Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Sterfte rond de geboorte
Definitie en determinanten

Beïnvloeden ontwikkelingen in determinanten de trends in sterfte rond de geboorte?

Risicofactoren Preventie Zorg

Risicofactoren

Trends in risicofactoren verklaren niet daling perinatale sterfte

De sterfte rond de geboorte is gedaald. Deze daling is niet direct verklaarbaar door een daling van risicofactoren zoals leeftijd of afkomst van de moeder. Het aandeel geboorten bij oudere moeders (35+) en bij niet-westers allochtone moeders is in de periode 2000-2005 licht gestegen (Achterberg & Waelput, 2007).

Na een stijging van het aantal meerlingen in de laatste decennia, daalt sinds enkele jaren het percentage meerlingen (Achterberg & Waelput, 2007; CBS StatLine).

Overgewicht, een andere risicofactor, nam toe onder vrouwen ouder dan twintig jaar (Zie: Interne link naar documentStijging in percentage (ernstig) overgewicht).

Percentage rokende zwangeren neemt af

Het roken tijdens de zwangerschap lijkt af te nemen: rookte in 1996 nog 25% van alle zwangeren, in de periode 2001-2007 was dit percentage gedaald naar 7,6% (Lanting et al., 2009).

Risicofactoren voor moedersterfte stijgen nog steeds

Het aantal vrouwen met een risicofactor voor moedersterfte stijgt nog steeds. Er zijn meer oudere vrouwen en vrouwen van allochtone afkomst. De groep obese zwangeren en zwangeren met een chronische aandoening neemt eveneens toe.

Ook het percentage keizersnedes neemt sinds 2000 toe, onder meer door een verandering in het beleid bij stuitliggingen (Rietberg et al., 2005). Moedersterfte komt drie tot zeven keer zo vaak voor na een keizersnede dan na een vaginale baring (Schuitemaker et al., 1997; Schutte et al., 2007). Ook onder vrouwen met een keizersnede bij een eerdere bevalling komt moedersterfte vaker voor. Vanwege de stijging van het aantal keizersnedes is het belangrijk om te weten hoe dit komt: door de keizersnede zelf, of door de indicaties voor de keizersnede? Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig (Schutte et al., 2007).

Zie ook: Interne link naar documentVerloskundige zorg: Hoe groot is de vraag naar en het gebruik van verloskundige zorg en neemt deze toe of af?.

Meer inzicht door onderzoek naar risicofactoren bij niet-westerse vrouwen

Een aantal risicofactoren voor perinatale sterfte komt vaker voor onder niet-westerse allochtonen, zoals een lage sociaaleconomische status, tienerzwangerschappen, alleenstaand ouderschap, vroeggeboorte of de geboorte van een te klein kind. Andere risicofactoren komen juist minder vaak voor. Marokkaanse vrouwen roken bijvoorbeeld minder (Troe, 2008).

In Amsterdam (ABCD-studie) en Rotterdam (Generation R) zijn langlopende cohortonderzoeken opgezet naar het waarom van die verschillen en naar mogelijke aangrijpingspunten voor preventie en verbetering van zorg. Beide onderzoeken hebben specifieke aandacht voor de samenhang tussen verschillende risicofactoren en etniciteit (Jaddoe et al., 2006; ABCD-studie, 2006). Deze samenhang staat ook centraal in de LEMMoN-studie naar ernstige morbiditeit tijdens zwangerschap, baring of kort na de baring (Zwart et al., 2006; Van Dillen et al., 2010).

Naar boven


Preventie

Foliumzuurgebruik toegenomen

Sinds de start van de foliumzuurcampagne in 1995 is het foliumzuurgebruik gestegen van 25% naar iets meer dan 80% in 2005 (De Walle et al., 2002; Walle & Jong-van den Berg, 2007; Walle & Jong-van den Berg, 2008). Vrouwen van niet-westerse afkomst zijn over het algemeen minder bekend met het advies foliumzuur te slikken om de kans op een kind met een spina bidifa te verlagen (Bakker et al., 2003; Van Eijsden et al., 2006; Timmermans et al., 2008).

