U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Functioneren en kwaliteit van leven›Lichamelijk functioneren›Lichamelijk functioneren samengevat
Lichamelijk functioneren betreft het uitvoeren van lichamelijke en dagelijkse routine-activiteiten, zoals lopen, eten, aan- en uitkleden en boodschappentassen dragen. Moeilijkheden hiermee duiden we aan met 'beperkingen'. Beperkingen die in deze bijdrage aan de orde komen zijn beperkingen in horen, zien, mobiliteit en in het vermogen om activiteiten van het dagelijkse leven (ADL) uit te voeren.
In 2007 had bijna 11% van de mannen (ongeveer 587.000) en bijna 16% van de vrouwen (ongeveer 913.000) vanaf 12 jaar één of meerdere beperkingen te hebben in het horen, zien of bewegen, of in het uitvoeren van ADL-activiteiten.
Vrouwen hebben vaker beperkingen in mobiliteit, ADL en het gezichtsvermogen dan mannen. Mannen hebben juist vaker beperkingen in het horen. Verder geldt: hoe ouder, hoe meer kans op beperkingen. Daarnaast hebben gescheiden personen vaker beperkingen dan gehuwden.
De prevalentie van beperkingen is redelijk stabiel over de periode 1997-2007. Als de trend wordt uitgesplitst naar soort beperking en naar verschillende leeftijdsgroepen, valt op dat de mobiliteitsbeperkingen zijn toegenomen in de groep van 25 tot 44-jarige vrouwen. Gezichtsbeperkingen zijn toegenomen in de groep van 45 tot 64-jarige mannen.
Naast ongevallen en 'veroudering', zijn ziekten en (aangeboren) aandoeningen de belangrijkste oorzaken van lichamelijke beperkingen. Het grootste deel van de ADL- en mobiliteitsbeperkingen in de bevolking is het gevolg van artrose of chronische gewrichtsontsteking en rugaandoeningen.
Het relatieve aantal mensen met beperkingen ligt in Nederland onder het Europese gemiddelde. Het relatieve aantal mensen met ernstige beperkingen in Nederland is gemiddeld in vergelijking met andere Europese landen uit de EU-27.