Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ziektelast in DALY's
Omvang van het probleem

Ziektelast van letsels door ongevallen

Ziektelast van letsels door ongevallen en sportblessures Ziektelast van letsels behandeld door huisarts Ziektelast in het eerste jaar van letsels behandeld in ziekenhuis Ziektelast van blijvende beperkingen

Ziektelast van letsels door ongevallen en sportblessures

Privé-ongevallen verantwoordelijk voor grootste ziektelast door letsels

De ziektelast van letsels door ongevallen is onderverdeeld naar oorzaak van het letsel: privé-, verkeers-, of arbeidsongeval, of sportblessure. Ziektelast is opgebouwd uit verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte) en verloren kwaliteit van leven (ziektejaarequivalenten) (zie Wat is de ziektelast en hoe wordt deze berekend?). Van alle letsels zijn de letsels door privé-ongevallen verantwoordelijk voor de meeste verloren levensjaren en voor de meeste ziektejaarequivalenten (zie tabel 1). De ziektelast van arbeidsongevallen is relatief klein.

Tabel 1: De ziektelast van letsels door ongevallen in 2007.

Oorzaak letsel

Verloren levensjaren (YLL's)

Ziektejaar-equivalenten (YLD's)a

Ziektelast (DALY's)a

Privé-ongeval

31.051

76.300

107.300

Verkeersongeval

26.924

37.000

63.900

Arbeidsongeval

2.221

7.400

9.600

Sportblessure

0

28.100

28.100

a afgerond op honderdtallen

Berekening ziektelast van letsels vereist een extra stap

In vergelijking met de standaardberekening van de ziektelast van ziekten als diabetesmellitus en coronaire hartziekten, vereist de berekening van de ziektelast van letsels een extra stap. De standaardberekening gaat uit van een diagnose, waarbij informatie is verzameld over sterfte (overleving) en kwaliteit van leven. De oorzaak van een ongeval (bijvoorbeeld verkeersongeval) wordt in een extra stap eerst vertaald naar letseltype (bijvoorbeeld hersenschudding). Het letseltype bepaalt vervolgens de gemiddelde overleving, kwaliteit van leven en daarmee de ziektelast.

Ziektelast letsels berekend op basis van cijfers uit diverse bronnen

De berekeningen van de ziektejaarequivalenten zijn gebaseerd op vier schattingen (zie ook tabel 2):

  • incidentie van letsels behandeld door de huisarts;
  • incidentie van letsels behandeld op afdelingen voor spoedeisende hulp (SEH);
  • incidentie van letsels leidend tot ziekenhuisopname;
  • schatting van het deel van de letsels dat leidt tot blijvende beperkingen.

Wegingsfactoren voor letsels bepaald op basis van patiëntenenquêtes en lekenpanels

Voor diverse letseltypen zijn gewichten afgeleid (zie Wat zijn wegingsfactoren en hoe zijn ze bepaald?). Het gewicht, ook wel de wegingsfactor genoemd, is een maat voor de ernst van het letsel. De gewichten zijn bepaald aan de hand van de LIS-patiëntenenquête (LIS PE) 2001-2002 van Consument en Veiligheid en het Erasmus MC. Bij een steekproef van ruim 10.000 letselpatiënten werd in de tijd na het ongeval een aantal enquêtes afgenomen (2 maanden, 5 maanden, 9 maanden en 2 jaar na het ongeval) waarin ze hun gezondheid in termen van mobiliteit, zelfverzorging, dagelijkse activiteiten, pijn en stemming beschreven (EuroQol-profiel) (Polinder et al., 2007). Met deze beschrijving zijn per letseltype wegingsfactoren voor letselpatiënten bepaald. Omdat de ernst van het letsel verschilt tussen letselpatiënten die in het ziekenhuis zijn opgenomen en letselpatiënten die door de huisarts of op de SEH-afdeling zijn behandeld, zijn de wegingsfactoren voor deze twee groepen letselpatiënten apart bepaald. Van elk letseltype zijn beschrijvingen gemaakt en deze beschrijvingen zijn afzonderlijk voorgelegd aan een panel van leken die op twee manieren de letsels gewogen hebben. Allereerst gaven de leden van het panel elk letsel een cijfer van 0 tot 100, waarbij 0 geen verlies aan kwaliteit van leven betekent, en 100 maximaal verlies. Vervolgens is de leden van het panel gevraagd hoeveel tijd ze willen inleveren om uit een bepaalde gezondheidstoestand te komen ('Time Trade Off').

De patiëntenenquête is niet geschikt om wegingsfactoren voor kortdurende gevolgen te bepalen (Haagsma et al., 2009b). Daarom zijn in de Integrated Burden of Injury Study (IBIS) wegingsfactoren voor kortdurende letsels bepaald (Haagsma et al., 2008).

