Downsyndroom is een chromosomaal bepaalde aangeboren afwijking
Het Downsyndroom (-code 758.0, -code Q90) is een chromosomaal bepaalde aangeboren afwijking, met een extra chromosoom 21. Omdat een chromosoom duizenden genen bevat, leidt dit ene extra chromosoom tot meerdere stoornissen in verschillende structurele en functionele ontwikkelingen.
Het syndroom wordt gekenmerkt door een karakteristiek uiterlijk, lagere spierspanning (hypotonie) en een lichte tot ernstige verstandelijke handicap.
Relatief vaak bijkomende (aangeboren) aandoeningen bij Downsyndroom
Mensen met het Downsyndroom hebben relatief vaak bijkomende aangeboren aandoeningen en ziekten (zie tabel 1). Ongeveer de helft van de kinderen heeft een aangeboren hartafwijking. Andere vaak voorkomende aandoeningen zijn maag-darmafwijkingen, overgevoeligheid voor gluten (coeliakie), gezichts- en gehoorproblemen, schildklierstoornissen, obesitas, diabetes mellitus en leukemie. Vanwege een verstoord immuunsysteem hebben ze meer kans op infecties en luchtwegaandoeningen. Mensen met het Downsyndroom verouderen sneller en hebben vaker al op jonge leeftijd te maken met dementie (; ; ; ). Met uitzondering van leukemie en testiscarcinoom blijkt kanker juist heel weinig voor te komen in combinatie met het Downsyndroom ().
Kinderen met Downsyndroom komen eerder ter wereld en hebben een lager geboortegewicht
Kinderen met het Downsyndroom zijn bij de geboorte ongeveer 400 gram lichter dan levendgeborenen zonder het syndroom en ze komen gemiddeld een week eerder ter wereld, bij 38 weken. De wijze van geboorte en de verschillen niet tussen een kind met het Downsyndroom en een kind zonder dit syndroom ().
Meeste mensen met Downsyndroom verstandelijk beperkt
Het merendeel van de mensen met het Downsyndroom heeft een verstandelijke beperking en gedragsstoornissen. Jonge kinderen met het syndroom ontwikkelen zich in eerste instantie traag. Ze leren vooral door gedrag van anderen te kopiëren (). Ze bereiken tussen hun 15e en 20e levensjaar hun cognitieve grenzen (). Het uiteindelijke verstandelijke niveau is vergelijkbaar met kinderen van 4 tot 12 jaar ().
Dementie komt relatief veel voor in combinatie met Downsyndroom
Dementie (ziekte van Alzheimer) komt veel voor bij mensen met het Downsyndroom. In een groot Nederlands onderzoek onder mensen met het syndroom ouder dan 45 jaar was de totale prevalentie van dementie 16,8%. Onder 40-49-jarigen werd bij 8,9% dementie gediagnosticeerd. Het percentage verdubbelde met ieder vijfjaarsinterval tot 32,1% onder 55-59-jarigen. Vanaf die leeftijd daalde de prevalentie naar 25,6%. Deze daling is mogelijk te verklaren door de verhoogde sterfte onder ouderen met het Downsyndroom ().
Levensverwachting bij geboorte gestegen
Voor kinderen met het Downsyndroom in de rijke landen is de levensverwachting bij geboorte gestegen naar ongeveer 60 jaar (; ). Hart- en vaatziekten blijven een belangrijke doodsoorzaak, maar longontsteking en andere infecties aan luchtwegen zijn de meest voorkomende doodsoorzaken bij mensen met het Downsyndroom (23-40%) (). Zie verder: Hoe vaak komt het Downsyndroom voor en hoeveel mensen sterven eraan?.
Kwaliteit van leven verbeterd
Verbeteringen in de medische behandeling van de bijkomende aandoeningen hebben de lichamelijke en verstandelijke ontwikkeling van kinderen met het Downsyndroom en hun sociale functioneren verbeterd (). Jonge kinderen met het syndroom worden nog wel vaker opgenomen in het ziekenhuis dan hun leeftijdgenoten, maar minder vaak dan enkele decennia geleden ().
Tabel 1: Prevalentie van een aantal bijkomende aandoeningen bij het Downsyndroom (bronnen staan in de tabel).
|
Aangeboren hartafwijking
|
44-58
|
|
|
Aangeboren afwijkingen aan het maagdarmkanaal
|
4-10
|
|
|
Gehoorproblemen
|
38-78 a
|
|
|
Oogafwijkingen
|
38-80 a
|
|
|
Coeliakie
|
5-7
|
|
|
Diabetes mellitus type 1
|
1-10
|
|
|
Schildklierafwijkingen
|
28-40
|
;
|
|
(Voorbijgaande) leukemie op jonge leeftijd
|
10
|
|
|
Chronische recidiverende infecties
|
12
|
|
|
Obesitas
|
30-35
|
|
|
Obstructief slaap apneu syndroom
|
57
|
|
|
Wheezing airway disorders
|
30-36
|
|
|
Gedragsstoornissen en ADHD
|
18-38
|
;
|
|
Alzheimer dementie
|
2,5% van alle mensen met Downsyndroom
|
|
|
|
16,8% van alle mensen met Downsyndroom ouder dan 45 jaar
|
|
a Oplopend met de leeftijd
Vaker meedoen op school en thuis
Afhankelijk van de ernst van het syndroom maken kinderen en volwassenen met het Downsyndroom gebruik van speciaal onderwijs, begeleid wonen en werken. Er zijn programma’s om de ontwikkeling van kinderen met het syndroom te stimuleren ().
Een kwart van de kinderen doorloopt alle klassen van een reguliere basisschool, de meesten van hen volgen daarna speciaal voortgezet onderwijs ().
Veel kinderen en volwassenen met het Downsyndroom wonen thuis, bij hun ouders.