Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ziekten en aandoeningen

Achtergrond bij keuze van huisartsenregistraties voor incidentie- en prevalentieschatting

Meerdere huisartsenregistraties gebruikt

Voor het maken van schattingen van prevalenties en incidenties voor allerlei ziekten en aandoeningen zijn meerdere huisartsgeneeskundige registraties gebruikt:

  • Continue Morbiditeitsregistratie Nijmegen (CMR-Nijmegen e.o.);
  • Tweede Nationale Studie (1-jaarsobservatieperiode) (Tweede Nationale Studie: patiëntenquête; NS);
  • Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (1-jaarsobservatieperiode) (LINH);
  • Registratienet Huisartspraktijken Limburg (RNH);
  • Registratie Netwerk Universitaire Huisartspraktijken Leiden en omstreken (probleemlijstgegevens)(RNUH-LEO);
  • Registratie Netwerk Universitaire Huisartspraktijken Leiden en omstreken (gegevens uit de contactregistratie)(RNUH-LEO);
  • Transitie (1-jaarsobservatieperiode)(Transitieproject).

Registratie van zorg- en ziekte-episoden

In huisartsenregistraties worden ziektegevallen geregistreerd. Gecombineerd met aantallen ingeschreven personen in de deelnemende praktijken kunnen incidentie- en prevalentiecijfers worden berekend. De registraties operationaliseren ziektegevallen als zorgepisode of ziekte-episoden. Een zorgepisode is de periode tussen het moment dat de patiënt voor het eerst geneeskundige hulp vraagt en het laatste contact ervoor in het registratiesysteem. Een ziekte-episode is de periode tussen het moment dat de diagnose wordt gesteld en het moment dat de ziekte is genezen of de patiënt is overleden. Het verschil tussen deze concepten kan groot zijn. De duur van een ziekte-episode van contact-eczeem kan bijvoorbeeld tientallen jaren zijn, terwijl de zorgepisode slechts enkele weken of maanden kan zijn. Soms is de duur van een ziekte-episode echter praktisch gelijk aan de duur van een zorgepisode, bijvoorbeeld in het geval van diabetes mellitus type 2. De CMR-Nijmegen, de Nationale Studie, LINH, de contactregistratie van het RNUH-LEO en het Transitieproject registreren zorg-episoden, het RNH en het RNUH-LEO (via de probleemlijsten) registreren ziekte-episoden (alhans, voor zover de huisarts er zicht op heeft).

Een belangrijk punt betreft het 'afsluiten' van een episode. Soms worden episoden nooit afgesloten zoals bij chronische ziekten, en soms hangt het af van de inschatting van de huisarts of deze een volgend contact beschouwt als een nieuwe episode of als een voortzetting van een reeds bestaande episode. Bij verhuizing of overlijden worden episoden altijd afgesloten. Daarnaast sluit het RNUH-LEO een zorgepisode automatisch 15 maanden na het laatste contact ervoor af. In de Nationale Studie en LINH wordt de afsluiting van een episode niet vastgelegd. Er wordt van geval tot geval bekeken of een volgend contact moet worden opgevat als de start van een nieuwe episode. Hierbij wordt als vuistregel gehanteerd dat chronische aandoeningen zoals diabetes nul of één keer nieuw kunnen zijn, en dat recidiverende aandoeningen zoals verkoudheid meerdere keren nieuw kunnen zijn. Voor de beslissing of een contact tot een eerdere episode of tot een recidief (dus nieuw, incident geval) moet worden gerekend, gaan de Nationale Studie en het LINH uit van enkele codeerregels: (a) een complicatie van een aandoening wordt beschouwd als het startpunt van een nieuwe episode, en dit leidt dus tot een incident geval van die aandoening; (b) een verergering van een aandoening wordt niet beschouwd als een extra incident geval maar wordt gerekend tot de bestaande episode; (c) als het op basis van de journaaltekst uit het medisch dossier nog niet mogelijk is om te beslissen of er al dan niet een recidief (incident geval) gecodeerd moet worden, wordt een klachtenvrije periode van één maand aangehouden als scheiding; als de klachtenvrije periode korter is dan één maand wordt het contact toegeschreven aan de bestaande episode, als deze langer is wordt het contact toegeschreven aan een nieuwe, recidive episode. De codeerregels van de NS en het LINH sluiten tamelijk goed aan bij die van de andere registratiesystemen (met name van het RNUH-LEO). Bij aandoeningen die veelal levenslang aanwezig blijven en door de huisarts worden behandeld zullen beslissingen rond het afsluiten van een zorg- of ziekte-episode nauwelijks tot problemen leiden omdat de episode altijd door blijft lopen. Bij aandoeningen waarbij een deel van de patiënten op den duur weinig zorg meer vraagt (maagzweren, rugklachten, contact-eczeem), is het afsluiten van een zorg- of ziekte-episode van groot belang. Een afwijkend beleid kan leiden tot andere incidentie- en/of prevalentiecijfers.

