Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Sterfte rond de geboorte
Omvang van het probleem

Sterfte rond de geboorte: Zijn er verschillen naar etniciteit?

Hogere perinatale sterfte onder allochtone baby's

Sterfte rond de geboorte komt relatief vaker voor bij pasgeborenen van niet-Westerse afkomst dan bij autochtone pasgeborenen. Zwangeren van niet-Westerse afkomst hebben gemiddeld een 40% hogere kans op een doodgeboren kind dan de andere zwangeren, met slechts kleine verschillen tussen de verschillende groepen niet-Westerse allochtonen. De perinatale sterfte bij kinderen van niet-Westerse allochtonen ligt bijna 30% hoger dan het landelijk gemiddelde (Garssen & Van der Meulen, 2004). Gekoppelde gegevens van gynaecologen, verloskundigen en kinderartsen (PRN) over de periode 2000-2006 laten zien dat de perinatale sterfte bij niet-Westerse vrouwen 40% hoger is dan bij Westerse vrouwen (Ravelli et al., 2008). Deze verschillen worden vooral veroorzaakt door verschillen in doodgeboorten. Het aantal doodgeboorten is vooral groter bij Afrikaanse/Creoolse, Hindoestaanse, Turks/Marokkaanse en andere niet-Westerse vrouwen. Deze etnische verschillen zijn niet te verklaren door risicofactoren waarvan bekend is dat ze vaker voorkomen onder deze groepen, zoals lage SES, tienerzwangerschappen, het wonen in de grote steden en prematuriteit (Ravelli et al., 2010).

Kinderen van Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst worden vaker te vroeg of met een te laag gewicht geboren. Dat verhoogt hun kans op sterfte in de eerste levensweek. Aangeboren afwijkingen komen vaker voor bij kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst. Onder hen is de sterfte vanaf vier weken na de geboorte verhoogd (Garssen & Van der Meulen, 2004; Troe et al., 2006).

Lichte afname in verschillen in zuigelingensterfte

De zuigelingensterfte is in de periode 2000-2006 onder alle bevolkingsgroepen gedaald ten opzichte van 1996-2001. De verschillen in zuigelingensterfte tussen de etnische groepen zijn iets afgenomen, maar de sterfte onder allochtone zuigelingen is ook in de periode 2000-2006 nog een kwart tot een derde hoger dan onder autochtone kinderen (Garssen & Van der Meulen, 2004; Troe et al., 2006) (zie figuur 2).

Vaker wiegendood bij niet-westerse kinderen

Kinderen in Antilliaanse, Surinaamse en Turkse gezinnen hebben meer kans op wiegendood dan andere kinderen. Risicofactoren voor wiegendood zoals het belang van een veilige slaaphouding, zonder kussens of dekbedden, zijn vaak minder bekend bij de ouders (Van der Wal et al., 1999; Korfker et al., 2002; Van Sleuwen et al., 2003). Andere risicofactoren, zoals roken, komen daarentegen minder vaak voor. De gewoonte in Marokkaanse en Turkse gezinnen om kinderen in een eigen bed op de slaapkamer van de ouders te laten slapen, is juist beschermend (Van Sleuwen et al., 2003).

De verschillen in het voorkomen van wiegendood bij de verschillende etnische groepen zijn in meerdere onderzoeken, uit verschillende perioden, aangetoond. Vanwege veranderingen in de gebruikte definities voor etniciteit zijn de resultaten uit deze perioden moeilijk vergelijkbaar (De Jonge & Hoogenboezem, 2005).

Meer moedersterfte onder allochtone vrouwen

Allochtone vrouwen hebben een verhoogd risico op moedersterfte (maternale sterfte). Dit blijkt uit de gegevens van de Commissie Maternale Sterfte van de NVOG. In de periode 1999-2005 was 30% van de overleden vrouwen van allochtone afkomst. Tussen de verschillende etnische groepen bestaan grote verschillen in moedersterfte (zie figuur 3). Verbetering van de communicatie en voorlichting draagt mogelijk bij aan een verlaging van deze verhoogde risico’s (Schutte et al., 2010a).

Figuur 1: Perinatale sterfte naar herkomstgroepering in de periode 2003-2005 (CBS StatLine, 2008).

