Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
Omvang van het probleem

Hoe groot is het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid in Nederland?

Ziekteverzuim Arbeidsongeschiktheid

Ziekteverzuim

Meer verzuim onder vrouwen

Het ziekteverzuimpercentage in Nederland bedroeg 4,3% in 2011. Vrouwen verzuimden in dat jaar gemiddeld iets meer dan mannen: gemiddeld 4,9 dagen per 100 kalenderdagen in een jaar tegen mannen 3,8 dagen (zie tabel 1). Dit verschil wordt verklaard doordat vrouwen zich iets vaker ziek meldden, en, wanneer ze verzuimden, ook iets langer thuis bleven.

Tabel 1: Ziekteverzuim naar geslacht in 2011, exclusief zwangerschapsverlof, inclusief verzuim > 1 jaar (Bron: Koppes et al., 2012). 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Ziekteverzuim (%)

3,8

4,9

4,3

Verzuimfrequentie (per jaar)

1

1,2

1,1

Verzuimduur (dagen per jaar)

7,5

7,8

7,7

Verzuimduur neemt toe met de leeftijd

De duur van het ziekteverzuim neemt fors toe met het stijgen van de leeftijd. Opvallend is echter dat met het stijgen van de leeftijd de gemiddelde meldingsfrequentie niet stijgt (zie tabel 2). Het ziekteverzuimpercentage neemt toe tot 60 jaar, maar neemt daarna af. Selectie-effecten, waarbij bijvoorbeeld de gezondste mensen op latere leeftijd blijven doorwerken, kunnen hier de reden van zijn.

Tabel 2: Ziekteverzuim naar leeftijd in 2010, exclusief zwangerschapsverlof (Bron: Koppes et al., 2011). 

15-24 jaar

25-34 jaar

35-44 jaar

45-54 jaar

55-64 jaar

Totaal

Verzuimpercentage

2,4

3,9

4,1

4,6

5,9

4,2

Verzuimfrequentie

1,2

1,3

1

1

1,1

1,1

Verzuimduur (werkdagen per jaar)

3,4

7,1

7,6

8,5

11

7,5

Naar boven


Arbeidsongeschiktheid

Bijna 825.000 arbeidsongeschikten eind 2011

Eind 2011 werden er bijna 825.000 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uitgekeerd (UWV, 2012). Het aantal van 825.000 komt neer op 7,4% van alle 15- tot 65-jarigen in Nederland. Deze uitkeringen betroffen zowel WIA-, WAO- als WAZ- en Wajong-uitkeringen. Zo’n 582.000 van de 825.000 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (71%) werd uitgekeerd op basis van een beroep op de WAO of WIA.  

Een vijfde uitgekeerd voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid

Van alle arbeidsongeschiktheidsuitkeringen werd 21% uitgekeerd op basis van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Dat is 24% van alle uitkeringen onder mannen en 19% onder vrouwen (zie tabel 3).

Tabel 3: Kerncijfers arbeidsongeschiktheid eind 2011, naar geslacht (Bron: UWV, 2011a).

Mannen

Vrouwen

Totaal

Lopende uitkeringen eind 2011

430.200

394.300

824.600

wao

224.000

219.900

443.900

wia

68.300

70.100

138.400

waz

17.500

8.600

26.000

wajong

120.500

95.800

216.200

Waarvan gedeeltelijk arbeidsongeschikt

24%

19%

21%

Nieuwe uitkeringen

30.300

27.100

57.400

Instroompercentage a

0.7%

0.8%

0.7%

Beëindigde uitkeringen

39.300

25.600

64.900

Uitstroompercentage b

8.4%

6.1%

7.3%

Vrouwen hebben iets lagere kans op uitstroom uit arbeidsongeschiktheid dan mannen

Gemiddeld liepen vrouwen in 2011 iets meer risico dan mannen om in te stromen in een van de arbeidsongeschiktheidswetten; 0,8% voor vrouwen tegen 0,7% voor mannen (zie tabel 3). In de leeftijdsklassen vanaf 25 jaar liepen vrouwen een hogere kans dan mannen om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (zie tabel 4). In 2011 hadden vrouwen gemiddeld minder kans om uit de arbeidsongeschiktheid te stromen dan mannen; 6,1% voor vrouwen tegen 8,4% voor mannen (zie tabel 4). Dit verschil wordt deels veroorzaakt door een andere leeftijdsverdeling bij vrouwen en deels door een lagere uitstroomkans in alle leeftijdsklassen (zie tabel 4).

Tabel 4: In- en uitstroompercentage arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (WAO, WIA, WAZ en Wajong) 2011, naar leeftijd en geslacht (Bron: UWV, 2012).

Instroompercentage a

Uitstroompercentage b

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

15-24 jaar

1.7%

1.5%

2.5%

1.3%

25-34 jaar

0.4%

0.6%

3.1%

2.5%

35-44 jaar

0.4%

0.5%

3.1%

2.2%

45-54 jaar

0.6%

0.8%

2.4%

2.0%

55-64 jaar

1.0%

1.3%

14.5%

12.1%

a Het instroompercentage wordt berekend door het aantal nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2011 te delen door de omvang van de beroepsbevolking in 2009.

b Het uitstroompercentage wordt berekend door het aantal beëindigde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2011 te delen door het totaal aantal verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2011.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Koppes L, Zwieten M van, Hooftman W, Lautenbach H, Vroome E de, Bossche S van den.NEA 2011. Vinger aan de pols van werkend Nederland. TNO Kwaliteit van leven, 2012.
  • Koppes LLJ, De Vroome EMM de, Mol MEM, Janssen BJM, Bossche SNJ van den.Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2010. Methodologie en globale resultaten. TNO, 2011.
  • UWV.Statistische tijdreeksen 2010. Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), 2011a.
  • UWV.Atlas SV 2011. Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), 2012.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

Wajong
Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten
WAO
Wet arbeidsongeschiktheid
Tot 1 januari 2006; opgevolgd door WIA.
WAZ
Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen
WIA
Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
Vanaf 1 januari 2006; opvolger van WAO.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.