Selectie van registraties aan de hand van basisregels

Per aandoening is afgewogen welke registratie(s) het best gebruikt konden worden voor het schatten van prevalenties en incidenties ten behoeve van het Nationaal Kompas Volksgezondheid. Maatgevend hierbij waren de ziektespecifieke kenmerken in combinatie met de registratiekenmerken. Zoveel mogelijk is gebruik gemaakt van een aantal basisregels. Deze zijn hieronder weergegeven.

  1. Acute, subacute of chronische aandoening, waar de huisarts goed zicht op heeft: incidentie en prevalentie uit de Tweede Nationale Studie of het LINH omdat dit grote, landelijk representatieve registraties zijn.
  2. Aandoening waarbij de huisarts de diagnose stelt of waarbij de specialist de huisarts meestal correct op de hoogte stelt van de diagnose: incidentie uit de Nationale Studie of het LINH omdat dit grote, landelijk representatieve registraties zijn. Bij veel variatie in de incidentiecijfers worden ook andere registraties meegenomen (zie e).
  3. Chronische ziekte waarbij een deel van de patiënten weinig of geen contact (meer) heeft met de huisarts, omdat patiënten onder behandeling zijn van een specialist, omdat de specialist onvolledig terugrapporteert of omdat de patiënt niet ieder jaar zorg nodig heeft (bijvoorbeeld omdat er slechts milde klachten zijn of omdat er buiten zelfzorg weinig aan de klachten te doen is): voor de incidentie kan de NS of het LINH wel gebruikt worden, voor de prevalentie niet. Voor de prevalentie hebben de CMR, RNH, RNUH-LEO (probleemlijsten) en soms het Transitieproject de voorkeur.
  4. Ziekte die langdurig kan blijven bestaan, maar die ook in remissie kan gaan of een beperkte duur kan hebben: voor de incidentie kan NS of LINH gebruikt worden (of bij grote spreiding ook andere registraties; zie e), voor de prevalentie CMR, NS of LINH, RNUH-LEO (contactregistratie) en Transitie. RNH kan niet gebruikt worden.
  5. Bij grote spreiding in de cijfers, zonder goede verklaring voor de verschillen: voor incidentie en/of prevalentie zo veel mogelijk geschikte registraties.
  6. Acute aandoeningen waarbij vaak via assistent of telefoon een recept wordt uitgeschreven: voor de incidentie niet op voorhand alleen de Nationale Studie. In de Nationale Studie wordt het voorschrijven van een recept gekoppeld aan een diagnose. Soms is het echter onbekend of een recept een eerste recept is bij een nieuwe ziekte-episode of een vervolgrecept binnen een bestaande ziekte-episode. Omdat dergelijke recepten per definitie niet worden toegekend aan nieuwe episoden, wordt de incidentie in de Nationale Studie mogelijk onderschat. In dat geval: CMR, RNUH-LEO en Transitie.
  7. Aandoeningen die zeldzaam zijn: NS of LINH, en RNH (het oude bestand van het Transitie over de periode 1985-2000 werd in het verleden soms ook gebruikt).
  8. Aandoeningen waarbij grote regionale verschillen optreden: NS of LINH (het oude bestand van het Transitie over de periode 1985-2000 werd in het verleden soms ook gebruikt)

En vanzelfsprekend kunnen probleemlijstgegevens van het RNH en RNUH-LEO alleen gebruikt worden voor chronische problematiek.

