Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven
Doel en definitie

Kwaliteit van leven: Wat is de relatie met ziekten en determinanten?


Wisselwerking ziekte en determinanten

Ziekten en aandoeningen beïnvloeden de kwaliteit van leven

Een verminderde gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven is vaak het gevolg van ziekten en aandoeningen. Er zijn grote verschillen tussen de mate waarin verschillende ziekten de kwaliteit van leven beïnvloeden. De relatie tussen ziekten en kwaliteit van leven kan ten minste op vier manieren worden onderzocht:

  • Statistisch verband tussen het hebben van een bepaalde chronische ziekte en de kwaliteit van leven, bepaald met odds ratio (OR) en populatie attributief risico (PAR). De OR geeft informatie over welke ziekten het meest gepaard gaan met verlies aan kwaliteit van leven en de PAR over welke ziekten op bevolkingsniveau het grootste verlies aan kwaliteit van leven opleveren.
  • Statistische relatie tussen ziekten en dimensies van kwaliteit van leven, zoals gemeten met bijvoorbeeld de SF-36, SF-12 of EQ-6D. Deze studies leveren een overzicht van welke dimensies van kwaliteit van leven beïnvloed worden door specifieke ziekten.
  • Onderzoek naar de kwaliteit van leven in klinische populatie, in het bijzonder voor en na een bepaalde (nieuwe) behandeling. Deze studies leveren ook een profiel op van de kwaliteit van leven, maar in dit geval van heel specifieke patiëntpopulaties. Om deze reden wordt deze informatie hier verder niet besproken.
  • Onderzoek naar de waardering van de kwaliteit van leven. Deze onderzoeken leveren een wegingsfactor (ook wel waardering, preferentie of utiliteit) van de kwaliteit van leven. Hierbij wordt de kwaliteit van leven uitgedrukt in één getal, bijvoorbeeld van 0 tot 1.

Ook wisselwerking tussen ziekte en determinanten bepaalt kwaliteit van leven

Mensen met dezelfde gezondheid geven niet noodzakelijk hetzelfde oordeel over hun kwaliteit van leven. Hoe de kwaliteit van leven wordt ervaren, wordt bepaald door de wisselwerking met een groot aantal determinanten. De belangrijkste zijn (Sanderman et al., 1995a; Sanderman et al., 1995b):

  • Persoonsgebonden stressoren en leefwijzen (levensgebeurtenissen zoals verlies van een naaste of van een baan en leefwijzen zoals voeding en alcoholgebruik).
  • Maatschappelijke omgevingsfactoren (stressoren en kansfactoren).
  • Persoonsgebonden kenmerken (demografische kenmerken, sociaaleconomische status en psychologische kenmerken zoals persoonlijkheid, behoefte, doelen, waarden, attituden, vaardigheden).
  • Kenmerken van de sociale relaties (sociale netwerken, sociale steun).
  • Omgaan met stress (bijvoorbeeld hulpzoekgedrag).

Kankerpatiënten die veel sociale steun ontvangen rapporteren bijvoorbeeld een betere kwaliteit van leven dan patiënten die minder sociale steun ontvangen (Parker et al., 2003). Omgaan met stress is een sterke determinant voor kwaliteit van leven bij patiënten die een beroerte gehad hebben, maar dit geldt vooral vijf maanden na ontslag uit het ziekenhuis. Dit blijkt uit een longitudinale Nederlandse studie (Darlington et al., 2007).

Naar boven


Risico per ziekte en gezondheidsverlies op bevolkingsniveau

Aandoeningen aan het bewegingsstelsel hangen samen met minder goede lichamelijke kwaliteit van leven