Daling wiegendood door goede voorlichting

De introductie van het advies om kinderen niet meer op hun buik te laten slapen, maar op hun rug (1987), leidde tot een sterke afname van wiegendood. Een tweede afname is zichtbaar na de invoering van voorlichting (vanaf 1993) over ondermeer rookgedrag, afzien van het gebruik van een dekbedje en niet meer in het bed van de ouders slapen (1993) (De Jonge & Hoogenboezem, 2005).

Naar boven


Zorg

Mogelijk gunstige invloed van ontwikkelingen in de zorg

Er zijn ontwikkelingen in de zorg die mogelijk een gunstige invloed hebben op de perinatale sterfte. Zo is het eerdere capaciteitstekort op de neonatale intensive care verminderd en wordt bij IVF vaker één embryo teruggeplaatst in plaats van meerdere (Achterberg & Waelput, 2007). Sinds bekend is dat een geplande keizersnede bij stuitligging de kans op gezondheidsschade en sterfte bij het kind verkleint (Hannah et al., 2000), is het beleid gewijzigd. Van de voldragen kinderen in stuitligging komt nu 80% per keizersnede ter wereld, voorheen was dit 50% (Rietberg et al., 2005).

Opvang en doorstroom van pasgeborenen met intensieve zorg verruimd

Sinds 2003 is de opvang en doorstroom verruimd van pasgeborenen die intensieve zorg nodig hebben. Er zijn nieuwe centra geopend voor post intensive care (post IC) en high care (HC) voor pasgeborenen. Hierdoor kunnen meer pasgeborenen die intensieve zorg nodig hebben, tijdig en op de juiste plaats opgenomen worden (Achterberg & Waelput, 2007). In 1998 waren er 148 NICU-bedden en 44 post IC/HC-plaatsen beschikbaar (Gezondheidsraad, 2000j). In 2006 ging het om 163 NICU bedden en 49 post IC/HC bedden (Stichting PRN, 2006; Stichting PRN, 2009).

Behandeling vroeg geboren en te lichte kinderen verbeterd

De perinatale behandeling en overlevingskans voor zeer vroeg geboren en veel te lichte kinderen is de laatste decennia verbeterd (zie vroeggeboorten en gezondheidsproblemen bij op tijd geboren kinderen). De grotere overlevingskansen bij heel jonge kinderen gaat echter gepaard met latere sterfte en ernstige handicaps (Verloove-Vanhorick et al., 2001; De Kleine et al., 2007).

Medicatie en indicatiestelling bij keizersnede van invloed op moedersterfte

Om moedersterfte ten gevolge van een keizersnede te verlagen wordt bij iedere keizersnede tromboseprofylaxe en profylactische antibiotica geadviseerd. Een strikte indicatiestelling voor een keizersnede kan van invloed zijn op de moedersterfte ten tijde van of kort na een keizersnede en in een volgende zwangerschap (NVOG, 2003; Schutte et al., 2007).

Trainingen moeten leiden tot vermindering van sterfte rond de geboorte

Teams van samenwerkende zorgverleners binnen de perinatale keten volgen (simulatie)trainingen in de behandeling van acute, maar minder vaak voorkomende obstetrische complicaties. Hiermee zijn de perinatale en maternale uitkomsten te verbeteren (NVOG, 2003; Zeeman, 2008). Vermindering van sterfte en morbiditeit rond de geboorte is het doel van deze trainingen (Zeeman, 2008)

Invloed van Nederlands verloskundig systeem op perinatele sterfte onderzocht

Een onderzoek over de periode 2000-2006 wees uit dat de perinatale sterfte bij vrouwen met een laag risico bij wie de bevalling startte in de eerste lijn lager was dan die bij vrouwen met een hoog risico bij wie de bevalling startte in de tweede lijn (Ravelli et al., 2008). Uit ander onderzoek bleek de perinatale sterfte in geval van acute verwijzing van de eerste naar de tweede lijn hoger te zijn dan wanneer er geen sprake was van verwijzing (Amelink-Verburg et al., 2008; Evers et al., 2010). Een studie in de Utrechtse regio had als onverwachte bevinding dat de kans op perinatale sterfte bij vrouwen bij wie de bevalling startte in de eerste lijn tweemaal zo hoog was als bij vrouwen bij wie de bevalling startte in de tweede lijn (Evers et al., 2010). De onderzoekers en anderen roepen op tot diepgaander onderzoek naar zorggerelateerde oorzaken van perinatale sterfte (perinatale audits) en tot nader onderzoek naar voor- en nadelen van het huidige zorgsysteem en eventuele aanpassingen (Evers et al., 2010; Mol et al., 2010; Croonen, 2010).

