Wegingsfactor is maat voor ernst van de gevolgen van een ziekte
Een wegingsfactor voor een ziekte is een maat voor de ernst van de gevolgen van ziekte voor het fysiek, psychisch en sociaal functioneren van patiënten. Op een schaal van 0 ('helemaal geen nadelige gevolgen') tot 1 ('zeer ernstige nadelige gevolgen') zou 'verkoudheid' bijvoorbeeld een wegingsfactor van 0,01 kunnen krijgen, en 'multiple sclerose' een veel hogere, bijvoorbeeld 0,70. Met behulp van deze wegingsfactoren kan de tijd doorgebracht met de ziekte gewogen worden voor de ernst van de gevolgen van de ziekte. Een jaar ziekte met een wegingsfactor van 0,5 komt overeen met 0,5 'ziektejaarequivalenten'. Een jaar in volledige gezondheid (wegingsfactor 0) komt overeen met 0 ziektejaarequivalenten: er wordt immers geen gezondheid verloren.
Wegingsfactoren zijn bepaald in de "Dutch Disability Weights" studie
Voor ziekten in Nederland zijn wegingsfactoren voor ziekten bepaald in de studie 'Dutch Disability Weights' (DDW), een samenwerkingsproject van het , Erasmus Universiteit Rotterdam, en . Voor meer informatie, zie het onderzoeksproject 'Wegingsfactoren voor ziekten' (; ; ).
Bepaling wegingsfactoren op basis van oordeel van medische experts
In de zijn de wegingsfactoren bepaald met behulp van oordelen van medische experts. De reden hiervoor is dat kennis en inzicht in de gevolgen van een zo groot mogelijk aantal ziekten essentieel is geacht.
Ziekten onderverdeeld in ziektestadia
Uitgangspunt in de waren de voor -1997 geselecteerde 52 aandoeningen. Deze 52 ziekten zijn onderverdeeld in 175 ziektestadia die kunnen worden opgevat als fasen in het ziekteproces in de tijd (zoals bijvoorbeeld bij de ziekte van Parkinson) of vormen van ernst (zoals bijvoorbeeld blijvende gevolgen na een beroerte) die min of meer homogeen zijn (naar gezondheidstoestand, behandeling en prognose). Deze onderverdeling in ziektestadia is gemaakt omdat de 52 aandoeningen vaak heterogene diagnosegroepen zijn. Bovendien kennen de meeste ziekten een beloop met sterk wisselende gevolgen voor het functioneren. Om beide redenen werd het niet wenselijk geacht om een ziekte van één wegingsfactor te voorzien. De diagnosegroep 'ongevalsletsel' omvat bijvoorbeeld een veelheid aan letsels van allerlei ernst en ziekten als 'dementie' en 'multiple sclerose' veroorzaken een brede variatie aan beperkingen.
Ziektestadia gewogen op basis van diagnostische en generieke beschrijving
In de zijn de ziektestadia aangeboden als combinatie van een diagnostische (ziektelabel) en een generieke omschrijving (zie figuur 1). Door de generieke omschrijving wordt het beeld dat beoordelaars voor ogen hebben bij een bepaald ziektestadium eenduidiger. Voor de generieke beschrijving van de functionele gezondheidstoestand is aangesloten bij de classificatie volgens het EuroQol-systeem (; ). In de is ervoor gekozen om de vijf dimensies (mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn/andere klachten, angst/depressie) uit te breiden met een zesde: cognitie.
Figuur 1: Voorbeeld van een ziektestadium dat ter weging is aangeboden in de .
|
Dementie is onderverdeeld in de volgende drie stadia:
- milde dementie
- matige dementie
- ernstige dementie
Wij vragen u nu te beoordelen:
|
|
Omschrijving:
- Enige problemen met lopen (50%) of bedlegerig (50%)
- Niet in staat zichzelf te wassen of aan te kleden
- Niet in staat om dagelijkse bezigheden uit te voeren (werk, studie, gezins- en vrijetijdsactiviteiten)
- Geen pijn of andere klachten
- Matig (50%) of erg (50%) angstig of somber
- Ernstige beperkingen in denkvermogens (herinneren, leren, begrijpen, concentreren)
|
Verschillende methoden voor bepalen van ernst van gevolgen van ziekte
Er bestaan verschillende methoden waarmee beoordelaars gezondheidstoestanden kunnen wegen naar relatieve ernst:
- Methoden waarmee gezondheidstoestanden geordend worden, ofwel 'direct rating', zoals de 'visual analogue scale' (VAS).
- Trade-off methoden, waarbij de beoordelaar gevraagd wordt iets op te geven in ruil voor winst in gezondheidstoestand. Voorbeelden zijn de 'standard gamble', de 'time trade-off' (TTO) en de 'person trade-off' (PTO).
In de studie zijn de en de -methode gebruikt, in navolging van de 'Global Burden of Disease' studie. Beoordelaars werd gevraagd gezonde persoonsjaren af te wegen tegen persoonsjaren die geleefd worden in ongezondheid. Deze methode is toegepast op zestien ziektestadia. Met deze waarden werd een ijkpuntenschaal gevormd. De overige ziektestadia werden door de beoordelaars op deze schaal geïnterpoleerd (voor meer informatie, zie de
Waarderingsmethoden voor weging van gezondheidstoestanden).