Tabel 1 geeft informatie over het verband tussen het hebben van een chronische ziekte en de kans op een minder goede lichamelijke en psychische gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Van de personen die lijden aan aandoeningen aan het bewegingsstelsel zoals artrose, chronische gewrichtsontsteking en een ernstige of hardnekkige rugaandoening (zie ook nek- en rugklachten), ervaren meer mensen een minder goede lichamelijke gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven dan van de personen met een andere chronische ziekte. Hetzelfde geldt voor personen die lijden aan een hartinfarct of andere ernstige hartaandoeningen (OR ≥3; zie tabel 1). Van de overig genoemde aandoeningen ervaren eveneens meer personen een minder goede lichamelijke kwaliteit van leven. De kans is echter minder groot dan bij bovengenoemde aandoeningen, maar in alle gevallen is de relatie statistisch significant (OR >1 en OR <3; zie tabel 1). Voor de aandoeningen in tabel 1 hebben ook meer mensen een minder goede psychische kwaliteit van leven. De kans daarop is echter minder groot dan de kans op een minder goede lichamelijke kwaliteit van leven (OR >1 en OR <2), maar ook hier zijn de risico's (OR) in alle gevallen statistisch significant met uitzondering van artrose, hartinfarct en diabetes mellitus (zie tabel 1).

Artrose en aandoeningen aan rug, nek, pols en hand leiden tot meeste verlies aan kwaliteit van leven in de bevolking

Aandoeningen die relatief vaak voorkomen (hoge prevalentie) zijn artrose of chronische gewrichtsontsteking, ernstige of hardnekkige rugaandoening, ernstige of hardnekkige aandoening aan nek, schouder, elleboog, pols of hand, astma of COPD, diabetes mellitus en slechtziendheid (zie: Welke ziekten hebben de hoogste prevalentie?). Omdat deze aandoeningen zowel vaak voorkomen als vaak samengaan met een minder goede kwaliteit van leven, leiden ze tot het meeste verlies aan lichamelijke gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven in de bevolking (PAR >3; zie tabel 1). Uitzonderingen zijn diabetes mellitus en slechtziendheid. Deze aandoeningen hebben relatief gezien minder invloed op de lichamelijke gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven in de bevolking (PAR =1,2; zie tabel 1). Aandoeningen aan nek, schouder, pols of hand leiden ook tot het meeste verlies aan psychische gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (PAR =4,7; zie tabel 1). Van de overige vaak voorkomende aandoeningen is de invloed op de psychische gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven minder groot (1,2< PAR <2,9; zie tabel 1).

Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpPreventie gericht op klachten en aandoeningen aan het bewegingsapparaat

Chronische ziekten verminderen kwaliteit van leven bij ouderen

Uit een longitudinale studie (LASA) blijkt dat veel ouderen een minder goede kwaliteit van leven ondervinden doordat ze te maken hebben met één of meerdere chronische ziekten (Van Schoor et al., 2005) (zie ook: Wat zijn de gevolgen van multimorbiditeit voor de kwaliteit van leven? Uit een ander onderzoek, waarbij ook gebruik werd gemaakt van de LASA-populatie, blijkt dat de kwaliteit van leven bij kwetsbare ouderen minder goed is dan bij niet-kwetsbare ouderen. De kwetsbare ouderen beoordelen 'sociale contacten' als de belangrijkste factor voor kwaliteit van leven terwijl niet-kwetsbare ouderen 'gezondheid' als belangrijkste factor beschouwden. De ouderen noemden goede medische zorg, een gezond dieet, lichamelijke activiteit en gebruik van hulpmiddelen bij het lopen belangrijke factoren voor een goede gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Het hebben van een chronische ziekte verminderde de kwaliteit van leven juist aanzienlijk (Puts et al., 2007).

Tabel 1: Relatie tussen chronische aandoeningen en een minder goede lichamelijke (normscore a <50) en minder goede psychische (normscore <42) kwaliteit van leven in de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2006-2007).