Betere zorg en preventie mogelijk maken door audit

De Commissie Maternale Sterfte van de NVOG doet gestructureerd en gedetailleerd onderzoek naar het zorgproces (audit) bij iedere moedersterfte in Nederland (Schuitemaker, 1998). De LEMMoN-studie heeft audits uitgevoerd bij ernstige morbiditeit tijdens zwangerschap, baring of kort na de baring (Zwart et al., 2006; Van Dillen et al., 2010).

Op 1 januari 2010 is de audit van perinatale sterfte van start gegaan. Lokale samenwerkingsverbanden in de perinatale zorg evalueren systematisch de perinatale sterfte in hun regio. Bij deze landelijke aanpak wordt gebruikgemaakt van ervaringen uit het IMPACT-project in de drie Noordelijke provincies (Van Diem et al., 2008 ) en eerdere onderzoeken naar audit in Nederland (Vredevoogd et al., 2001; Amelink-Verburg et al., 2008; CVZ, 2005e; Alderliesten, 2006; Van Diem et al., 2010).

Audits kunnen leiden tot aanbevelingen voor verbetering van de zorg of preventie. Op deze manier heeft de Landelijke Werkgroep Wiegendood van de NVK de relatie tussen wiegendood en buikligging ontdekt. Dit maakte preventieve maatregelen mogelijk, gevolgd door een daling van wiegendood. Invoering van audit van perinatale sterfte heeft in Engeland, Wales en Noorwegen geleid tot betere samenwerking binnen de zorg rond zwangerschap en geboorte (CESDI, 2001). Sinds de invoering van de perinatale audit in Noorwegen is, naast een betere samenwerking, halvering van perinatale sterfte en hogere kwaliteit geconstateerd (Bergsjø et al., 2003).

