Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Bevolking
Geografische verschillen

Bevolking: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Bevolkingsomvang Leeftijdsopbouw bevolking Prognose bevolkingsomvang

Bevolkingsomvang

Nederland op zeven landen na meeste inwoners van de EU

Nederland is naar inwonertal (16,7 miljoen) het achtste land binnen de EU-27. Het maakt hiermee 3,3% uit van de hele EU (Eurostat, 2012). Het EU-land met de meeste inwoners is Duitsland met bijna 82 miljoen op 1 januari 2011, gevolgd door Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (zie figuur 1). De landen met het minste aantal inwoners zijn Malta, Luxemburg en Cyprus, met elk minder dan een miljoen inwoners (Eurostat, 2012). Begin 2010 had de EU in totaal 501,1 miljoen inwoners (Eurostat, 2012).

Nederland na Malta het dichtst bevolkt in EU

Na Malta (1.308 inwoners per vierkante kilometer) is Nederland met 490 mensen per vierkante kilometer, het dichtstbevolkte land binnen de EU-27 (meetjaar 2009). Daarna volgt België met 356 mensen per vierkante kilometer. De gemiddelde bevolkingsdichtheid binnen de EU-27 is 116 mensen per vierkante kilometer (2008). Van de landen met meer dan een miljoen inwoners hebben het Verenigd Koninkrijk en Duitsland een relatief hoge bevolkingsdichtheid met respectievelijk 253 en 230 inwoners per vierkante kilometer (meetjaar 2008). Het minst dichtbevolkt zijn Finland en Zweden met respectievelijk 18 en 23 inwoners per vierkante kilometer (Eurostat, 2012).

Nederlandse bevolking groeit sneller dan het EU-gemiddelde

In 2010 was de bevolkingsgroei in Nederland met 0,5% iets hoger dan het EU-27 gemiddelde van 0,3% (zie figuur 2). Tussen 2003 en 2007 was de groei in Nederland lager dan het EU-27 gemiddelde als gevolg van een sterke daling van het migratiesaldo. Tussen 2004 en 2007 was er zelfs sprake van een vertrekoverschot (zie: Migratie: zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?). De natuurlijke bevolkingsgroei is in Nederland hoger dan in veel andere Europese landen: het geboortecijfer in Nederland is iets boven het Europese gemiddelde en het sterftecijfer is iets eronder (van Nimwegen & van der Erf, 2010). Het snelst groeiende land in de EU was in 2010 Luxemburg, gevolgd door België, Zweden en Malta. Een negatieve bevolkingsgroei vond plaats in Litouwen, Letland, Bulgarije, Hongarije, Roemenië, Duitsland en Portugal (Eurostat, 2012).

Bevolking EU groeit vooral door migratie

De bevolkingsgroei in de EU kan voor het grootste deel aan migratie worden toegeschreven. Het migratiesaldo (het aantal immigranten minus het aantal emigranten) bedroeg in 2010 0,9 miljoen mensen (Eurostat, 2012). Dat is 63% van de totale bevolkingsgroei. De bevolkingsgroei in de EU komt volledig voor rekening van de oude EU-15 landen; in de recent toegetreden landen nam de bevolking in 2010 en de jaren ervoor niet of nauwelijks toe. In vijf recent toegetreden landen was er zelfs sprake van bevolkingsafname. Dit komt voornamelijk door een negatieve natuurlijke groei (meer sterfte dan geboorten), die niet werd gecompenseerd door een (klein) immigratieoverschot (Eurostat, 2012; De Beer, 2005; van Nimwegen & van der Erf, 2010).

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 1. Population by sex/age.

Figuur 1: EU-27 landen met de grootste en de kleinste bevolkingsomvang op 1 januari 2011 (Bron: Eurostat, 2012).

EU-27 landen met de grootste en de kleinste bevolkingsomvang op 1 januari 2011

Figuur 2: EU-27 landen met de grootste en de kleinste bevolkingsgroei in 2010 (Bron: Eurostat, 2012).

