Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Sterfte rond de geboorte
Geografische verschillen

Sterfte rond de geboorte: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Sterfte rond de geboorte Risicofactoren Perinatale zorg

Sterfte rond de geboorte

Lage sterfte rond de geboorte in westerse landen

Sterfte rond de geboorte is laag in westerse landen. Nederland behoorde historisch gezien bij de landen met de laagste perinatale en zuigelingensterfte ter wereld. Landen met hogere inkomens hebben lagere cijfers voor perinatale, zuigelingen- en moedersterfte dan landen met lagere inkomens (Stekelenburg, 2005).

Nederlandse trends minder gunstig dan elders in de EU

Nederland heeft zijn oorspronkelijke toppositie, met een lage zuigelingen- en perinatale sterfte, verruild voor een positie met een hogere zuigelingen- en perinatale sterfte dan gemiddeld in de EU.

In 2003 bleek uit de eerste Peristat-studie dat de perinatale sterfte in Nederland het hoogst was van all EU-15-landen(Buitendijk et al., 2003; Buitendijk & Nijhuis, 2004). Voor de tweede Peristat-studie, vijf jaar later, hebben de EU-25 plus Noorwegen gegevens verzameld uit het peiljaar 2004. In dat jaar was de sterfte in Nederland gedaald ten opzichte van de vorige periode (zie ook Neemt de sterfte rond de geboorte toe of af?). De daling in andere landen was echter sterker (Mohangoo et al., 2008).

Ook de zuigelingensterfte in Nederland is de afgelopen decennia langzamer gedaald dan in de meeste andere Westerse landen (zie figuur 1).

Eerste week sterfte in Nederland relatief ongunstig

In Nederland lijkt vooral de daling in de sterfte in de eerste week sterker te stagneren dan in veel andere EU-landen. De sterfte in de eerste vier weken (neonatale sterfte) ligt in Nederland hoger dan gemiddeld in de EU-25 landen. De sterfte na de eerste levensmaand, maar voor de eerste verjaardag (post-neonatale sterfte), ligt in Nederland lager dan het gemiddelde van de EU-25 landen (WHO-HFA).

Nederland voorloper bij de aanpak van wiegendood

Binnen de EU-15 kennen alleen Portugal, Italië en Griekenland een iets lagere sterfte aan wiegendood dan Nederland. In België en Duitsland ligt deze juist hoger (De Jonge & Hoogenboezem, 2005). Nederland is de voorloper geweest in de succesvolle aanpak van wiegendood. Hier werd in 1987 gestart met de introductie van het advies om pasgeborenen niet op hun buik te laten slapen. Dit leidde onmiddellijk tot een daling in de sterfte aan wiegendood. Enkele jaren later volgden Nieuw Zeeland, het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen met de preventie van wiegendood (McKee et al., 1996).

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 11. Infant mortalitiy.

Figuur 1: Zuigelingensterfte in de EU-27 en Nederland, in de periode 1980-2009 (Eurostat, 2010). Het grijze vlak geeft de bandbreedte binnen de EU aan.

Zuigelingensterfte_EU_1980_2009

Moedersterfte internationaal moeilijk vergelijkbaar

Onderrapportage van moedersterfte in de officiële bevolkingsstatistieken bemoeilijkt internationale vergelijkingen van moedersterfte. Voor zover bekend varieert de onderrapportage in de verschillende landen van 25 tot 80% (Alexander et al., 2003). Slechts enkele landen hebben een landelijke aanpak voor een beter inzicht in moedersterfte. Voorbeelden zijn CMACE in Engeland en de Commissie Maternale Sterfte van de NVOG in Nederland. Daarnaast is internationale vergelijking naar trends en oorzaken van moedersterfte ook lastig vanwege de kleine aantallen.

Naar boven


Risicofactoren

Ongunstig profiel risicofactoren in Nederland

In vergelijking met de meeste andere EU-landen laten de risicofactoren voor perinatale sterfte in Nederland een aantal ongunstige ontwikkelingen zien (Achterberg & Kramers, 2001; Buitendijk & Nijhuis, 2004; Mackenbach, 2006c; Mohangoo et al., 2008):

  • Nog steeds roken Nederlandse vrouwen relatief veel tijdens de zwangerschap.
  • De gemiddelde zwangere is in Nederland ouder dan in veel andere landen.
  • In Nederland zijn er meer meerlingzwangerschappen, wat waarschijnlijk samenhangt met de (hogere) leeftijd van de aanstaande moeders en de daaraan gerelateerde vruchtbaarheidsbehandelingen (zoals hormoonstimulatie en IVF).
  • Het aantal zwangeren van allochtone afkomst is in Nederland relatief hoog.

Daarentegen kent Nederland weinig zwangeren jonger dan 20 jaar.

(zie ook: Interne link naar documentZijn er verschillen tussen Nederland en andere landen in geboorte?).