Maatregelen ter verbetering van de perinatale uitkomsten

In de zomer van 2008 heeft minister Klink de 'Stuurgroep zwangerschap en geboorte' ingesteld. Directe aanleiding was de relatief hoge perinatale sterfte in Nederland in vergelijking met andere Europese landen. De minister vroeg de stuurgroep om concrete en realistische voorstellen te doen voor de optimalisering van de zorg rond zwangerschap en geboorte en vermindering van de perinatale sterfte en morbiditeit. Begin 2010 heeft de stuurgroep haar aanbevelingen aangeboden aan de minister. Die zijn bedoeld om in vijf jaar de potentieel vermijdbare perinatale sterfte met 50% te verminderen (Stuurgroep, 2009).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • ABCD-studie.Syllabus ABCD-congres (maart 2006). Amsterdam, 2006.
  • Achterberg PW, Waelput AJM.Recente perinatale sterftetrends in Nederland: 2000-2005. Zicht op verbetering? RIVM-rapport nr. 270032002. Bilthoven: RIVM, 2007.
  • Alderliesten ME.Quality of perinatal care in a multi-ethnic population. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 2006.
  • Amelink-Verburg MP, Verloove-Vanhorick SP, Hakkenberg RM, Veldhuijzen IM, Bennebroek Gravenhorst J, Buitendijk SE.Evaluation of 280,000 cases in Dutch midwifery practices: a descriptive study. Bjog 2008; 115(5): 570-8
  • Bakker MK, Cornel MC, De Walle HEK.Kennis over en gebruik van periconceptioneel foliumzuur onder allochtone en westerse vrouwen, na de publiekscampagne in 1995. Ned Tijdschr Geneeskd., 2003; 147: 2426-30.
  • Bergsjø P, Bakketeig LS, Langhoff-Roos J.The development of perinatal audit: 20 years' experience. Acta Obstet Gynecol Scand, 2003; 82: 780-788.
  • CESDI, Confidential Enquiry into Stillbirths and Deaths in Infancy. 8th Annual Report Focusing on Stillbirths, European Comparisons of Perinatal Care, Paediatric Post Mortem Issues, Survival Rates of Premature Babies: Project 27/28. Londen,2001.
  • Croonen H.Minder babysterfte bij gynaecoloog. Medisch Contact, 2010; 65(47): 2504-2507.
  • CVZ, College voor zorgverzekeringen. Landelijke Perinatale Audit Studie. Diemen,2005e.
  • Diem MT van, Reitsma B, Bergman KA, Bouwman K, Ulkeman AHM, Timmer A, et al.IMPACT: 'Implementationof structural feedback by means of perinatal audit to caregivers in cases ofperinatal mortality in the northern part of The Netherlands'. Ned Tijdschr ObstetGynaecol, 2008; 121: 278-81.
  • Diem MT van, Reu PAOM de, Eskes M, Brouwers HAA, Holleboom CAG, Slagter TM, et al.National Perinatal Audit, a feasible initiative for the Netherlands!? A validation study. Acta Obstet Gynecol Scand, 2010; 89(9): 1168-1173.
  • Dillen J van, Mesman JA, Zwart JJ, Bloemenkamp KW, Roosmalen J van.Introducing maternal morbidity audit in the Netherlands. BJOG, 2010; 117(4): 416-421.
  • Eijsden M van, Wal MF van der, Bonsel GJ.Folic acid knowledge and use in a multi-ethnic pregnancy cohort: the role of language proficiency. BJOG, 2006; 113(12): 1446-51.
  • Evers ACC, Brouwers HAA, Hukkelhoven CWPM, Nikkels PGJ, Boon J, Egmond-Linden A van, et al. Perinatal mortality and severe morbidity in low and high risk term pregnancies in the Netherlands: prospective cohort study. BMJ,2010; 341: c5639.
  • Gezondheidsraad.Intensive care rond de geboorte. Den Haag: Gezondheidsraad, 2000j; 08.
  • Hannah ME, Hannah WJ, Hewson SA, Hodnett ED, Saigal S, Willan AR.Planned caesarean section versus planned vaginal birth for breech presentation at term: a randomised multicentre trial. Term Breech Trial Collaborative Group. Lancet, 2000; 356(9239): 1375-83.
  • Jaddoe VW, Mackenbach JP, Moll HA, Steegers EA, Tiemeier H, Verhulst FC, et al.The Generation R Study: design and cohort profile. Eur J Epidemiol, 2006; 21(6): 475-84.
  • Jonge G. de, Hoogenboezem J.Een kwart eeuw wiegendood in Nederland. CBS-Bevolkingstrends, 2005; (3): 57-63.
  • Kleine MJ de, Ouden AL den, Kollee LA, Baar A van, Nijhuis-van der Sanden MW, Ilsen A, et al.Outcome of perinatal care for very preterm infants at 5 years of age: a comparison between 1983 and 1993. Paediatr Perinat Epidemiol, 2007; 21(1): 26-33.
  • Lanting CI, Buitendijk SE, Crone MR, Segaar D, Bennebroek Gravenhorst J, Wouwe JP van.Clustering of socioeconomic, behavioural, and neonatal risk factors for infant health in pregnant smokers. PLoS One, 2009; 4(12): e8386.
  • Mol BWJ, Jonge A de, Nijhuis JG, Buitendijk SE.Thuisbevalling niet verantwoordelijk. Medisch Contact, 2010; 65(45): 2390-2393.
  • NVOG, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie.Preventie van moedersterfte. Utrecht: NVOG, 2003.
