Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Sterfte naar doodsoorzaak
Omvang van het probleem

Waaraan overlijden mensen in Nederland?

Sterfte naar hoofdgroepen van doodsoorzaken Sterfte naar afzonderlijke doodsoorzaken (VTV-ziekten)

Doodsoorzaken worden eerst beschreven aan de hand van de indeling in hoofdgroepen volgens de ICD (internationale classificatie van ziekten) en daarna wordt een top tien gegeven van de voor de VTV geselecteerde ziekten.


Sterfte naar hoofdgroepen van doodsoorzaken

In 2010 overleden bijna 44 duizend personen aan kanker

Met betrekking tot de hoofdgroepen van de ICD overleden in 2010 de meeste mensen aan kanker (nieuwvormingen). Sinds 2007 is de absolute sterfte aan kanker groter dan aan hart- en vaatziekten. Van de 136.058 personen die in 2010 in Nederland overleden, stierven 43.516 personen (32,0%) aan kanker en 39.009 personen (28,7%) aan hart- en vaatziekten. Van de totale sterfte ging 9,6% dood aan een ziekte van de ademhalingswegen en 5,6% aan een psychische stoornis. De overige ICD-hoofdgroepen waren ieder verantwoordelijk voor minder dan 5% van de totale sterfte (zie tabel 1).

Hoogste sterfte voor vrouwen aan hartvaatstelsel, voor mannen aan kanker

Voor vrouwen was in 2010 de sterfte het hoogst aan hart- en vaatziekten. Voor mannen was kanker de meest voorkomende doodsoorzaak. Bij kanker, ziekten van de ademhalingswegen en ongevalsletsels en vergiftigingen stierven meer mannen dan vrouwen. Voor de meeste andere hoofdgroepen is de sterfte voor vrouwen groter dan voor mannen. Vooral voor psychische stoornissen en ziekten van het hartvaatstelsel is het verschil groot (zie tabel 1).

Tabel 1: Sterfte (absoluut en procentueel) in 2010 naar ICD-hoofdgroep (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek), ordening in tabel op basis van de totale sterfte in 2010.

Mannen

Vrouwen

Totaal

ICD-Hoofdgroep

absoluut

%

absoluut

%

absoluut

%

Nieuwvormingen

23.684

35,9

19.832

28,3

43.516

32,0

Ziekten van het hartvaatstelsel

18.275

27,7

20.734

29,6

39.009

28,7

Ziekten van de ademhalingswegen

6.660

10,1

6.356

9,1

13.016

9,6

Psychische stoornissen

2.266

3,4

5.351

7,6

7.617

5,6

Ongevalsletsels en vergiftigingen

3.239

4,9

2.509

3,6

5.748

4,2

Ziekten van het spijsverteringsstelsel

2.414

3,7

2.852

4,1

5.266

3,9

Symptomen en onvolledig omschreven ziektebeelden

2.349

3,6

2.877

4,1

5.226

3,8

Ziekten van het zenuwstelsel en de zintuigen

1.955

3,0

2.749

3,9

4.704

3,5

Endocriene-, voedings- en stofwisselingsziekten en immuniteitsstoornissen

1.674

2,5

2.171

3,1

3.845

2,8

Ziekten van de urinewegen en de geslachtsorganen

1.428

2,2

2.044

2,9

3.472

2,6

Infectieziekten en parasitaire ziekten

1.010

1,5

1.094

1,6

2.104

1,5

Ziekten van het bewegingsstelsel en bindweefsel

273

0,4

604

0,9

877

0,6

Aangeboren afwijkingen

230

0,3

222

0,3

452

0,3

Ziekten van bloed en bloedvormende organen

181

0,3

256

0,4

437

0,3

Ziekten van huid en subcutis

139

0,2

270

0,4

409

0,3

Aandoeningen ontstaan in de perinatale periode

200

0,3

156

0,2

356

0,3

Complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed

0

0,0

4

0,0

4

0,0

Alle doodsoorzaken samen

65.977

100,0

70.081

100,0

136.058

100,0

Naar boven


Sterfte naar afzonderlijke doodsoorzaken (VTV-ziekten)

Ruim 10.000 sterfgevallen door coronaire hartziekten en door longkanker

Coronaire hartziekten en longkanker veroorzaakten de meeste sterfgevallen in 2010 in Nederland, meer dan 10.000 sterfgevallen voor beide ziekten. Ook aan dementie en beroertehartfalen, COPD, infecties van de onderste luchtwegen en dikkedarmkanker overleden in 2010 meer dan 5.000 personen (zie tabel 2).