In onderstaande tabel wordt bij elke aandoening een korte typering van de ziekte gegeven, de mate waarin huisartsen zicht hebben op de aandoening wordt geschetst en andere relevante informatie wordt gegeven. De een na laatste kolom geeft aan welke basisregels toegepast zijn en de laatste kolom geeft aan op welke registraties de prevalentie- en incidentiecijfers in het Nationaal Kompas zijn gebaseerd. De volgorde van de aandoeningen in de tabel is volgens de ICD-classificatie.

Ziekte/aandoening

Type ziekte

Patiënt-arts contact

Opmerking

Basis-regels

Keuze

Infectieziekten van het maagdarmkanaal

Kortdurend

Contact beperkt tot huisarts

LINH: basisregel f speelt een rol

e, f

i: CMR, RNUH-LEO (contact), Transitie

Gonorroe

Kortdurend

Meestal vindt een kweek of een onderzoek op basis van DNA plaats. Indien patiënt direct naar SOA-poli of GGD gaat, ontvangt huisarts vaak geen bericht.

Mogelijk worden gegevens uit LINH voor deze ziekte in een later stadium toegevoegd

Syfilis

Kortdurend

Meestal vindt serologisch onderzoek plaats. Indien patiënt direct naar SOA-poli of GGD gaat, ontvangt huisarts vaak geen bericht.

Mogelijk worden gegevens uit LINH voor deze ziekte in een later stadium toegevoegd

Genitale wratten

Kortdurend/

chronisch

Voor verwijderen van wratten vaak verwijzing naar dermatoloog. Indien patiënt direct naar SOA-poli of GGD gaat, ontvangt huisarts vaak geen bericht.

Mogelijk worden gegevens uit LINH voor deze ziekte in een later stadium toegevoegd

Herpes genitalis

Kortdurend/

chronisch

Contact vaak beperkt tot huisarts. Wel soms microbiologisch onderzoek of verwijzing naar dermatoloog. Indien patiënt direct naar SOA-poli of GGD gaat, ontvangt huisarts vaak geen bericht.

Mogelijk worden gegevens uit LINH voor deze ziekte in een later stadium toegevoegd

Diabetes mellitus

Chronisch

Regelmatig contact met huisarts. Daarnaast contact met praktijkondersteuner en diabetesverpleegkundige. Deel van diabetespatiënten ook behandeld door de fysiotherapeut, diëtist of podotherapeut. Patiënten gebruiken vaak genees- en hulpmiddelen. Reguliere controle evt. door internist, endocrinoloog of kinderarts. Huisarts ontvangt dan niet steeds bericht maar is vrijwel altijd op de hoogte.

b, e

p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

Dementie

Chronisch

Diagnose wordt pas na meerdere contacten gesteld. Soms overregistratie, vaker onderregistratie. Huisarts heeft in algemeen vaak contact met patiënt en omgeving, totdat opname in een verpleeghuis plaatsvindt. De huisarts heeft minder zicht op de patiënt indien thuiszorg/mantelzorg de problemen goed opvangt of patiënt nauwelijks achteruitgaat.

LINH: registratie vindt mogelijk vaak plaats bij partner in plaats van bij patiënt zelf. LINH: bij patiënt die al jaren bekend is met dementie wordt mogelijk de voorkeur gegeven aan een code voor het specifieke probleem i.p.v. de dementie.

b, c, e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

Schizofrenie

Vaak levenslang problematiek, echter lang niet altijd strikt voldaan aan schizofrenie-criteria

Vaak in behandeling bij GGZ. Bij ambulante patiënten heeft de huisarts wel regelmatig contact met patiënt, maar vaak vanwege andere problematiek dan de direct medische. Medicijnen voor schizofrenie worden dan vaak voorgeschreven door een psychiater. Bij de diagnose van schizofrenie speelt het element tijd een belangrijke rol. Een eerste psychose die door de huisarts wordt waargenomen zal wellicht vaak als andere/niet nader gespecificeerde psychose worden gecodeerd.

CMR en RNH: diagnose is altijd bevestigd door psychiater. NS: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen van schizofrenie geregistreerd.

