|
Infectieziekten van het maagdarmkanaal
|
Kortdurend
|
Contact beperkt tot huisarts
|
LINH: basisregel f speelt een rol
|
e, f
|
i: CMR, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Gonorroe
|
Kortdurend
|
Meestal vindt een kweek of een onderzoek op basis van DNA plaats. Indien patiënt direct naar SOA-poli of GGD gaat, ontvangt huisarts vaak geen bericht.
|
Mogelijk worden gegevens uit LINH voor deze ziekte in een later stadium toegevoegd
|
|
|
|
Syfilis
|
Kortdurend
|
Meestal vindt serologisch onderzoek plaats. Indien patiënt direct naar SOA-poli of GGD gaat, ontvangt huisarts vaak geen bericht.
|
Mogelijk worden gegevens uit LINH voor deze ziekte in een later stadium toegevoegd
|
|
|
|
Genitale wratten
|
Kortdurend/
chronisch
|
Voor verwijderen van wratten vaak verwijzing naar dermatoloog. Indien patiënt direct naar SOA-poli of GGD gaat, ontvangt huisarts vaak geen bericht.
|
Mogelijk worden gegevens uit LINH voor deze ziekte in een later stadium toegevoegd
|
|
|
|
Herpes genitalis
|
Kortdurend/
chronisch
|
Contact vaak beperkt tot huisarts. Wel soms microbiologisch onderzoek of verwijzing naar dermatoloog. Indien patiënt direct naar SOA-poli of GGD gaat, ontvangt huisarts vaak geen bericht.
|
Mogelijk worden gegevens uit LINH voor deze ziekte in een later stadium toegevoegd
|
|
|
|
Diabetes mellitus
|
Chronisch
|
Regelmatig contact met huisarts. Daarnaast contact met praktijkondersteuner en diabetesverpleegkundige. Deel van diabetespatiënten ook behandeld door de fysiotherapeut, diëtist of podotherapeut. Patiënten gebruiken vaak genees- en hulpmiddelen. Reguliere controle evt. door internist, endocrinoloog of kinderarts. Huisarts ontvangt dan niet steeds bericht maar is vrijwel altijd op de hoogte.
|
|
b, e
|
p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
|
|
Dementie
|
Chronisch
|
Diagnose wordt pas na meerdere contacten gesteld. Soms overregistratie, vaker onderregistratie. Huisarts heeft in algemeen vaak contact met patiënt en omgeving, totdat opname in een verpleeghuis plaatsvindt. De huisarts heeft minder zicht op de patiënt indien thuiszorg/mantelzorg de problemen goed opvangt of patiënt nauwelijks achteruitgaat.
|
LINH: registratie vindt mogelijk vaak plaats bij partner in plaats van bij patiënt zelf. LINH: bij patiënt die al jaren bekend is met dementie wordt mogelijk de voorkeur gegeven aan een code voor het specifieke probleem i.p.v. de dementie.
|
b, c, e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
|
|
Schizofrenie
|
Vaak levenslang problematiek, echter lang niet altijd strikt voldaan aan schizofrenie-criteria
|
Vaak in behandeling bij GGZ. Bij ambulante patiënten heeft de huisarts wel regelmatig contact met patiënt, maar vaak vanwege andere problematiek dan de direct medische. Medicijnen voor schizofrenie worden dan vaak voorgeschreven door een psychiater. Bij de diagnose van schizofrenie speelt het element tijd een belangrijke rol. Een eerste psychose die door de huisarts wordt waargenomen zal wellicht vaak als andere/niet nader gespecificeerde psychose worden gecodeerd.
|
CMR en RNH: diagnose is altijd bevestigd door psychiater. NS: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen van schizofrenie geregistreerd.
