U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Functioneren en kwaliteit van leven›Kwaliteit van leven›Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven samengevat
Kwaliteit van leven wordt gedefinieerd als het functioneren van personen op fysiek, psychisch en sociaal gebied zoals zij dat zelf ervaren. Kwaliteit van leven wordt daarom met zelf-rapportage vragenlijsten onderzocht. In deze bijdrage is kwaliteit van leven gemeten met de SF-12. Dit is een generiek instrument (vragenlijst) dat twee scores oplevert: één score voor de lichamelijke aspecten van kwaliteit van leven en één voor de psychische aspecten. De SF-12 is een verkorte versie van de SF-36. Deze geeft naast de twee normscores ook een score op acht dimensies van kwaliteit van leven. Een ander instrument om de kwaliteit van leven te meten is de EQ-6D. De drie instrumenten meten gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.
Op alle gebieden van de kwaliteit van leven rapporteren mannen een betere kwaliteit van leven dan vrouwen. Jongeren rapporteren een betere lichamelijke kwaliteit van leven dan ouderen. Tussen leeftijdsgroepen blijken er echter nauwelijks verschillen te zijn in psychische aspecten van de kwaliteit van leven. De enige uitzondering is cognitie. Deze wordt wel minder met het ouder worden. Binnen Europa scoort Nederland gemiddeld met gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.
Het gestandaardiseerde percentage personen met een minder goede lichamelijke of psychische kwaliteit van leven is de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Ook de verschillende leeftijdsgroepen laten een gelijkblijvende trend zien, maar het percentage met een minder dan goede psychische kwaliteit van leven lijkt bij 25-34-jarigen wel gestegen.
Hoe hoger het opleidingsniveau is, hoe beter de kwaliteit van leven. Dit geldt sterker voor de lichamelijke dan voor de psychische aspecten. Ook samenlevingsvorm en burgerlijke staat zijn van invloed op de kwaliteit van leven. Gehuwden en samenwonenden rapporteren een betere lichamelijke en psychische kwaliteit van leven. Alleenstaanden, en dan met name gescheiden personen rapporteren een minder goede kwaliteit van leven.
Van de personen die lijden aan aandoeningen aan het bewegingsstelsel zoals artrose, chronische gewrichtsontsteking en een ernstige of hardnekkige rugaandoening ervaren meer mensen een minder goede lichamelijke gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven dan van de personen met een andere chronische ziekte. Hetzelfde geldt voor mensen die lijden aan een hartinfarct of andere ernstige hartaandoeningen.
Artrose of chronische gewrichtsontsteking, ernstige of hardnekkige rugaandoening, een ernstige of hardnekkige aandoening aan nek, schouder, elleboog, pols of hand en astma of COPD leiden tot het meeste verlies aan lichamelijke gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven in de bevolking. Dit komt doordat deze aandoeningen zowel veel voorkomen, als vaak samengaan met een minder goed kwaliteit van leven.