Registraties op basis van probleemlijsten zijn mogelijk te terughoudend met registreren van incidente gevallen.

b, c, e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: CMR, NS, RNUH-LEO (contact), Transitie

Depressieve stoornis

Beperkte duur/ recidiverend / chronisch

Soms geheel in behandeling bij GGZ. Indien langdurig depressief of met tussenpozen, en medicatie loopt via de ambulante GGZ, zal er niet altijd contact zijn met de huisarts.

RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de stoornis (namelijk, patiënten waarbij depressie een langdurig aandachtspunt voor de behandelend arts is).

a

p: LINH

i: LINH

Angststoornis

Beperkte duur / recidiverend / chronisch

Soms geheel in behandeling bij GGZ. Indien langdurig angstig of met tussenpozen, en medicatie loopt via de ambulante GGZ, zal er niet altijd contact zijn met de huisarts.

RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de stoornis (namelijk, patiënten waarbij de angststoornis een langdurig aandachtspunt voor de behandelend arts is).

a

p: LINH

i: LINH

Ziekte van Parkinson

Chronisch

Vaak onder behandeling van neuroloog. Na verloop van tijd weinig zorg door huisarts nodig, alleen t.b.v. herhaalrecepten.

b, e

p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: LINH

Multiple sclerose (MS)

Chronisch

Meestal permanent onder controle bij neuroloog en ook vaak contacten met huisarts.

Door de lage incidentie is alleen LINH, de grootste registratie, meegenomen voor de schatting van de incdientie.

b, e

p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO, Transitie

i: LINH

Epilepsie

Beperkte duur / chronisch

Vaak onder behandeling van (kinder)neuroloog. Medicatie loopt soms via huisarts. Na korte/lange tijd kan ziekte in remissie gaan. Streven is patiënt medicijnvrij te krijgen.

RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de stoornis (namelijk, patiënten waarbij de epilepsie een langdurig aandachtspunt voor de behandelend arts is). Lang niet alle patiënten blijven hele leven epilepsie (met klachten) houden of hoeven behandeld te worden. Andere registraties: het gaat om patiënten waarbij daadwerkelijk insulten vóórkomen of die daarvoor behandeld worden.

b, d, e

p: CMR, NS, RNUH-LEO (contact), Transitie

i: NS

Maculadegeneratie

Chronisch

Onder behandeling van oogarts (laser en nieuwe andere therapieën).

CMR: maculadegeneratie wordt niet onder een aparte code geregistreerd. LINH: patiënten die onder controle zijn van de oogarts worden niet altijd door de huisarts teruggezien en de correspondentie komt ook niet altijd even consequent in de registratie van de huisarts. Cijfers uit LINH zijn in vergelijking met die uit andere registraties nogal laag. Transitie: kan gebruikt worden voor de incidentie.

e

p: RNH, RNUH-LEO (probl.)

i: RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

Diabetische retinopathie

Chronisch

Vaak onder behandeling van oogarts.

CMR: retinopathie wordt niet apart geregistreerd. LINH: Mogelijk codeert de huisarts diabetische retinopathie niet apart maar ziet het als probleem in het kader van diabetes, daarom worden de cijfers hier niet gepresenteerd. Transitie: ziekte te weinig voorkomend en de registratie te klein om betrouwbare schatting te geven.

s. Transitie: kan gebruikt worden voor de incidentie.

g

p: RNH, RNUH-LEO (probl.)

i: RNH, RNUH-LEO (probl.)

Glaucoom

Beperkte duur / chronisch

Behandeling kan klachten sterk verminderen. Huisarts schrijft (langdurig) oogdruppels voor. Ook vaak onder behandeling van oogarts.

LINH: patiënten die onder controle zijn van de oogarts worden niet altijd door de huisarts teruggezien en de correspondentie komt ook niet altijd even consequent in de registratie van de huisarts. Cijfers uit LINH zijn in vergelijking met die uit andere registraties nogal laag.

e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: CMR, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie

Staar

Beperkte duur / chronisch

Indien veel problemen (evt. jaren na ontstaan van problemen) dan operatie. Na operatie sterke vermindering van klachten. Weinig directe zorg van de huisarts (afgezien van verwijzen naar oogarts).

