Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Levensverwachting
Omvang van het probleem

Levensverwachting: Zijn er verschillen naar sociaaleconomische status?

Hoogopgeleide mannen en vrouwen leven langer

Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen laag- en hoogopgeleide mannen en vrouwen is 7,3 respectievelijk 6,4 jaar (zie figuur 1). De levensverwachting van mannen met alleen een lagere school opleiding is 74,1 jaar, mannen met een hbo- of wetenschappelijke opleiding leven gemiddeld 81,4 jaar. Laagopgeleide vrouwen hebben een levensverwachting van 78,9 jaar, terwijl hoogopgeleide vrouwen gemiddeld 85,3 jaar leven (Bruggink, 2009b). Deze gegevens over de levensverwachting gaan over de periode 2005-2008.

Een verschil van zeven jaar in levensverwachting is groot: het is groter dan het verschil tussen mannen en vrouwen. En we moeten ongeveer dertig jaar terug in de tijd om een levensverwachting voor mannen te vinden die zeven jaar korter is dan hun levensverwachting anno 2008.

Opleidingsniveau is een indicator voor sociaaleconomische status, zie: Interne link naar documentWat is sociaaleconomische status?.

Hoe hoger de opleiding hoe hoger de levensverwachting

Naarmate het opleidingsniveau hoger is, stijgt de levensverwachting, zowel bij mannen als vrouwen. Het is dus niet alleen de groep met het laagste opleidingsniveau die een lagere levensverwachting heeft. Ook de middencategorieën hebben een lagere levensverwachting dan de hoogst opgeleiden (zie figuur 1).

Ook op oudere leeftijd nog ses-verschillen in levensverwachting

Een groot deel van de verschillen naar sociaaleconomische status (ses) in levensverwachting bij geboorte bestaat nog steeds op oudere leeftijd. Er zijn dus niet alleen verschillen in sterfte onder de 65 jaar, maar ook op oudere leeftijd zijn er nog sterfteverschillen tussen sociaaleconomische groepen. Mannen van 65 jaar met alleen lager onderwijs leven gemiddeld nog 13,9 jaar, terwijl hoger opgeleide mannen nog een levensverwachting van 17,5 jaar hebben. Dit is een verschil van 3,6 jaar. Voor vrouwen zijn de verschillen in levensverwachting naar opleidingsniveau op 65-jarige leeftijd 3,2 jaar (zie tabel 1).

Verschillen zijn afgelopen jaren niet kleiner geworden

De verschillen in levensverwachting naar opleidingsniveau lijken de afgelopen jaren niet kleiner te zijn geworden (Bruggink, 2009b). De levensverwachting is tussen 1997 en 2008 voor alle opleidingscategorieën toegenomen. Het verschil in levensverwachting tussen hoog- en laagopgeleiden schommelt in deze periode net boven de zeven jaar bij de mannen en iets boven de zes jaar bij de vrouwen. Dit verschil is wel aanzienlijk groter dan in eerder onderzoek over de jaren 1995-1999 (Van Herten et al., 2002). Beide studies zijn echter niet goed vergelijkbaar.

Figuur 1: Levensverwachting naar opleidingsniveau, 2005-2008 (Bruggink, 2009b).

Levensverwachting naar opleidingsniveau 2005-2008

Tabel 1: Resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd naar opleidingsniveau, 1997-2005 (CBS, 2008f).

Mannen

Vrouwen

Lagere school

13,9

18,2

Lbo, mavo, vmbo

15,0

20,1

Havo, vwo, mbo

16,3

21,8

Hbo en wo

17,5

21,4

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bruggink JW.Ontwikkelingen in (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau. Bevolkingstrends: Statistisch kwartaalblad over de demografie van Nederland, 2009b; 4e kwartaal.
  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Gezondheid en zorg in cijfers 2008. Den Haag: CBS, 2008f.
  • Herten LM van, Oudshoorn K, Perenboom RJM, Mulder YM, Hoeymans N, Deeg DJH.Gezonde levensverwachting naar sociaal-economische status. Leiden: TNO, 2002.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

hbo
Hoger beroepsonderwijs
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.