EU-27 landen met de grootste en de kleinste bevolkingsgroei in 2010

Leeftijdsopbouw bevolking

Nederland minder vergrijsd dan andere EU-landen

Nederland is één van de minst vergrijsde landen binnen de EU-27. Op 1 januari 2011 was 15,6% van de Nederlanders 65 jaar of ouder. In Europa (cijfer uit 2010) was dit gemiddeld 17,4%. Duitsland en Italië hebben met respectievelijk 20,6% en 20,3% het grootste aandeel 65-plussers. Deze twee landen hebben ook het laagste aandeel mensen onder de 20 jaar (respectievelijk 18,4 en 18,9%). Ierland en Slowakije hebben het laagste aandeel 65-plussers (respectievelijk 11,6 en 12,4%). Ierland heeft ook veruit het hoogste aandeel mensen onder de 20 jaar (27,8%). Ook in Nederland is het aandeel mensen van 0-19 jaar hoger dan het EU-27 gemiddelde (zie figuur 3).

Demografische druk neemt in meeste EU-27 landen toe

De verhouding tussen het aantal jongeren en ouderen te jong of te oud om te werken en de potentiële beroepsbevolking wordt de demografische druk (age dependency ratio) genoemd. Bij internationale vergelijkingen wordt bij potentiële beroepsbevolking uitgegaan van 15 tot en met 64 jaar. Als de age dependency ratio toeneemt, zijn er naar verhouding steeds minder economisch actieve mensen om de opvoeding van kinderen en de pensioenen van de ouderen te financieren. In Nederland en de meeste EU-15 landen neemt deze ratio sinds de tweede helft van de jaren '80 toe. Dit komt doordat de toename in het aantal ouderen groter is dan de afname in het aantal jongeren. In de meeste nieuwe lidstaten van de EU-27 en Ierland en Spanje neemt de demografische druk af (Harbers et al., 2008).

Zie ook: object_document_1Vergrijzing: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 1. Population by sex/age.

Figuur 3: Bevolkingsopbouw naar leeftijd in een aantal EU-27 landen op 1 januari 2011, landen gesorteerd op basis van percentage 65-plussers (Bron: Eurostat, 2012).

Bevolkingsopbouw naar leeftijd in een aantal EU-27 landen op 1 januari 2011

Naar boven


Prognose bevolkingsomvang

Bevolking in Nederland en EU-27 neemt tot ongever 2035 toe, maar daalt daarna 

De Nederlandse bevolking zal, net als gemiddeld in de EU-27, waarschijnlijk toenemen tot ongeveer 2035. Het aantal Nederlanders zal in die periode met ongeveer 1 miljoen toenoemen en na 2035 weer iets dalen tot ongeveer 17 miljoen in 2060 (Eurostat, 2012). De EU-27 bevolking zal met bijna 25 miljoen toenemen van 501 miljoen in 2010 tot maximaal 526 miljoen in 2040. Vanaf dan zal het aantal inwoners geleidelijk afnemen tot 517 miljoen in 2060. Niet alle landen zullen overigens een grotere bevolkingsomvang hebben in 2060. De bevolking van Bulgarije, Letland, Litouwen, Roemenië, Duitsland, Polen, Estland, Hongarije, Malta, Slowakije, Portugal, Tsjechië en Griekenland zal in 2060 kleiner zijn dan in 2010. De procentuele afname is het grootst in Bulgarije, de Baltische Staten, Roemenië en Duitsland (zie figuur 4). De Duitse bevolking zal met meer dan 15 miljoen krimpen van bijna 82 miljoen in 2010 tot ruim 66 miljoen in 2060. Daarmee heeft Duitsland de grootste absolute bevolkingsafname. De bevolking van het Verenigd Koninkrijk zal daarentegen tussen 2010 en 2060 met bijna 17 miljoen toenemen tot bijna 79 miljoen (zie figuur 5) (Eurostat, 2012). Door deze toename en de gelijktijdige afname in Duitsland zal het Verenigd Koninkrijk de plaats van Duitsland innemen als het EU-land met de grootste bevolking.

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 5. Population projections.

Figuur 4: EU-27 landen met de grootste verwachte verandering (percentage) in bevolkingsomvang in de periode 2010-2060 (Bron: Eurostat, 2012).

EU-27 landen met de grootste verwachte verandering (percentage) in bevolkingsomvang in de periode 2010-2060

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 5. Population projections (I).

Figuur 5: EU-27 landen met de grootste verwachte verandering (absolute aantallen) in bevolkingsomvang in de periode 2010-2060 (Bron: Eurostat, 2012).

EU-27 landen met de grootste verwachte verandering (absolute aantallen) in bevolkingsomvang in de periode 2010-2060
.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU-15
De 15 landen die vóór 1 april 2004 de Europese Unie vormden
België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
EU-27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.