Registraties op basis van probleemlijsten zijn mogelijk te terughoudend met registreren van incidente gevallen.
|
b, c, e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: CMR, NS, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Depressieve stoornis
|
Beperkte duur/ recidiverend / chronisch
|
Soms geheel in behandeling bij GGZ. Indien langdurig depressief of met tussenpozen, en medicatie loopt via de ambulante GGZ, zal er niet altijd contact zijn met de huisarts.
|
RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de stoornis (namelijk, patiënten waarbij depressie een langdurig aandachtspunt voor de behandelend arts is).
|
a
|
p: LINH
i: LINH
|
|
Angststoornis
|
Beperkte duur / recidiverend / chronisch
|
Soms geheel in behandeling bij GGZ. Indien langdurig angstig of met tussenpozen, en medicatie loopt via de ambulante GGZ, zal er niet altijd contact zijn met de huisarts.
|
RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de stoornis (namelijk, patiënten waarbij de angststoornis een langdurig aandachtspunt voor de behandelend arts is).
|
a
|
p: LINH
i: LINH
|
|
Ziekte van Parkinson
|
Chronisch
|
Vaak onder behandeling van neuroloog. Na verloop van tijd weinig zorg door huisarts nodig, alleen t.b.v. herhaalrecepten.
|
|
b, e
|
p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: LINH
|
|
Multiple sclerose (MS)
|
Chronisch
|
Meestal permanent onder controle bij neuroloog en ook vaak contacten met huisarts.
|
Door de lage incidentie is alleen LINH, de grootste registratie, meegenomen voor de schatting van de incdientie.
|
b, e
|
p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO, Transitie
i: LINH
|
|
Epilepsie
|
Beperkte duur / chronisch
|
Vaak onder behandeling van (kinder)neuroloog. Medicatie loopt soms via huisarts. Na korte/lange tijd kan ziekte in remissie gaan. Streven is patiënt medicijnvrij te krijgen.
|
RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de stoornis (namelijk, patiënten waarbij de epilepsie een langdurig aandachtspunt voor de behandelend arts is). Lang niet alle patiënten blijven hele leven epilepsie (met klachten) houden of hoeven behandeld te worden. Andere registraties: het gaat om patiënten waarbij daadwerkelijk insulten vóórkomen of die daarvoor behandeld worden.
|
b, d, e
|
p: CMR, NS, RNUH-LEO (contact), Transitie
i: NS
|
|
Maculadegeneratie
|
Chronisch
|
Onder behandeling van oogarts (laser en nieuwe andere therapieën).
|
CMR: maculadegeneratie wordt niet onder een aparte code geregistreerd. LINH: patiënten die onder controle zijn van de oogarts worden niet altijd door de huisarts teruggezien en de correspondentie komt ook niet altijd even consequent in de registratie van de huisarts. Cijfers uit LINH zijn in vergelijking met die uit andere registraties nogal laag. Transitie: kan gebruikt worden voor de incidentie.
|
e
|
p: RNH, RNUH-LEO (probl.)
i: RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
|
|
Diabetische retinopathie
|
Chronisch
|
Vaak onder behandeling van oogarts.
|
CMR: retinopathie wordt niet apart geregistreerd. LINH: Mogelijk codeert de huisarts diabetische retinopathie niet apart maar ziet het als probleem in het kader van diabetes, daarom worden de cijfers hier niet gepresenteerd. Transitie: ziekte te weinig voorkomend en de registratie te klein om betrouwbare schatting te geven.
s. Transitie: kan gebruikt worden voor de incidentie.
|
g
|
p: RNH, RNUH-LEO (probl.)
i: RNH, RNUH-LEO (probl.)
|
|
Glaucoom
|
Beperkte duur / chronisch
|
Behandeling kan klachten sterk verminderen. Huisarts schrijft (langdurig) oogdruppels voor. Ook vaak onder behandeling van oogarts.
|
LINH: patiënten die onder controle zijn van de oogarts worden niet altijd door de huisarts teruggezien en de correspondentie komt ook niet altijd even consequent in de registratie van de huisarts. Cijfers uit LINH zijn in vergelijking met die uit andere registraties nogal laag.
|
e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: CMR, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Staar
|
Beperkte duur / chronisch
|
Indien veel problemen (evt. jaren na ontstaan van problemen) dan operatie. Na operatie sterke vermindering van klachten. Weinig directe zorg van de huisarts (afgezien van verwijzen naar oogarts).
|
LINH: patiënten die onder controle zijn van de oogarts worden niet altijd door de huisarts teruggezien en de correspondentie komt ook niet altijd even consequent in de registratie van de huisarts. Cijfers uit LINH zijn in vergelijking met die uit andere registraties nogal laag. Transitie: kan gebruikt worden voor de incidentie.