LINH: patiënten die onder controle zijn van de oogarts worden niet altijd door de huisarts teruggezien en de correspondentie komt ook niet altijd even consequent in de registratie van de huisarts. Cijfers uit LINH zijn in vergelijking met die uit andere registraties nogal laag. Transitie: kan gebruikt worden voor de incidentie.

e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)

i: CMR, RNUH-LEO (contact), Transitie

Ouderdomsslechthorendheid en slechthorendheid door lawaai

Chronisch

Na diagnose en evt. aanmeten van gehoorapparaat heeft huisarts nog weinig van doen met patiënt. Ook 'overige doofheid' wordt meegenomen omdat dit voor een groot deel ook ouderdomsslechthorendheid of lawaaislechthorendheid kan zijn.

c, e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)

i: CMR, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie

Coronaire hartziekten

Chronisch / beperkte duur / In Kompas als chronisch aangemerkt

CHZ beschouwen we als chronisch probleem. Er blijft vrijwel altijd enige zorg nodig, die vaak door de huisarts wordt verleend. Enige tijd na een hartinfarct of na behandeling kunnen klachten wel verminderen. Bij chronisch coronairlijden (angina pectoris of klachten na een infarct of operatie) is de patiënt vaak onder controle van de cardioloog (eens per jaar).

CMR: een hartinfarct blijft hele verdere leven prevalent. Angina pectoris alleen als er klachten zijn of zorg wordt verleend. LINH: Niet alle patiënten die ooit een CHZ hebben gehad, zullen binnen een jaar als prevalent worden geregistreerd. RNH en RNUH-LEO (probl.): CHZ blijft lange tijd op de probleemlijst staan. Transitie: als er geen klachten meer zijn of geen zorg meer wordt verleend, wordt de CHZ niet meer als prevalent geregistreerd.

b, c, e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)

i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie

Hartinfarct

Acuut

Na een acute opname wordt over het algemeen de huisarts door de cardioloog op de hoogte gesteld van de diagnose.

Ook tweede, derde en volgende infarcten kunnen geregistreerd worden.

b, e

i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie

Angina pectoris

Chronisch

De patiënt is vaak langdurig onder controle van de cardioloog.

LINH en RNUH-LEO (contact): mogelijk worden niet alle gevallen die langdurig onder controle van de cardioloog zijn geregistreerd.

b, c, e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie

Hartfalen

Over algemeen chronisch

Hartfalen kan ook tijdelijk zijn in kader van verhoogde bloeddruk of hartinfarct. In periode met klachten is huisarts meestal wel op de hoogte. Contact kan ook vooral met cardioloog zijn. Toch zal een patiënt vroeg of laat wel contact hebben met de huisarts voor zijn/haar hartfalen.

LINH: mogelijk hebben sommige huisartsen een voorkeur voor de code oedeem boven hartfalen.

b, e

p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

Beroerte

Chronisch

Veel patiënten liggen in acute fase lang in ziekenhuis. In stabiele situatie is niet altijd intensief contact met de huisarts vanwege de beroerte, hoewel veel patiënten regelmatig een (herhaal)recept voor plaatjesaggregatieremmers krijgen.

Transitie: beroerte blijft prevalent zolang er zorg verleend wordt; bij CMR, RNH en RNUH-LEO blijft de beroerte over het algemeen lange tijd prevalent geregistreerd staan.

b, c, e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)

i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

TIA

Kortdurend

Contact veelal beperkt tot huisarts

b, e

i: CMR, LINH, RNUH-LEO (contact), Transitie

Verkoudheid, acute sinusitis, acute tonsillitis

Kortdurend

Contact beperkt tot huisarts

CMR: er is geen symptoomcode zoals hoesten. LINH: basisregel f speelt een rol en mogelijk hebben sommige huisartsen een voorkeur voor de symptoomcodes hoesten, keelpijn of loopneus boven de diagnosecode verhoudheid, tonsillitis of sinusitis. Transitie: contacten met alleen assistentes worden niet altijd geregistreerd.