Naar boven


Perinatale zorg

Verschillen in (registratie van) zwangerschapsafbreking leiden tot verschillen perinatale sterfte

Keuzes zoals zwangerschapsafbreking bij een gevonden afwijking na prenatale screening kunnen de perinatale sterftecijfers beïnvloeden. Niet in álle landen wordt zwangerschapsafbreking vóór 24 weken geregistreerd als sterfte rond de geboorte. Daardoor kan de invoering van prenatale screening leiden tot lagere perinatale sterftecijfers (Van der Pal-de Bruin et al., 2002).

Grote diversiteit in screeningsbeleid

Het prenatale screeningsbeleid in 18 Europese landen (inclusief Nederland) toont een grote diversiteit in het screeningsbeleid op aangeboren aandoeningen (zie ook Preventie in de prenatale periode) (Boyd et al., 2008). Sinds 2007 krijgen in Nederland alle vrouwen die dat willen, een structureel echoscopisch onderzoek bij een zwangerschapsduur van 18-22 weken. Hiermee kan een aantal afwijkingen opgespoord worden, zoals neuraalbuisdefecten en nierafwijkingen (VWS, 2005t).

In Nederland terughoudend beleid ten aanzien van vroeggeboren kinderen

Gynaecologen en kinderartsen in Nederland lijken een terughoudend beleid te voeren bij kinderen die geboren worden op de grens van levensvatbaarheid (Gerrits-Kuiper et al., 2008). Zij lijken terughoudender dan hun collega’s elders met ingrijpende behandelingen die bedoeld zijn om deze zeer jonge kinderen langer in leven te houden (Achterberg & Kramers, 2001; Buitendijk & Nijhuis, 2004; Mackenbach, 2006c).

Nederlands verloskundig systeem gebaseerd op risicoselectie

In tegenstelling tot andere Europese landen heeft Nederland een verloskundig systeem dat gebaseerd is op risicoselectie. Gezonde zwangere vrouwen worden begeleid door eerstelijnszorgverleners (verloskundige of verloskundig actieve huisarts). Gynaecologen in de tweede of derde lijn begeleiden zwangere vrouwen met een verhoogd risico, soms vanaf het begin van de zwangerschap, meestal na verwijzing door de eerstelijnszorgverlener vanwege (mogelijke toekomstige) complicaties (zie verder Interne link naar documentZorg: zijn er verschillen in verloskundige zorg tussen Nederland en andere landen?).