Koppeling wegingsfactoren aan epidemiologische gegevens voor berekening ziektelast
Om met behulp van de wegingsfactoren 's te berekenen is koppeling aan epidemiologische gegevens noodzakelijk. Deze epidemiologische gegevens zijn in de meeste gevallen wel voor ziekten, maar niet voor ziektestadia beschikbaar. Daarom zijn de gewichten per ziektestadium gecombineerd tot een gewicht per ziekte. Hiervoor was informatie nodig over de verdeling van de stadia binnen één ziekte. Hoeveel van de beroertes geven bijvoorbeeld lichte, matige en ernstige blijvende beperkingen? Het gewicht van de ziekte is berekend als het gewogen gemiddelde van de gewichten per ziektestadium.
Schattingen over de verdeling van de prevalentie over ziektestadia zijn afkomstig van een uitgebreide consultatie van medische experts, aangevuld met een beperkte literatuurstudie. Voor sommige ziekten is additioneel gebruik gemaakt van modellen (). Rekenvoorbeelden zijn beschreven in tabel 1 en 2.
Tabel 1: Rekenvoorbeeld voor beroerte (een ziekte waarbij de gevolgen verschillen in ernst).
|
Lichte blijvende beperkingen
|
0,40
|
0,36
|
|
Matige blijvende beperkingen
|
0,30
|
0,63
|
|
Ernstige blijvende beperkingen
|
0,30
|
0,92
|
Met behulp van de gegevens in de tabel kan de wegingsfactor voor beroerte worden berekend. Deze wegingsfactor wordt dan: 0,40*0,36 + 0,30*0,63 + 0,30*0,92 = 0,61
Tabel 2: Rekenvoorbeeld voor de ziekte van Parkinson (een ziekte met een wisselend beloop door de tijd).
|
Beginnend
|
6
|
6/14 = 0,43
|
0,48
|
|
Gevorderd
|
6
|
6/14 = 0,43
|
0,79
|
|
Eindstadium
|
2
|
2/14 = 0,14
|
0,92
|
Met behulp van de gegevens in de tabel kan de wegingsfactor voor de ziekte van Parkinson worden berekend. Deze wegingsfactor wordt dan: 0,43*0,48 + 0,43*0,79 + 0,14*0,92 = 0,68.
Voor een overzicht van de wegingsfactoren per ziekte, zie
Verloren levensjaren, ziekte en ziektelast voor 56 geselecteerde aandoeningen.
Nieuwe gewichten voor depressie, gezichts- en gehoorstoornissen, alcoholafhankelijkheid, baarmoederhalskanker en letsels
Sinds het verschijnen van de vorige -berekening () zijn voor een aantal (groepen) ziekten nieuwe gewichten bepaald:
-
Depressie: Depressie is opnieuw onderverdeeld in stadia (). Voor deze stadia zijn nieuwe gewichten afgeleid in een schriftelijke procedure onder medische experts. Op basis hiervan en op basis van een nieuwe verdeling over de stadia is een nieuw gewicht berekend van 0,42. Dit is inclusief dysthymie, met een gewicht van 0,22.
-
Gezichts- en gehoorstoornissen: De prevalentie van deze aandoeningen is niet langer gebaseerd op bevolkingsonderzoek maar op huisartsenregistraties. Dit betekent dat de verdeling over licht, matig en ernstig is veranderd.
- Voor gehoorstoornissen is een nieuwe schatting van de verdeling over de stadia gemaakt met behulp van gegevens uit de -studie en een expert opinie. Het nieuwe gewicht is 0,11; dit was 0,07.
- Voor gezichtsstoornissen zijn geheel nieuwe wegingsfactoren afgeleid. Maculadegeneratie, retinopathie, glaucoom en cataract zijn apart gewogen. Dit gebeurde in dezelfde sessie als de depressie-stadia (zie hierboven). Op basis van de prevalentieverdeling in de huisartspraktijk is een samengesteld gewicht van 0,14 berekend.
-
Alcoholafhankelijkheid: Vanwege de aangescherpte criteria van de -IV/ voor alcoholafhankelijkheid, is op basis van een expertopinie het gewicht van manifest alcoholisme genomen: 0,55.
-
Baarmoederhalskanker: Op basis van een model van een Australische ziektelaststudie () is een wegingsfactor berekend voor baarmoederhalskanker: 0,12.
-
Ongevalsletsels: De ziektelast van letsels door ongevallen is op een viertal punten verbeterd. Ten eerste zijn de schattingen van blijvende gevolgen van ongevallen aangevuld met de ziektelast van tijdelijke letsels. Ten tweede is ook de ziektelast van sport- en arbeidsongevallen geschat. Ten derde is de schatting niet langer gebaseerd op expertopinies, maar op empirische gegevens. En tot slot is de ernst van de gevolgen van ongevallen veel nauwkeuriger berekend, omdat voor veel meer letseldiagnosen (bijvoorbeeld fractuur pols, distorsie enkel) wegingsfactoren zijn bepaald (zie
Ziektelast van ongevalsletsels).