e, f

i: RNUH-LEO, Transitie

Longontsteking

Kortdurend

Contact meestal beperkt tot huisarts

CMR: dat er geen symptoomcode geregistreerd kan worden, is bij longontsteking niet zo'n probleem (ernstigere ziekte dan bijv. verkoudheid). LINH: probleem met basisregel f zal niet zo groot zijn (weinig kans op nieuwe episode van longontsteking zonder contact met huisarts).

b, e

i: CMR, LINH, RNUH-LEO, Transitie

Acute bronchi(oli)tis

Kortdurend

Contact beperkt tot huisarts

CMR: er is geen symptoomcode zoals hoesten. LINH: basisregel f speelt een rol en mogelijk hebben sommige huisartsen een voorkeur voor de symptoomcode hoesten boven de diagnosecode acute bronchitis. Transitie: contacten met alleen assistentes worden niet altijd geregistreerd.

e, f

i: RNUH-LEO, Transitie

Astma

Beperkte duur (maar minimaal een paar jaar) / chronisch

Meestal regelmatig contact hiervoor met huisarts, soms echter geheel overgenomen door longarts/kinderarts. Soms alleen diagnostiek door specialist.

RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de aandoening (namelijk, patiënten waarbij de astma een langdurig aandachtspunt is voor de behandelend arts). Lang niet alle patiënten blijven hele leven klachten houden of hoeven behandeld te worden.

b, d, e

p: CMR, LINH, RNUH-LEO (contact), Transitie

i: LINH

COPD

Chronisch

Meestal regelmatig contact hiervoor met huisarts, echter soms geheel overgenomen door longarts. Soms alleen diagnostiek door specialist. En soms komt de patiënt een jaar/jaren niet bij de huisarts voor klachten.

Over algemeen grote verschillen tussen registraties.

b, e

p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie

Zweren van maag en twaalfvingerige darm

Beperkte duur / chronisch

Contact meestal beperkt tot huisarts. Soms maanden/jaren geen klachten. Meestal geen langdurige behandeling door internist. Diagnostiek gedaan in ziekenhuis. Sommige patiënten ontvangen regelmatig van de huisarts een (herhaal)recept voor onderhoudsbehandeling.

LINH: mogelijk hebben sommige huisartsen bij een recidive zorgepisode een voorkeur voor de symptoomcode maagpijn of zuurbranden boven de diagnosecode maagzweer. RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de aandoening (namelijk, patiënten waarbij de zweren een langdurig aandachtspunt zijn voor de behandelend arts). Over algemeen grote verschillen tussen registraties.

b, d, e

p: CMR, LINH, RNUH-LEO (contact), Transitie

i: CMR, LINH, RNUH-LEO (contact), Transitie

Inflammatoire darmziekten

Chronisch

Vaak beperkt de rol van de huisarts zich tot (uitwendig) lichamelijk onderzoek en het aanvragen van laboratoriumonderzoeken voor bloed en feces. Als de huisarts een ontsteking van het spijsverteringskanaal vermoedt zal de patiënt doorverwezen worden naar een specialist. Contact met huisarts of specialist loopt paralel aan ziekte-activiteit: veel contact in actieve fase, weinig contact in remissiefase.

Ernst van de ziekte wordt mede bepaald door noodzaak tot operatie. Dit komt niet tot uiting in de huisartsenregistraties.

c, d

p: RNH en RNUH-LEO (probleemlijst)

i: LINH

Acute urineweginfecties

Kortdurend

Contact beperkt tot huisarts

LINH: basisregel f speelt een rol en mogelijk hebben sommige huisartsen een voorkeur voor de symptoomcode pijnlijke of frequente mictie boven de diagnosecode urineweginfectie. Transitie: contacten met alleen assistentes worden niet altijd geregistreerd.

e, f

i: CMR, RNUH-LEO (contact), Transitie

Constitutioneel eczeem

Chronisch

Soms alleen contact met dermatoloog of allergoloog. Soms herhaalreceptuur (indien nodig) via huisarts. Patiënten hebben soms maanden/jaren geen klachten of lichte klachten. Met de leeftijd vaak vermindering van klachten.

