Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Sterfte rond de geboorte
Omvang van het probleem

Hoe hoog is de sterfte rond de geboorte in Nederland?

In 2009 overleden 711 kinderen in het eerste levensjaar

In 2009 werden in Nederland 184.915 kinderen levend geboren (94.619 jongetjes en 90.296 meisjes) (zie ook: Geboorte). Van deze levend geboren kinderen overleden 711 vóór hun eerste verjaardag. Dit bracht de zuigelingensterfte op 3,8 per 1.000 levendgeborenen. Driekwart van de zuigelingen (528) overleed in de eerste 4 weken na geboorte (CBS StatLine).

648 kinderen doodgeboren vanaf 24 weken zwangerschap

In 2009 werden 648 kinderen dood geboren na een zwangerschap van 24 weken of meer (3,5 per 1.000 levend- en doodgeborenen); 24 weken is de wettelijke ondergrens voor aangifte van een doodgeboren kind bij de burgerlijke stand. Na een zwangerschapsduur van 28 weken of meer, de minimaal vereiste ondergrens voor internationale vergelijkingen (WHO., 1997), kwamen 499 kinderen dood ter wereld (2,7 per 1.000 levend- en doodgeborenen). De perinatale sterfte, gerekend vanaf 28 weken zwangerschap, kwam in 2009 uit op 4,9 per 1.000 levend- en doodgeborenen. Het ging om 905 kinderen (zie tabel 1).

Wiegendood in Nederland op laag niveau

In 2009 werd bij negentien kinderen jonger dan één jaar wiegendood geregistreerd als doodsoorzaak (10 per 100.000 levendgeborenen) (Bron:CBS Doodsoorzakenstatistiek).

De leeftijdsgrens van één jaar en de gebruikte criteria om sterfte te definiëren als wiegendood staan ter discussie. Steeds vaker wordt de leeftijdsgrens van twee jaar gebruikt. Ook de Landelijke Werkgroep Wiegendood van de NVK maakt gebruik van deze ruimere definitie. Deze werkgroep doet zorgvuldig onderzoek naar voorgeschiedenis, verzorgingsfactoren, medische bevindingen en gegevens uit postmortaal onderzoek van de bij hen aangemelde kinderen. Via deze werkwijze komt de werkgroep uit op een incidentie van minder dan 15 kinderen per 100.000 levendgeborenen (De Jonge & Hoogenboezem, 2005; Flinsenberg et al., 2008).

Minstens negen vrouwen overleden aan gevolgen van zwangerschap, baring of kraambed

In 2009 overleden negen vrouwen aan de gevolgen van zwangerschap, baring of kraambed (CBS StatLine).

Uit eerder onderzoek bleek een onderrapportage van de moedersterfte in de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Hiervoor zijn de CBS Doodsoorzakenstatistiek-gegevens uit 1983-1992 vergeleken met de meldingen van moedersterfte aan de Commissie Maternale Sterfte van de NVOG. De onderrapportage wordt geschat op 20-25% (Schuitemaker et al., 1997) en betreft vooral sterfte vroeg in de zwangerschap en indirecte moedersterfte (sterfte aan de gevolgen van een ziekte die al bestond of tijdens de zwangerschap ontstond en werd verergerd door de fysiologische effecten van de zwangerschap).

Tabel 1: Sterfte rond de geboorte en in het eerste levensjaar in 2009 (Bron: CBS StatLine).

Absolute aantal

Aantal per duizend

Levendgeborenen

184.915

Doodgeboorte ≥ 24 weken a

648

3,5

Doodgeboorte ≥ 28 weken a

499

2,7

Perinatale sterfte ≥ 24 weken b

1.054

5.7

Perinatale sterfte ≥ 28 weken b

905

4,9

Neonatale sterfte c

528

2,9

Wiegendood d

19

0,1

Zuigelingensterfte e

711

3,8

a Aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 24 of 28 weken of meer (per 1.000 levend- en doodgeborenen)

b Aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 24 of 28 weken of meer en sterfte in eerste levensweek (per 1.000 levend- en doodgeborenen)

c Aantal overleden in de eerste vier levensweken (per 1.000 levendgeborenen)

d Plotseling, onverwacht tijdens een slaapperiode overlijden van een kind jonger dan 1 jaar bij wie geen lichamelijke aandoening wordt vastgesteld die het overlijden verklaart (per 1.000 levendgeborenen)

e Aantal overledenen in het eerste levensjaar (per 1.000 levendgeborenen)

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Flinsenberg TWH, Ruys JH, Engelberts AC, Velzen-Mol HWM van.Herziene richtlijn 'Preventie wiegendood'. Ned Tijdsch Geneesk, 2008; 152(24): 1370-5.
  • Jonge G. de, Hoogenboezem J.Een kwart eeuw wiegendood in Nederland. CBS-Bevolkingstrends, 2005; (3): 57-63.
  • Schuitemaker N, Roosmalen J van, Dekker G, Dongen P van, Geijn H van, Gravenhorst JB.Underreporting of maternal mortality in The Netherlands. Obstet Gynecol, 1997; 90(1): 78-82.
  • WHO, World Health Organization.Monitoring reproductive health: selecting a short list of national and global indicators. Geneva: WHO, 1997.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

NVK
Nederlandse vereniging voor kindergeneeskunde
URL: http://www.nvk.pedianet.nl/index.htm
NVOG
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
URL: http://www.nvog.nl/

Definities

Moedersterfte
Aantal vrouwen overleden ten gevolge van complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed (binnen 42 dagen na beëindiging van een zwangerschap). Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen.
Perinatale sterfte
Het aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22, 24 of 28 weken of meer en sterfte in de eerste levensweek. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen (de perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en vroeg neonatale sterfte).
Wiegendood
Plotseling, onverwacht tijdens een slaapperiode overlijden van een kind jonger dan 1 jaar bij wie geen lichamelijke aandoening wordt vastgesteld die het overlijden verklaart (per 1.000 levendgeborenen).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.