Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Sterfte naar doodsoorzaak
Omvang van het probleem

Sterfte naar doodsoorzaak: Zijn er verschillen naar etniciteit?

Verschillen tussen allochtone groepen in sterfte naar doodsoorzaak

De sterfte naar doodsoorzaak verschilt per allochtone groep (zie tabel 1 en 2). Onder Surinaamse mannen en vrouwen komt een hogere sterfte aan diabetes voor dan onder Turken, Marokkanen, Antillianen en autochtonen. Bij Antilliaanse vrouwen is vooral sprake van een hogere sterfte aan perinatale aandoeningen. Marokkanen, Surinamers en Turkse vrouwen overlijden minder aan kanker dan autochtonen (Garssen & Van der Meulen, 2007). Verder zijn er geen significante verschillen tussen allochtone groepen en autochtonen. Dit kan ook komen doordat in het betreffende onderzoek groepen te klein zijn om verschillen aan te tonen.

Bij zowel autochtonen als allochtonen is de sterfte door hart- en vaatziekten de afgelopen jaren flink gedaald; de sterftecijfers zijn het laagst bij Marokkaanse mannen. Deze afname van sterfte door hart- en vaatziekten heeft veel bijgedragen aan de daling van de totale sterfte.

Onderschatting doodsoorzaken onder allochtonen

Sterftecijfers naar doodsoorzaak worden waarschijnlijk onderschat voor allochtonen. Bij een geval van overlijden in het buitenland is de officiële doodsoorzaak meestal niet bekend is. In die gevallen wordt de oorzaak geclassificeerd als ‘symptomen en onvolledig omschreven ziektebeelden’. Doordat overlijden in het buitenland meer voorkomt onder allochtonen dan onder autochtonen, komt sterfte in de categorie ‘symptomen en onvolledig omschreven ziektebeelden’ significant meer voor onder allochtonen. Om hiermee rekening te houden is deze categorie in tabellen 1 en 2 verdeeld over de andere doodsoorzaken (Garssen & Van der Meulen, 2008).

Tabel 1: Indirect gestandaardiseerd aantal sterftegevallen per 100.000 mannen, na herverdeling van 'symptomen, onvolledig omschreven ziektebeelden' naar herkomstgroep en doodsoorzaak in 2002-2006 a (Garssen & Van der Meulen, 2007).

Autochtonen

Turken

Marokkanen

Surinamers

Antillianen

Infectieuze en parasitaire ziekten

11

17

11

24

19

Kanker

283

258

190-

208-

227

Diabetes

23

53

45

81+

59

Ziekten van hart- en vaatstelsel

278

360

225

370

341

Ziekten van ademhalingsorganen

93

98

71

83

89

Aandoeningen van de perinatale periode

275

206

270

355

605+

Niet-natuurlijke doodsoorzaken

41

41

43

59

68

a Cursief gedrukte waarden: siginificant hoger (+) of significant lager (-) dan autochtonen (95% betrouwbaarheidsinterval).

Tabel 2: Indirect gestandaardiseerd aantal sterftegevallen per 100.000 vrouwen, na herverdeling van 'symptomen, onvolledig omschreven ziektebeelden' naar herkomstgroep en doodsoorzaak in 2002-2006 a (Garssen & Van der Meulen, 2007).

Autochtonen

Turken

Marokkanen

Surinamers

Antillianen

Infectieuze en parasitaire ziekten

13

17

17

28

29

Kanker

242

154-

157-

172-

189

Diabetes

35

75

108+

92

Ziekten van hart- en vaatstelsel

307

357

305

398

343

Ziekten van ademhalingsorganen

87

72

104

80

54

Aandoeningen van de perinatale periode

200

224

221

285

331

Niet-natuurlijke doodsoorzaken

29

22

26

32

25

a Cursief gedrukte waarden: siginificant hoger (+) of significant lager (-) dan autochtonen.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Garssen J, Meulen A van der.Overlijdensrisico’s naar herkomstgroep: daling en afnemende verschillen. CBS Bevolkinsgtrends, 4e kwartaal 2007. Heerlen/Voorburg: CBS, 2007.
  • Garssen J, Meulen A van der.Sterftecijfer allochtonen daalt sterk. CBS Webmagazine, 7 januari 2008. Voorburg/Heerlen: CBS, 2008.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.