Levensverwachting voor mannen sinds 1970 sterk gestegen
De levensverwachting bij geboorte voor mannen is in de periode 1950-2012 met bijna 12,6% toegenomen, van 70,3 tot 79,1 jaar. De levensverwachting was in de periode 1950-1970 vrijwel constant maar is daarna sterk gestegen. Vooral in de periode 2002-2011 steeg de levensverwachting sterk. In 2012 is de levensverwachting ongeveer gelijk gebleven in vergelijking met 2011 (zie figuur 1).
Levensverwachting vrouwen na stagnatie weer verder gestegen
De levensverwachting bij geboorte voor vrouwen is in de periode 1950-2012 met 14,1% toegenomen, van 72,6 tot 82,8 jaar. Vooral in de periode 2002-2011 steeg de levensverwachting voor vrouwen sterk. Voor vrouwen steeg de levensverwachting ook sterk in de periode 1950-1980, maar in de periode 1980-2000 was de toename in levensverwachting zeer gering. In 2012 is de levensverwachting voor vrouwen vrijwel gelijk gebleven in vergelijking met 2011 (zie figuur 1).
Stijging levensverwachting door daling sterfte hart- en vaatziekten
De stijging van de levensverwachting in de periode 2002-2011 hangt samen met de daling van de sterfte in die periode. De daling van de sterfte heeft zich bij vrijwel alle leeftijdsgroepen voorgedaan, maar was in absolute cijfers het grootst onder 70- tot en met 79-jarigen. In 2011 was het aantal overledenen in deze leeftijdsklasse bijna 7.000 lager dan in 2002. De afname van de sterfte is voor een groot deel het gevolg van een afgenomen risico om aan een hart- of vaatziekte te overlijden.
Levensverwachting op 65 jaar sterk gestegen
De resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is in de periode 1950-2012 voor mannen toegenomen van 14,4 tot 18,3 jaar en voor vrouwen van 14,9 naar 21,2 jaar. Vooral in de periode 2002-2011 steeg de levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen sterk; voor mannen met 2,3 jaar en voor vrouwen met 1,6 jaar. De stijging van de levensverwachting bij geboorte in de periode 2002-2011 is voor bijna driekwart het gevolg is van de stijging van de levensverwachting op 65-jarige leeftijd. De trend in de levensverwachting op 65-jarige leeftijd vertoont een vergelijkbaar patroon als de levensverwachting bij geboorte (zie figuur 1). Dit vergelijkbare patroon wordt deels verklaard doordat de levensverwachting bij geboorte gerelateerd is aan de levensverwachting op de leeftijd van 65 jaar.
Verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen afgenomen na 1980
De levensverwachting voor vrouwen is hoger dan voor mannen. Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen is in de periode 1980-2012 met 3 jaar afgenomen, van 6,7 jaar tot 3,7 jaar. Tussen 1950 en 1980 was het verschil tussen mannen en vrouwen juist toegenomen van 2,3 tot 6,7 jaar (zie figuur 2).
Het verschil in de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is toegenomen van 0,6 jaar in 1950 tot 4,8 jaar in 1983 en daarna weer gedaald naar 3,0 jaar in 2012 (zie figuur 2).
Het sekseverschil in levensverwachting bij geboorte van 2,3 jaar in 1950 is voor het grootste deel een gevolg van sekseverschillen in sterfte onder de 65 jaar. Het verschil van 3,7 jaar in 2012 is voor het grootste deel een gevolg van sekseverschillen in sterfte boven de 65 jaar.
Rookgedrag leidt tot kleiner sekseverschil in levensverwachting
Eén van de belangrijkste oorzaken van het afgenomen verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen in de periode 1980-2012 is de afname van het verschil tussen het aantal rokende mannen en rokende vrouwen. Het percentage mannen dat rookt, is sinds de jaren vijftig gedaald van 90% naar 27% in 2012. Het percentage rokende vrouwen is toegenomen van 29% tot 40% tussen 1958 en 1970 om daarna weer te dalen naar 25% in 2012 (zie roken). Door de afname van de verschillen tussen mannen en vrouwen in rookgedrag nemen ook sekseverschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten, zoals longkanker en hart- en vaatziekten, af.