  • PRN, Stichting Perinatale Registratie Nederland. Perinatale Zorg in Nederland 2003. Bilthoven: PRN,2006.
  • Ravelli ACJ, Eskes M, Tromp M, Huis AM van, Steegers EAP, Tamminga P, et al.Perinatale sterfte in Nederland 2000-2006; risicofactoren en risicoselectie. Ned Tijdschr Geneeskd, 2008; 152(50): 2728-33.
  • Rietberg CC, Elferink-Stinkens PM, Visser GH.The effect of the Term Breech Trial on medical intervention behaviour and neonatal outcome in The Netherlands: an analysis of 35,453 term breech infants. BJOG, 2005; 112(2): 205-9.
  • Schuitemaker N, Roosmalen J van, Dekker G, Dongen P van, Geijn H van, Bennebroek Gravenhorst J.Maternal mortality after cesarean section in The Netherlands. Acta Obstet Gynecol Scand., 1997; 76(4): 332-4.
  • Schuitemaker NWE.Confidential enquiry into maternal deaths in The Netherlands 1983-1992. Leiden: Rijksuniversiteit Leiden, 1998.
  • Schutte JM, Steegers EA, Santema JG, Schuitemaker NW, Roosmalen J van.Maternal deaths after elective cesarean section for breech presentation in the Netherlands. Acta Obstet Gynecol Scand, 2007; 86(2): 240-243.
  • Stichting PRN, Stichting Perinatale Registratie Nederland.Perinatale Zorg in Nederland 2007. Utrecht: Stichting Perinatale Registratie Nederland, 2009.
  • Stuurgroep, Stuurgroep zwangerschap en geboorte.Een goed begin. Veilige zorg rond zwangerschap en geboorte. Utrecht, 2009.
  • Timmermans S, Jaddoe VW, Mackenbach JP, Hofman A, Steegers-Theunissen RP, Steegers EA.Determinants of folic acid use in early pregnancy in a multi-ethnic urban population in The Netherlands: The Generation R study. Prev Med, 2008 Jul 2.
  • Troe EJWM.Ethnic differences in fetal growth, birth weight and infant mortality. The Generation R Study. Rotterdam: Erasmus University, 2008.
  • Verloove-Vanhorick SP, Ouden L de, Walther FJ.Uitkomsten van een Nederlandse cohort van zeer vroeg geboren kinderen uit 1983 (eerder gepubliceerd als Looking back in time: outcome of a national cohort of very preterm infants born in The Netherlands in 1983, in Early Human Development (2000; 59: 175-91) Ned Tijdschr Geneeskd, 2001; 145(21): 989-97.
  • Vredevoogd CB, Wolleswinkel-van den Bosch JH, Amelink-Verburg MP, Verloove-Vanhorick SP, Mackenbach JP.Perinatale sterfte getoetst: resultaten van een regionale audit. Ned Tijdschr Geneeskd 2001; 145(10): 482-7.
  • Walle HE, Jong-van den Berg LT de.Ten Years After the Dutch Public Health Campaign on Folic Acid: The Continuing Challenge. Eur J Clin Pharmacol, 2008; 64(5): 539-543.
  • Walle HEK de, Cornel MC, Jong- van den Berg LTW de.Three years after the Dutch folic acid campaign: Growing socioeconomic differences. Preventive Medicine, 2002; 35: 65-69.
  • Walle HEK, Jong-van den Berg LT de.Growing Gap in Folic Acid Intake with Respect to Level of Education in The Netherlands. Community Genet, 2007; 10: 93-96.
  • Zeeman GG.Simulatie heeft de toekomst. Ned Tijdschrift Obst Gyn, 2008; 121: 132-133.
  • Zwart Z, Jonkers M, Richters A, Öry F, Roosmalen J van.Ernstige maternale morbiditeit in Nederland: de LEMMoN studie. http: //www.nvog.nl/files/abstractjzwart.doc. Presentatie op Gynaecocongres, november 2006.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

IMPACT
Implementation of structural feedback by means of perinatal audit to caregivers in cases of perinatal mortality in the northern part of The Netherlands
LEMMoN
Landelijke studie naar Etnische determinanten van Maternale Morbiditeit in Nederland
NICU
Neonatale intensive care unit
NVK
Nederlandse vereniging voor kindergeneeskunde
URL: http://www.nvk.pedianet.nl/index.htm
NVOG
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
URL: http://www.nvog.nl/

Definities

Moedersterfte
Aantal vrouwen overleden ten gevolge van complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed (binnen 42 dagen na beëindiging van een zwangerschap). Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen.
Perinatale sterfte
Het aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22, 24 of 28 weken of meer en sterfte in de eerste levensweek. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen (de perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en vroeg neonatale sterfte).
Wiegendood
Plotseling, onverwacht tijdens een slaapperiode overlijden van een kind jonger dan 1 jaar bij wie geen lichamelijke aandoening wordt vastgesteld die het overlijden verklaart (per 1.000 levendgeborenen).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.