LINH: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen van (mild) eczeem geregistreerd. Patiënten met chronisch eczeem zouden in de loop van een jaar voor hun eczeem wel bij de huisarts komen, met name voor herhaalrecepten.

a

p: LINH

i: LINH

Contact-eczeem (allergisch en irritatie)

Kortdurend / beperkte duur / chronisch

Contact meestal beperkt tot huisarts. Evt. herhaalreceptuur (indien nodig) via huisarts. Soms alleen contact met dermatoloog. Klachten kunnen maanden/jaren licht of afwezig zijn. Soms na intensief contact eerste jaar/jaren (waarbij overgevoelige stoffen worden getraceerd) nauwelijks nog contact met huisarts.

LINH: de prevalentie is exclusief patiënten die toevallig niet gedurende het registratiejaar voor hun aandoening contact hebben met de huisarts.

a

p: LINH

i: LINH

Reumatoïde artritis

Chronisch

Groot deel van patiënten zal enkel door een reumatoloog worden behandeld. Meestal is de huisarts dan wel op de hoogte van de ziekte. Soms doet de huisarts de behandeling.

LINH: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen van reumatoïde artritis geregistreerd (bij reumatoloog onder behandeling).

b, c, e,

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)

i: LINH

Artrose

Chronisch

Meestal doet de huisarts de behandeling. Indien er weinig klachten (meer) zijn, of de klachten niet toenemen, vindt weinig behandeling plaats. Sommige patiënten zullen (mede) door een orthopeed of reumatoloog worden behandeld. De huisarts is dan wel op de hoogte van de ziekte.

LINH: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen van artrose geregistreerd (bijv. geen contact met huisarts omdat de klachten niet verergerden). Tamelijk grote verschillen tussen registraties.

b, c, e

p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)

i: CMR, RNH, RNUH-LEO (contact), LINH

Nek- en rugklachten

Kortdurend / beperkte duur / chronisch

Contact beperkt tot huisarts of, na verwijzing, fysiotherapeut. Indien onder behandeling van fysiotherapeut kan patiënt voor huisarts 'verdwijnen'. Wel veelal nieuwe verwijzing nodig voor bijv. nieuwe serie van behandelingen.

CMR: een deel van de nek- en rugklachten wordt geregistreerd onder andere codes. Tamelijk grote verschillen tussen registraties.

a

p: LINH

i: LINH

Osteoporose

Chronisch

Doorgaans behandeld door de huisarts. Bij sommige patiënten zal de reumatoloog de behandeling uitvoeren. Bij heupfracturen of wervelfracturen wordt de orthopeed ingeschakeld. De internist is in de tweede lijn waarschijnlijk de belangrijkste behandelaar van osteoporose. Oudere, alleenstaande patiënten met een traag herstel of met comorbiditeit worden soms opgenomen in een verpleeghuis.

LINH: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen geregistreerd, bijvoorbeeld patiënten die in het verleden een osteoporotische fractuur opliepen.

b, c, e

p: CMR, RNUH-LEO (probl.), Transitie

i: CMR, RNUH-LEO (contact), Transitie, LINH

Aangeboren afwijkingen van het centrale zenuwstelsel

Beperkte duur / chronisch

Na operatie mogelijk sterke vermindering van klachten. Mogelijk levenslange verstandelijke beperkingen, maar daarvoor is geen continue zorg nodig. Bij ernstige gevallen wel. Deel zal ook in een instelling terecht komen.

CMR en RNUH-LEO: kleine registraties. NS: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen geregistreerd. RNH: ook milde gevallen zullen mogelijk op de probleemlijst staan.

c, g

p: RNH

Aangeboren afwijkingen van het hartvaatstelsel

Beperkte duur / chronisch

Na operatie mogelijk sterke vermindering van klachten. Ernstige afwijkingen worden op jonge leeftijd geopereerd, geringe afwijkingen zullen met weinig klachten gepaard gaan en daarvoor zal de huisarts niet altijd geconsulteerd worden.

CMR en RNUH-LEO: kleine registraties. NS: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen geregistreerd. RNH: ook milde gevallen zullen mogelijk op de probleemlijst staan.

c, g

p: RNH

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.

Definities

Zorgepisode
De periode tussen het moment dat de patiënt voor het eerst geneeskundige hulp vraagt voor een bepaald gezondheidsprobleem en het laatste contact ervoor in het registratiesysteem.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.