|
e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)
i: CMR, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Ouderdomsslechthorendheid en slechthorendheid door lawaai
|
Chronisch
|
Na diagnose en evt. aanmeten van gehoorapparaat heeft huisarts nog weinig van doen met patiënt. Ook 'overige doofheid' wordt meegenomen omdat dit voor een groot deel ook ouderdomsslechthorendheid of lawaaislechthorendheid kan zijn.
|
|
c, e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)
i: CMR, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Coronaire hartziekten
|
Chronisch / beperkte duur / In Kompas als chronisch aangemerkt
|
CHZ beschouwen we als chronisch probleem. Er blijft vrijwel altijd enige zorg nodig, die vaak door de huisarts wordt verleend. Enige tijd na een hartinfarct of na behandeling kunnen klachten wel verminderen. Bij chronisch coronairlijden (angina pectoris of klachten na een infarct of operatie) is de patiënt vaak onder controle van de cardioloog (eens per jaar).
|
CMR: een hartinfarct blijft hele verdere leven prevalent. Angina pectoris alleen als er klachten zijn of zorg wordt verleend. LINH: Niet alle patiënten die ooit een CHZ hebben gehad, zullen binnen een jaar als prevalent worden geregistreerd. RNH en RNUH-LEO (probl.): CHZ blijft lange tijd op de probleemlijst staan. Transitie: als er geen klachten meer zijn of geen zorg meer wordt verleend, wordt de CHZ niet meer als prevalent geregistreerd.
|
b, c, e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)
i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Hartinfarct
|
Acuut
|
Na een acute opname wordt over het algemeen de huisarts door de cardioloog op de hoogte gesteld van de diagnose.
|
Ook tweede, derde en volgende infarcten kunnen geregistreerd worden.
|
b, e
|
i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Angina pectoris
|
Chronisch
|
De patiënt is vaak langdurig onder controle van de cardioloog.
|
LINH en RNUH-LEO (contact): mogelijk worden niet alle gevallen die langdurig onder controle van de cardioloog zijn geregistreerd.
|
b, c, e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Hartfalen
|
Over algemeen chronisch
|
Hartfalen kan ook tijdelijk zijn in kader van verhoogde bloeddruk of hartinfarct. In periode met klachten is huisarts meestal wel op de hoogte. Contact kan ook vooral met cardioloog zijn. Toch zal een patiënt vroeg of laat wel contact hebben met de huisarts voor zijn/haar hartfalen.
|
LINH: mogelijk hebben sommige huisartsen een voorkeur voor de code oedeem boven hartfalen.
|
b, e
|
p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
|
|
Beroerte
|
Chronisch
|
Veel patiënten liggen in acute fase lang in ziekenhuis. In stabiele situatie is niet altijd intensief contact met de huisarts vanwege de beroerte, hoewel veel patiënten regelmatig een (herhaal)recept voor plaatjesaggregatieremmers krijgen.
|
Transitie: beroerte blijft prevalent zolang er zorg verleend wordt; bij CMR, RNH en RNUH-LEO blijft de beroerte over het algemeen lange tijd prevalent geregistreerd staan.
|
b, c, e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)
i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
|
|
TIA
|
Kortdurend
|
Contact veelal beperkt tot huisarts
|
|
b, e
|
i: CMR, LINH, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Verkoudheid, acute sinusitis, acute tonsillitis
|
Kortdurend
|
Contact beperkt tot huisarts
|
CMR: er is geen symptoomcode zoals hoesten. LINH: basisregel f speelt een rol en mogelijk hebben sommige huisartsen een voorkeur voor de symptoomcodes hoesten, keelpijn of loopneus boven de diagnosecode verhoudheid, tonsillitis of sinusitis. Transitie: contacten met alleen assistentes worden niet altijd geregistreerd.
|
e, f
|
i: RNUH-LEO, Transitie
|
|
Longontsteking
|
Kortdurend
|
Contact meestal beperkt tot huisarts
|
CMR: dat er geen symptoomcode geregistreerd kan worden, is bij longontsteking niet zo'n probleem (ernstigere ziekte dan bijv. verkoudheid). LINH: probleem met basisregel f zal niet zo groot zijn (weinig kans op nieuwe episode van longontsteking zonder contact met huisarts).