Rangorde doodsoorzaken verschilt tussen mannen en vrouwen

De meest voorkomende doodsoorzaken in 2010 onder mannen zijn longkanker en coronaire hartziekten. De belangrijkste oorzaken van sterfte bij vrouwen zijn dementie en beroerte (zie tabel 2).

Veel doodsoorzaken kennen sekseverschillen. Zo sterven in absolute zin meer mannen dan vrouwen aan arbeidsongevallen, aids, afhankelijkheid van alcohol of drugs, aneurysma van de buikaorta, slokdarmkanker, en door verkeersongevallen en suïcide. Voor osteoporose, acute urineweginfecties, decubitus, artrose en dementie, is de absolute sterfte bij vrouwen duidelijk hoger dan voor mannen. Dit heeft vooral te maken met het feit dat er meer oude vrouwen zijn en de sterfte voor deze ziekten vooral onder ouderen voorkomt.

Zie voor een overzicht van de sterfte aan alle 'VTV-ziekten': Sterfte aan de 'VTV-ziekten' naar geslacht in 2010.

Per leeftijdsklasse variëren belangrijkste doodsoorzaken

De belangrijkste doodsoorzaken uit de VTV-selectie verschillen per leeftijdsklasse. In de leeftijdsklasse 0-14 jaar zijn aandoeningen ontstaan in de perinatale periode en aangeboren afwijkingen van het hartvaatstel verantwoordelijk voor de grootste sterfte. In de klasse 15-24 jaar zijn dat verkeersongevallen en suïcide, en in de klasse 25-44 zijn dat borstkanker bij vrouwen, verkeersongevallen, suïcide en coronaire hartziekten. Boven de 45 jaar zijn coronaire hartziekten, longkanker, beroerte, dementie, hartfalen en COPD de belangrijkste doodsoorzaken.

Ziekten met hoge sterfte op lage leeftijd ondervertegenwoordigd in VTV-selectie

De hier gepresenteerde ziekten betreffen alleen 'VTV-ziekten'. Eén van de selectiecriteria voor de VTV-ziekten is hoge sterfte. Hierbij wordt gekeken naar de totale sterfte aan een ziekte en niet naar de sterfte in bepaalde leeftijdsgroepen. Daardoor zijn ziekten met een lage totale sterfte niet geselecteerd die wel een relatief hoge sterfte hebben in bepaalde leeftijdsgroepen. Zo is bijna 15% van de sterfte in de leeftijdsgroep 15-24 jaar in 2010 te wijten aan kanker (CBS Doodsoorzakenstatistiek) terwijl in de VTV-selectie geen enkele kanker met een relatief hoge sterfte in die leeftijdsgroep zit.

Tabel 2: Top tien van de VTV-ziekten met de hoogste sterfte in 2010 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Ziekte/aandoening

mannen

vrouwen

M+V

Coronaire hartziekten

6.004

4.378

10.382

Longkanker

6.536

3.678

10.214

Dementie

2.513

6.501

9.014

Beroerte

3.488

5.425

8.913

Hartfalen

2.623

4.289

6.912

COPD

3.288

2.696

5.984

Infecties van de onderste luchtwegen

2.709

3.066

5.775

Dikkedarmkanker

2.691

2.420

5.111

Borstkanker (vrouwen)

3.213

3.213

Diabetes Mellitus

1.382

1.620

3.002

Naar boven

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
VTV
Volksgezondheid Toekomst Verkenning, RIVM, Bilthoven
Email: vtv@rivm.nl
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.