Epidemiologische gegevens afkomstig uit ziekenhuis- en huisartsenregistraties

Om uit de wegingsfactoren van letseltypes de ziektelast voor de hele bevolking te berekenen, is informatie nodig over het aantal personen per jaar dat last heeft van het betreffende letsel (incidentie). Deze informatie is afkomstig uit medische registraties van de SEH-afdeling van het ziekenhuis, van ziekenhuisopnamen en uit huisartsenregistraties. Een deel van de letsels die de huisarts registreert is ook geregistreerd op de SEH-afdeling. Op basis van verschillende bronnen is geschat dat 57% van de letselpatiënten bij de huisarts blijft. Hieronder beschrijven we de letsels bij de huisarts, in het ziekenhuis en de blijvende beperkingen van ongevallen.

Tabel 2: De ziektejaarequivalenten (YLD's) uitgesplitst naar behandelaar, en naar tijdelijke en blijvende beperkingen.

Oorzaak letsel

Huisarts

SEH, 1e jaar

SEH, blijvend

Ziekenhuisopname, 1e jaar

Ziekenhuisopname, blijvend

Privé-ongeval

3.500

12.000

22.400

12.400

26.000

Verkeersongeval

950

2.500

7.800

4.500

21.200

Arbeidsongeval

730

1.400

1.880

720

2.600

Sportblessure

2.800

4.500

12.000

1.560

7.200

Naar boven


Ziektelast van letsels behandeld door huisarts

In het landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) van het NIVEL coderen huisartsen alle contacten met patiënten volgens de ICPC. Hiermee kan de incidentie van letsels bij de huisarts worden berekend. Deze incidentie is vervolgens gekoppeld aan de wegingsfactoren. De huisarts codeert een relatief groot deel (20%) van de letsels als ‘ander letsel’; dit deel van de letsels is buiten beschouwing gelaten. Hierdoor is er mogelijk een onderschatting van de ziektelast van letsels behandeld door de huisarts. Voor de totale ziektelast als gevolg van letsels is deze onderschatting te verwaarlozen; letsels behandeld door de huisarts hebben een relatief kleine wegingsfactor en zijn niet blijvend. In totaal vonden bij de huisarts naar schatting 1.349.500 consulten in verband met letsel plaats. Het merendeel van deze consulten betrof milde letsels als verstuikingen, hersenschuddingen en lichte brandwonden. Na correctie voor dubbeltellingen met de registratie op de SEH-afdeling komt het totaal aantal YLD’s dat exclusief aan de huisarts kan worden toegeschreven op 8.000. De gemiddelde wegingsfactor komt uit op 0,011. Tabel 3 bevat de verdeling naar oorzaak. Deze verdeling is gebaseerd op de OBiN-studie (Vriend et al., 2005).

Tabel 3: Ziektelast (YLD's) van letsels behandeld door de huisarts.

Oorzaak letsel

% Letsels naar oorzaak

YLD's

Privé-ongeval

43,8

3.500

Verkeersongeval

11,9

950

Arbeidsongeval

9,1

730

Sportblessure

35,2

2.800

Naar boven


Ziektelast in het eerste jaar van letsels behandeld in ziekenhuis

Om wegingsfactoren voor de ernst van ziekten te koppelen aan de incidentie van letsels bij de spoedeisende hulp en letsels die leiden tot ziekenhuisopname is gebruikgemaakt van het letsellast model (LLM) van Consument en Veiligheid en het Erasmus MC. Dit model heeft voor 39 letselgroepen epidemiologische informatie over patiënten die behandeld worden op de SEH-afdeling van een ziekenhuis (Meerding et al., 2000). Deze informatie is afkomstig uit het Letsel Informatie Systeem (LIS) van Consument en Veiligheid. Zeldzame letsels zijn buiten beschouwing gelaten. De resultaten zijn vermeld in tabellen 4 en 5.

Tabel 4: Ziektelast (YLD's) van letsels in het 1e jaar bij SEH.

Oorzaak letsel

Incidentie

Gemiddeld gewicht

YLD's

Privé-ongeval

411.400

0,029

12.000

Verkeersongeval

104.600

0,024

2.500

Arbeidsongeval

78.900

0,018

1.400

Sportblessure

149.300

0,030

4.500

Tabel 5: Ziektelast (YLD's) van letsels in het 1e jaar bij opname in het ziekenhuis.

Oorzaak letsel

Incidentie

Gemiddeld gewicht

YLD's

Privé-ongeval

49.800

0,249

12.400

Verkeersongeval

22.600

0,199

4.500

Arbeidsongeval

3.700

0,192

720

Sportblessure

8.200

0,189

1.600

Naar boven


Ziektelast van blijvende beperkingen

Voor een aantal letsels bestaat een relatief grote kans op blijvende beperkingen (zie tabel 6). Deze kans is bepaald aan de hand van de LIS-patiëntenenquête (LIS PE) 2001-2002 (Polinder et al., 2007). Het percentage patiënten dat blijvende beperkingen houdt is geschat als het percentage patiënten dat na twee jaar aangaf nog steeds last te ondervinden van het letsel en beperkingen beschreef op de belangrijkste gezondheidsdimensie van het letsel (bijvoorbeeld mobiliteit bij een heupfractuur). Het percentage blijvende beperkingen is apart vastgesteld voor patiënten die zijn opgenomen in het ziekenhuis en patiënten die zijn behandeld op een SEH-afdeling. Tabel 6 beschrijft het percentage blijvende beperkingen en de duur van de beperkingen naar letselgroep. Bij de berekening van de duur van de beperkingen is uitgegaan van de leeftijd waarop de beperkingen optraden en van een levensverwachting van 81 jaar.