|
b, e
|
i: CMR, LINH, RNUH-LEO, Transitie
|
|
Acute bronchi(oli)tis
|
Kortdurend
|
Contact beperkt tot huisarts
|
CMR: er is geen symptoomcode zoals hoesten. LINH: basisregel f speelt een rol en mogelijk hebben sommige huisartsen een voorkeur voor de symptoomcode hoesten boven de diagnosecode acute bronchitis. Transitie: contacten met alleen assistentes worden niet altijd geregistreerd.
|
e, f
|
i: RNUH-LEO, Transitie
|
|
Astma
|
Beperkte duur (maar minimaal een paar jaar) / chronisch
|
Meestal regelmatig contact hiervoor met huisarts, soms echter geheel overgenomen door longarts/kinderarts. Soms alleen diagnostiek door specialist.
|
RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de aandoening (namelijk, patiënten waarbij de astma een langdurig aandachtspunt is voor de behandelend arts). Lang niet alle patiënten blijven hele leven klachten houden of hoeven behandeld te worden.
|
b, d, e
|
p: CMR, LINH, RNUH-LEO (contact), Transitie
i: LINH
|
|
COPD
|
Chronisch
|
Meestal regelmatig contact hiervoor met huisarts, echter soms geheel overgenomen door longarts. Soms alleen diagnostiek door specialist. En soms komt de patiënt een jaar/jaren niet bij de huisarts voor klachten.
|
Over algemeen grote verschillen tussen registraties.
|
b, e
|
p: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: CMR, LINH, RNH, RNUH-LEO (probl.), Transitie
|
|
Zweren van maag en twaalfvingerige darm
|
Beperkte duur / chronisch
|
Contact meestal beperkt tot huisarts. Soms maanden/jaren geen klachten. Meestal geen langdurige behandeling door internist. Diagnostiek gedaan in ziekenhuis. Sommige patiënten ontvangen regelmatig van de huisarts een (herhaal)recept voor onderhoudsbehandeling.
|
LINH: mogelijk hebben sommige huisartsen bij een recidive een voorkeur voor de symptoomcode maagpijn of zuurbranden boven de diagnosecode maagzweer. RNH, RNUH-LEO (probl.): prevalenties gebaseerd op probleemlijsten. Dit geeft een iets andere kijk op de aandoening (namelijk, patiënten waarbij de zweren een langdurig aandachtspunt zijn voor de behandelend arts). Over algemeen grote verschillen tussen registraties.
|
b, d, e
|
p: CMR, LINH, RNUH-LEO (contact), Transitie
i: CMR, LINH, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Inflammatoire darmziekten
|
Chronisch
|
Vaak beperkt de rol van de huisarts zich tot (uitwendig) lichamelijk onderzoek en het aanvragen van laboratoriumonderzoeken voor bloed en feces. Als de huisarts een ontsteking van het spijsverteringskanaal vermoedt zal de patiënt doorverwezen worden naar een specialist. Contact met huisarts of specialist loopt paralel aan ziekte-activiteit: veel contact in actieve fase, weinig contact in remissiefase.
|
Ernst van de ziekte wordt mede bepaald door noodzaak tot operatie. Dit komt niet tot uiting in de huisartsenregistraties.
|
c, d
|
p: RNH en RNUH-LEO (probleemlijst)
i: LINH
|
|
Acute urineweginfecties
|
Kortdurend
|
Contact beperkt tot huisarts
|
LINH: basisregel f speelt een rol en mogelijk hebben sommige huisartsen een voorkeur voor de symptoomcode pijnlijke of frequente mictie boven de diagnosecode urineweginfectie. Transitie: contacten met alleen assistentes worden niet altijd geregistreerd.
|
e, f
|
i: CMR, RNUH-LEO (contact), Transitie
|
|
Constitutioneel eczeem
|
Chronisch
|
Soms alleen contact met dermatoloog of allergoloog. Soms herhaalreceptuur (indien nodig) via huisarts. Patiënten hebben soms maanden/jaren geen klachten of lichte klachten. Met de leeftijd vaak vermindering van klachten.
|
LINH: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen van (mild) eczeem geregistreerd. Patiënten met chronisch eczeem zouden in de loop van een jaar voor hun eczeem wel bij de huisarts komen, met name voor herhaalrecepten.
