-01-2008 en waarbij in de 10 jaar daaraan voorafgaand de diagnose is gesteld. Dus ook personen die genezen zijn en niet meer onder controle staan van een arts worden in de prevalentie meegeteld.
  7. aandoeningen waarbij een relatief groot aantal patiënten langdurig is opgenomen in een verpleeghuis. Naast de schatting van het aantal patiënten op basis van huisartsenregistraties is ook het aantal mensen geschat dat in een verpleeghuis is opgenomen (bronnen: LZV en CAK).
  8. naast de schatting van het aantal patiënten op basis van huisartsenregistraties is ook het aantal mensen geschat dat in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen (bron: Zorgis).
  9. de prevalentie betreft cliënten in 2006 bij de (ambulante) verslavingszorg. De cijfers zijn niet gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2007. De incidentie betreft het aantal nieuwe cliënten, dus personen die niet eerder zijn ingeschreven. Cijfers voor afhankelijkheid van drugs betreffen cannabis, cocaïne, opiaten, ecstasy en amfetamine. Sterfte als gevolg van afhankelijkheid van alcohol heeft betrekking op de ICD-categorieën leverziekte en –cirrose, hartziekte, maagontsteking en alvleesklierontsteking, alle als gevolg van overmatig alcoholgebruik en op psychische stoornissen en gedragsstoornissen als gevolg van overmatig alcoholgebruik.
  10. de cijfers betreffen de ziekte van Parkinson en ander parkinsonisme.
  11. de prevalentie betreft personen die onder behandeling zijn voor angina pectoris of (de gevolgen van) een acuut hartinfarct.
  12. de incidentie betreft het aantal ziekenhuisopnamen. Dit is vooral een afspiegeling van het aantal aneurysma’s dat voor operatie in aanmerking komt. Het daadwerkelijk aantal nieuw ontdekte gevallen van aneurysma’s is niet bekend.
  13. het betreft de gemiddelde jaarincidentie in de periode van week 27 van 2006 tot en met week 26 van 2008 (2 seizoenen).
  14. het betreft colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn.
  15. het betreft irritatie eczeem en contact-allergisch eczeem.
  16. het betreft alleen artrose van de ledematen (nek- en rugartrose vallen onder nek- en rugklachten).
  17. de incidentie betreft de geboorteprevalentie bij levendgeborenen (geen onderscheid naar geslacht) in 2006; de cijfers zijn niet gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2007.
  18. geboorte in de periode van de 24e tot en met de 36e zwangerschapsweek in 2006; de cijfers zijn niet gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2007.
  19. gemiddelde jaarincidentie van SEH-behandelingen en ziekenhuisopnamen over de periode 2003-2007; gemiddelde jaarincidentie in de huisartsenregistratie over de periode 2002-2008.
  20. gemiddelde jaarincidentie van SEH-behandelingen over de periode 2003-2007.
.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CAK
Centraal Administratie Kantoor
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
KNCV
KNCV Tuberculosefonds
URL: http://www.kncvtbc.nl
SCP
Sociaal en Cultureel Planbureau
URL: http://www.scp.nl
SEH
Spoedeisende hulp
SHM
Stichting HIV Monitoring
URL: http://www.hiv-monitoring.nl/

Definities

10-jaarsprevalentie
Het aantal mensen dat op 1 januari van een bepaald jaar nog in leven is en bij wie in de 10 jaar daaraan voorafgaand, de ziekte is gediagnosticeerd. Gebruikelijke maat in kankerregistratie.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.