Lichamelijk (normscore <50)

Psychisch (normscore <42)

Aandoening

OR

95%-bi

PAR (%) b, c

OR

95%-bi

PAR (%) b, c

Artrose of chronische gewrichtsontsteking

4,1

3,5-4,7

10,4

1,1

0,9-1,3 d

1,2

Ernstige of hardnekkige rugaandoening

4,0

3,4-4,7

7,1

1,3

1,1-1,5

2,9

Ernstige of hardnekkige aandoening aan nek, schouder, elleboog, pols of hand

2,7

2,4-3,1

7,0

1,3

1,1-1,6

4,7

Astma of COPD

2,2

1,9-2,6

2,9

1,2

1,0-1,5

1,7

Hartinfarct of andere ernstige hartaandoening

3,0

2,4-3,9

2,4

1,0

0,7-1,3 d

-0,1

Diabetes mellitus

1,7

1,3-2,1

1,2

1,3

1,0-1,7 d

1,2

Kanker (ooit)

1,9

1,6-2,3

1,9

1,2

0,9-1,5

1,0

Ernstige of hardnekkige darmstoornis (>3 maanden)

2,9

2,2-3,9

1,4

1,5

1,2-2,1

1,7

Slechtziendheid

1,7

1,3-2,1

1,2

1,6

1,3-2,1

2,7

Beroerte (ooit)

2,7

1,9-3,7

1,2

1,4

1,0-2,0

1,0

a De normscores zijn afgeleid uit de SF-12 handleiding (Ware et al., 1995b).

b PAR's (Populatie Attributief Risico) berekend met eliminatietechniek op basis van het logistische model (gecorrigeerd voor overige co-morbiditeiten). PAR geeft de bijdrage weer van de betreffende ziekte aan de minder goede gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Bijvoorbeeld, een PAR van 10,4% voor artrose of chronische gewrichtsontsteking betekent dat de lichamelijke gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven 10,4% beter zou zijn wanneer artrose of chronische gewrichtsontsteking niet in de bevolking voor zou komen. De berekening is gedaan op basis van de in de POLS, gezondheid en welzijn gemeten prevalentiecijfers.

c Een lage OR met een relatief hoge PAR kan verklaard worden door een relatief hoge prevalentie van de ziekte. Andersom kan een hoge OR samengaan met een relatief lage PAR doordat de prevalentie van de ziekte relatief laag is. De rangordening van aandoeningen naar jaarprevalentie is beschreven in het document: Ziekten en aandoeningen: Welke ziekten hebben de hoogste prevalentie?

d OR niet significant hoger dan 1 (bij diabetes mellitus 95%-bi 1,0-1,7 door afronding).

Naar boven


Rangorde ziekten op dimensies van de SF-36

Verschillende ziekten tasten verschillende dimensies kwaliteit van leven aan

Ziekten verschillen van elkaar in de mate waarin zij verschillende dimensies van de kwaliteit van leven aantasten. Dit blijkt uit een overzichtstudie waarin met behulp van analyses van acht bestaande datasets dertien ziektegroepen met elkaar vergeleken zijn (Sprangers et al., 2000). Zo hebben aandoeningen van het bewegingsstelsel veel invloed op het lichamelijke functioneren, terwijl de geestelijke gezondheid minder aangetast is. Voor psychische stoornissen geldt het omgekeerde (zie tabel 2). Uit deze overzichtsstudie blijkt overigens ook dat aandoeningen van het bewegingsstelsel het meest belastend zijn voor de kwaliteit van leven. Ook nierziekten, ziekten van het zenuwstelsel (inclusief beroerte) en ziekten van het maagdarmkanaal trekken een zware wissel op de kwaliteit van leven (zie tabel 2).

Er zijn talloze onderzoeken gedaan naar de kwaliteit van leven bij bepaalde ziekten. In het Kompas is bij een aantal ziekten een document opgenomen dat de kwaliteit van leven voor patiënten beschrijft. Zie bijvoorbeeld: Interne link naar documentWat zijn angststoornissen en wat zijn de gevolgen?

Tabel 2: Rangorde van ziekten en aandoeningen voor alle dimensies van de SF-36 en een rangorde over alle dimensies a (Bron: Sprangers et al., 2000).