|
a
|
p: LINH
i: LINH
|
|
Contact-eczeem (allergisch en irritatie)
|
Kortdurend / beperkte duur / chronisch
|
Contact meestal beperkt tot huisarts. Evt. herhaalreceptuur (indien nodig) via huisarts. Soms alleen contact met dermatoloog. Klachten kunnen maanden/jaren licht of afwezig zijn. Soms na intensief contact eerste jaar/jaren (waarbij overgevoelige stoffen worden getraceerd) nauwelijks nog contact met huisarts.
|
LINH: de prevalentie is exclusief patiënten die toevallig niet gedurende het registratiejaar voor hun aandoening contact hebben met de huisarts.
|
a
|
p: LINH
i: LINH
|
|
Reumatoïde artritis
|
Chronisch
|
Groot deel van patiënten zal enkel door een reumatoloog worden behandeld. Meestal is de huisarts dan wel op de hoogte van de ziekte. Soms doet de huisarts de behandeling.
|
LINH: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen van reumatoïde artritis geregistreerd (bij reumatoloog onder behandeling).
|
b, c, e,
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)
i: LINH
|
|
Artrose
|
Chronisch
|
Meestal doet de huisarts de behandeling. Indien er weinig klachten (meer) zijn, of de klachten niet toenemen, vindt weinig behandeling plaats. Sommige patiënten zullen (mede) door een orthopeed of reumatoloog worden behandeld. De huisarts is dan wel op de hoogte van de ziekte.
|
LINH: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen van artrose geregistreerd (bijv. geen contact met huisarts omdat de klachten niet verergerden). Tamelijk grote verschillen tussen registraties.
|
b, c, e
|
p: CMR, RNH, RNUH-LEO (probl.)
i: CMR, RNH, RNUH-LEO (contact), LINH
|
|
Nek- en rugklachten
|
Kortdurend / beperkte duur / chronisch
|
Contact beperkt tot huisarts of, na verwijzing, fysiotherapeut. Indien onder behandeling van fysiotherapeut kan patiënt voor huisarts 'verdwijnen'. Wel veelal nieuwe verwijzing nodig voor bijv. nieuwe serie van behandelingen.
|
CMR: een deel van de nek- en rugklachten wordt geregistreerd onder andere codes. Tamelijk grote verschillen tussen registraties.
|
a
|
p: LINH
i: LINH
|
|
Osteoporose
|
Chronisch
|
Doorgaans behandeld door de huisarts. Bij sommige patiënten zal de reumatoloog de behandeling uitvoeren. Bij heupfracturen of wervelfracturen wordt de orthopeed ingeschakeld. De internist is in de tweede lijn waarschijnlijk de belangrijkste behandelaar van osteoporose. Oudere, alleenstaande patiënten met een traag herstel of met comorbiditeit worden soms opgenomen in een verpleeghuis.
|
LINH: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen geregistreerd, bijvoorbeeld patiënten die in het verleden een osteoporotische fractuur opliepen.
|
b, c, e
|
p: CMR, RNUH-LEO (probl.), Transitie
i: CMR, RNUH-LEO (contact), Transitie, LINH
|
|
Aangeboren afwijkingen van het centrale zenuwstelsel
|
Beperkte duur / chronisch
|
Na operatie mogelijk sterke vermindering van klachten. Mogelijk levenslange verstandelijke beperkingen, maar daarvoor is geen continue zorg nodig. Bij ernstige gevallen wel. Deel zal ook in een instelling terecht komen.
|
CMR en RNUH-LEO: kleine registraties. NS: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen geregistreerd. RNH: ook milde gevallen zullen mogelijk op de probleemlijst staan.
|
c, g
|
p: RNH
|
|
Aangeboren afwijkingen van het hartvaatstelsel
|
Beperkte duur / chronisch
|
Na operatie mogelijk sterke vermindering van klachten. Ernstige afwijkingen worden op jonge leeftijd geopereerd, geringe afwijkingen zullen met weinig klachten gepaard gaan en daarvoor zal de huisarts niet altijd geconsulteerd worden.
|
CMR en RNUH-LEO: kleine registraties. NS: mogelijk worden in de 1-jaarsregistratieperiode niet alle prevalente gevallen geregistreerd. RNH: ook milde gevallen zullen mogelijk op de probleemlijst staan.
|
c, g
|
p: RNH
|