Invloed Nederlands verloskundig systeem op perinatale sterfte niet eenduidig

De verschillen in perinatale sterfte tussen Nederland en andere Europese landen roept de vraag op of het verloskundig systeem hierop van invloed is. De resultaten uit onderzoeken zijn niet eenduidig. Een onderzoek over de periode 2000-2006 wees uit dat de perinatale sterfte bij vrouwen met een laag risico bij wie de bevalling startte in de eerste lijn lager was dan die bij vrouwen met een hoog risico bij wie de bevalling startte in de tweede lijn (Ravelli et al., 2008). Uit ander onderzoek bleek de perinatale sterfte in geval van acute verwijzing van de eerste naar de tweede lijn hoger te zijn dan wanneer er geen sprake was van verwijzing (Amelink-Verburg et al., 2008; Evers et al., 2010). Een studie in de Utrechtse regio had als onverwachte bevinding dat de kans op perinatale sterfte bij vrouwen bij wie de bevalling startte in de eerste lijn tweemaal zo hoog was als bij vrouwen bij wie de bevalling startte in de tweede lijn (Evers et al., 2010). De onderzoekers en anderen roepen op tot diepgaander onderzoek naar zorggerelateerde oorzaken van perinatale sterfte (perinatale audits) en tot nader onderzoek naar voor- en nadelen van het huidige zorgsysteem en eventuele aanpassingen (Evers et al., 2010; Mol et al., 2010; Croonen, 2010).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Achterberg PW, Kramers PGN. Een gezonde start? Sterfte rond de geboorte in Nederland: trends en oorzaken vanuit een internationaal perspectief. RIVM-rapport nr. 271558003. Bilthoven: RIVM,2001.
  • Alexander S, Wildman K, Zhang W, Langer M, Vutuc C, Lindmark G.Maternal health outcomes in Europe. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol, 2003; 111 (1): 78-87.
  • Amelink-Verburg MP, Verloove-Vanhorick SP, Hakkenberg RM, Veldhuijzen IM, Bennebroek Gravenhorst J, Buitendijk SE.Evaluation of 280,000 cases in Dutch midwifery practices: a descriptive study. Bjog 2008; 115(5): 570-8
  • Boyd PA, Devigan C, Khoshnood B, Loane M, Garne E, Dolk H.Eurocat Working Group. Survey of prenatal screening policies in Europe for structural malformations and chromosome anomalies, and their impact on detection and termination rates for neural tube defects and Down's syndrome. BJOG, 2008; 115(6): 689-696.
  • Buitendijk S, Zeitlin J, Cuttini M, Langhoff-Roos J, Bottu J.Indicators of fetal andinfant health outcomes. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol, 2003; 111(1): 66-77.
  • Buitendijk SE, Nijhuis JG.Hoge perinatale sterfte in Nederland in vergelijking tot de rest van Europa. Ned Tijdschr Geneeskd, 2004; 148(38): 1855-60.
  • Croonen H.Minder babysterfte bij gynaecoloog. Medisch Contact, 2010; 65(47): 2504-2507.
  • Evers ACC, Brouwers HAA, Hukkelhoven CWPM, Nikkels PGJ, Boon J, Egmond-Linden A van, et al. Perinatal mortality and severe morbidity in low and high risk term pregnancies in the Netherlands: prospective cohort study. BMJ,2010; 341: c5639.
  • Gerrits-Kuiper JA, Heus R de, Brouwers HAA, Visser GHA, Ouden AL den, Kollée LAA.Op de grens van levensvatbaarheid: Nederlands verwijsbeleid bij vroeggeboorte te terughoudend. Ned Tijdschr Geneeskd, 2008; 152(7): 383-8.
  • Jonge G. de, Hoogenboezem J.Een kwart eeuw wiegendood in Nederland. CBS-Bevolkingstrends, 2005; (3): 57-63.
  • Mackenbach JP.Perinatale sterfte in Nederland: een probleem van velen, een probleem van niemand. Ned Tijdschr Geneeskd, 2006c; 150(8): 409-12.
  • McKee M, Fulop N, Bouvier P, Hort A, Brand H, Rasmussen F.Preventing sudden infant deaths: the slow diffusion of an idea. Health Policy, 1996; 37: 117-35.
  • Mohangoo AD, Buitendijk SE, Hukkelhoven CWPM, Ravelli ACJ, Rijninks-van Driel GC, Tamminga P, et al.Hoge perinatale sterfte in Nederland vergeleken met andere Europese landen: de PERISTAT II studie. Ned Tijdschr Geneeskd, 2008; 152(50): 2718-27.
  • Mol BWJ, Jonge A de, Nijhuis JG, Buitendijk SE.Thuisbevalling niet verantwoordelijk. Medisch Contact, 2010; 65(45): 2390-2393.
  • Pal-de Bruin KM van der, Graafmans W, Biermans MC, Richardus JH, Zijlstra AG, Reefhuis J, et al.The influence of prenatal screening and termination of pregnancy onperinatal mortality rates. Prenat Diagn, 2002; 22(11): 966-72.
  • Ravelli ACJ, Eskes M, Tromp M, Huis AM van, Steegers EAP, Tamminga P, et al.Perinatale sterfte in Nederland 2000-2006; risicofactoren en risicoselectie. Ned Tijdschr Geneeskd, 2008; 152(50): 2728-33.
  • Stekelenburg J.Het Millennium-project van de Verenigde Naties, in het bijzonder de reductie van kindersterfte en van moedersterfte wereldwijd. Ned Tijdschr Geneeskd., 2005 ; 149(49): 2299-302.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Brief van de minister van VWS aan de Tweede Kamer over organisatie van prenatale screening (kenmerk CZ/IZ-2612095). Vergaderjaar 2005-2006. Den Haag: Tweede Kamer, 2005t29 323, nr 17.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU
Europese unie
EU-15
De 15 landen die vóór 1 april 2004 de Europese Unie vormden
België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
EU-25
De 25 landen die tussen 1 april 2004 en 1 januari 2007 de Europese Unie vormden
België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
EU-27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
IVF
In Vitro Fertilisatie
Methode waarbij eicellen, door middel van een punctie uit de eierstokken van de vrouw worden gehaald en buiten het lichaam worden bevrucht (reageerbuisbevruchting). Daarna worden de bevruchte eicellen in de baarmoeder geplaatst met als doel een zwangerschap tot stand te brengen.
NVOG
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
URL: http://www.nvog.nl/

Definities

Moedersterfte
Aantal vrouwen overleden ten gevolge van complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed (binnen 42 dagen na beëindiging van een zwangerschap). Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen.
Neonatale sterfte
Aantal overledenen in de eerste 4 levensweken. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
Perinatale sterfte
Het aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22, 24 of 28 weken of meer en sterfte in de eerste levensweek. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen (de perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en vroeg neonatale sterfte).
Post-neonatale sterfte
Aantal overledenen tussen 4 levensweken en 1 jaar na geboorte. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
Wiegendood
Plotseling, onverwacht tijdens een slaapperiode overlijden van een kind jonger dan 1 jaar bij wie geen lichamelijke aandoening wordt vastgesteld die het overlijden verklaart (per 1.000 levendgeborenen).
Zuigelingensterfte
Aantal overledenen in het eerste levensjaar (som van neonatale en post-neonatale sterfte). Deze wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.