Perinatale sterfte naar herkomstgroepering

Figuur 2: Zuigelingensterfte naar bevolkingsgroep in de periode 1996-2001 en 2002-2006 (Garssen et al., 2003, Garssen & Meulen, 2007).

Zuigelingensterfte naar bevolkingsgroep

Figuur 3: Maternale sterfte naar bevolkingsgroep, per 100.000 levendgeborenen in de periode 1996-2005 (Schutte et al., 2010a).

Moedersterfte naar bevokingsgroep_1996_2005
.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Garssen J, Bos V, Kunst A, Meulen A van der.Sterftekansen en doodsoorzaken van niet-westerse allochtonen. CBS Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2003. Voorburg: CBS, 2003: 12-27.
  • Garssen J, Meulen A van der.Ontwikkelingen rond de perinatale sterfte. CBS Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2004. Voorburg/Heerlen: CBS, 2004.
  • Garssen J, Meulen A van der.Overlijdensrisico’s naar herkomstgroep: daling en afnemende verschillen. CBS Bevolkingstrends, 2007; 55(4): 56-72.
  • Jonge GA de, Hoogenboezem J.Epidemiologie van 25 jaar wiegendood in Nederland; incidentie van wiegendood en prevalentie van risicofactoren in 1980-2004. Ned Tijdschr Geneeskd, 2005; 149(23): 1273-8.
  • Korfker DG, Herschderfer KC, Boer JB de, Buitendijk SE.Kraamzorg in Nederland: een landelijk onderzoek. Eindrapportage "Kraamzorg voor Allochtonen; een onderzoek naar kraamzorg bij Turkse en Marokkaanse vrouwen". Leiden: TNO, 2002.
  • Ravelli AC, Tromp M, Eskes M, Droog JC, Post JA van der, Jager KJ, et al.Ethnic differences in stillbirth and early neonatal mortality in The Netherlands. J Epidemiol Community Health, 2010; [Epub ahead of print].
  • Ravelli ACJ, Eskes M, Tromp M, Huis AM van, Steegers EAP, Tamminga P, et al.Perinatale sterfte in Nederland 2000-2006; risicofactoren en risicoselectie. Ned Tijdschr Geneeskd, 2008; 152(50): 2728-33.
  • Schutte JM, Steegers EA, Schuitemaker NW, Santema JG, Boer K de, Pel M, et al.Rise in maternal mortality in the Netherlands. BJOG, 2010a; 117(4): 399-406.
  • Sleuwen BE van, L'Hoir MP, Engelberts AC, Westers P, Schulpen TW.Infant care practices related to cot death in Turkish and Moroccan families in the Netherlands. Arch Dis Child, 2003 Sep; 88(9): 784-8.
  • Troe EJ, Bos V, Deerenberg IM, Mackenbach JP, Joung IM.Ethnic differences in total and cause-specific infant mortality in The Netherlands. Paediatr Perinat Epidemiol, 2006; 20(2): 140-7.
  • Wal MF van der, Jonge GA de, Pauw-Plomp H.Etnische afkomst en voor wiegendood relevante verzorgingsfactoren. Ned Tijdschr Geneeskd, 1999; 143(43): 2141-6.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

NVOG
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
URL: http://www.nvog.nl/
PRN
Stichting Perinatale Registraties Nederland
URL: http://www.perinatreg.nl/
SES
Sociaaleconomische status
Positie die iemand inneemt in de sociale hiërarchie, gemeten aan de hand van opleiding, inkomen of beroepsstatus.

Definities

Moedersterfte
Aantal vrouwen overleden ten gevolge van complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed (binnen 42 dagen na beëindiging van een zwangerschap). Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen.
Perinatale sterfte
Het aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22, 24 of 28 weken of meer en sterfte in de eerste levensweek. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen (de perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en vroeg neonatale sterfte).
Wiegendood
Plotseling, onverwacht tijdens een slaapperiode overlijden van een kind jonger dan 1 jaar bij wie geen lichamelijke aandoening wordt vastgesteld die het overlijden verklaart (per 1.000 levendgeborenen).
Zuigelingensterfte
Aantal overledenen in het eerste levensjaar (som van neonatale en post-neonatale sterfte). Deze wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.