Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichamelijk functioneren
Omvang van het probleem

Hoeveel mensen hebben beperkingen?

Beperkingen in de bevolking Beperkingen in specifieke groepen

Beperkingen in de bevolking

Anderhalf miljoen personen met beperkingen in 2007

In Nederland gaven in 2007 ongeveer anderhalf miljoen mensen aan beperkingen te ervaren in de domeinen horen, zien, mobiliteit en het uitvoeren van ADL-activiteiten. Bijna 11% van de mannen (106 per 1.000; absoluut circa 587.000) en bijna 16% van de vrouwen (156 per 1.000; absoluut circa 913.000) vanaf 12 jaar had één of meerdere beperkingen in het horen, zien of bewegen, of in het uitvoeren van ADL-activiteiten (zie tabel 1). Beperkingen komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. De enige uitzondering vormen de gehoorbeperkingen: de prevalentie bij mannen is 3,1%, tegenover 2,6% bij vrouwen.

Tabel 1: Overzicht van beperkingen naar geslacht in 2007, gewogen naar de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

Indicator

Mannen

Vrouwen

Totaal

Lichamelijke beperkingen in: (%)

zien

3,7

5,0

4,4

horen

3,1

2,6

2,8

mobiliteit

4,9

10,6

7,9

ADL

2,5

5,5

4,0

één van deze

10,6

15,6

13,2

Beperkingen nemen sterk toe met de leeftijd

De kans op het rapporteren van beperkingen neemt voor vrouwen sterker toe naar leeftijd dan voor mannen (zie figuur 1). Voor beide geslachten geldt dat het deel met één of meerdere beperkingen per leeftijdscategorie bijna lijkt te verdubbelen, maar vrouwen rapporteren in elke leeftijdscategorie meer beperkingen dan mannen. Ruim 30% van de vrouwen van 65 tot 79 jaar rapporteert een of meerdere beperkingen te hebben ten opzichte van ruim 60% van de vrouwen van 80 jaar en ouder. Voor mannen zijn deze percentages respectievelijk ruim 20% en ruim 30%. Pas vanaf 80 jaar wordt de proportie mensen met een of meerdere beperkingen groter dan het aandeel mensen zonder beperkingen (zie figuur 2).

Zie ook thema Interne link naar documentOuderen: Lichamelijk functioneren.

Figuur 1: De prevalentie (percentage) van lichamelijke beperkingen naar leeftijd in 2007 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2007).

beperkingen naar lft en sex

Figuur 2: Prevalentie (percentage) van aantallen lichamelijke beperkingen naar leeftijd in 2007 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2007).

aantal beperkingen

Beperkingen in specifieke groepen

Lichamelijke beperkingen komen vaker voor bij alleenstaande personen

Zowel samenlevingsvorm als burgerlijke staat hangt samen met beperkingen in horen, zien, mobiliteit en activiteiten van het dagelijks leven (ADL). Voor samenlevingsvorm geldt dat alleenstaande vrouwen een hoog risicogroep vormen: zij hebben ruim twee keer vaker beperkingen dan samenwonende vrouwen. Dit geldt in mindere mate ook voor mannen (zie tabel 3).

Weduwen en weduwnaars hebben de hoogste prevalentie van beperkingen. Houden we echter rekening met hun gemiddeld oudere leeftijd, dan hebben verweduwden niet significant vaker beperkingen dan gehuwden. Gescheiden vrouwen rapporteren wel vaker beperkingen dan hun gehuwde seksegenoten.

Tabel 2: Enigerlei beperking (horen / zien / mobiliteit / ADL) naar samenlevingsvorm en burgerlijke staat, 25 jaar en ouder (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2007).

Prevalentie (%)

OR

Man

Vrouw

Man

Vrouw

Samenlevingsvorm

samenwonend

11,5

14,7

1,0

1,0

alleenstaand

14,0

30,4

1,3

2,7

Burgerlijke staat

Gehuwd

12,8

15,9

1,0

1,0

ongehuwd

8,2

10,9

0,6

0,7

gescheiden

14,3

23,6

1,2

1,7

verweduwd

19,5

39,7

1,9

3,7

Noot: cursief weergegeven Odds Ratios zijn na correctie voor leeftijd niet langer statistisch significant

Meer beperkingen onder laagopgeleiden

In alle domeinen van lichamelijke beperkingen is een verschil naar sociaaleconomische status waarneembaar. Met name op het domein van het bewegen zijn de tegenstellingen groot (zie figuur 3). De prevalentie van beperkingen in het bewegen onder mensen met een hbo of universitair diploma is 4%. Onder mensen met alleen lagere school is deze prevalentie 16%, het viervoudige. De prevalentie van tenminste een of meerdere beperkingen is onder mensen met alleen lagere school ruim het drievoudige vergeleken met mensen met een hbo of universitair diploma, respectievelijk 7% ten opzichte van 23%. Dit resultaat wordt vertekend doordat relatief veel oudere mensen slechts lagere school hebben genoten.

Zie ook: Interne link naar documentWat is sociaaleconomische status? en detailsIndeling opleidingsniveau.

Veel beperkingen bij ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen

Ouderen die in een verzorgings- of verpleeghuis verblijven, behoren tot de niet-zelfstandig wonende ouderen. De omvang van deze groep is vooral bij de hogere leeftijdsklassen niet te verwaarlozen, zie Vergrijzing: woonvorm. Specifieke studies bij de groep van geïnstitutionaliseerde ouderen laten zien dat de prevalentie van lichamelijke beperkingen hoog is, zie tabel 3. Naar verwachting is de gezondheidssituatie van personen in verpleeghuizen slechter dan die van verzorgingshuizen. Het grootste deel van de ouderen die in instellingen verblijven is meervoudig beperkt en hulpbehoevend (Van Herten et al., 2002a).

Tabel 3: Lichamelijke beperkingen van personen verblijvend in instellingen (% ernstige beperking in horen, zien, mobiliteit en/of ADL) naar geslacht en leeftijdsklasse (data afkomstig uit Van Herten et al., 2002a).

<74

75-79

80-84

85-89

>90

Verpleeghuizen a

mannen

72,9

66,4

74,2

75,0

80,6

vrouwen

72,4

78,2

75,3

86,3

89,4

Verzorgingshuizen b

mannen

55,8

55,0

52,6

53,6

64,4

vrouwen

59,0

60,8

64,2

71,8

80,4

a Gemiddelde van gegevens OII-’96 en OII-’00 (bewoners van verpleeghuizen).

b Gemiddelde van gegevens over OII-'96 en OII-’00 (bewoners van bejaardenoorden).

Figuur 3: Prevalentie (percentage) van lichamelijke beperkingen naar opleiding, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2007).

beperkingen naar opleiding
.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Herten LM van, Oudshoorn K, Perenboom RJM, Mulder YM, Hoeymans N.Gezondheidstoestand van bewoners van instellingen. TNO-Rapport PG/VGZ/2002.041. Leiden: TNO, 2002a.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ADL
Activiteiten van het dagelijks leven
hbo
Hoger beroepsonderwijs
OR
Odds ratio
De verhouding (quotiënt) tussen twee odds.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.