Ziekte of aandoening

ff

rf

pn

eg

vt

sf

gg

Totaal

Aandoeningen van het bewegingsstelsel

1

1

1

5

5

10

5

1

Nierziekten

3

2

3

1

6

2

8

2

Ziekten van het zenuwstelsel (inclusief beroerte)

2

3

5

2

2

1

2

3

Ziekten van het spijsverteringsstelsel

4

4

2

4

8

3

3

4

Astma en COPD

10

8

11

3

3

6

4

5

Gezichtsstoornissen

5

5

10

9

1

9

10

6

Endocriene ziekten (waaronder diabetes mellitus)

6

7

4

6

10

6

9

7

Nieuwvormingen

11

6

7

7

9

8

7

8

Ziekten van het hartvaatstelsel (exclusief beroerte)

7

9

6

8

11

5

12

9

Ziekten van de huid

9

11

9

11

12

11

6

10

Psychische stoornissen

13

13

13

13

5

11

1

11

Gehoorstoornissen

8

10

12

10

7

4

11

12

Ziekten van urinewegen en geslachtsorganen

12

12

8

12

13

12

13

13

a Hoe lager het rangnummer, hoe minder goed de kwaliteit van leven.

ff=fysiek functioneren, rf=rolfunctioneren fysiek, pn=lichamelijke pijn, eg=ervaren gezondheid, vt=vitaliteit, sf=sociaal functioneren, gg=geestelijke gezondheid.

Naar boven


Rangorde op basis van wegingsfactoren

Ziekte en kwaliteit van leven uitgedrukt in wegingsfactoren

De kwaliteit van leven kan ook worden uitgedrukt in één getal tussen 0 en 1: de zogenoemde wegingsfactor (of QALY-gewicht) voor de kwaliteit van leven bij een specifieke ziekte. De kern van deze maat is dat iemand gevraagd wordt de kwaliteit van leven van de betreffende aandoening te beoordelen ten opzichte van die bij volledige gezondheid. Stel dat iemand een reumatische aandoening heeft, waarbij hij of zij veel pijn heeft en belemmerd is in het functioneren. Het gewicht voor deze ziekte zou bijvoorbeeld 0,5 kunnen zijn. Dat betekent dat een jaar leven met deze ziekte equivalent is aan een half jaar leven in volledige gezondheid. Anders uitgedrukt: de gezondheid die hoort bij een reumatische aandoening is 50% van de optimale gezondheid. Dit is uitgedrukt in een QALY-gewicht, omdat QALY's uitgaan van de aanwezige gezondheid. In DALY-gewichten, zou het betekenen dat 50% van de gezondheid verloren gaat door de reumatische aandoening. Een QALY-gewicht van 0,2 (20% van de optimale gezondheid) is gelijk aan een DALY-gewicht van 0,8 (80% van de gezondheid gaat verloren).

Meeste verlies aan kwaliteit van leven door dementie

Voor bijna alle ziekten die in het Kompas staan, zijn wegingsfactoren bepaald (DALY-gewichten). Zie hiervoor: Wat zijn wegingsfactoren en hoe zijn ze bepaald?. Volgens deze systematiek is dementie de ziekte die het meest afbreuk doet aan de kwaliteit van leven (zie tabel 3). De wegingsfactor van 0,71 betekent dat door deze ziekte 71% van de kwaliteit van leven verloren gaat. Ook de ziekte van Parkinson, schizofrenie, slokdarmkanker en beroerte zijn sterk van invloed op de kwaliteit van leven.

Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpZiektelast in DALY's.

Tabel 3: Top 10 van ziekten met de hoogste wegingsfactor (DALY-gewichten).

