Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Sterfte naar doodsoorzaak

Sterfte naar doodsoorzaak samengevat

Sterfte in 2010 aan kanker en hart- en vaatziekten het hoogst

Kanker en hart- en vaatziekten zijn de twee belangrijkste groepen van ziekten waaraan in 2010 in Nederland mensen overleden. In 2010 overleden meer mensen aan kanker (ruim 43 duizend; 32,0% van totale sterfte) dan aan hart- en vaatziekten (ongeveer 39 duizend; 28,7%). In 1980 stierven nog ongeveer 20.000 personen meer aan hart- en vaatziekten dan aan kanker. Ziekten van de ademhalingswegen waren verantwoordelijk voor 9,6% van de totale sterfte in 2010 en psychische stoornissen 5,6%. Alle andere hoofdgroepen van ziekten scoorden minder dan 5% van de totale sterfte.

Coronaire hartziekten en longkanker belangrijkste doodsoorzaken

Coronaire hartziekten en longkanker veroorzaakten de meeste sterfgevallen in 2010 in Nederland (respectievelijk 10.382 en 10.214 doden). Ook aan dementie, beroerte, hartfalen, COPD, infecties van de onderste luchtwegen en dikkedarmkanker overleden in 2010 meer dan 5.000 personen. De meest voorkomende doodsoorzaken in 2010 onder mannen zijn longkanker en coronaire hartziekten en voor vrouwen dementie en beroerte. Dit zijn allemaal ziekten die tot veel sterfte leiden boven de leeftijd 45 jaar. In de leeftijdsgroep van 15-44 jaar zijn verkeersongevallen, suïcide, borstkanker en coronaire hartziekten de belangrijkste doodsoorzaken.

Sterfte aan hart- en vaatziekten sterk gedaald

Het aandeel van hart- en vaatziekten in de totale absolute sterfte daalde in de periode 1980-2010 van 44,8% naar 28,7%. Voor kanker steeg het aandeel licht van 27,3% in 1980 naar 32,0% in 2010. In de periode 1980-2010 daalde de gestandaardiseerde sterfte aan hart- en vaatziekten voor zowel mannen als voor vrouwen sterk (63% daling voor mannen en 55% voor vrouwen). De gestandaardiseerde sterfte aan kanker voor mannen is in dezelfde periode met 26% gedaald en voor vrouwen met 5% gedaald. De gestandaardiseerde sterfte is gecorrigeerd voor verandering in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking.

Sterfte aan coronaire hartziekten en beroerte sterk gedaald

Van de belangrijkste doodsoorzaken is de sterfte aan coronaire hartziekten en beroerte voor zowel mannen als vrouwen sterk gedaald in de periode 1980-2010. De sterfte aan longkanker is vanaf eind jaren tachtig voor mannen met bijna 50% gedaald, maar voor vrouwen met ongeveer 260% gestegen in de periode 1980-2010. De trend bij longkanker is te verklaren door het rookgedrag in het verleden: mannen zijn in de periode 1960-1990 minder gaan roken en vrouwen meer.

Van de minder vaak voorkomende doodsoorzaken is de sterfte aan slokdarmkanker in de periode 1980-2010 verdubbeld en de sterfte aan sepsis meer dan verdrievoudigd. De sterfte aan maagkanker (65%) en door verkeersongevallen (75%) is sterk gedaald in de periode 1980-2010.

Daling in sterfte aan hart- en vaatziekten in Nederland groter dan in meeste andere EU-landen

In internationaal perspectief is de Nederlandse daling in sterfte aan hart- en vaatziekten één van de grootste binnen Europa. In Nederland stierven in 2009, vergeleken met andere Europese landen, relatief weinig mensen door uitwendige oorzaken van letsel en vergiftiging (waar verkeersongevallen en suïcide onder vallen). Wat betreft sterfte aan kanker scoort Nederland, vooral bij vrouwen, minder goed binnen de EU-27. De stijging van sterfte aan longkanker bij Nederlandse vrouwen is één van de grootste binnen Europa. De trend voor sterfte aan longkanker voor mannen is gunstig, zoals in de meeste andere West-Europese landen.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.