We hebben aangenomen dat het percentage patiënten met blijvende beperkingen onafhankelijk is van de oorzaak van het letsel. Een fractuur van het bovenbeen leidt in 25% van de gevallen tot blijvende beperkingen, ongeacht of deze fractuur veroorzaakt is door een arbeids-, privé-, verkeers- of sportongeval. De totale ziektelast van blijvende beperkingen is te vinden in tabel 7.

Tabel 6: Kans op blijvende beperkingen en gemiddelde duur bij bepaalde letseltypen (Bron: Haagsma et al., 2009a).

Letseltype

Percentage levenslange beperking

Gemiddelde duur

SEH

ziekenhuisopname

Hersenschudding

4

21

39

Ander schedel-hersenletsel

13

23

39

Ruggenmergletsel

- a

100

29

Fractuur sleutelbeen/schouderblad

2

9

20

Bovenarmfractuur

17

10

20

Fractuur elleboog/onderarm

0 b

8

20

Polsfractuur

0 b

18

7

Ontwrichting/verstuiking/verrekking van schouder/elleboog

0 b

18

26

Gecompliceerd letsel van zacht weefsel van de armen

3

15

2

Bekkenfractuur

30

29

7

Heupfractuur

14

52

26

Bovenbeenfractuur

35

35

26

Fractuur knie/onderbeen

23

34

26

Enkelfractuur

12

35

26

Ontwrichting/verstuiking/verrekking knie

8

8

26

Ontwrichting/verstuiking/verrekking enkel/voet

4

26

26

a Voor ruggenmergletsel op de SEH-afdeling ontbreken gegevens

b 0% houdt in dat in geen van de gevallen sprake was van levenslang letsel

Tabel 7: Ziektelast (YLD's) van blijvende beperkingen na een ongeval of blessure.

Oorzaak letsel

% Blijvende beperkingen

Aantal patiënten

Duur

Gemiddeld gewicht

YLD's a

Privé-ongeval

3,4

15.500

16,8

0,187

48.400

Verkeersongeval

4,1

5.300

25,3

0,218

29.000

Arbeidsongeval

1,0

830

26,0

0,207

4.500

Sportblessure

2,6

4.200

25,1

0,184

19.200

a) Vanwege afronding komt het aantal YLD's niet precies overeen met de factor 'aantal patiënten x duur x gemiddeld gewicht'.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Haagsma JA, Beeck EF van, Polinder S, Hoeymans N, Mulder S, Bonsel GJ.Novel empirical disability weights to assess the burden of non-fatal injury. Injury Prevention, 2008; 14: 5-10.
  • Haagsma JA, Belt E, Polinder S, Lund J, Atkinson M, Macey S, et al.Integris WP5 report: injury disability indicators. Rotterdam: ErasmusMC, Department of Public Health, 2009a.
  • Haagsma JA, Polinder S, Beek EF van, et al.Alternative appoaches to derive disability weights in injuries: do they make a difference? Qual Life Res, 2009b; 18: 657-665.
  • Meerding WJ, Birnie E, Mulder S, Hertog PC den, Toet H, Beeck E van.Kosten van letsel door ongevallen in Nederland: wetenschappelijke verantwoording. Amsterdam: Consument en Veiligheid/Erasmus MC, 2000.
  • Polinder S, Beeck EF van, Essink-Bot ML, Toet H, Looman CWN, Mulder S, Meerding WJ.Functional outcome at 2½, 5, 9 and 24 months after injury in the Netherlands (in press). J Trauma, 2007; 62(1): 133-41.
  • Vriend I, Kampen B van, Schmikli S, Eckhardt J, Schoots W, Hertog P den.Ongevallen en Bewegen in Nederland 2000-2003: Ongevalsletsels en sportblessures in kaart gebracht. Amsterdam: Consument en Veiligheid, 2005.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DALY
Disability-Adjusted Life-Year
Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug, te weten 'kwantiteit' (levensduur) en 'kwaliteit' van leven, en het aantal personen dat een effect ondervindt.
IBIS
Integrated Burden of Injury study
ICPC
International classification of primary care
LLM
Letsellastmodel
Rekenmodel van Consument en Veiligheid. URL: http://www.veiligheid.nl
NIVEL
Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
URL: http://www.nivel.nl
SEH
Spoedeisende hulp
YLD
Year(s) lived with disability
YLL
Year(s) of life lost
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.