Ziekte

Wegingsfactor

Dementie

0,71

Ziekte van Parkinson

0,68

Schizofrenie

0,66

Slokdarmkanker

0,62

Beroerte

0,61

Aids

0,57

Multipele sclerose

0,53

Reumatoïde artritis

0,53

Longkanker

0,52

Aangeboren afwijkingen van het centrale zenuwstelsel

0,50

Maagkanker

0,50

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Darlington AS, Dippel DW, Ribbers GM, van Balen R, Passchier J, Busschbach JJ.Coping strategies as determinants of quality of life in stroke patients: a longitudinal study. Cerebrovasc Dis 2007; 23(5-6): 401-7
  • Parker PA, Baile WF, de Moor C, Cohen L.Psychosocial and demographic predictors of quality of life in a large sample of cancer patients. Psychooncology 2003; 12(2): 183-93
  • Puts MT, Shekary N, Widdershoven G, Heldens J, Lips P, Deeg DJ.What does quality of life mean to older frail and non-frail community-dwelling adults in the Netherlands? Qual Life Res 2007; 16(2): 263-77
  • Sanderman R, Arrindell WA, Ranchor AV, Eysenk HJ, Eysenck SBG.Het meten van persoonlijkheidskenmerken met de Eysenk Personality Questionnaire: Een handleiding. Groningen: NCG/ Rijksuniversiteit Groningen, 1995a.
  • Sanderman R, Van den Heuvel WJA, Krol B.(Red.) Interveniëren in de determinanten van gezondheid: resultaten van een onderzoeksprogramma. Assen: Van Gorcum 1995b.
  • Sprangers MAG, Regt EB de, Andries F, Agt HME van, Bijl RV, Boer JB de, et al.Which chronic conditions are associated with better or poorer quality of life? J Clin Epidemiol, 2000; 53: 895-907.
  • Van Schoor NM, Smit JH, Twisk JW, Lips P.Impact of vertebral deformities, osteoarthritis, and other chronic diseases on quality of life: a population-based study. Osteoporos Int 2005; 16(7): 749-56
  • Ware JE, Kosinski M, Keller SD.SF-12: How to score the SF-12 Physical and Mental Health Summary Scales. Boston: The Health Institute, New England Medical Center, 1995b.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

bi
Betrouwbaarheidsinterval
COPD
Chronic obstructive pulmonary disease
Chronische obstructieve longziekten.
DALY
Disability-Adjusted Life-Year
Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug, te weten 'kwantiteit' (levensduur) en 'kwaliteit' van leven, en het aantal personen dat een effect ondervindt.
EQ-6D
EuroQol (6 Dimensies)
Vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. Het instrument meet 6 dimensies: mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn/andere klachten, angst/depressie, cognitie. Elke dimensie bestaat uit één item waarbij drie niveaus worden onderscheiden: geen problemen, enige problemen, veel problemen. De EQ-6D is een uitbreiding van de EQ-5D met de dimensie 'cognitie'.
OR
Odds ratio
De verhouding (quotiënt) tussen twee odds.
PAR
Populatie attributief risico
Maat voor de hoeveelheid gezondheidsverlies in een populatie die is toe te schrijven aan een risicofactor: het percentage van het gezondheidsprobleem in de totale populatie dat kan worden voorkomen door volledige uitschakeling van de risicofactor. Het is hiermee een schatting van de theoretisch te behalen gezondheidswinst in een populatie.
QALY
Quality-adjusted life-year
Maat voor kwaliteit van een levensjaar (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit de resterende levensduur en de kwaliteit van leven van een persoon na interventie. QALY's worden berekend als een schatting van de gewonnen levensjaren, waarbij elk jaar vermenigvuldigd wordt met een gewicht (ook wel utiliteit genoemd) dat de kwaliteit van leven weergeeft van de persoon in dat jaar.
SF-12
Medical Outcomes Study 12-Item Short Form Health Survey
Variant van de SF-36 (zie aldaar), een vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. De SF-12 bestaat uit 12 vragen waarmee twee totaalscores berekend kunnen worden: één voor de lichamelijke kwaliteit van leven (physcial component score) en één voor de psychische kwaliteit van leven (mental component score).
SF-36
Medical Outcomes Study 36-Item Short Form Health Survey
Vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. Het instrument bestaat uit 8 dimensies: fysiek functioneren, rolbeperkingen door fysieke gezondheidsproblemen, pijn, algemene gezondheidsbeleving, vitaliteit, sociaal functioneren, rolbeperkingen door emotionele problemen, en geestelijke gezondheid. Deze 8 dimensies kunnen bovendien gesommeerd worden in een lichamelijke en een psychische hoofddimensie
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.