Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Levensverwachting
Omvang van het probleem

Neemt de levensverwachting toe of af?

Levensverwachting voor mannen sinds 1970 sterk gestegen

De levensverwachting bij geboorte voor mannen is in de periode 1950-2010 voor mannen toegenomen van 70,3 tot 78,8 jaar. De levensverwachting was in de periode 1950-1970 vrijwel constant maar is daarna sterk gestegen. Vooral in de periode 2002-2010 steeg de levensverwachting sterk. De levensverwachting voor mannen is dus in zestig jaar met 8,5 jaar gestegen (zie figuur 1).

Levensverwachting voor vrouwen na stagnatie weer verder gestegen

De levensverwachting bij geboorte voor vrouwen is in de periode 1950-2010 toegenomen van 72,6 tot 82,7 jaar. De levensverwachting is dus in zestig jaar gestegen met 10,1 jaar. Vooral in de periode 2002-2010 steeg de levensverwachting voor vrouwen sterk. Voor vrouwen steeg de levensverwachting ook sterk in de periode 1950-1980, maar in de periode 1980-2000 was de toename in levensverwachting zeer gering (zie figuur 1).

Stijging levensverwachting door daling sterfte hart- en vaatziekten

De stijging van de levensverwachting in de periode 2002-2010 hangt samen met de daling van de sterfte in die periode. De daling van de sterfte heeft zich bij vrijwel alle leeftijdsgroepen voorgedaan, maar was het grootst onder 70-79 jarigen. In 2010 was het aantal overledenen in deze leeftijdsklasse ruim 6.000 kleiner dan in 2002. De afname van de sterfte is voor een groot deel het gevolg van een afgenomen risico om aan een hart- of vaatziekte te overlijden.

Levensverwachting op 65 jaar sterk gestegen tussen 2002 en 2010

De resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is in de periode 1950-2010 voor mannen toegenomen van 14,4 tot 18,0 jaar en voor vrouwen van 14,9 naar 21,2 jaar. Vooral in de periode 2002-2010 steeg de levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen sterk; voor mannen met 2,0 jaar en voor vrouwen met 1,5 jaar. We zien dus dat de stijging van de levensverwachting bij geboorte in de periode 2002-2010 voor bijna driekwart het gevolg is van de stijging van de levensverwachting op 65-jarige leeftijd. De trend in de levensverwachting op 65-jarige leeftijd vertoont een vergelijkbaar patroon als de levensverwachting bij geboorte (zie figuur 1). De verklaring hiervoor is dat de levensverwachting bij geboorte voor een belangrijk deel afhangt van de levensverwachting op de leeftijd van 65 jaar.

Verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen afgenomen na 1980

De levensverwachting voor vrouwen is hoger dan voor mannen. Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen is in de periode 1980-2010 met 2,8 jaar afgenomen (van 6,7 jaar tot 4,0 jaar). Tussen 1950 en 1980 was het verschil tussen mannen en vrouwen toegenomen van 2,3 tot 6,7 jaar.

Het verschil in de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is toegenomen van 0,6 jaar in 1950 tot 4,8 jaar in de jaren tachtig en daarna weer gedaald naar 3,2 jaar in 2010 (zie figuur 2).

Het sekseverschil in levensverwachting bij geboorte van 2,3 jaar in 1950 is voor het grootste deel een gevolg van sekseverschillen in sterfte onder de 65 jaar. Terwijl het verschil van 4,0 jaar in 2010 voor het grootste deel een gevolg van sekseverschillen in sterfte boven de 65 jaar is.

Rookgedrag leidt tot kleiner sekseverschil in levensverwachting

Eén van de belangrijkste oorzaken van de afname van het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen in de periode 1980-2010 is de afname van het verschil tussen het aantal rokende mannen en vrouwen. Het percentage mannen dat rookt, is sinds de jaren vijftig gedaald van 90% naar 28% in 2010. Het percentage rokende vrouwen is toegenomen van 29% tot 40% tussen 1958 en 1970 om daarna weer te dalen naar 26% in 2010 (zie roken). Door de afname van de sekseverschillen in rookgedrag nemen ook sekseverschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten af, zoals longkanker en hart- en vaatziekten. Dit zijn ziekten die belangrijk zijn bij de bepaling van de levensverwachting.

Figuur 1: Levensverwachting bij geboorte en resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd naar geslacht in de periode 1950-2010 (Bron: CBS StatLine).

Trend in levensverwachting bij geboorte naar geslacht in de periode 1950-2010 Resterende levensverwachting op 65 jaar naar geslacht in de periode 1950-2010

Figuur 2: Verschil in levensverwachting bij geboorte en verschil in resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd tussen mannen en vrouwen in de periode 1950-2010 (Bron: CBS StatLine).

Sekseverschil in levensverwachting in de periode 1950-2010

Levensverwachting zal verder stijgen

Het CBS verwacht in haar bevolkingsprognose op basis van analyses van sterftetrends uit het verleden dat de levensverwachting verder zal toenemen. Het CBS verwacht een levensverwachting in 2060 van 84,5 jaar voor mannen en 87,4 jaar voor vrouwen (zie figuur 3). Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen zal hiermee naar verwachting verder afnemen van 4,0 jaar in 2010 naar 2,9 jaar in 2060 (Van Duin & Garssen, 2011).

Figuur 3: Levensverwachting bij geboorte naar geslacht in de periode 1950-2060 (CBS StatLine, Van Duin & Garssen, 2011).

Trend in levensverwachting in de periode 1950-2060 naar geslacht
.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Duin C van, Garssen J.Bevolkingsprognose 2010-2060: sterkere vergrijzing, langere levensduur. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2011.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.