.
Bronnen
Literatuur
- Flinsenberg TWH, Ruys JH, Engelberts AC, Velzen-Mol HWM van.Herziene richtlijn 'Preventie wiegendood'. Ned Tijdsch Geneesk, 2008; 152(24): 1370-5.
- Jonge G. de, Hoogenboezem J.Een kwart eeuw wiegendood in Nederland. CBS-Bevolkingstrends, 2005; (3): 57-63.
- Schutte JM, Boer K de, Briët JW, Pel M, Santema JG, Schuitemaker NWE, et al.Moedersterfte in Nederland: het topje van de ijsberg. NTOG, 2005; 118(5): 89-91.
- Schutte JM, Jonge L de, Schuitemaker NW, Santema JG, Steegers EA, Roosmalen J van.Indirect maternal mortality increases in the Netherlands. Acta Obstet Gynecol Scand, 2010b; 89(6): 762-768.
- Schutte JM, Steegers EA, Schuitemaker NW, Santema JG, Boer K de, Pel M, et al.Rise in maternal mortality in the Netherlands. BJOG, 2010a; 117(4): 399-406.
- Velzen-Mol HW van, Burgmeijer RJ, Hofkamp M, Ouden AL den.Consensus preventie van wiegendood. Ned Tijdschr Geneeskd, 1997; 141(37): 1779-83.
Definities
- Neonatale sterfte
- Aantal overledenen in de eerste 4 levensweken. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
- Perinatale sterfte
- Het aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22, 24 of 28 weken of meer en sterfte in de eerste levensweek. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen (de perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en vroeg neonatale sterfte).
- Vroeg-neonatale sterfte
- Aantal overledenen in eerste levensweek. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
- Wiegendood
- Plotseling, onverwacht tijdens een slaapperiode overlijden van een kind jonger dan 1 jaar bij wie geen lichamelijke aandoening wordt vastgesteld die het overlijden verklaart (per 1.000 levendgeborenen).
- Zuigelingensterfte
- Aantal overledenen in het eerste levensjaar (som van neonatale en post-neonatale sterfte). Deze wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven /
Disclaimer.